Wenen 1010-1230. 'Wien eine Stadt stellt sich vor.' Onder dit motto heeft de gemeente Wenen ongeveer 200 opmerkelijke kunst- of cultuurhistorische monumenten voorzien van schildjes die de bezoeker in kort bestek belangrijke informatie verschaffen; in de zomermaanden voorzien van een vlaggetje. Bijbehorende gids verkrijgbaar, naar kaart Oostenrijk, naar stedenlijst Oostenrijk.

    
Wenen, de Oostenrijkse Bundeshauptstadt
,
sedert 1924 ook
Deelstaat, is een van de bezienswaardigste en interessantste metropolen van Europa. Door zijn eminente rol in de geschiedenis, de prachtige sacrale en profane gebouwen, de kunstschatten, de lieflijke omgeving en speciaal de unieke betekenis die de stad heeft voor muziekminnaars over de hele wereld oefent Wenen een aantrekkingskracht uit waaraan bijna niemand kan ontkomen.

Ligging.
Wenen is het kruispunt van oeroude verkeersaders: de 'Bernsteinstrasse' van de Oostzee naar de Middellandse Zee, en de oude wegen langs de Donau. Het is ook een snijpunt van luchtlijnen. De Donau was in het Romeinse rijk de noordelijke grens, aan de andere zijde van de rivier lag het 'barbarenland'. In latere eeuwen volgden allerlei legers de loop van de rivier: de kruisvaarders naar het oosten, de Hunnen, Avaren, Hongaren, Turken, kurucen en het Rode Leger naar het westen. Al naar gelang van tijd en uitgangspunt noemt men Wenen het 'bruggenhoofd van het Westen' of de 'brug tussen Oost en West'. De Rijnlander Metternich fo
rmuleerde het kort en krachtig aldus: 'Auf der Landstrasse, = de grote uitvalsweg naar het oosten, beginnt Asien'. Wenen is deels een stad in de bergen - de westelijke wijken liggen tegen de hellingen van het Wienerwald, uitlopers van de Alpen - en deels een stad in de vlakte - de oostelijke wijken behoren tot het Pannonische landschap.
Wenen heeft twee klimaten:
koel, vochtig, oceanisch in de bergen, en droog, warm, continentaal op de vlakte. Wenen is een stad van grote aantallen en tegenstellingen, een stad aan de grens en een stad in het midden.

Stadsontwikkeling en geschiedenis.
Uitgangspunt voor de ontwikkeling van de tegenwoordige stad was een in de eerste eeuw gestichte Romeinse legerplaats waarvan de grenzen nu nog te herkennen en waarvan de restanten op twee opgravingterreinen te bezichtigen zijn. Marcus Aurelius stierf in 180 in 'Vindobona'. Na de ondergang van het Romeinse rijk volgden ook hier de 'donkere middeleeuwen'.
In de schriftelijke bronnen wordt nog eenmaal, omstreeks 493, over 'Vindomina' gesproken, daarna is er een hiaat tot 881. In dat jaar wordt een veldslag met Hongaren bij 'Wenia' vermeld. Ondanks deze spaarzame mededelingen mag worden aangenomen dat het gebied binnen de stadsmuren continu werd bewoond.
 
Beslissend voor Wenen was de belening van de Babenbergs
met het oostelijk grensgewest (976). Onder dit geslacht werd Wenen de hoofdstad van het hertogdom. Het was in ca. 1200 uitgegroeid tot een van de belangrijkste steden in het Duitse taalgebied. De stad, die reeds in 1137 'civitas' genoemd werd, besloeg onder de laatste Babenbergs het gebied van Bezirk 1. De muren die de stad tot 1858 omringden dateerden uit het begin van de 13de eeuw. De Boheemse koning Przemysl Ottokar, die de Babenbergs opvolgde, eiste de stad op. Of de eerste gebouwen van de Hofburg en het bewaard gebleven westwerk van de St.-Stephan in zijn tijd tot stand kwamen of nog tijdens de laatste Babenbergs is omstreden.
 
De overwinning van Rudolf von Habsburg op Ottokaren
de belening van zijn zonen met de Oostenrijkse landen bepaalden het lot van de stad: tot 1918 was Wenen residentie van de Habsburgs, die, afgezien van een korte onderbreking, van 1438 tot 1806 de Duitse keizerskroon droegen. In de 16de eeuw was het dank zij een handige huwelijks politiek gelukt de landen van de Wenzels- en de Stephanskroon met Oostenrijk te verenigen.
 
Wenen, de stad aan de Donau, was geen grensstad meer,
maar werd het natuurlijke middelpunt van een rijk dat de Oost-Alpen, de Karpaten en de Sudeten omvatte. Dat zoveel Duitse vorsten zich met Napoleon verbonden, was er de oorzaak van dat Frans
II, die zich in 1804 tot keizer van Oostenrijk had uitgeroepen, in 1806 de Duitse keizerskroon neerlegde. Wenen ontwikkelde zich tot het centrum van een machtige staat in het hart van Europa. In de 'Kaiserliche und Königliche Monarchie' waren nationaliteiten uit het zuiden, het oosten en het zuidoosten vertegenwoordigd: Tsjechen, Polen, Hongaren, Oekraïners, Slovaken, Roemenen, Serven, Kroaten, Slovenen, Italianen en Ladinen.

Het is niet te verwonderen dat de rijkshoofdstad talrijke mensen aantrok;
in het Weense telefoonboek vindt men nog steeds veel namen die hun herkomst uit de oude kroonlanden verraden. In 1910 overschreed het inwonertal de twee miljoen. De ineenstorting van 1918 had de onnatuurlijke situatie tot gevolg dat ongeveer een derde deel van de bevolking van het tot het Alpengebied samengesmolten land in Wenen woonde. 'Wasserkopf was de afkeurende benaming voor de eens zo glansrijke hoofdstad.
 
In 1924 werd Wenen tot Bondsland verheven,
tussen 1938 en 1945 gedegradeerd tot 'Gauhauptstadt'
, hoofdstad van een 'Duits' gewest, en van 1945 tot 1955 was het in vieren verdeeld. Na 15 mei 1955, de dag van het Staatsverdrag, beleefde Wenen een economische bloei. Het is tegenwoordig een belangrijk centrum van kunst en cultuur en dank zij zijn geschiedenis en zijn ligging is Wenen voorbeschikt congres stad en zetel van internationale instellingen en verenigingen te zijn.

Wenen en de muziek.
Wie van muziek houdt denkt bij Wenen aan 'Wiener Klassik'. Was de uitstraling van de stad, waren de levensvreugde en de aangeboren muzikaliteit van de Weners, of was de betovering van het Wienerwald er de oorzaak van dat hier, alleen hier, de Italiaanse barokmuziek tot bloei kwam? Het is een niet te verklaren fenomeen dat hier in de tweede helft van de 18de eeuw tot in de eerste helft van de 19de eeuw vijf mannen - Gluck, Haydn, Mozart, Beethoven en Schubert - de muziek tot een tot dan toe onbekende hoogte zouden verheffen. Alleen Schubert was in Wenen geboren. De anderen
­
stammend uit de uiteenlopendste streken - kwamen echter niet meer van Wenen los. Zij bleven, werkten en stierven er. Hun werken, die tot de mooiste muzikale scheppingen behoren, blijven onlosmakelijk met Wenen verbonden. Ook later toonde Wenen zich een bijzonder vruchtbare bodem voor de muziek. Aan het eind van de 19de eeuw waren het weer drie 'vreemdelingen' - Bruckner, Brahms en Hugo Wolf - die de traditie van Wenen als muziekstad voortzetten. Een genre muziek dat alleen hier kon ontstaan, omdat het zijn oorsprong vond in de natuur van de Weners ­een eigenaardige mengeling van levensvreugde en sentimentaliteit - is de 'Wiener Walzer'. De Straussdynastie, zeer hecht met de Weense wals verbonden, die ook de beste werken van de Weense operette schiep, schonk de Oostenrijkers hun 'geheime volkslied', de Donauwalzer. Instellingen als de Wiener Staatsoper, de Wiener Philharmoniker en de Wiener Sängerknaben zorgen ervoor dat Wenen als bakermat van de muziek in de hele wereld bekend is.

Stephansdom: bisschoppelijke dom in 1469, aartsbisschoppelijk dom in 1723.
Bouwgeschiedenis :
in de 12de eeuw, toen in de stad de St.­Ruprecht en de St.-Peter er al stonden, werd ten oosten van de muren aan een derde parochiekerk begonnen. Deze zou de andere overvleugelen en moest de volmaaktste gotische dom ter wereld worden.

Exterieur
.
Het symbool van Wenen is de 'Steffei', de 137 m hoge zuidertoren. Samen met het reusachtige kerkdak, met het bonte leisteenpatroon, beheerst hij de stad. De andere torens staan tegen de uiteinden van het transept. De Stephanstoren, ononderbroken omhoogstrevend, is de volmaakte, de ideale gotische toren. 

De Adler­turm
, 60 m, lift,
bevat de Pummerin, de grote, 21383 kg wegende klok. De kerk heeft een gemeenschappelijk dak voor de drie beuken. De gigantische middeleeuwse houtconstructie is verbrand, er is nu een stalen skelet. Bezichtiging tijdens rondleidingen. Boven de zijgevels van het schip opengewerkte topgevels om de monumentaliteit van het dak wat af te zwakken.
Westfaçade
,
afkomstig van de laatromaanse kerk, door toevoeging van twee gotische kapellen op de nieuwe breedte gebracht.
Rieselltor
,
getrapt portaal met fraai beeldhouwwerk; Heidentürme. 66 m hoog, door het gotische gebouw enigszins ingeklemd. Twee zijportalen met voorhallen, mooi beeldhouwwerk. Aan het exterieur van de dom veel mooie grafmonumenten.
 
Interieur.
Drie ruimten: een licht koor; transept met aansluitende tor
enportalen; schip met een middenbeuk en zijbeuken.
Inrichting:
monumentaal, barok hoogaltaar met de S
teniging van Slefanus, de patroon van de kerk. Preekstoel en orgel voet van gotische beeldhouwkunst. Typisch voor de St.­Stephan zijn de baldakijntjes met figuren tegen de pijlers. Maria-altaar, fraai houtsnijwerk uit 1447.

Katharinen­kapelle:
prachtige doorhangende sluitsteen, 1481. 'Dienstboten - Mutter­gottes', ca. 1320. Drie altaren met opengewerkte stenen baldakijnen.
Catacomben:
onderaardse gangen en kamers, voor een deel begraafplaatsen; grafruimte van de stichters; urnen met ingewanden van de Habsburgs; nieuwe grafkelder voor de bisschoppen. Bezichtiging.

Wenen, dom St.-Stephan. 1 Riesentor; 2 Noordelijke en zuidelijke Heidenturm; 3 Bischofstor; 4 Adlerturm met voorportaal; 5 ingang catacomben; 6 Mesnerhaus, trap naar de toren; 7 Stephansturm met voorportaal; 8 Singertor; 9 Kruiskapel, graf prins Eugenius; 10 Drie gotische altaren met baldakijnen; 11 Orgelvoet, door Pilgram; 12 Wiener Neustädteraltaar; 13 Hoogaltaar; 14 Grafmonument Frederik III; 15 Catharina-kapel met doopvont; 16 Preekstoel en "Dienstboten-Mut tergottes"

Kapuzinerkirehe en Kapuzinergruft, Neuer Markt.
In 1618 stichtte keizerin Anna een kapucijnenklooster en bestemde het als laatste rustplaats voor zichzelf en keizer Matthias. Daaruit ontwikkelde zich het familiegraf van het Huis Habsburg, waarin nu 145 personen zijn bijgezet
, onder wie 12 keizers en 16 keizerinnen. Zeven grafruimten en een kapel weerspiegelen de ontwikkeling vanaf het begin van de 17de eeuw tot de laatste uitbreiding in 1959-1961.
Bijzonder indrukwekkend is de Maria-Theresia-Gruft, met een fresco en een geweldige dubbele sarcofaag voor de keizerin en haar gemaal, door Balth. Mol
l.

Maria am Gestade, Salvatorgasse.
De op Romeinse fundamenten opgetrokken kerk verhief zich vroeger boven een steile wand langs een Donau­arm. Het huidige gebouw dateert uit ca. 1400. Het is een gotisch meesterwerk. De opengewerkte torenhelm stamt eveneens uit 1400. De westfaçade is als afsluiting van de steeg 'Am Gestade'
, met trappen, in stedebouwkundig opzicht van belang. Mooie portalen. In het koor fraaie 14de­eeuwse vensters. Beelden tegen de pijlers.

Michaelerkirche, Michaelerplatz,
vroeger parochie van het hof. Achter de classicistische façade verbergt zich een pijlerbasiliek uit de 13de eeuw; de toren is na een aardbeving in 1598 in gotische vorm weer opgebouwd. Ongewoon boeiend is de inrichting van het gotische koor: het thema van de val van de engelen is in stucreliëfs uitgebeeld op het altaar en aan het gewelf. In het 'Michaeler Durchhaus' aan de zuidzijde een Olijfbergreliëf, ca. 1500.

Minoritenkirche / Maria Schnee, Minoritenplatz.
Het huidige gebouw is een driebeukig
e hal uit de 14de eeuw.
Aan de lange zijden opmerkelijke vensters met mooi maaswerk, deels spitsbogig, deels rond gesloten. Fraai hoofd portaal van frater Jacobus uit Parijs. In de 18de eeuw gotisch verbouwd. Bekendste werken: een kopie in mozaïek van het Laatste avondmaal van Leonardo da Vinci, begin 19de eeuw, en de Familie­madonna, een mooi stenen beeld.

Peterskirche, Petersplatz:
volgens de legende door Karel de Grote gesticht. De St.-Peter komt volgens verschillende theorieën voort uit een christelijk godshuis uit de 4de eeuw. Het tegenwoordige gebouw dateert van 1703-1733. Het portaal is bekoorlijk. Opvallend zijn de overhoeks geplaatste torens. Centraalbouw, met machtige ellipsvormige koepel; prachtige wandverdeling; fraaie, harmonische inrichting. Het koepelfresco is
een van de beste werken, het Joh.-Nepomuk-Altar heeft een grandioze plastische voorstelling van de val van de heilige Nepomuk in de Moldau.

Wenen. de St.-Peter. 1 Portaal; 2 Torens; 3 Preekstoel; 4Altaar ter ere van de heilige Nepomuk; 5 Hoogaltaar

Hofburg.
Zoals de St.-Stephan het geestelijke centrum van Wenen is, zo is de Burg het wereldlijke centrum. De Weense Hofburg presenteert zich als een reusachtig, sedert de 13de eeuw ontstaan complex gebouwen, pleinen en tuinen (18 vleugels, 54 trappen, 19 binnenhoven, ca. 2600 vertrekken). Zetel van de bondspresident. De voormalige keizerlijke vertrekken zijn te bezichtigen; talrijke musea en collecties zijn hier ondergebracht. De Sängerknaben begeleiden de zondagse missen in de Burgkapelle. De Lipizzaners
, paarden, verblijven in de Stallburg; in de 'Winterreitschule' hebben de ochtend training en de beroemde voorstellingen plaats. De grote zalen zijn als congrescentrum ingericht en vormen een waardig kader voor internationale bijeenkomsten. Talrijke, voor het publiek belangrijke instellingen hebben hier hun zetel.
Bouwgeschiedenis.
De Burg verheft zich in de zuidwesthoek van de oude stad, daar waar de grote invalsweg uit het westen via de Mariahilferstrasse uitmondt. Op deze strategisch belangrijke plaats werd nog onder de laatste Babenbergs een versterking ontworpen, vermoedelijk in de buurt van de Michaelerkirche. De kern van de tegenwoordige Hofburg is een onder koning Ottokar begonnen en onder Rudolf von Habsburg voltooid complex van vier vleugels, de Schweizer­hof
. Aanbouw van de Burgkapelle in 1447-1449. In de 16de eeuw volgden twee renaissancegebouwen, aanvankelijk vrijstaand, de Stallburg en de Amalienburg. Onder Leopold I werd het lange, vroegbarokke gebouw, de 'Leopoldinische Trakt' , opgetrokken, dat de Schweizerhof met de Amalienburg verbond. De verbinding aan de oostzijde kwam tot stand door de aanleg van de 'Reichskanzleitrakt. Daardoor ontstond het mooie
gesloten plein 'In der Burg'.
Een werk van vader en zoon Fischer von Erlach is de Ho
fbibliotheek (Österr. National­bibliothek),
een van de indrukwekkendste bibliotheekzalen in de wereld. De fraaie feestzaal van de Spa
nische Reitschule werd ontworpen door de jonge Fischer von Erlach. Een daar bestaand theater werd omstreeks 1760 vergroot en voorzien van een mooie façade aan de zijde van de Michaelerplatz. In 1776 riep Jozef II dit gebouw uit tot 'Nationaal theater'; dat was de geboorte van het Burgtheater. In het begin van de 19de eeuw ontstond de 'Zeremoniensaal', nu de voornaamste zaal van hel congrescentrum.
Door de
onder Napoleon begonnen ontmanteling
van de verdedigingswerken rondom het burchtgebied kwam er een groot terrein vrij; twee parken en de Aussere Burgror, gebouwd ter nagedachtenis aan de Slag bij Leipzig en in 1934 tot Oostenrijks heldenmonument uitgeroepen, namen de plaats van het oude bastion in.
Van de vele oorspronkelijke plannen is

Wenen, de Hofburg. 1 Michaelertrakt (Ingang keizerlijke appartementen); 2 Schweizerhof (schatkamer, kapel); 3 'In der Burg' (Schweizertor); 4 AmaIienburg; 5 Stallburg; 6 Josefsplatz; 7 Nationalbibbliothek; 8 Augustinerkirche; 9 Albertina; 10 Burggarten; 11 Neue Hofburg (musea); 12 Heldenplatz; '3 Congrescentrum; 14 Leopoldinischer Trakt (Bondspresident); 15 Buitenste Burgtor (Heldenmonurnent)



alleen de 'Neue Burg' uitgevoerd.
Het gevolg daarvan is dat nu, over de groenvoorzieningen heen, het gezicht op de prachtige gebouwen aan de Ringstrasse ongehinderd is. De Heldellpla
tz biedt een panorama zoals dat zelden in het hart van een grote stad wordt aangetroffen.

Nalionalbibliolhek:
Een reusachtig centraal, vooruitspringend paviljoen, met een hoog dak en een levendige gebeeldhouwde groep (een door Minerva bestuurd vierspan). Boven de licht geaccentueerde zijrisalieten staan atlanten die enorme globen dragen. In het interieur twee reeksen bibliotheek ruimten die uitmonden in een grote, ovale als bibliotheek ingerichte zaal die tot de mooiste van de wereld behoort. Architectuur en decoratie zijn verenigd in een harmonie zonder weerga. De plafondschildering
stelt een allegorie op Karel VI voor. die na succesvol beëindigde oorlogen deze tempel voor de wetenschap liet bouwen.

Monumenten
Tot de bekendste monumenten van Wenen behoren de twee ruiterstandbeelden op de Heldenplatz die prins Eugenius en aartshertog Karel voorstellen. Het laatste beeld steunt slechts op de achterbenen van het paard - bij bijna alle andere ruiterstandbeelden wordt de zweep als derde steunpunt gebruikt. De schepper, A. Fernkorn, werd gekweld door de gedachte dat het monument zou omvallen; hij stierf geestesziek.
Keizer Jozef
II (Josefsplatz): een mooi laat 18de-eeuws ruiterstandbeeld.

Akademie der Wissenschaften:
voormalige aula van de Alte Universität. Kubisch blok; op de bovenverdieping, in het middendeel, een loggia met zuilen; rijk versierde attiek.
 
Altes Rathaus
, Wipplingerstr. 8.
In 1316 schonk hertog Frederik de Schone het huis dat hij een rebelse burger ontnomen had aan de stad. Het fungeerde als Stadhuis tot het nieuwe Stadhuis aan de Ring was verrezen. Mooie gevel uit 1699; in de binnenhof de beroemde 'Andromeda-Brunnen'.

Burgtheater, Dr.-Karl-Lueger-Ring:
gebouwd als huisvesting voor het 'Hof­und Nationaltheater' dat Jozef I
I in 1776 had gesticht. In het midden de zaal, tegen de achterzijde het toneel; in de vleugels grote trappenhuizen. In de oorlog ernstig beschadigd; op 15-10-1955 had de heropening plaats. 

Kunsthist. en Naturhist. Museum, Burgring 5:
monumentale gebouwen, elk met een door vier kleinere koepels omgeven grote koepel. Het exterieur is overwegend van G. Semper, het interieur hoofdzakelijk van K. Hasenauer. Tussen de musea staat, het plein dominerend, het monument voor Maria Theresia
- de keizerin, omgeven door haar veldheren en staatslieden- . Landhaus, Niederästerreichisches -, (Herreng. 13 en Minoritenplatz). Het huis bevat bezienswaardige vertrek­ken uit de late gotiek, renaissance, ba­rok en biedermeier. Hier ontstond in 1848 de revolutie; hier werd op 21-10-1918 tot de stichting van de republiek besloten.

Parlement, Dr.-Karl-Renner-Ring:
in 1873-1883 gebouwd. De stijl van het gebouw voor de volksvertegenwoordiging werd ontleend aan Griekenland, de geboortegrond van de democratie. De middenpartij wordt beheerst door een zuilenhal met fronton. Toegang via twee langzaam stijgende hellingen, die elkaar in het midden ontmoeten. Links en rechts grote vleugelgebouwen, waarin zich de zalen bevinden. Rijke, plastische versiering, Griekse denkers, paardmenners, acht vierspannen op de daken. Prachtige Athene-Bru
nnen (fontein).

Rathaus, Rathausplatz
De steden kwamen op in de late middeleeuwen, dus werd voor gebouwen met een representatief karakter meestal de gotische stijl gekozen. Opvallend is dat, in tegenstelling tot Duitse stadhuizen, de statige
middentoren vóór de façade is geplaatst, naar het voorbeeld van het Brusselse Stadhuis. Op de 98 m hoge toren houdt de 'Eiserne Rathausmann' de wacht, 3,40 m hoog, een symbool van Wenen. Aan beide zijden van de toegang acht standbeel
den van belangrijke Oostenrijkers. De beelden zijn afkomstig van een brug over de Wienfluss.

Staatsoper, Opernring 2: gebouwd in 1861-1869 in renaissancestijl. Het is een van de indrukwekkendste gebouwen aan de Ringstrasse; de bombardementen spaarden de loggia met de fresco's en het grandioze trappenhuis. Bij de wederopbouw van de grote zaal heeft men het oude karakter grotendeels kunnen terugbrengen.

Tuinen en parken.
Augar
ten:
oorspronkelijk een park rondom een keizerlijk lustslot. Triomfboogportaal. Jozef
II stelde in 1775 het park ter beschikking voor algemeen gebruik.
Prater:
van het Latijnse 'pratu
m' = wei. Vroeger keizerlijk jachtgebied, in 1766 door Jozef Il opengesteld voor de bevolking.
'Wurstelprater',
genoemd naar de vroegere poppenkast (Hanswurst); volksevenementen en eethuisjes. Symbool is het 67 m hoge Riesenrad, in 1897 opgericht.
Planetarium en Pratermuseum,
aan de ingang bij de Praterstern. De 4,5 km lange 'Hauptallee' leidt naar het Lusthaus, een charmant café uit 1782. Sportvelden en tentoonstel
lingsterrein.

Karlskirche, St.-Karl Borromäus (IV Karlsplatz).
Toen in 1713 de pest Wenen voor de 17de keer trof, beloofde Karel VI de patroon van de pest, Karl Borromäus, een kerk. Deze kerk zou tevens een geweldig monument voor het Oostenrijkse Huis moeten worden.
De façade is een unieke synthese van verschillende bouwstijlen en ideeën en moest een symbool worden van de macht en de voornaamheid van de heersers. Het is bekend dat de hofantiquair Heraeus en de filosoof Leibniz aan de opstelling van het symbolische programma hebben meegewerkt. De imposante, door een ovale koepel gedomineerde centraal bouw wordt geflankeerd door twee zuilen en komt wat de idee betreft overeen met de tempel van Salomo.
De strenge Romeinse porticus met fronton herinnert aan de tempel van Jupiter in Rome,
de beide zuilen, met het spiraalgewijs verlopende reliëf, herinneren aan de zuil van Trajanus. De beide triomfzuilen dragen geen kruis, ofschoon de reliëfs scènes uit het leven van de patroonheilige weergeven; de bekronende lantaarns zijn omgeven door rijksadelaars en op de koepels staan Spaanse kronen: Jozef I en Karel VI streden om de Spaanse troon. Naast de zuilen staan torens, waarvan de bekroningen herinneren aan pagoden uit het Verre Oosten. De lijfspreuk van Karel VI: 'Constantia et fortitudine' (Volharding en kracht) lijkt in deze torens tot uitdrukking te zijn gebracht.
Het interieur
wordt beheerst door het koepelgewelf, dat naar de hemel lijkt te streven; de koepel werd door de jonge Fischer von Erlach hoger en dus steiler uitgevoerd dan de bedoeling was.
Prachtig fresco van J. M. Rottmayr:
Verheerlijking van St.-Carolus Borromaeus. Op het hoogaltaar is hetzelfde thema in stucwerk uitgebeeld
. Ook in deze kerk is zijn geliefde motief, de vaas, op verschillende plaatsen terug te vinden. Omvangrijke kerkschat.

Belvedere, Rennweg 6 - Prinz­Eugen-Str. 27.
Het zomerverblijf van prins Eugenius behoort tot de prachtigste scheppingen die de barokarchitectuur ooit heeft voortgebracht. Het complex, bestaande uit het U
teres
De interieurs bijzonder fraai. De Marmorsaal, de Marmorgalerie, de Spiegelsaal en de Groleskensaal bieden de ideale omgeving voor het daarin ondergebrachte Barockmuseum.
In de aangrenzende oranjerie middeleeuwse kunst. Een fraaie, barokke, terrasvormig aangelegde tuin, met beelden, fonteinen en cascaden leidt omhoog naar de eigenlijke 'Belvedere'. Het fascinerende silhouet van de daken, de paviljoens en de koepels bepaalt het aanzicht van het slot uit de verte. Van dichtbij worden de meesterlijke architectonische compositie en de rijke versiering pas goed zichtbaar.
Het ver uitspringende midden paviljoen

met een mansardedak heeft twee vleugels van dezelfde hoogte en is tevens voorzien van een met beeldhouwwerk versierde attiek. De lagere vleugels eindigen in met koepels afgedekte hoekpaviljoens. De gevel aan de achterzijde vertoont een ander beeld: de uit Genua afkomstige Hildebrandt wist goed gebruik te maken van niveauverschillen. Het tegen een helling gelegen slot is aan de zuidzijde minder hoog dan aan de voorkant; het middenpaviljoen springt iets in, daarvoor bevindt zich een feestelijke ingangshal
met een gebogen fronton. In deze hal komt de trap uit die van de 'sala terrena' (tuinzaal) naar de eerste verdieping leidt. Zeer rijk stucwerk in de 'sala terrena' en het trappenhuis. De Marmorsaal, eenvoudiger gedecoreerd dan de zalen beneden, was getuige van de ondertekening van het Staatsverdrag op 15-5-1955.

De 'voorsteden' waren nederzettingen die zich,
vanwege het ruimtegebrek binnen de versterkte stad, vóór de poorten hadden genesteld, de 'Vororte' waren dorpsgemeenschappen op het platteland, op de hellingen van het Wienerwald en in het Stein- en  Marchfeld, die onafhankelijk waren van de stad. Pas in de tweede helft van de 19de en in de 20ste eeuw ontstonden 'im Grünen', dichtbij deze dorpjes, voorname villawijken, 'Cottages' genaamd. De samengroeiing van 'voorsteden' en 'Vororte' had plaats in de 'Gründe
rjahren', toen er talloze huurkazernes tussen 'Cottages' en 'Gürte!' werden opgetrokken. De terreinen werden voor 8500 volgebouwd: een deel van de keukens en 'kabinetten' (kleine badruimten) hebben vensters naar de gang, waar zich de 'Bassena' (= waterleiding) en wc voor de verdieping bevinden. De oorlog heeft in dit gebied nauwelijks schade aangericht, de manier van bouwen was degelijk en dus bestaan er helaas ook nu nog honderden van zulke woningen. In verband met de woningnood zag de gemeente Wenen het als haar taak goede woningen te bouwen voor lage prijzen. De 1ste september 1923, de dag waarop tot de bouw van 25 000 'volkswoningen' besloten werd, kan als de geboortedatum van de sociale woningbouw beschouwd worden. De ontwikkeling verliep in 50 jaar van reusachtige woningblokken (typisch is de Karl-Marx-Hof, Heiligenstädterstrasse, met een voorgevel van meer dan 1 km lengte) naar een meer open bouwwijze, met groenstroken en andere voorzieningen.

Tuinen en parken.
Donaupark:
terrein van de Internationale Tuintentoonstelling in 1964;
Donauturm, 252 m hoog,
in de buurt van de 'UNO­City' (de gebouwen der Verenigde Naties).
Lainzer Tiergarten:
voormalig keizerlijk jachtgebied, omgeven door een 24 km lange muur met zeven
grote en kleinere poorten; ca. 26 km groot natuurpark met ca. 400 wilde zwijnen, 300 reeën en herten, oerossen en moeflons.
Oberlaaer Park:
terrein van de Internationale Tuintentoonstelling 1974; daarnaast gezondheidscentrum Oberlaa, met zwavelbronnen.
Pötzleinsdorfer Park:
Engelse tuinaanleg. Tempels, beelden, begin 19de eeuw.

Wenen. Schönbrunn. 1 Cour d'honneur; 2 Hoofd­gebouw; 3Schlosstheater; 4Wagenburg; 5Twee najadenfonteinen ; 6 Obelisk; 7 Schöner Brunnen; 8 Romemse rUIne; 9 Neptunusfontetn; 10Glorlette; 11 Menagerie met pavIljoen: '2 Kassen (Palmen­hausl.

Schönbrunn, Schönbrunner Schlossstrasse.
Het mag een bijzonder gelukkig toeval worden genoemd dat niet alleen het slot met de bijgebouwen, maar ook het park met zijn gebouwen en sculptuur bijna onbeschadigd tot ons zijn gekomen; zij geven een voortreffelijk beeld van een keizerlijke zomerresidentie uit de 18de eeuw. Het gebied behoorde reeds sinds 1559 als jachtterrein toe aan de keizerlijke familie. J. B. Fischer von Erlach bouwde tussen 1696 en 1700 het tegenwoordige slot, nadat zijn eerste plan, dat voorzag in een gigantisch complex op de tegenwoordige 'Glorietteheuvel', niet uitvoerbaar gebleken was.
Onder Maria Theresia, die veel van het slot hield,
ontwierp N. Pacassi het interieur; hij
schiep de exclusieve rococovertrekken. Tweemaal, in 1805 en 1809, nam Napoleon hier zijn intrek; en hier stierf zijn enige wettige zoon, de hertog van Reichstadt, op 21-jarige leeftijd aan tuberculose. In de oostelijke vleugel werd op 19-8-1830 Frans Jozef geboren, die na 68 jaar geregeerd te hebben, op 21-11-1916 in de westelijke vleugel stierf. Met de ondertekening van de abdicatie-oorkonde op 11-11-1918, door keizer Karel I in de 'blauwe salon' werd de 636­jarige heerschappij van de Habsburgs beëindigd; op 12-11-1918 werd de republiek uitgeroepen.

Het slot is een langgerekt,
imposant bouwwerk, dicht bij de rivier de Wien.
Zowel de risaliet aan de noord- als die aan de zuidgevel is voorzien van een bordes. Aan de noordzijde een reusachtige, door gebouwen omgeven cour
d'honneur (staatsieplein). Aan de zuidzijde het slotpark; de middenas wordt benadrukt door een groot bloemenveld dat reikt tot de voet van de heuvel die is bekroond door de Gloriette.

S
taatsievertrekken.
Bezienswaardig vooral is de Blaue S
tiege. Kleine en Grosse Galerie. Millionenz
immer - betimmering van rozehout, met ingewerkte Indo-Perzische miniaturen in vergulde rocaille-omlijsting. Drie vertrekken met Oostaziatische lakwerkbetimmeringen. De Blaue Salon - Chinese papieren wand-'tapijten'. Kapel- altaarstuk van P. Trager, tabernakel, fresco.
Bergl-Zimmer: reeks vertrekken op de parterre, met pracht
ige perspectivische beschilderingen (flora en fauna), die een naadloze overgang naar het park suggereren. Alleen in de zomer toegankelijk.
Wage
nburg: voormalige winterrijschool, nu met een collectie keizerlijke rijtuigen en sleden. Schlosstheater: charmante ruimte uit 1766-1767; in de zomer uitvoeringen van kameropera's.
 
Schlosspark.
Het eerste ontwerp
in 1705; een terrein van ca. 2 km2, met gebouwen en sculptuur: paviljoen boven de bron, met nimf Egeria. Gloriette: open arcadenhal, rijk met trofeeën versierd;
vanaf het dak fraai gezicht op slot en park. Romeinse ruïne. Cascade met obelisk. Twee najadenfonteinen. Neptunusfontein. In totaal meer dan veertig mythologische figuren. Tiergarten: als 'menagerie' in 1752 gebouwd in opdracht van Frans Stephanus von Lotharingen; centrum was het paviljoen van J. N. Jadot, waar het keizerlijke paar tijdens het ontbijt de dieren gadesloeg. Oudste dierentuin van de wereld. Het Grosse Palmenhaus werd in 1882 geopend.

MUSEA, COLLECTIES EN ANDERE BEZIENSWAARDIGHEDEN
Vraag hier voor aan:

de jaarlijks nieuw verschijnende brochure Kulturstätten Wien, FV-Verband Wien, A-1095 Wien, Kinderspitalgasse 5.
Musea:
Albertina*** (grootste grafische collectie ter wereld), Kunsthistorisch Museum***, MuseumsQuartier*** met Leopold Museum***, Museum moderner Kunst Stiftung Ludwig Wien** en Kunsthalle Wien**, Zoom Kindermuseum, Oostenrijkse Galerie Belvedere***, schatkamer***, Secession**, Wien Museum Karlsplatz**, Ephesos­museum*, Freudmuseum*, Josephinum*, Liechtenstein museum, Joods museum van de stad Wenen*, KunstHausWien*, Haus der Musik, MAK - Museum für angewandte Kunst*, Uhrenmuseum*, Academie der Beeldende Kunsten, oorlogsmuseum, museum voor volkenkunde.

** Uw accommodatie in geheel Oostenrijk kunt U goed boeken via Hotels/Appartementen/Oostenrijk     
** Via Hotels/Appartementen/Wereldwijd kunt u goed zoeken naar een accommodatie in 102 landen. Laagste prijsgarantie, maximale keuze, tevreden gasten, onpartijdige hotelbeoordelingen, boeken in uw taal is mogelijk!