|
ĖCIJA.
De weg van Sevilla naar Córdoba komt langs het stadje Écija, dat
vooral vanwege de talrijke barokke monumenten een bezoek waard is.
Naar overzicht regio
Andalusië;
zie kaart van Andalusië.
Naar Stedenlijst Spanje.
Naar regiokaart Spanje. Naar
uw accommodatie!
Écija ontstond als Griekse nederzetting,
en heette onder de Romeinen Astigi. Volgens de legende
zou hier ooit de Apostel Paulus gepredikt
hebben. Nadat het in de Moorse tijd tot het kalifaat van Córdoba
behoorde en in 1240 door de christenen werd heroverd, ging het met Écija
steeds beter.
Maar de aardbeving van 1755 verwoestte de stad
grotendeels,
zodat zij tegenwoordig bijna alleen de barokke
architectuur kan tonen. Uit de tijd van de wederopbouw stammen ook de
meeste hoge klokkentorens, die met hun steenkleur en hun rijke
azulejos-versiering het stadsbeeld bepalen. Daarom wordt Écija ook wel
de stad van de torens genoemd.
Plaza de España
▲
Het centrum van de stad is het langgerekte plein met palmen uit de
18de eeuw, dat door de inwoners meestal liefderijk wordt aangeduid als
El Salón, de pronkkamer. Het wordt omzoomd door façades van herenhuizen
en paleizen met vooruitstekende balkons en galerijen van verscheidene
verdiepingen, waar bloemen vanaf hangen. Vroeger konden de bewoners
vanaf de balkons fiesta's, ruiterspelen en corrida's (stierengevechten)
volgen.
Aan de kopse kant staat het Ayuntamieto,
stadhuis,
dat
een
klein museum herbergt, waarin een Romeins mozaïek met de bestraffing
van koningin Dirce te zien is. Pal achter het Ayuntamiento, aan de
Plaza de Santa Maria, staat de gelijknamige driebeukige kerk uit de
18de eeuw, die een prachtige verzameling schilderijen van de
Sevilliaanse school uit de 16de eeuw en een koorgestoelte uit de 17de
eeuw bevat.
Iglesia de San Juan
▲
Schuin tegenover de
Iglesia de Santa Barbara, waarvan het portaal
wordt omlijst door Romeinse
zuilen, verheft
zich een barokke toren
uit
1745. Deze behoort tot de weinige die de aardbeving van 1755 hebben
overleefd, en is deel gaan uitmaken van de eind 18de eeuw gebouwde
Iglesia de San Juan.
Onder de vele klokkentorens van Écija
valt hij op
als de mooiste en is dan ook het embleem van de stad: vol ornamenten,
steekt het blauw van zijn azulejos-versiering af
tegen de lichte
baksteen. De volstrekt onbekende architecten, Luca, Balán en Antonio
Corrales, bouwmeesters van de markies van Alcántara, hebben bovendien
de overgang tussen de twee ongelijk grote delen van de toren uitstekend
opgelost.
In de hallenkerk vinden we
verscheidene barokretabels,
schilderijen van de Sevilliaanse school en een kruisbeeld van Pedro
Roldán in de sacristie.
Palacio de los Marqueses de Peñaflor
▲
Aan de noordoostzijde van de Plaza de España staat een van de
belangrijkste adellijke paleizen van de stad, dat de derde markies van
Peñaflor in 1726 liet voltooien. De barokke façade van het paleis, in
de volksmond 'het huis met de lange balkons'
genoemd, volgt de bochten van
een kronkelende steeg. De
balkons lopen over de hele lengte van de bovenverdieping en zijn
getooid met overwegend geel en groen gekleurde
fresco's. Rechts bevindt
zich het hoofdportaal met het wapen van de bezitter, dat voert naar
een
complex van kamers met stallen en
een patio. Links gaar de hoektoren
over in een arcade.
Iglesia de Santa Cruz
▲
Vanaf
de Plaza de España voert de Calle de Santa Cruz naar de
binnenstad van Écija, die met haar straatjes en hier en daar een
kloostermuur de schilderachtigste wijk van het stadje vormt. Aan de Calle de Santa Cruz staat de gelijknamige driebeukige parochiekerk, die
na de aardbeving van 1755 tussen 1776 en 1836 op de overblijfselen van
haar voorgangster weer opgebouwd is. Ze bleef onvoltooid, want van de
vijf traveeën zijn de beide westelijke niet overwelfd.
Enkele delen van
de oudere kerk
werden aan de noordzijde in de nieuwbouw betrokken: een
kapiteel in de patio is nog een overblijfsel van de Visigotische kerk,
die bisschopszetel van Sint-Fulgentius was. Maar een hoefijzerboog,
helemaal
bedekt met arabesken en wapens, stamt van het oorspronkelijke
gebouw in mudéjarstijl.
In de noordoostelijke toren,
▲
in 1869 volledig
vernieuwd, zitten twee stenen platen uit de jaren 930 en 977, die getuigen van de aanleg van de
vijvers, onder de eerste en derde kalief van Cárdoba, Abdar-Rahman
III
en Hisjam
II. Omdat het Alcázar bij de christelijke heroveringen
volledig werd verwoest, zijn dit de enige overblijfselen uit de Moorse
tijd, toen Écija nog Medina Estighia, rijke stad, heette.
In de kerk is
een vroegchristelijke sarcofaag
uit de 5de eeuw te zien, tegenwoordig
in het koor als altaarsteen in gebruik. Daarin zou het gebeente van Sint-Fulgentius rusten. De lange zijde is getooid
met taferelen uit het Oude Testament. In het midden staat de Goede
Herder, links het offer van
Isaäk en rechts Daniël in de leeuwenkuil. De sarcofaag wordt getooid
door een beeld van de patrones van de stad,
Nuestra Señora del Valle,
▲
uit het einde van de 16de eeuw. In de sacristie wordt een monstrans van de edelsmid Francisco de Alfaro uit 1586 bewaard. De zijbeuken zijn
getooid met barokke en classicistische retabels.
** Uw accommodatie kunt U goed
boeken via
Booking.Ecija.
Er zijn 3 hotels in Ecija en in de omgeving 12
online boekbaar. Laagste prijsgarantie! Makkelijk reserveren. Geen
kosten. Let ook op de beoordelingen door gasten die de hotels
bezochten! U kunt de hotels via Google Earth bekijken!
** U vindt bij
Booking meer
dan alleen hotels o.a.:
Appartementen
-
Resorts -
Villa's -
Hostels -
Accommodaties met onsen -
Bed & Breakfasts -
Pensions -
Motels -
Ryokans -
Vakantieboerderijen -
Vakantieparken -
Campings -
Botels -
Herbergen -
Aparthotels -
Vakantiehuizen -
Lodges -
Accommodaties bij particulieren -
Landhuizen -
Luxe tenten -
Capsulehotels -
Lovehotels -
Riads -
Luxe
Chalets
▲ |