SALZBURG - 5010, 5020 - Salzburg, met de Waagplatz, Dom H. Rupert und hl. Virgil en voormalig aartsbisschoppelijk paleis, Residenz, naar kaart Oostenrijk, naar stedenlijst Oostenrijk.

    

Salzburg, de hoofdstad van de gelijknamige deelstaat, s
is
met zijn inwoners de vierde stad van Oostenrijk. Salzburg is de zetel van de bestuursinstanties van de deelstaat, alsmede van een aartsbisschop. Het heeft een universiteit, een conservatorium en een academie voor beeldende kunst. Wereldberoemd is de 'Mozartstad' door haar 'Festspiele', met Pasen en 's zomers.

Geschiedenis.
Het Salzburgse bekken is een oud kolonisatiegebied. Prehistorische vondsten op de Rainberg, een van de drie bergen waarop de stad ligt, wijzen op voortdurende bewoning sinds de vroege steentijd
, 5000-2000 v.C.. De stichting van de Romeinse nederzetting Juvavum, die door keizer Claudius, 41-54 n.C., tot een 'municipium' werd verheven, valt ongeveer samen met het ontstaan van de Romeinse provincie Noricum, 15 v.C.. Tijdens de volksverhuizingen stortte het stedelijk leven echter in.
Vanaf
het midden van de 6de eeuw
veroverden de Beieren het omringende land, maar kort voor 700 droegen zij het voormalige stedelijke gebied over aan de Frankische bisschop Rupert. Deze stichtte aan de voet van de Mönchsberg het klooster St.-Peter, dat aanvankelijk ook als bisschopszetel fungeerde. Het bestuur over de stad werd uit naam van de bisschop door een voogd uitgeoefend, later door een stadsrechter.

De Waagplatz,
uit ca. 1000, wordt beschouwd als oudste marktplein. Ter hoogte van de Waagplatz lag de oudst bekende middeleeuwse brug over de Salzach.
 
Neubau en Residenz verrezen en de bouw van de Hofmarstall
was de aanleiding tot het tot stand brengen van een korte verbinding tussen het domgebied en het stroomafwaarts gelegen Bürgerspital.


Tijdens Hieronymus graaf Colloredo,
de laatste van de Salzburgse aartsbisschoppen die ook het bestuur over de deelstaat uitoefende, ontwikkelde de stad zich tot een belangrijk centrum van de katholieke Verlichting in Oberdeutschland. In 1800 bezetten de Fransen Salzburg, in 1803 werd het aartsbisdom geseculariseerd. Voor korte tijd werd Salzburg weer residentie, nu van een nieuw gevormd keurvorstendom onder Ferdinand van Toscane. In 1816 ten slotte werd het Oostenrijks;

I. DE STAD AAN DE LINKEROEVER
Dom H. Rupert und hl. Virgil
.
Geschiedenis.
Opgravingen verschaften opheldering over de voorgangers van de dom. De bouw van de eerste dom vond plaats onder bisschop Virgil, 767-774. Aartsbisschop Konrad I, 1106-1147, voegde twee westelijke torens aan het gebouw toe. Tijdens zijn bestuur werd voor het domkapittel de augustijner regel ingevoerd, wat de bouw van een domklooster noodzakelijk maakte. Brandstichting in de stad door de aanhangers van keizer Frederik Barbarossa veroorzaakte o.m. de verwoesting van dom en domklooster. Onder kardinaalaartsbisschop Konrad III von Wittelsbach werd in 1181 met de bouw van een laatromaanse dom en van een nieuw klooster begonnen.

Salzburg. de dom. 1 Residenzbrunnen; 2
Kapitelplatz; 3 Domplatz; 4 Doopvont; 5 De heilige Anna; 6 Kruislegging; 7 Opstanding van Christus; 8 Graflegging van Christus; 9 Voorgeborchte; 10 Trap; 11 Altaarstuk van Karl Skreta; 12.13 en 14 Altaarstukken van Heinrich Schönfeld.

Dom.
Exterieur en omgeving.

Met uitzondering van de rijk gelede lichtmarmeren façade ziet het uit nagelgesteente opgetrokken gebouw er ongecompliceerd uit. Het zijaanzicht is monumentaal, door de dominerende middenbeuk en de klaverbladvormige oostelijke partij, die wordt beheerst door de octogonale koepel. Aan de noordzijde van de dom ligt de Residenzplatz met Neubau, Michaelskirche en Residenz . Centraal op het plein staat de Residenzbrunnen (I), een van de mooiste barokke fonteinen ten noorden van de Alpen. Aan de zuidzijde van de dom ligt de Kapite
lplatz (2), het domein van het middeleeuwse domklooster. Sinds Wolf Dietrich werden de woongebouwen van de kanunniken, tussen de Kapitelplatz/Kaigasse en de Mozartplatz, gesticht.
Bij wijze van atrium ligt vóór de dom de Domplatz (3),
in het noorden en westen begrensd door vleugels van de Residenz en in het zuiden door een vleugel van het klooster St.-Peter. De laatstgenoemde afsluiting had ten doel het plein regelmatig van vorm te maken. Het plein wordt gedomineerd door de opgerichte Mariensäule.

Dom. Façade en interieur.
De nadrukkelijke eenvoud van de gebouwen rondom het plein laat de façade van de dom des te opvallender uitkomen. De uitspringende flankerende torens verlenen de façade een ruimtelijke dieptewerking die culmineert in de drie naast elkaar geplaatste ingangsarcaden. De geleding van de drie verdiepingen hoge middenpartij en de vier verdiepingen hoge torens verloopt volgens de canonieke bouworde: van Dorisch, via Ionisch naar Karinthisch.
Inrichting.
De feestelijke indruk van het interieur wordt door het rijke stucwerk.
Stucwerk omgeven muur- en plafondschilderingen: in het schip en het koor is Christus het onderwerp, in de zuidelijke transeptarm Maria, in het noordelijk transept de heilige Franciscus, en in de koepel ruimte zijn scènes van de evangelisten en uit het Oude Testament weergegeven. Een belangrijk onderdeel van de inrichting is de bronzen op 12de eeuwse bronzen leeuwen rustende doopvont (4) uit 1321. Het bronzen deksel is modern. In dezelfde kapel een altaarstuk met de Doop van Christus, in de volgende kapellen het altaarstuk De heilige Anna (5) en het altaarstuk De kruisiging van Christus (6). Op het hoogaltaar de Opstanding van Christus (7), Christus in het voorgeborchte van de hel (9). De tegenhanger hiervan, (8) De graflegging van Christus.
In het zuidertransept leidt een trap (10) naar de Gruft
, grafkelder, van de aartsbisschoppen. De kelder is na de Tweede Wereldoorlog nieuw aangelegd en valt gedeeltelijk samen met de laatromaanse kruisingscrypte. Boven het altaar in de grafkelder een monumentaal crucifix.
Het altaarstuk in de zuidelijke kapel: De nederdaling van de Heilige Geest (11); in de volgende kapellen (12, 13, 14) altaarstukken
.
Het grote orgel is het op één na grootste kerkorgel van Oostenrijk.
 
Voormalig aartsbisschoppelijk paleis
, Residenz, ingang aan de Residenzplatz.
Op de plaats van het afgebroken middeleeuwse bisschoppelijke paleis werd de zuidelijke vleugel van het nieuwe paleis opgetrokken. Ten gevolge van de secularisering van het aartsbisdom werd de Residenz voor een groot deel beroofd van de oorspronkelijke inrichting. Sinds 1955 herbergt de derde verdieping de Residenzgalerie. Het paleis zit ingewikkeld in elkaar, het strekt zich uit rondom drie binnenplaatsen; met name het hoofdgebouw, met de ingang aan de Residenzplatz, is voor de bezoeker interessant. Van de westvleugel van het hoofdgebouw aan de binnenhof waarop in een soort druipsteengrot een beeld van Hercules staat, leidt een flauw hellende trap, overdekt met een tongewelf, naar de bel
-etage. Daar bevinden zich de pronkvertrekken, de representatieve ruimten en de werkkamers van de vroegere geestelijke leiders van het aartsbisdom.

Neubau en klokkenspel
, Residenzplatz.
Hieraan werd in 1588 door aartsbisschop Wolf Dietrich begonnen als paleis voor zichzelf en zijn gasten. Het heeft een aantal prachtige vertrekken. De Neubau nam, tenminste tijdelijk, de functie over van de Residenz tijdens de verbouwingen van dat middeleeuwse bisschoppelijk paleis. Het oorspronkelijke gebouw, dat slechts bestond uit vier vleugels rondom een binnenhof en een toren, werd een aantal keren vergroot.

Franziskanerkirche
, Hofstallgasse/Sigmund-Haffner-Gasse.
Van het in 1208 begonnen en in 1223 gewijde gebouw is het schip bewaard, maar de koorpartij werd omstreeks 1408 opgeofferd in verband met de verbouwing van de kerk.  De tegenwoordige toren helm is een neogotische constructie uit 1866. Gedurende de herbouw van de dom diende de kerk als kathedraal
.
Omstreeks 1700 werd de westfaçade vernieuwd. Het massieve driebeukige schip heeft een uit vierkanten samengestelde plattegrond. Het basilicale schip en het koor met zijn mooie netgewelf lopen zonder overgang in elkaar over.

Franziskanerkirche 1 Hoogaltaar uit 1709 met madonna; 2 Engelskapelle (rond 1600 gesticht); 3 Borromäuskapelle (rond 1614 gesticht); 4 Franziskuskapelle (rond 1690 gesticht); 6 Gotische fresco's; 6 Preekstoel met romaanse bouwfragmenten (rond 1220): 7 Romaans portaal (rond 12701

Kloosterdomein St.-Peter.
Na de ondergang van het Romeinse Juvavum is de stichting van de benedictijnenabdij door de heilige Rupert het begin van de geschiedenis van de stad en in feite ook het begin van het aartsbisdom Salzburg. Tot 987 waren de functies van abt en bisschop in één persoon verenigd.
De Marienkapelle behoort tot de vroegste gotische sacrale architectuur in de stad. De buitenste kloosterhof kreeg
, 1674-1702, de tegenwoordige vorm, een onregelmatige vierhoek. Abt Beda Seeauer, die het klooster en de romaanse kerk van een majestueuze inrichting voorzag, liet ook eenheid brengen in de gevels aan de buitenste kloosterhof. De stichting van het Collegium Benedictum, 1925, en de bouw van een centraal studiehuis voor benedictijnen uit het Duitse taalgebied, maakten uitbreiding van het klooster noodzakelijk: rondom een nieuwe binnenhof, aan het westelijk deel van het klooster, is die uitbreiding tot stand gekomen, in de hal een expressief crucifix.



Kloosterkerk St.-Peter.
Ondanks twee ingrijpende veranderingen, is het karakter van de na de brand van 1127 opnieuw opgetrokken laatromaanse basiliek bewaard gebleven. Uitwendig is de romaanse basiliek te herkennen aan de tegenstelling tussen enerzijds de strenge, basilicaal aangelegde blokvormen van het schip en anderzijds de barokke kruisingskoepel, en aan de tegenstelling tussen de simpele toren en de zeer rijke, laatbarokke toren helm. Inwendig wordt het romaanse aanzien gemaskeerd door de laatbarokke, rococoachtige inrichting. Vanuit de buitenste kloosterhof betreedt men de kloosterkerk via het westportaal dat is ingevoegd in het laatromaanse voorportaal.

Peterskerkhof.
Het eerbiedwaardige kerkhof, dat bekendheid kreeg door de tekeningen en schilderingen van talloze romantici, is schilderachtig gelegen tussen de kloosterkerk en de Mönchsberg en, naar het oosten, tussen de Mönchsberg en het klooster. In 1626 werd het kerkhof met arcaden omgeven. De epitafen en smeedijzeren versieringen die men er geleidelijk aan in heeft aangebracht, zijn tot in onze dagen behouden.

Salzburg. Festung Hohensalzburg 1 Hoher Stock; 2 De door B. von-Rohr aangelegde bastions; 3 Opslagplaats; 4 Tuighuis; 5 Trap, met bijbehorend gebouw; 6 St.-Georgs-Kirche; 7 Burgemeesterspoort 8 Keutschach-poort; 9 Lodron-poort; 10 Cisterne 11 Binnenste bastion; 12 Keutschach-monumenten 13 Kabelbaan; , 4 Peters kerkhof

Festung Hohensalzburg, kabelbaan.
Geschiedenis.
Als bescherming tegen de keizer bouwde, ten tijde van de Investituurstrijd, de aan de paus getrouwe aartsbisschop Gebhard vermoedelijk in 1077 een houten kasteel. Aartsbisschop Konrad I voorzag dit kasteel van een stenen woontoren. De buitenste versterking die de gehele hoogvlakte van de Burgberg in beslag nam, werd in de loop van de 12de en de 13de eeuw gebouwd. Tussen 1465 en 1527 beleefde de burcht een bijna ononderbroken reeks uitbreidingen en verbouwingen. Onder aartsbisschop Bernhard von Rohr werd de ringmuur versterkt en hij liet ook de naar hem genoemde bastions aanleggen (2). Zijn rivaal en opvolger liet het uit de romaanse tijd daterende woongebouw, de Hoher Stock (I) verhogen en ertegenaan versterkte torens plaatsen. Vervolgens werden een opslagplaats (3) en een tuighuis (4) gebouwd. Aartsbisschop Leonhard von Keutschach zag zich gedwongen maatregelen te treffen tegen de bedreigende groeiende macht van de burgers.

Bezichtiging.
Drie poorten (7-9) in de ringmuur beschermen de buitenste Grosse Burghof, waar zich de cisterne (10) bevindt. Tegen de gevel van de St.-Georgs-Kirche (6) aan de zijde van de binnenplaats, bevindt zich het roodmarmeren monument voor Leonhard von Keutschach 1515. Boven de ingang van de kerk een reliëf met Christoffel en een kruisigingscène. In het interieur dertien laatgotische reliëfs met Christus en de twaalf apostelen. Het hoogtepunt van de bezichtiging is de Hoher Stock. De vierde en ook de eenvoudige derde verdieping met het Burgmuseum worden in beslag genomen door de Fürstenzimmer, die tot de mooiste gotische profane ruimten van Europa behoort. De Salzburger S
tier, een onder Leonhard von Keutschach gebouwd 'walzenorgel', is dagelijks om 7, 11 en 18 uur te horen.
 
Benedictinessenklooster Nonnberg.
De stichter van dit oudste nog bestaande vrouwenklooster in het Duitse taalgebied was de heilige Rupertus. Zijn nicht Erentrudis was de eerste abdis. Schenkingen hadden de stichting mogelijk gemaakt. Dank zij de royale steun van keizer Hendrik II en zijn echtgenote Kunigunde konden later het klooster en de kerk worden herbouwd.

Kloosterkerk zu Unserer Lieben Frau Himmelfahrt und St.-Erentraud:
laatgotische driebeukige basiliek, met een weinig uitspringend transept en drie apsiden aan de oostzijde. De toren kreeg een barokke bekroning. Het voorportaal, overdekt met een netgewelf, en de hoofdingang liggen aan de zuidzijde van de kerk. Tegen de muur links van de ingang mooie gotische grafstenen uit de 14de eeuw. In de schuine dagkanten van het portaal bevinden zich nissen met baldakijnen waarin kopieën staan van polychrome heiligenbeelden. De stenen deuromlijsting is versierd met een Annunciatie in miniatuur van grote kwaliteit.

Kajetanerkirche:
gesticht voor de theatijner orde. Een façade zonder torens, passend bij de orde, en met een dwars geplaatste ovale koepel die van binnen versierd is met een fresco.
Altaarstukken op het hoogaltaar, De foltering van de heilige Maximiliaan, 1727) en op het rechterzijaltaar, De glorie van de heilige Kajetanus. Het linkerzijaltaar, met De Heilige Familie.

Het gebied van de Festspiele.
Onder aartsbisschop Wolf Dietrich werd de Hofmarstall gebouwd, bestemd voor 130 paarden. In 1672 werd het gebouw flink uitgebreid. De Hofmarstall bevatte een zomer- en een winterrijschool. De Winterreitschule van 1662 heeft plafondschilderingen. In 1693 werd de Sommerreitschule aangelegd. Hiervoor hakte men uit de Mönchsberg een drie verdiepingen hoog galerijcomplex.
De noordelijke gevel ontstond tegelijk met de Pferdeschwemme, paardendrinkplaats, die met de gevelwand harmonieert. In het midden van het bassin staat een gebeeldhouwde groep van paard en menner.

Tussen Hofmarstall en Pferdeschwemme
door ziet men de Sigmunds- of Neutor, die in 1764 uit de Mänchsberg is gehakt. De schilderachtige arcadehof ontstond tussen 1556 en 1562.
De Bürgerspitalskirche St.-Blasius werd in 1327 gesticht. Het houten sacramentshuisje met reliëfs dateert uit 1465; het rechterzij altaar draagt een altaarstuk
, De heilige drie koningen. Door het inbouwen van een galerijachtige constructie in het schip ontstond de Gotische Saal, die af en toe als tentoonstellingsruimte wordt gebruikt. Door het wigvormige terrein waarop zij staat, fungeert de voormalige Ursulinenkirche, met haar tussen twee torens vooruitspringende façade, als verrassend fraaie entree van de stad. Nadat men de Klausentor is gepasseerd, leidt de weg naar de voorstad

Mülln,
met de schilderachtig gelegen Pfarrkirche. Tot haar kostbaarste bezittingen behoren een madonna van 1450 en altaarstukken. In het dichtbij gelegen Landeskrankenhaus bevindt zich de
St
.Johannsspilalkirche. De kerk beschikt over enkele voortreffelijke altaarstukken.

II. DE STAD AAN DE RECHTEROEVER
Dreifaltigkeitskirche met Priesterhaus, Makartplatz:
gesticht in 1694. De architect
koos de Sant' Agnese in Rome als voorbeeld. De beide paleisachtige vleugels van het gebouw zijn met elkaar verbonden via het concaaf terugwijkende front van de kerk dat door torens wordt geflankeerd.
 
De tuinen van Mirabel
l.
De belangrijkste elementen zijn de beeldengroepen rondom de fontein van Ottavio Mosto. De in koper gedreven Pegasus was oorspronkelijk bestemd voor de Kapitelschwemme. In de noordwesthoek het Vogelhaus. Op een door de versterkingen ontstaan terras ligt de Zwerglgarlen, met marmeren dwergen.

Musea.
Het Salzburger Museum Carolino Augusteum;
gesticht in 1834 als een stedelijke instelling; maar het heeft vanaf het begin de allure van een Landesmuseum gehad. In het hoofdgebouw
, Museumsplatz I, een prehistorische collectie, Romeinse archeologie, kunst- en cultuurhistorische verzamelingen, historische muziekinstrumenten, een grafische collectie, munten en penningen, stadsarchief en bibliotheek.

Mozart-Museum
, in Mozarts geboortehuis, Getreidegasse 9:
in 1880 ingericht door de internationale stichting Mozarteum, ter nagedachtenis aan Mozart; in 1931 uitgebreid met de afdeling 'Mozart auf dem Theater'.
 
Haus der Natur
, Museumplatz 5:
in 1908 begonnen als vogelmuseum, waaruit in 1924 het omvangrijke natuurkundemuseum 'Haus der Natur' is voortgekomen. Tegenwoordig in het voormalige ursulinenklooster ondergebracht.

Salzburger Residenzgalerie
, voormalige aartsbisschoppelijke residentie:
in 1923 als streekmuseum begonnen en grotendeels ondergebracht in de vertrekken van de voormalige aartsbisschoppelijke schilderijengalerij. Na de heropening in 1952 is de collectie aanzienlijk uitgebreid met bijdragen van royale bruikleengevers. Men beperkt zich tot de schilderkunst vanaf de late gotiek, met het zwaartepunt op Franse en Vlaamse barokke schilders. Belangrijke collectie Oostenrijkse schilderkunst uit de 18de en de 19de eeuw.

Dommuseum
, ingang vanuit de dom, geopend van mei tot oktober:
in 1974 ingericht. 1. Kun
st- und Wunderkammer: hierin is de in 1662 door aartsbisschop Guidobald graaf Thun gevormde en in 1805 opgeheven collectie van de dom, de belangrijkste stukken waren destijds naar Wenen gebracht, weer bijeengebracht. 2. Het eigenlijke Dommuseum, met vrome kunstnijverheidsproducten en schilder- en beeldhouwkunst vanaf de late middeleeuwen.

** Uw accommodatie in geheel Oostenrijk kunt U goed boeken via Hotels/Appartementen/Oostenrijk     
** Via Hotels/Appartementen/Wereldwijd kunt u goed zoeken naar een accommodatie in 102 landen.