BATALHA. Witte huizen staan hier gegroepeerd rond een enorm  dominicanenklooster, een meesterwerk van de Portugese laatgotische bouwstijl en manuelino-sierkunst. Dit is het belangrijkste deel van het dorp, maar het merendeel van de inwoners woont verspreid in het dal van de Rio Lena. en het dominicanenklooster, Naar overzicht Lisboa e Vale do Tejo. Naar stedenlijstaz Portugal. Naar uw accommodatie.

 
    
Mosteiro de Santa Maria da Vitoria in BatalhaOntstaansgeschiedenis  
Het jaar 1385 en de jaren daar vóór zijn van cruciaal belang. Fernando 1 stierf in 1383 zonder mannelijke erfgenaam, maar had voordien een erfverdrag gesloten met Juan 1 van Castilië, die getrouwd was met Fernando's enige dochter Beatriz. Gesteund door haar moeder Leonor Teles eisten Beatriz en Juan de erfopvolging op. De Portugese burgerij erkenden hen niet en riepen João, een bastaardzoon van Pedro 1, tot koning uit. Op 15 augustus 1385, op Maria Hemelvaart, barstte op het plateau van Aljubarrota, 15 km ten zuiden van Bataiha, de Veldslag van Aljubarrota los met aan de ene kant een gecombineerd Frans/Castiliaans leger en aan de andere kant het veel kleinere leger onder leiding van Nuno Álvares Pereira, veldheer van de orde van Avis, op het plein vindt u zijn standbeeld.
Vooral door de hulp van Engelse boogschutters
kon de Spaanse armee verslagen worden. João 1 werd de eerste koning van de Avis-dynastie en kon de Portugese onafhankelijkheid voorlopig handhaven. Het verhaal wil dat João aan de vooravond van de batalha, = veldslag,  de gelofte tot de bouw van een klooster had afgelegd om de bijstand van de Heilige Maagd af te smeken.

Mosteiro de Santa Maria de Vitória, Zie de plattegrond. Zie Afbeeldingen van Mosteiro de Santa Maria de Vitória  
Bij de bouw van het imposante klooster met een lengte van 178 m en een breedte van 137 m zijn vele architecten betrokken geweest. Het bouwplan werd ontworpen door de Portugees Afonso Domingues, die ook de veldslag had meegemaakt. In 1387 werd de eerste, nu oker gekleurde steen, verkleurde witte kalksteen, gelegd. In 1401 werd deze architect blind en moest bij het eigenlijke werk overlaten aan de Ier David Huguet.
De kerk en de grote kloostergang kwamen gereed  
en Huguet voegde de niet in de oorspronkelijke plannen voorkomende kapellen toe. Tussen 1438 en 1481 ging Fernão de Évora aan de slag met de tweede kloostergang. Tenslotte kwamen de meesters van de manuelinostijl aan de beurt. Mateus Fernandes wijzigde de eerste kloostergang en samen met Boitaca werkte hij aan de achthoekige kapel, terwijl Boitaca de versiering van de kloostergang voor zijn rekening nam. Ook João de Castillo heeft een korte periode aan het geheel gewerkt.

Twee eeuwen bouwen  
Het complex, waarvan de bouw twee eeuwen in beslag nam, vereeuwigt de drie in die tijd bestaande kunststijlen in zich: late gotiek, manuelino en renaissance. Hoewel het geheel nog niet afgebouwd was, werd in 1557 gestopt met de werkzaamheden ten gunste van het hieronymieten klooster in Belém, de gelofte van Manuel I, en het werk werd nooit meer hervat.
Het klooster heeft in afwijking van andere Dominicaanse kloosters   
geen grote klokkentoren, maar in plaats daarvan is het gehele gebouw voorzien van torentjes en pinakels boven gotische vensters. Deze eigenaardige versiering doet sterk denken aan de 'perpendicular style', een laatgotische bouwstijl die in Engeland werd toegepast. De aanwezigheid van de Ier Huguet, maar vooral het feit dat João een Engelse gade had, verklaart dit.

Het westportaal 
Is rijk versierd met beelden van apostelen, profeten, heiligen, koningen en engelen, alles bij elkaar 78 figuren. Veel van de beelden zijn niet origineel meer, maar kopieën, vanwege de Franse vernielzucht tijdens de Napoleontische oorlogen. In het timpaan troont Christus, omringd door de vier evangelisten. Daarboven vindt u een ragfijn bewerkt roosvenster en naast het portaal twee vensters met evenzeer verfijnd beeldhouwwerk.
 
Kapel van de stichter 
Rechts van de ingang staat de Capela do Fundador. Deze van boven achthoekige en onder vierkante kapel uit 1434 is een in de gotiek zeldzaam voorbeeld van een ronde kapel. Het stergewelf heeft een eveneens stervormige rozet als sluitsteen, die weer omgeven wordt door kleinere stervormige stenen, een grandioos filigraanwerk in steen. Het gewelf rust op acht pijlers. João I en zijn Engelse vrouw, Dona Felipa, liggen hand in hand vereeuwigd in een dubbele sarcofaag, die door acht leeuwen wordt gedragen.
Boven de tombe ziet u een baldakijn met de wapenschilden  
van Portugal en Engeland. Rondom zijn de lijfspreuken van het vorstenpaar aangebracht: por bem, = in alle eer, voor hem en yl me plet, = het bevalt me, voor haar. In nissen onder gotische baldakijnen zijn hun kinderen en kleinkinderen bijgezet, behalve de troonopvolger Duarte. Eén van die kinderen was Henrique O Navegador.

Gotische kerk 
Vanuit deze kapel betreedt u weer de uiterst sober gehouden zuiver gotische kerk. Het schip heeft een lengte van 79 m en een hoogte van 32,5 m. De verhouding tussen breedte en hoogte is 1 : 3,5. De verticaliteit wordt nog vergroot doordat de pijlers doorlopen in het kruisgewelf Altaren, schilderijen en koorstoelen zijn in deze kerk niet aanwezig zodat niets de strakheid der lijnen kan schaden. Bewerkte sluitstenen en 20e-eeuwse gebrandschilderde ramen zijn de enige versiering.



Koninklijke kloostergang 
Vanuit de linker zijbeuk, vlak voor het transept, betreedt u het Claustro Real, . Deze is een geslaagd samenspel van flamboyante gotiek en manuelino-sierkunst. Anders dan bij de kloostergang van Belém zijn de meningen over dit kunstwerk eensluidend, iedereen gebruikt superlatieven. Het schitterende maaswerk van Boitaca en de steeds weer op een andere wijze bewerkte zuilen verdienen alle aandacht en bewondering. Alle elementen van de manuelino-sierkunst zijn vertegenwoordigd: het kruis van de Christusridders, medaillons met afbeeldingen van karvelen, lotusknoppen, kabels, knopen, bamboestengels en het wapen van Manuel I.
In de zuidelijke hoek van het bijna vierkante kloosterhof  
vindt u het lavatorium, een kunstig bewerkt waterbassin met drie schalen naast de refter, die nu is ingericht als oorlogsmuseum voor herinneringen aan de Eerste Wereldoorlog. In de kapittelzaal rusten twee anonieme strijders uit deze oorlog, de ene sneuvelde in Frankrijk, de ander in Afrika. Twee schildwachten houden permanent de wacht. Het licht valt alleen naar binnen via een begin- 16e-eeuws gebrandschilderd raam, dat de kruisiging op Golgotha voorstelt.
Het vrijhangende kruis gewelf,  
een constructie van Afonso Domingues, was nogal gewaagd. Het werk werd uitgevoerd door ter dood veroordeelden. Nadat het gewelf tweemaal ingestort was, slaagden de arbeiders er bij de derde poging in het geheel overeind te houden.

Claustro de Afonso V    
Vanuit de refter betreedt u de tweede kruisgang, een sobere versie met gotische vensters en eenvoudige bogen, alleen versierd met het wapen van Afonso V. U loopt weer terug naar de kerk en ziet in het vijfdelige koor 16e- eeuwse gebrandschilderde ramen niet taferelen uit de levens van Christus en Maria.

Zuidportaal 
U verlaat de kerk door het zuidportaal met voornamelijk geometrische versieringen en loopt om de achthoekige kapel heen naar de ingang aan de noordoostzijde. Na de voorhal bereikt u het 15 m hoge manuelinoportaal uit 1509, dat wordt toegeschreven aan Mateus Fernandes. De versieringen bestaan uit bloemen, wijnranken, slangen, dolfijnen en de lijfspreuk van Duarte Leauté faray, = trouw zal ik blijven tonen, dat driemaal in de hovenrand is gebeiteld en dat gevolgd wordt door een tweehonderdvoudig  tam jaserei, =zolang ik leef.

Onvoltooide kapellen 
U betreedt de Capelas Imperfeitas die als grafkamer voor Duarte en zijn nakomelingen bedoeld waren. Huguet begon er aan en ook Mateus Fernandes en Boitaca werkten er aan, totdat het klooster van Belém voorrang kreeg. Het geplande stergewelf kwam er niet, net zo min als een koepel, zodat een werkelijk schitterende kapel overbleef met de hemel als dak. Boven de kroonlijst is het onderstuk van de zuilen, waarop de koepel had moeten rusten, wel nog aangebracht. Tegenover de ingang in een kapelnis, dus niet onder de blote hemel, staan de tombes van Duarte en zijn gade Leonor. Meer koningen zijn er niet bijgezet in deze achthoekige kapel, die omringd wordt door een krans van zeven kapellen.
Elk jaar tijdens het Festas da Senhora da Vitória,
15 augustus, worden processies en folkloristische festiviteiten georganiseerd rond het klooster.

Specialiteiten 
Morela de arroz, bloedworst met rijst; cavacas van Reguengo, droog gebak; andere soorten gebak zijn: perna, palma, en ferradura.

Omgeving
Voor de omgeving, onder ander druipsteengrotten zie bij Porto de Mós.

Tourist Office of Batalha
Praça Mouzinho de Albuquerque - 2440 Batalha - Tel. 244 765 180
* Een mooie folder is BATALHA Portugal. een uitgave van Regiao de Turismo Leiria/Fatima.

In geheel Portugal 
kunt U goed Uw accommodatie boeken via Hotels/Appartementen/Portugal.
Voor Batalha kan dat goed via:
Hotels/Appartementen/Batalha Aanbevolen zijn:
Hotel Do Mestre Afonso Domingues “Mooie ligging op het plein van het Monasterio, mooi design, luxe kamers en goed eten.”
Hotel Casa Do Outeiro ligt in het centrum van Batalha en biedt waar voor uw geld. Het hotel biedt uitzicht op het klooster Santa Maria da Vitoria, een prachtig UNESCO Werelderfgoed.
Hotel Lux Fátima (13.6 km van Batalha) Dit moderne 4-sterren hotel is gelegen op slechts 100 meter van het bedevaartsoord Fátima, in een stad die bekend staat om zijn religieuze verschijningen.

** Booking is meer dan alleen hotels: zie eens ”Alle accommodatietypes”

Rt-leiriafatima.pt: Regiao de Turismo Leiria Fatima. E-mail: rtleiria.fatima@mail.telepac.pt

** Kaart van geheel toeristisch Portugal
** Algemene informatie en boeken over Portugal. 
 

.