KLOSTERNEUBURG - 3400 - Niederösterreich, met kloosterkerk Unsere Liebe Frau en het barokke klooster, naar kaart Oostenrijk, naar stedenlijst Oostenrijk.

    
Naast zijn residentie stichtte markgraaf Leopold III
een klooster voor seculiere kanunniken. Tussen 1114 en 1136 liet hij de kloosterkerk bouwen. Een legende over de stichting wil dat de markgraaf tot het gevolg van keizer Hendrik IV behoorde. Toen de tegen zijn vader in opstand gekomen zoon van Hendrik, markgraaf Leopold de hand van zijn zuster Agnes aanbood, liep Leopold over naar het kamp van de zoon. Als boetedoening voor deze trouwbreuk wilde Leopold een klooster bouwen. Toen hij op zekere dag met zijn gemalin op het balkon van zijn burcht stond, nam de wind haar sluier mee, die negen jaar later, geheel intact, werd teruggevonden in een vlierbesstruik. In een droom kreeg de markgraaf een visioen van de moeder Gods, die hem opdracht gaf op die plaats een klooster te bouwen. In de oude kerk stond op de plaats waar de sluier werd gevonden een zgn. Holundersäule
, Holunder = vlierbes, en de zevenarmige kandelaar uit 1114, het oudste stuk van het klooster, heet der Holunderstrauch, omdat de schacht ervan een stuk vlierbes hout bevat. Onder invloed van zijn grote zoon Otto von Freising deed de markgraaf het klooster over aan de augustijnenkoorheren, dubbelklooster; het vrouwenklooster stierf in 1568 uit. In 1136 overleed Leopold. Hij werd in de kapittelzaal van het klooster bijgezet. Het zeer begunstigde klooster krijgt daarna grote macht.

De markgraven resideren in Wenen. Leopold VI verplaatst zijn hof naar Klosterneuburg.
Van hem is de 'Cape
lla speziosa' uit 1222, het eerste werk in Bourgondisch-gotische stijl in Oostenrijk, 1799 geslecht. Na het uitsterven van het geslacht Babenberg, in 1268, komen de Habsburgs aan de macht, maar zij zijn niet welkom: de Weense burgerij verzet zich tegen het verlies van de vrijheid van het rijk. In 1308 trekt Albrecht II zich mokkend terug in Klosterneuburg, dat hij in 1298 stadsrecht had verleend. In 1317 wordt de doortastende Stephan von Sierndorf proost. Onder hem wordt de kruisgang voltooid: de rijke glasramen ervan verwijzen naar de typologie van het Altaar van Verdun. Sierndorf maakt van de begraafplaats van Leopold een oord van verering. Ook wordt er een 'mirakel boek' aangelegd.

Op 6 jan. 1485 wordt Leopold door paus Innocentius V
III heilig verklaard.
Dit is het begin van een nieuwe bloeiperiode van het klooster. In 1616 schenkt aartshertog Maximiliaan het de Oostenrijkse hertogshoed, die het hoofd van de heilige Leopold tooit en die de grondvorm is van de Oostenrijkse keizerskroon. In 1663, onder keizer Leopold I, wordt de heilige Leopold beschermheilige van Oostenrijk. Nadat de Turkse oorlogen tot een goed einde zijn gekomen, geeft keizer Karel VI Fischer von Erlach de Jongere de opdracht in Klosterneuburg een 'Oostenrijks Escoriaal' - een keizerlijke kloosterburcht - te bouwen. Donato Felice d'Allio begint met de bouw. Als de keizer sterft, zijn er pas twee vleugels gereed. In 1755 krijgt de bouwmeester van Frans Stephan van Lotharingen zijn congé. In 1836 wordt een van de vier binnenplaatsen afgesloten door J. Kornhäusel. Hij verbouwt ook de Leopoldskapel.

Kloosterkerk Unsere Liebe Frau
De oorspronkelijke kerk uit 1136 is een driebeukige basilica met vierkant koor en met één grote en twee kleine apsiden. Dit romaanse bouww
erk, dat overigens door branden veel geleden had, werd van een barokke aankleding voorzien. Tussen 1634 en 1645 werden nieuwe overwelvingen aangebracht, de ramen werden vergroot, de westelijke galerij werd ingebouwd en de zijschepen verdeelde men in kapellen. De bekleding van de wanden met marmer en stucwerk in een zeer fraaie, bruinige tint werd in 1723 voltooid; 150 jaar later begon de niet zeer gelukkige restauratie door Jos. von Schmidt, de bouwmeester van de dom en de bouwer van het raadhuis in Wenen. Hij voltooit de beide torens in neogotische stijl, verwijdert de beelden van de klei
nere zuidelijke toren en vervangt de toren helmen van de noord- en de zuid toren, Alleen aan de façade van de kerk zitten nog restanten van het authentieke gebouw.

Klosterneuburg, kloostercomplex. 1 Kelder; 2 Voormalige gotische kapel; 3 Llchtzuil; 4 Kloosterkerk; 5 Voormalige kapittelzaal: Leopoldskapel; 6 Kruisgang; 7 Leopoldshof met fontein uit 1592; 8 Gotische poort; 9 Trap; 10 Prelatuur; 11 Kajserzjmmer; 12 Marmeren zaal, 1ste verdieping; 13 Bibliotheek, 1ste verdieping; 14 Voormalige kanonikessenkerk.

Het vorstelijke interieur maakt indruk door zijn voorname pracht:
de barokke aankleding kwam tot stand, Ter weerszijden van het machtige schip drie kapellen met tongewelf. De gewelfribben van het middenschip rusten op zware pilasters, die vóór de vroegere pijlers zijn aangebracht. Kapitelen met engelenkopjes en guirlandes van vruchten
. Zeer rijk, wat zwaar aandoend stucwerk. In het noordelijk dwarsschip zijn de romaanse gewelfribben bewaard, Het koor is van de bouwmeester van het klooster. Vóór de kruising, rechts, de door een engel gedragen kansel; boven het klankbord een Salvator Mundi. Daartegenover het sacramentsaltaar met de heilige Leopold, Verhoogde kruising. Marmeren hoogaltaar met oorspronkelijke altaarschildering werd in 1833 vervangen door een wat droge Geboorte van Maria.
Het koepelfresco in het koor is fraai
evenals het houtsnijwerk aan het koorgestoelte. Zo ook het keizerlijk oratorium. Feestorgel is gebouwd met de pijpen van twee oude orgels.

Hoogtepunt van het klooster is het Altaar van Verdun
in de grafkapel van Leopold, de voormalige kapittelzaal, die in 1677 onder keizer Leopold werd verbouwd. In 1181 komen de platen van het huidige altaar, ter bekleding van de ambo, in het bezit van het klooster. Na de zware brand in 1330 werden de platen door Weense goudsmeden opnieuw aaneengevoegd en met zes velden uitgebreid. Dit altaar is het rijpste werk van Nicolaas van Verdun. De figuren, de zuiltjes en ornamenten, de fijnheid van de tekening, het is alles van een perfectie die zelfs die van de Keulse Driekoningenschrijn overtreft.

Kruisgang
Het oudste gedeelte ligt langs de kerk. Tere zuiltjes in de traditie der cisterciënzers. Aan de noordvleugel het voormalige puthuisje met de 'Holunderstrauch'. Op een hoek van de kruisgang de Freisinger Kapel
le, die als grafkapel werd gesticht door Berthold von Wehingen en zijn broer. Bertholds grafsteen, uit 1410, is van rood marmer. De kruisgang is grondig gerestaureerd. In het voormalige refectorium bevindt zich het lapidair museum: hier staat de Klosterneuburger Madonna uit 1300. Door een  laatgotischegang bereikt men de Augustinuszaal met fraai stucwerk. Daarboven ligt de gotische AIbrechtszaal. Deze werd in opdracht van Albrecht II in het jaar van zijn troonsbestijging ontworpen voor de kerk van de Negen Engelenkoren in Wenen.

Het barokke klooster
De bouwplannen van Fischer von Erlach voorzagen in vier binnenhoven, maar tijdens de bouw wordt geen ervan voltooid. Hoogtepunt en symbool van het gehele complex is de keizerskroon, die op een 'kussen met kwasten' boven op de machtige koepel prijkt
, op de noordhoek, boven een kleinere koepel: de hertogskroon. Het klooster, met trappenhuis.

Kaiserzimmer
,
feestzaal en bibliotheek, is alleen met een
rondleiding te bezichtigen. Bezienswaardig is ook het kloostermuseum.  

 
** Uw accommodatie in geheel Oostenrijk kunt U goed boeken via Hotels/Appartementen/Oostenrijk     
 ** Via Hotels/Appartementen/Wereldwijd kunt u goed zoeken naar een accommodatie in 110 landen.
 ** Algemene info over Oostenrijk