|
NATIONAAL PARK Drents-Friese Wold, terug naar provincie
Drenthe.
Het Nationaal Park Drents-Friese Wold is een grandioos, uitgestrekt
natuurgebied op de grens van Friesland en Drenthe. Na de Veluwe is het
Drents-Friese Wold het grootste aaneengesloten bosgebied van Nederland.
Heide, stuifzand, vennen en veen vormen er de krenten in de pap.
Bovendien liggen binnen de grenzen van het nationaal park terreinen die
tot natuurgebieden worden ontwikkeld, naar provincie
kaart, naar
plaatsnamen lijst
Nederland. Maak uw keuze
Uniek en grenzeloos
Een groot deel van
de natuurgebieden in Nationaal Park Drents-Friese Wold is eigendom van
natuurbeschermingsorganisaties, zoals Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten
en Stichting Het Drentse Landschap. De Maatschappij tot Weldadigheid en
enkele particulieren hebben eveneens een aantal terreinen in eigendom.
Kenmerken
Een van de belangrijkste kenmerken van het Drents-Friese Wold is de
grote afwisseling.
Dat heeft vooral te maken met de verschillen in de
bodem. Venige dopheidevelden in het Wapser- en Doldersummerveld en
stuifzand in het Aekingerzand zijn twee uiteenlopende natuurtypen met
heel verschillende bodems.
De levensaders van het nationaal park zijn de
beekdalen
van de Tilgrup en de Vledder A. De bovenloop van de Vledder A
en een deel van de Tilgrup zijn vrijwel geheel gerestaureerd. Hier kan
het water zijn eigen weg gaan. De prachtige, oude grove dennenbossen in
Berkenheuvel en Dieverzand vormen een opvallend contrast met de veel
jongere productiebossen ten westen van Smilde. Aan de zuidrand van het
nationaal park liggen bij Doldersum en Diever kruidenrijke akkers en
fleurige graslanden die u een goed beeld geven van het karakteristieke
Drentse esdorpenlandschap.
Gevarieerde landschap
is niet alleen mooi om te zien, maar biedt
vele soorten planten en dieren een prima leefgebied.
Vooral de uitgestrektheid van
het gebied zorgt voor voldoende rust en dekking die veel dieren nodig
hebben. Vooral de vochtige heidevelden zijn voor veel bijzondere planten
van levensbelang. Geen wonder dat de minister van Landbouw, Natuurbeheer
en Voedselkwaliteit het Drents-Friese Wold in 2000 de status van
nationaal park toekende. In een nationaal park werken de verschillende
beheerders gebroederlijk samen aan het beheer en de ontwikkeling van de
natuur. Daardoor krijgt het unieke natuurgebied de aandacht die het
verdient!
Wat is een Nationaal Park? ▲
De mens heeft eeuwenlang gedacht, dat ruimte, water en andere
natuurlijke hulpbronnen onuitputtelijk waren. Toen de wereldbevolking
toenam ontstonden cultuurlandschappen die er op het oog nog vrij
natuurlijk uitzagen, maar die met ongerepte natuur niet veel meer te
maken hadden.
In de Verenigde Staten van Amerika ontstonden voor het eerst twijfels
over deze ontwikkelingen.
Dit leidde in 1871 tot de oprichting van Yellowstone als het eerste nationale park ter wereld. In Europa was
Zweden in 1909 het eerste land met een nationaal park. De
Arctische
landschappen in het noorden waren nog redelijk ongestoord omdat ze niet
geschikt waren voor intensieve landbouw of ander gebruik. Daarna volgden
andere landen als Zwitserland, Spanje, IJsland en Italië. Behalve de
bescherming van natuurlijke landschappen, waren ook het in
standhouden van diersoorten als de steenbok of
het bewaren van het cultuurhistorisch erfgoed belangrijke
redenen een gebied als nationaal park aan te wijzen.
Vanwege de zeer verschillende uitgangspunten bij aanwijzing van
nationale parken
heeft de 'International Union forthe Conservation of
Nature and Natural Recources', een onderdeel van de Verenigde Naties, in
1969 een definitie van nationale parken geformuleerd (vereenvoudigd):
Nationale parken bestaan uit natuurgebieden of natuurlijke landschappen
van grote schoonheid, die niet wezenlijk zijn veranderd door menselijk
gebruik, met bijzondere plantenen diersoorten, en die van bijzondere
wetenschappelijke, educatieve en recreatieve waarde zijn.
Door het intensieve en eeuwenlange menselijk gebruik van het landschap
zijn er in Nederland geen gebieden die helemaal voldoen aan de
internationale regels. Daarom heeft de Nederlandse regering een eigen
definitie opgesteld:
Een nationaal park is een aaneengesloten gebied van meer dan 1000 ha,
bestaande uit natuurterreinen zoals wateren en bossen met een bijzondere
wetenschappelijke gesteldheid en planten- en dierenleven. Er zijn goede
mogelijkheden voor zonering van het recreatieve medegebruik aanwezig. In
een nationaal park liggen geen of bijna geen
cultuurgronden. Doel van het beheer is instandhouding van en/of
ontwikkeling van de aanwezige ecologische, landschappelijke en
cultuurhistorische waarden. Bij inrichting en beheer zullen de waarden
van het landschapsschoon en natuur prevaleren boven alle andere
belangen.
Een Nederlands nationaal park wordt bestuurd door een Overlegorgaan,
waar in alle eigenaren, beheerders en bestuurders zijn vertegenwoordigd.
Het secretariaat van het Overlegorgaan is gevestigd bij de provincie.
Ontstaan van het landschap
▲
De oudste zichtbare sporen van bewoning dateren uit de Jonge Steentijd,
zo'n 3000 voor Christus. Sindsdien is het gebied altijd permanent
bewoond geweest en gebruikt. Het meest in het oog springende tastbare
overblijfsel is het hunebed van Diever. Op een paar plaatsen, zoals bij
Vledder A en Oude Willem, zijn grafheuvels uit de
IJzertijd te vinden. Deze prehistorische begraafplaatsen
zijn door hun ronde vormen heel karakteristiek. In later eeuwen
ontwikkelde zich het esdorpenlandschap, met kleine akkers op de
hooggelegen essen, bloemrijke graslanden in de beekdalen en enorm
uitgestrekte heidevelden.
Bos was er niet veel over.
Het oorspronkelijke
halfopen boslandschap was in de loop van de tijd door de boeren
teruggebracht tot enkele kleine bosjes rond de essen en wat oud bos in
de beekdalen. Heidevelden waren er voor in de plaats gekomen als
graasgebied voor de schaapskuddes uit de dorpen en ook als weidegebied
voor rundvee. Zowel schapen als runderen keerden iedere dag terug naar
de potstal, een soort verdiept aangelegde stal.
De boeren groeven de
mest pas uit de stal als deze helemaal vol zat.
De mest, vermengd met op
de heide gestoken plaggen, was hard nodig om de vruchtbaarheid van de
akkers op peil te houden. Zo rond 1850 exploiteerden de boeren de heide
zo intensief dat ze de vegetatie sterk beschadigden en het zand ging
stuiven. In die tijd vormde dat een ernstige bedreiging voor de dorpen
en akkers. Om de zandverstuivingen te beteugelen werden de eerste bossen
aangeplant. Het tij keerde pas definitief, toen rond 1900 de kunstmest
werd uitgevonden. De schapenmest en zandige heideplaggen waren vanaf dat
moment niet meer nodig om de vruchtbaarheid van de arme zandgronden een
beetje op peil te houden.
Jonge bossen
Vanaf
het begin van de 20e eeuw begon men de heidevelden
grootschalig te bebossen. De boswachterij Drents-Friese Wold en de
bossen van Berkenheuvel en Boschoord zijn toen ontstaan. Andere delen
van de voormalige heide zoals bij Wateren en Zorgvlied zijn ontgonnen
tot landbouwgrond. Gelukkig hebben de ontginners een behoorlijk aantal
heideveldjes, vennetjes en stuifzandgebiedjes gespaard.
De veranderingen in de landbouw gingen echter gewoon door.
Ontwatering
en schaalvergroting hebben het landschap veranderd. Gelukkig is de
structuur van het landschap rond de dorpen nog goed te herkennen. Hier
en daar liggen nog oude bosjes en houtwallen rond een aantal essen. De Hezenes bij Diever is een prachtig voorbeeld.
Veel soorten planten en dieren ▲
Rijke flora
De bossen bestaan voor 70 à 80% uit naaldhout zoals fijnspar,
douglasspar en grove den. Niet al die bossen zijn gelijkvormig en strak.
De mooiste boslandschappen met veel grove den vinden we in het voormalig
landgoed Berkenheuvel, het Dieverzand en de Bosberg. Vooral op
voedselarme plaatsen in Berkenheuvel en het gebied ten noorden van de
Kale Duinen, komen over grote oppervlakten Grove dennen-Kraaiheidebossen
voor, met de fris groene kraaiheide onder de oude dennen. In deze bossen
op stuifzand groeit de drienervige zegge, een plant die vooral langs de
kust voorkomt. In sommige naaldbossen komen enkele typische
naaldbossoorten voor zoals de zeer zeldzame dennenorchis en de stekende
wolfsklauw.
Op plaatsen met wat leem in de bodem
kan bij natuurlijke ontwikkeling
een prachtig en soortenrijk Eiken-Beukenbos ontstaan. Op deze plaatsen
met een wat rijkere bodem komen soorten voor als dalkruid, veelbloemige
Salomonszegel, hulst, zevenster, brede wespenorchis en gebogen
driehoeksvaren.
Beenbreek en egelskop
Drenthe en aangrenzend Friesland staan bekend om hun vochtige
heidevelden. Twee soorten bepalen in sterke mate het aanzicht van de
vochtige heide: dopheide en pijpenstrootje. Pijpenstrootje is een
taai gras dat snel toeneemt als de heide niet meer begraasd of geplagd
wordt. In de vochtige heide komen tal van bijzondere en soms erg
zeldzame soorten voor, zoals klokjesgentiaan met zijn hemelsblauwe bloemen, de heldergeel bloeiende
beenbreek en roze gevlekte orchis. Op geplagde stukjes groeien kleine en
ronde zonnedauw, twee 'vleesetende' plantjes. Ook witte en bruine
snavelbies, veenpluis en moeraswolfsklauw zijn er te vinden.
Op de
drogere zandgronden groeien heel andere planten.
Struikheide
bijvoorbeeld, die in augustus en september de heide diep paars kleurt.
Maar ook grasklokje en wilde tijm. Op grazige plekjes met wat leem in de
bovengrond groeien heidekartelblad en het zeldzame valkruid. De laatste
soort valt op door zijn helder gele bloemen. Nog droger zijn de
stuifzanden. Deze kenmerken zich onder meer door het spaarzaam optreden
van plantengroei met soorten als heidespurrie en klein tasjeskruid en
diverse soorten mossen en korstmossen. De belangrijkste plant van
vennetjes is veenmos. Deze plant kan heel veel water opnemen. Dit mos
groeit van boven aan, terwijl hij van onderen afsterft. Deze afgestorven
plantenmassa vormt het hoogveen. Hierop groeien weer een aantal bijzondere planten als
veenbes, lavendelheide en klein blaasjeskruid. In de waterplassen
zijn soms de bladeren van de drijvende egelskop te zien.
De graslanden in de beekdalen verkeren in een herstelfase.
In sommige
slootkanten waar wat grondwater opwelt, groeien planten als
waterviolier, dotterbloem en noordse zegge. Door alle maatregelen om de
graslanden te herstellen komen karakteristieke grasland planten langzaam
weer terug in de percelen.
Veel dieren
Er zijn de afgelopen twintig jaar diverse inventarisaties geweest,
waardoor we een goed beeld hebben van de vogel bevolking van het
Drents-Friese Wold. Vooral heide, vennen, stuifzanden en goed
ontwikkelde bossen blijken belangrijke vogelbiotopen te zijn.
ln open
stuifzandgebieden komen onder andere boomleeuwerik en tapuit voor. Voor
de meer begroeide droge heidegebieden is de roodborsttapuit
karakteristiek. Vooral de laatste soort is vaak al van verre zichtbaar, doordat de vogels een
voorkeur hebben voor de toppen van de struiken in de heide. Op de
overgang van heide naar bos hoort de zeldzame nachtzwaluw thuis.
Steltlopers als grutto, tureluur en watersnip hebben voorkeur voor
drassige delen van de heide. Ruige terreindelen met veel braamstruweel
dienen als broedgebied voor de grauwe klauwier.
Vennen met open water zijn het broedgebied van geoorde fuut, dodaars
en wintertaling.
De uitgestrekte en rustige bossen zijn een uitstekend
broedgebied voor roofvogels en uilen. De buizerd is vaak goed te zien,
bijvoorbeeld op paaltjes in een weiland. De wespendief lijkt op de
buizerd, maar is veel heimelijker. Zoals zijn naam al zegt leeft dit
dier vooral van wespen die hij opgraaft uit hun nesten. De havik is de
grootste roofvogel van het bos. Net als de veel kleinere sperwer jaagt
de havik vooral op vogels. In de bossen zijn vijf soorten spechten
waargenomen. Andere bijzondere broedvogels van bossen zijn onder andere barmsijs, appelvink, nachtegaal en kruisbek.
Uiteraard zijn de bossen van groot belang voor tal van meer 'gewone'
zangvogels als zwarte mees, bonte vliegenvanger, groenling en
tuinfluiter.
Zoogdieren in soorten en maten
Voor veel bezoekers is een ontmoeting met een ree of een vos het
hoogtepunt van een bezoek aan het Drents-Friese Wold. Deze
zoogdiersoorten komen hier vrij veel voor, evenals haas, konijn, egel en
eekhoorn. Kleine zoogdieren zoals muizen zijn belangrijk als voedsel
voor vossen, roofvogels en uilen. Een bijzondere bewoner van oudere
looflbossen in het nationaal park is de zeer zeldzame boommarter. Deze
schuwe marter is gesteld op rust. U hebt meer kans om twee andere kleine
roofdieren te zien, de hermelijn en de bunzing.
Reptielen en amfibieën
In heidelandschappen zoals in het Drents-Friese Wold voelen een
aantal reptielen en amfibieën zich goed thuis. Adder en levendbarende hagedis
zijn er vrij algemeen. Gladde slang en ringslang zijn zeldzamer.
Hei- en groene kikker, maar ook enkele salamandersoorten zoals
de kleine watersalamander en kamsalamander zijn algemener.
Vlinders
In het Drents-Friese Wold komen honderden soorten insecten
voor. Opvallende groepen zijn loopkevers, libellen en
dagvlinders. Vooral dagvlinders zijn gemakkelijk te zien. Een
bijzondere vlinder is het gentiaanblauwtje. Dit vlindertje zet
haar eitjes alleen af op de klokjesgentiaan. Knoopmieren zorgen daarna voor de rups en -later - de pop. Zonder mieren of
gentiaan kunnen gentiaanblauwtjes hier niet leven. Andere
karakteristieke vlinders van het heidelandschap zijn heideblauwtje,
heivlinder en de kleine vuurvlinder. Bossen zijn meestal arm aan
vlinders. Bosranden zijn beter geschikt. Door de zonnewarmte zijn hier
vaak luwe plekjes waar boom blauwtje, bruine eikenpage en eikenpage zich
thuis voelen. De eikenpage is vooral te vinden op vuilboom en zomereik.
I n het april en mei zijn natte graslanden met pinksterbloem
(Hertenkamp!) het leefgebied van het fel gekleurde oranjetipje.
Samenwerken voor de toekomst
▲
Om een groot, waardevol natuurgebied te behouden en als een eenheid
te beheren, moeten de verschillende beheerders goed samenwerken. Om in
een nationaal park optimaal samen te werken stelt het Overlegorgaan een
Beheer- en Inrichtingsplan op. Hierin staan de gewenste ontwikkelingen
duidelijk aangegeven.
In het plan voor het Drents-Friese Wold ligt het
accent vooral op de ontwikkeling van een groot boslandschap op de
zandgronden en de beekdalen.
Dat betekent dat de bossen geleidelijk een
ander karakter krijgen. Minder saaie productiebossen, meer natuurbos.
Een ander belangrijk accent krijgt het water. Gezamenlijk streven de
partners naar het verdere herstel van de oorspronkelijke
waterhuishouding. Er is al veel gebeurd, maar hier en daar kunnen meer
sloten en greppels verdwijnen. Ook zullen de beekdalgronden zich langzaam
ontwikkelen van landbouwgrond naar afwisselend natuurterrein. De open
gebieden met heide, stuifzand en hoogveen blijven behouden.
Hier is het beheer vooral gericht op het intact houden van deze prachtige terreinen. Door alle inspanningen
ontwikkelt het Drents-Friese Wold zich geleidelijk tot een natuurbos met
daartussen heidevelden, stuifzanden, vennen en beekdalen.
Het beheer tot nu toe
Heidevelden zijn in de loop der eeuwen ontstaan door het kappen van
bos, begrazing met vee en het steken van plaggen. Daarom is het logisch
dat de huidige beheerders deze beheers methoden gebruiken om de heide te
behouden. Zo grazen Schotse Hooglanders
in Berkenheuvel, Limousinrunderen op het Doldersummerveld en
Salersrunderen in het Aekingerzand.
Daartussen zorgen Drentse
heideschapen voor het fijnere begrazingswerk.
Op het Doldersummer- en
Wapserveld grazen Schoonebeker heideschapen onder leiding van een schaapherder.
Af en toe gebruiken de beheerders grote plagmachines om de heide weer te
verjongen. Na het plaggen komen weer duizenden kiemplanten van struik- en dopheide op. Als de beheerder niet regelmatig plagt en
laat grazen, zal de heide dichtgroeien met gras en bomen. Omdat de
vroegere eigenaren andere belangen dan natuurbehoud hadden zijn veel delen van het gebied ontwaterd door diepe sloten en greppels.
Om de
natuurgebieden weer voldoende vochtig te krijgen zijn veel sloten
gedempt.
Ook is hier en daar, zoals in het Aekingerbroek, de met
meststoffen vervuilde bovengrond afgevoerd. Dit heeft geleid tot het
opnieuw ontwikkelen van waardevolle natuur. De vennen hebben te lijden
gehad van verzuring en verdroging. Sommige venbodems zijn schoongemaakt,
zodat de oorspronkelijke begroeiing weer kan terugkeren. De Kale Duinen,
het prachtige stuifzandgebied, was lange tijd omgeven door eenvormige
dennenbossen. Door een deel van die bossen te kappen heeft het
natuurgebied enorm aan waarde gewonnen en kan het zand weer stuiven.
Een deel van de bossen is nog van belang voor de houtproductie,
terwijl in veel andere bossen omvorming naar meer natuurlijke bossen in
volle gang is. Ook daarbij kunnen grazende dieren een rol spelen. Op
andere plaatsen heeft de beheerder selectief gekapt en spontaan
ontkiemde jonge boompjes een kans gegeven. Hierdoor worden de bossen gezonder, natuurlijker en
beter bestand tegen stormen.
Van uitheems naar inheems bos
In het Drents-Friese Wold is het beheer van het bosgebied al
jarenlang gericht op het ontwikkelen van een inheems bos.
Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten hebben in Berkenheuvel veel
uitheemse boomsoorten verwijderd. Hierdoor krijgen spontaan opgekomen
bomen en struiken een kans. Daarnaast beheren beide organisaties gezamenlijk een kudde
Schotse Hooglanders die er voor zorgt dat er meer variatie in het bos
komt. Struik- en kraaiheide en andere planten krijgen meer ruimte. Ook
de voedselkwaliteit van het bos wordt verhoogd, wat heel gunstig is voor
andere dieren, zoals de ree.
Het bosgebied ten noorden van de weg Emmen-Drachten, de Bosberg,
is
één van de oudste bosgebieden van het Drents-Friese Wold en herbergt
hoge natuurwaarden.
Tevens is het van oudsher een belangrijk recreatiegebied. Af en toe
worden er bomen gekapt om de structuur van het bos in stand te houden en
het aandeel uitheemse boomsoorten te verminderen. Dit beheer is hier al
sinds jaar en dag gebruikelijk. Staatsbosbeheer zal dat in de toekomst
voortzetten.
In de komende jaren zal het productiebos tussen het Aekingerzand en
de Oude Willem geleidelijk omgevormd worden tot een meer natuurlijk bos.
Dit betekent dat kaprijpe uitheemse boomsoorten als de
douglasspar,
Corsicaanse den en Japanse lariks zullen worden geoogst. Dit maakt de
weg vrij voor de uitbreiding en groei van inheemse boomsoorten zoals
zomereik, beuk, zachte en ruwe berk en grove den.
Herstel van beekdalen
In de vorige eeuw is de Vledder Aa veranderd van een natuurlijke,
slingerende beek in een rechte, brede sloot. Het water uit bossen en
landbouwgebieden werd daardoor snel en efficiënt afgevoerd. Nu dit gebied een natuurbestemming heeft was het
tijd om dit proces weer terug te draaien. In de jaren 2000-2003 is een
groot deel van de Vledder Aa en de zijtak Tilgrup teruggebracht in hun
natuurlijke bedding. Sloten zijn gedicht, het water zoekt weer haar
eigen weg. Hierdoor is de waterstand in de omringende bossen en
heidevelden verhoogd, waardoor zeldzame planten als klokjesgentiaan en
beenbreek weer meer kansen krijgen. Ook vogels en amfibieën reageren
goed op de verhoging van de waterstand. In de Hertenkamp is eveneens
hard gewerkt aan het herstel van de natuur. Hier is de voedselrijke
grond afgegraven om zo slenken en natte hei terug te krijgen. Deze
slenken staan met de Vledder Aa in verbinding. De natuurontwikkeling
hier is heel mooi gelukt. Zo staat de klokjesgentiaan al te bloeien in
de jonge hei. Ook andere zeldzame soorten als moeraswolfsklauw,
pilvaren, oeverkruid en bruine snavelbies zijn op meerdere plekken
gevonden.
Genieten in de natuur
▲
Eén van de doelen van het Nationaal Park Drents-Friese Wold is het
bieden van mogelijkheden voor recreëren in de natuur. U kunt dat op vele
verschillende manieren doen. Niet alleen om bij te komen, maar ook om
bewust van planten, dieren en boeiende landschappen te genieten. Voor
bezoekers zijn momenteel 32 gemarkeerde routes aangelegd. In de
Kraaiheidepollen bijvoorbeeld leert u op het natuurpad heel wat meer
over de specifieke planten en dieren van dit gebied. Maar u kunt ook
uren fietsen door het nationaal park over tientallen kilometers asfalt-
en betonfietspaden. Voor de terreinfietsers is een tweetal speciale,
lange routes aangelegd. Veel bezoekers nemen de fiets achter op de auto
mee en starten vanaf een van de vele parkeerterreinen.
Goed ingerichte
opstappunten liggen bij
* het informatiecentrum in Diever (ca. 50 parkeerplaatsen)
* langs de Bosweg in Hoogersmilde (ca. 10 parkeerplaatsen)
* langs de Doldersummerstraat bij Boijl (ca. 30 parkeerplaatsen)
* bij het bezoekerscentrum in Terwisscha bij Appelscha (ca. 200
parkeerplaatsen)
* aan de Boerenstreek, Appelscha (ca. 200 parkeerplaatsen)
Paardenliefhebbers kunnen terecht op speciale ruiter- en
huifkarroutes.
Bij het bezoekerscentrum kunt u uw trailer rustig laten staan op de speciale parkeerplaats.
Op een aantal plaatsen zijn dagrecreatieterreinen, zoals De Bongerd
aan de Bosweg bij Appelscha. Hier zijn behalve allerlei speeltoestellen,
ook toiletten aanwezig. Op veel recreatieterreintjes, zoals in het bos
bij Wateren en bij de Hoekenbrink zijn banken en picknicktafels te
vinden. Liefhebbers die meer willen weten over de natuur in het gebied
kunnen mee met de vele excursies die het nationaal park samen met de
beheerders regelmatig organiseert. In de jaarlijkse Natuurkrant en op de
website staan alle excursies en andere activiteiten opgesomd. Speciaal voor kinderen organiseert het nationaal park een
groot aantal activiteiten, variërend van speurtochten tot het uitpluizen
van braakballen.
Te gast
In de natuur van het Drents-Friese Wold bent u te gast. Geniet van de
natuur, maar doe dat op een wijze die de natuur en de eigendommen van
anderen niet schaadt. Let op de toegangsregels, blijf daarom op de paden
en houd rekening met andere bezoekers.
Even voorstellen .....
▲
Vier beheersorganisaties werken nauwsamen aan het beheer van de beide parken De grootste opgave van de beheerders
is het herstel van de waterhuishouding in het park. Maar zij doen meer,
vooral als gastheren voor de vele duizenden natuurliefhebbers die de
nationale parken jaarlijks bezoeken.
Staatsbosbeheer
begon in het begin van de 20e eeuw met de aanleg van
de boswachterijen Dwingeloo, Appelscha en Smilde op de toenmalige heide
en stuifzand. Tegenwoordig is houtproductie voor Staatsbosbeheer - 's
lands grootste natuurbeheerder - allang niet meer de enige doelstelling.
Het gaat nu vooral om natuurbeheer en recreatie. In het Drents-Friese
Wold heeft Staatsbosbeheer de grootste oppervlakte in beheer.
Natuurherstel - waterhuishouding, heidebeheer en bosontwikkeling - en
natuurrecreatie zijn belangrijke taken van Staatsbosbeheer.
Meer weten?
Kijk op
www.staatsbosbeheer.nl
Natuurmonumenten
In '94' kocht Natuurmonumenten 85 ha "woeste grond" in het Wapserveld,
midden in het huidige Drents-Friese Wold. Door aankoop en beheer kon
Natuurmonumenten voorkomen dat grote stukken heide en bos veranderden
in landbouwgrond en productiebos. De heide wordt begraasd met schapen,
stukken heide worden met regelmaat geplagd. Het bos wordt omgevormd tot
een natuurlijk bos.
Natuurmonumenten werkt aan het herstel van
natuurlijke waterlopen en de waterhuishouding, zodat bijzondere planten
en dieren kunnen overleven. Dankzij haar leden kan zij terreinen
aankopen om de nationale parken robuuster te maken en worden recreatieve
voorzieningen, zoals fiets- en wandelpaden en een bezoekerscentrum
onderhouden.
Meer weten? Kijk op
www.natuurmonumenten.nl
Het Drentse Landschap
Sinds 1934 richt de Stichting Het Drentse Landschap zich op het
behoud van de Drentse natuur en cultuur. De stichting is ook
verantwoordelijk voor het beheer van de St. Oude Drentse Kerken en de
Boerderijenstichting. De organisatie beheert in totaal zo'n 7.800 ha.
natuur en 250 vaak monumentale gebouwen. In het Drents-Friese Wold
regelt de stichting het beheer van het Doldersummerveld, een
schitterend, licht golvend heideveld met vennen en bossen. Bij het
beheer gaat de stichting uit van eeuwenoude beheermethodes als grazen en
plaggen. Samen met Natuurmonumenten beheert zij de schaapskudde, die het
Doldersummer- en Wapserveld begraast.
In Doldersum bent u welkom in het informatiecentrum bij de schaapskooi
aan de Huenderweg. Meer weten?
www.drentslandschap.nl
Stichting Maatschappij van Weldadigheid
Deze organisatie ontstond in de 19e eeuw
en had tot doel "het ontginnen en vruchtbaar maken van
nog ongecultiveerde gronden in ons Vaderland en daarop, bij wijze van
Colonisatie, over te brengen zoodanige Armen die voor dezen arbeid
beoordeeld worden". Het resultaat van dat initiatief
is een massief bos tussen Vledder en Doldersum,
afgewisseld met kleine open natuurterreintjes en landbouwpercelen. Het
meest noordelijk deel van de eigendommen van de maatschappij maakt deel
uit van het nationaal park. Tegenwoordig is er geen sprake meer van een
"colonie voor armen", maar is de Maatschappij een moderne
beheersorganisatie die de belangen van natuur en landschap hoog in het
vaandel heeft.
Meer weten? Kijk op www.mvwfrederiksoord.nl
.
BEZOEKERSCENTRA
▲
Bezoekerscentrum Drents-Friese Wold
Het bezoekerscentrum ligt aan de rand van het nationaal park vlak
bij de N381 (afslag Elsloo). Het is een prima uitvalsbasis voor een
actief bezoek. In het centrum vindt u een permanente expositie
'Grenzeloos Woud' waarbij de beleving centraal staat en een restaurant.
Buiten is een speelbos en het Familiepad dat ook voor mindervaliden zeer
geschikt is.
Openingstijden:
apr-okt + schoolvakanties di-zo; jun-aug ook op ma;
nov-mrt za en zo steeds van 10.00-17.00 uur. Eerste Kerstdag en
Nieuwjaarsdag gesloten. Buiten reguliere openingstijden kunnen groepen
op afspraak terecht. Adres: Terwisscha 6a, 8426 SJ Appelscha (tel.
0516-464020
Informatiepunt Diever
Bosweg 2a, 9781 LE Diever (tel. 0521-591748) Openingstijden: zie
website.
Meer weten?
Secretariaat Nationaal Park Drents-Friese Wold, Postbus 122, 9400 AC
Assen (tel. 0592-365 726); E:
drents-friese-wold@drenthe.nl -
I:
www.np-drentsfriesewold.nl
** Bron: Brochure Nationaal Park Drents-Friese Wold, uitgave van
Drents-Friese Wold i.s.m. Ministerie van LNV
Zoeken naar een
accommodatiebestemming (6498) in Nederland
Zoeken via
Hotels/Wereldwijd naar een accommodatie in 212 landen.
Algemene informatie
over Nederland
▲ |