INNSBRUCK - 6020 - Tirol, met Dom/Voormalige Parochiekerk St.Jakob, Domplatz, naar kaart Oostenrijk, naar stedenlijst Oostenrijk.

    
Innsbruck, de hoofdstad van Tirol,
gelegen op een knooppunt van belangrijke verbindingswegen tussen Duitsland en Italië, speelde door die ligging al in de middeleeuwen een voorname rol.

Geschiedenis

De oudste resten van bewoning stammen uit de bronstijd en werden gevonden in de huidige stadsdelen Hungerburg en Hötting. De oudste bewoners waren waarschijnlijk Illyriërs, later Raetiërs. Omstreeks het jaar van Christus' geboorte werd in het huidige stadsdeel Wilten het Romeinse militaire kamp Veldidena uitgebreid. Het eigenlijke
Innsbruck werd echter gesticht in 1180, door de graven van Andechs, bij een brug over de Inn. Zij hadden een bezitting, die o.a. het huidige Hötting omvatte, op de noordelijke oever van de lnn. Daaraan voegden zij, ten zuiden van de rivier, een nieuwe nederzetting toe. Van de naam 'Innsprucke' wordt voor het eerst in 1187 in oorkonden melding gemaakt.
In het zuiden ontstond de Vorstadt of Neustadt,
die zich tot Wilten uitbreidde.
In het noorden en oosten vestigden zich aan het eind van de 14de, in de 15de, 16de en 17de eeuw het hof en een klooster. Daaromheen verrezen burchten en kerken. In het zuidwesten ontstonden aan de 'Innrain', sedert de 16de eeuw, hele reeksen huizen, de St.-Johanneskerk was in de 18de eeuw de kroon op en afsluiting van deze ontwikkeling.
Door industrialisering, en de aanleg van de spoorweg
en uitbreiding van andere verkeersmogelijkheden, strekte de stad zich al in de 19de eeuw over het hele dal uit. In de 20ste eeuw werden voorsteden als Pradl, Wi
lten, Mühlau, Amras, Arzl, ViII en Igls bij de stad getrokken. Sedert de Olympische Spelen 1964 en 1976 is er aan de rand van de stad, Olympisch centrum, zeer veel bijgebouwd, torenflats, stadions, ringwegen.
 
Dom/Voorm
alige StadtParochiekerk St.Jakob, Domplatz, zie de plattegronden
Vanuit de Herzog-Friedrich-Strasse komt men direct op de Domplatz. Daar verheft zich de machtige barokke domfaçade tussen twee torens met grote vensters. De tijdens de barok al geprojecteerde nisbeelden en het ruiterstandbeeld van de heilige Jacobus aan de gevel werden pas in 1941-1960 door Hans Andre toegevoegd.
Deze belangrijkste barokke kerk van Noord-Tirol
had in de 12de eeuw een voorgangster: een gotische kerk die in de 14de, 15de en 16de eeuw meermalen werd vergroot en veranderd en die in ca. 1710 een barokke aankleding had gekregen. Tegen het eind van de 17de eeuw was de kerk door aardbevingen zodanig ondermijnd dat men haar in 1717 moest afbreken. Het huidige bouwwerk, waarin de muren van het schip van de oudere kerk zijn opgenomen, werd ontworpen door Joh. Jak. Herkomer. Met de bouw werd in 1717 begonnen. Joh. Gg. Fischer voltooide de kerk in 1722. In 1944 werd zij zwaar beschadigd door bommen, en in 1946-1950 gerestaureerd. In 1964 werd Innsbruck bisschopszetel en werd de kerk tot kathedraal verheven.

Het interieur
heeft een kruisvormige plattegrond; absiden vormen het dwarsschip. Schip en viering zijn op dezelfde manier overwelfd, het vierkante koor wordt echter bekroond door een hoge koepel, waarvan de ramen een bijzondere lichtval geven. De ruimte maakt een harmonische totaalindruk doordat de vroeger gebruikelijke zijkapellen achterwege zijn gelaten en de zijwanden van het eenbeukige schip alleen onderbroken worden door vlakke altaren, krachtige wandpijlers in gekleurd marmer, en biechtstoelen.
De fraaie aankleding is grotendeels van de gebr. Asam. Egid Quirin Asam schiep het rijke rococostucwerk, Cosmas Damian schilderde tussen 1722 en 1723 de illusionistische plafondfresco's, met voorstellingen uit het leven van de heilige Jacobus. Het boogfresco boven het hoogaltaar werd na de oorlog vervaardigd door Hans Andre. De mooie rococopreekstoel is van Nik. Moll
, 1724. In de linkerapsis staat het grafmonument van aartshertog Maximiliaan II, brons, 1620, dat door H. Reinhart werd vervaardigd
naar een model van Caspar Gras. Op het hoogaltaar, te midden van weelderig zilverwerk, de zeer vereerde voorstelling Maria Hilfvan Lukas Cranach d.O., in 1650 hierheen gebracht.

Dreiheiligenkirche, Dreiheiligenstr

De kerk is gewijd aan de heiligen Sebastiaan, Rochus en Virminius. Ingevolge een gelofte, in het pest jaar 1611 door het stadsbestuur afgelegd, werd in 1612 een renaissancekerk opgetrokken, die midden 18de eeuw in barokstijl werd verbouwd. Uit deze tijd stammen het rococo-stucwerk en de plafondschilderingen van Joh. M. Strickner. De rococo-altaren en de preekstoel zijn van Joh. Georg en Barth. Gratl uit Amras. Op het hoogaltaar drie pestheiligen door Melchior Stölzl (1613).
 
Ho
fkirche, Universitätsstr./Rennweg, zie de plattegronden
Tegen de Hofburg aangebouwd staat de Hofkirche, een van buiten onopvallende kerk met sobere renaissancefaçade. Keizer Maximiliaan I wenste zich een onvergankelijk, uniek grafmonument en men begon dit, op zijn verzoek, al tijdens zijn leven te bouwen, Het werd echter pas na zijn dood voltooid. De keizer wilde zijn sarcofaag omgeven met een rouwstoet van
voor hem belangrijke persoonlijkheden. De afzonderlijke figuren daarvoor liet hij grotendeels in Innsbruck vervaardigen, met de bedoeling deze later te laten opstellen in de Georgskapelle in Wiener Neustadt, waar Maximiliaan I inderdaad ter aarde is besteld, hetgeen echter technisch onmogelijk zou blijken.
Hoewel de kerk slanke steunberen en vensters met spitsbogen heeft,
is zij in Noord-Tirol het eerste voorbeeld van renaissance
kerkbouw. Zij heeft drie schepen en een eenbeukig koor. In het koor en aan de zijde van de ingang bevinden zich twee dwarsgalerijen. Pronkstuk van de kerk is het overweldigend keizersgraf, het mooiste in de Duitse landen. De cenotaaf van Maximiliaan I werd, tussen 1561 en 1584 vervaardigd. Het hekwerk om de sarcofaag is van Jörg Schmidhammer. De grote, bronzen figuren die rondom de cenotaaf staan, werden tussen 1509 en 1550 in verschillende gieterijen, grotendeels in Innsbruck, gemaakt. De expressiefste sculpturen ontstonden nog tijdens het leven van Maximiliaan.
In de Hofkirche bevindt zich ook het grafmonument van Andreas Hofer,
met een beeld van Joh. Schalier. Het hoogaltaar werd tussen 1755 en 1758 opgericht naar een ontwerp van Nicolaus Pacassi en getooid met een schilderij van Joh. Carl Auerbach dat de kruisiging voorstelt. Interessant zijn ook de twee loden beelden, rechts en links van het altaar,  het orgel in het koor, het zgn. vorstenkoor, een renaissancegalerij met fraai intarsiawerk, en, op de balustrade van de westgalerij de 23 beeldjes die de patroonheiligen van de leden van het Huis Habsburg voorstellen.
Vanuit de Hofkirche bereikt men de Silberne Kapelle,
die ook met de Hofburg verbonden is en die door aartshertog Ferdinand 11 van Tirol werd opgericht als grafkapel voor zichzelf en zijn gemalin Philippine Wels er. De beide marmeren tombes zijn van de hand van A. Colin. Tot de bezienswaardigheden van de kapel behoren voorts de gotische gewelven, het altaar met verzilverde madonna en zilveren reliëfs uit de tweede helft van de 16de eeuw, alsmede het kleine, 16de-eeuwse orgel.

A
lte Parochiekerk St.-Ingenuin und Albuin
De fraai gelegen kerk dateert uit de 15de eeuwen werd midden 18de eeuw barok verbouwd. Koor en oostelijk deel van het schip zijn laatgotisch. Het rococo-stucwerk is 18de
eeuws. De plafondschilderingen werden in 1752 gemaakt. Aan de triomfboog twee figuren, Joachim en Anna, uit 1700. De gotische toren is bekroond met een barokke, koperen helm.
 
Jesui
tenkirche zur Heiligsten Dreifaligkeit, universiteitskerk Universitätsstrasse
Nadat een in 1619 begonnen jezuïetenkerk was ingestort, werd van 1627 tot 1646, onder leiding van pater Kar
l Fontaner, een nieuwe kerk gebouwd. De in 1943 zwaar beschadigde kerk was in 1953 geheel gerestaureerd. De machtige, donkere façade is afgestemd op het strenge, sombere interieur. De kerk heeft een kruisvormige plattegrond, een schip in twee traveeën met koorruimte, een reusachtige kruisingskoepel, brede zijkapellen en twee verdiepingen hoge galerijen. De kleuren zwart, wit en goud domineren en sluiten goed aan bij het bruinrood van het marmer. Een zeer fraai smeedijzeren hek met gouden rozen scheidt de voorhal van de hoofdruimte. De zwarte kansel, geschonken door aartshertogin Claudia in de eerste helft van de 17de eeuw, harmonieert met de donkere biechtstoelen en de altaren, waarvan de aankleding grotendeels uit de baroktijd stamt.

Johanneskirche
/ St.-Joh. Nepomuk am Innrain, eind van de Innrainallee
Dit relatief kleine, maar mooie kerkgebouw, in 1729 begonnen, wordt toegeschreven aan A. Gumpp. De façade met twee torens maakt een harmonische indruk. De zijmuren zijn ongewoon rijk geprofileerd met blinde poorten, nissen, gevels en voluten. De open voorhal werd in 1750 gebouwd. Deze bevat en een fresco.
In het interieur viert het rococo hoogtij:
roze gemarmerde zuilen, vergulde kapitelen, helgele balken, gele en groene muur- en gewelfvelden en in goud gevatte, rijk versierde altaren. Het grote plafondfresco, dat het martelaarschap van
Johannes Nepomuk uitbeeldt, heeft daarentegen classicistische trekken. De in 1730 ontstane houten sculptuur van de heilige op het hoofdaltaar is, evenals de vier beelden in de koornissen, de kruisiginggroep aan het linkerzijaltaar en de beschermengel in het schip.

Parochiekerk Mariahilf
, Mariahilfstr./Kindergartenweg
Buiten de stad, in het noorden, aan de overkant van de Inn, werd, op grond van een gelofte van de Staten van Tirol, een kerk gebouwd. De barokke ronde koepel is harmonisch verbonden met de vierkante voorhal, het koor en de vier halfcirkelvormige zijkapellen. Het stucwerk stamt uit 1650, de gewelffresco's uit 1689, het smeedijzeren hek in de voorhal. Kansel en altaren zijn classicistisch. De bij een bombardement zwaar
beschadigde parochiekerk werd tussen 1953-1954 gerestaureerd.

Mente
lberger Parochiekerk zur Schmerzhaften Muttergottes
Een uit 1622 daterend bouwwerk werd midden 18de eeuw vervangen door een met een koepel overwelfd gebouw. Interessant zijn het rococostucwerk en vooral de plafondschilderingen. Het miraculeuze beeld
, pietà, dateert uit omstreeks 1500. In de voorhal een houten beeldengroep, de 'heilige zeven slapers' voorstellend, uit de tweede helft van de 17de eeuw.



Servietenkerk en -klooster
, Maria-Theresien-Str.
Deze kerk werd gesticht door Anna Catharina, gemalin van aartshertog Ferdinand van Tirol. Nadat het eerste bouwwerk uit 1620 door brand was verwoest, bouwde
men het servietenklooster en een nieuwe kerk. Deze werd in 1944 door bommen beschadigd, maar in 1946-1947 opnieuw opgebouwd. Op het hoogaltaar een voorstelling van het huwelijk van Maria. Interessant zijn de barokke Peregrini-kapel, met rijk van stucwerk voorzien gewelf, en de gerestaureerde Kunstkammer, met o.m. werk van schilders uit Tirol.

Spitalskirche Hl. Geist
, Maria-Theresien-Strasse
Op de plaats waar een gotische hospitaalkerk had gestaan, werd in 1701 een barokke kerk gebouwd, met een zeer fraaie toren met koepelhelm en lantaarn. Rijk stucwerk in het interieur, dat als zaalkerk aandoet. Op het hoogaltaar een laatgotisch crucifix.
 
Parochie- en bedevaartkerk Unserer Lieben Frau unter den vier Säulen/Basiliek Wilten
Het stadsdeel Wilten, dat aan het zuideinde van de Maria-TheresienStrasse begint, kan bogen op twee schitterende barokke kerken: de kloosterkerk St.-Laurentius en de basiliek. Op de plaats waar al in 1140 een kerkgebouw werd vermeld,
staat nu het huidige bouwwerk. De rijke, gewelfde voorgevel, geflankeerd door twee torens, ligt aan een plein. Het bouwwerk doet, mede door de helgele kleur van het exterieur, licht en sierlijk aan. In het interieur treft de bezoeker een van de mooiste ruimten aan die ooit in het rococo zijn ontstaan.
Het uit de 14de eeuw daterende miraculeuze beeld op het altaar,
dat ook al in de gotische kerk stond, wordt bekroond door een ongelooflijk tere, op pilasters rustende rocaillearchitectuur: de gehele altaarruimte lijkt te zweven. Hiermee in overeenstemming zijn de transparant aandoende plafond schilderingen en het zwierige stucwerk. De engelen aan weerszijden van het hoogaltaar zijn waarschijnlijk van A. Faistenberger. Ook de tere kleurstelling in goud, roze en geel maakt van deze gebedsruimte, waarin geen enkel onderdeel detoneert, een hoogtepunt in de rococo-kunst.

Kloosterkerk St.-Laurentius en Stift in Wilten
Nadat de nederzetting Veldidena met Romeins fort was verwoest, ontstond in ca. 900 op deze plaats de nederzetting Wi
lten. Ter ere van de heilige Laurentius werd er een romaanse kerk gebouwd. In 1120 worden de kerk en een daarbij behorend kanunnikenklooster voor het eerst vermeld. Na branden, herhaaldelijke verbouwingen en perioden van verval, kreeg het in 1138 gestichte van norbertijnenklooster tegen het eind van de 16de eeuw weer betekenis. Na 1650 kende het een periode van economische en culturele bloei. In 1944 werd het zwaar beschadigd door bommen. Na 1945 begon men met de restauratiewerkzaamheden.
 
Stifiskirche St.-Laurentius
De sage verhaalt van twee vijandige reuzen, Haymo en Tyrsus. Haymo zou na een misdaad, uit berouw, de kerk gesticht hebben. In 1644 zocht men naar het graf van de vermeende stichter Haymo. Bij de daartoe ondernomen opgravingen stortte de toren op de kerk. Dat werd de aanleiding tot het bouwen van een nieuwe kerk, naar plannen van hofarchitect
. In 1667 kwam de mooie toren aan de noordfaçade, met helm en lantaarn, gereed. De tegenhanger, aan de zuidzijde, werd nooit gebouwd. Al 35 jaar later wilde men de kerk verfraaien. In 1716 kreeg de façade een voorbouw met pilasters en een gevel versierd met figuren en een galerij. Daardoor, alsmede door de geel-rode kleur van het gehele bouwwerk en door de twee wat grove, meer dan levensgrote figuren ter weerszijden van het portaal maakt de kerk een imposante, bizarbarokke, maar niet onfraaie indruk.
Het machtige schip
, met tongewelf, zijkapellen met tongewelven overdwars, lage galerijen en een iets smaller koor, heeft een witte stucwerkdecoratie. In kleine velden ziet men ingedeelde plafondfresco's. Het hoogaltaar, met schijnarchitectuur, illusionistische zuilen, is van Paul Huber. De altaarschildering toont Maria als koningin van de rozenkrans. De zes barokke zijaltaren werden in de rococoperiode gedecoreerd. Op het kruis altaar bevindt zich een laatgotisch crucifix. De voorhal, waarin zich een meer dan levensgroot houten beeld van de legendarische stichter Haymo bevindt, wordt afgesloten door een smeedijzeren hek.
Klooster

De abdij en het kapittelgebouw zijn aan de zuidzijde tegen de kerk aangebouwd en vormen een rechthoekige omsluiting van de kloosterhof met kruisgang. Sedert 1669 werd het uit veel verschillende onderdelen bestaande middeleeuwse complex verbouwd tot een barok geheel. Gotische elementen vindt men o.a. nog in de ingangsboog van het poortgebouw van de abdij. Boven de ingang bevindt zich het bronzen beeld van de reus Haymo. De vestibule is twee verdiepingen hoog en is in het bovenste gedeelte gedecoreerd met stucwerk en een plafondschildering. Ook de muurschilderingen, de olieverfschilderijen en de beelden zijn bezienswaardig.
De tuinzaal bi
edt, door illusionistische schilderingen uitzicht op fraaie tuinen.
In de Altmutterzaal, waarvan de wanden in de 19de eeuw met oosterse landschappen zijn versierd, bevindt zich een cassettenplafond. De jachtkamer heeft decoratieve wandschilderingen met jachttaferelen. D
e ruime Norberti-zaal, oorspronkelijk de feest- en ontvangstzaal, is gedecoreerd met plafondschilderingen die het leven van de heilige Norbertus, stichter van de orde der norbertijnen, in beeld brengen. Op de begane grond van het kapittelgebouw bevindt zich de kapittelzaal, een gotische ruimte met ribgewelven, waarin fresco's.
Het Sigmund-altaar, uit 1491
,  
bevindt zich eveneens hier. Het oorspronkelijk gotische refectorium werd in 1708 in barokke trant verbouwd en in 1958 in de oorspronkelijke, gotische staat teruggebracht. De bibliotheek werd gebouwd in de eerste helft van de 18de en vernieuwd in de 19de eeuw. In d
e kloosterhof bevinden zich grafstenen en rouw borden uit de 14de-18de eeuw.

Het S
tiftsmueum,
dat vroeger ook een muziekinstrumenten verzameling en een natuurkundekabinet omvatte, is ondanks oorlogsverliezen
, ook thans nog bezienswaardig, in het bijzonder de in 1961 gerestaureerde Ludovica Zimmer.

Hofburg
In de noordoosthoek van de oude stad ontstond na 1453 de Hofburg, als burcht van de landsvorsten van Tirol. De bedrijvigste bouwheren waren aartshertog Sigismund 'der Münzreiche' en keizer Maximiliaan I. Voordat Maria Theresia in 1755 een grootscheepse verbouwing liet beginnen, had het kasteel de omvang die te zien is op twee aquarellen die Dürer in 1495, op zijn eerste reis naar Italië, maakte. Deze bevinden zich thans in de Albertina in Wenen. Laatgotische gewelven zijn nog te zien in de kelders van de westelijke vleugel en in de kelders van het noordoostelijk hoekdeel van de hoofdgevel. Maria Theresia liet het complex in barokstijl verbouwen.
In de lange, bijna classicistisch aandoende façade aan de Rennweg
,
met twee lichte risalieten, Korinthische pilasters en een attica
, zijn twee middeleeuwse zijtorens zeer knap veranderd in vooruitspringende ronde hoektorens met koepel bekroning.
De interessantste zalen bevinden zich in de oostvleugel. De Riesensaal
, Reuzenzaal, die twee verdiepingen beslaat, werd in de tijd van Maria Theresia 'familiezaal' genoemd. Hier bevinden zich nl. grote olieverfschilderijen van alle familieleden van de keizerin. De zaal heeft een rococodecoratie in wit en goud en fraaie plafondschilderingen, waarop de triomf van de Huizen Habsburg en Lotharingen is uitgebeeld. Ook de overige vertrekken in de noordoostvleugel hebben nog de oorspronkelijke inrichting in rococostijl.
Bezienswaardig zijn vooral de Fürstenzimmer,
met meubelen in Lodewijk
XVI-stijl, de Ordenszimmer, met fraaie muurschilderingen, en de Gardezaal, met geschilderde kopieën van Vlaamse wandtapijten. In de westvleugel, op de gang op de eerste verdieping, een wapenreliëf van Maximiliaan I uit de 16de eeuw. Op de tweede verdieping van de zuidvleugel de sterfkamer van keizer Frans I, de echtgenoot van Maria Theresia. Deze kamer is in een gedachtenis kapel veranderd.
 
Goldenes D
achl, gouden dakje
Aan de fraaie middeleeuwse Marktplatz ligt het zgn. Goldene Dachl, een der pronkstukken van de stad. Deze siererker, met 'gouden' dak ontstond tegen het eind van de I
5de eeuw als hofloge voor Maximiliaan I en zijn gevolg, vanwaar hij de spelen op de markt kon aanschouwen. De erker werd aangebouwd tegen de 'Neue Hof: de residentie van de 'Landesfürst', door hertog Frederik IV 'mit der leeren Tasche' uit twee burgerwoonhuizen samengesteld. Sedert het einde van de I5de eeuw was dit gebouw alleen nog als kanselarij in gebruik. In 1822 werd het volledig verbouwd. Een zaal met graatgewelf in de noordelijke vleugel van de Neue Hof dient sedert 1940 als trouwzaal.
De siererker
heeft wandschilderingen.
De erker rust op twee smalle pijlers, vormt op de begane grond een open doorgang en springt op de eerste en tweede verdieping als een balkon naar voren. Onder de ramen op de eerste verdieping loopt een balustradeachtige fries met zes wapenreliëfs. Op de fresco's links en rechts van de ramen twee met vaandels zwaaiende landsknechten. De op consoles rustende tweede verdieping van de erker heeft aan de balustrade zeer fraaie reliëfs
, kopieën, de originelen bevinden zich in het Ferdinandeum. Het middelste reliëf toont Maximiliaan I met zijn eerste en zijn tweede vrouw. Het koperen, glanzend vergulde spanen dak overhuift de open toeschouwerloge, waarvan de achterwand met fresco's is gedecoreerd.

Altstadt
Vanuit de Hofburg belandt men in de Hofgasse. Hier bevinden zich het laatgotische Burgriesenhaus
, nr. 12,  en het Deutschordenshaus, in de 16de eeuw voor de Duitse Orde gebouwd. Behalve oude gevelschilderingen heeft het laatstgenoemde gebouw laatgotisch maaswerk en twee erkers met stenen reliëfs, wapens en inschriften. De Hofgasse komt uit op de Marktplatz. Schuin tegenover het Goldene Dachl ligt het Helblinghaus, met weelderige rococofaçade. Het oorspronkelijk laatgotische hoekhuis werd kort na 1725 op alle vier verdiepingen voorzien van veelsoortige stucwerkversiering. Het geldt als een der mooiste bouwwerken in zijn soort. Eveneens in de Herzog-Friedrich-Strasse, nr. 6, richting Inn staat een oude herberg, de Goldene Adler, waarin beroemde gasten, onder wie Goethe, onderdak vonden. Gevel schilderingen uit de eerste helft van de 16de eeuw, in het trappenhuis fresco's uit ca. 1510. Tegenover de 'AdIer' ligt het Oude Regeringsgebouw (nr. 3). Joh. M. Gumpp d.O. voorzag hier in 1692 enkele huizen uit de 15de en de 16de eeuw van één doorlopende, nieuwe barokke voorgevel met balkon.
In de achtervleugel van het gebouw bevindt zich
een laatgotische zaal uit de 16de eeuw. Daarboven ligt de Claudiazaal, die onder Claudia de' Medici werd voorzien van een zwaar, houten cassettenplafond en een laatrenaissance portaal. Op de tweede verdieping zijn resten van een voormalige kapel met netgewelf
.

Bij de Marktgraben en de Burggraben
gaat de straat over in de Maria-Theresien-Strasse. Even daarvoor, schuin tegenover het Kohleggerhaus, komt de Schlossergasse uit. Hier bevindt zich de Karlsburg
, nr. 3, met de Kolbenturm, een adellijk woonhuis met, aan de oostzijde, resten van muurschilderingen uit de tweede helft van de 16de eeuw. Nr. 21 in de Schlossergasse was het woonhuis van de stadsbouwmeester G. Türing, met laatgotisch portaal. Vanuit de Schlossergasse komt men in de Kiebachgasse, met het Gumpphaus, nr. 16, dat sinds 1653 in het bezit van de familie Gumpp was, barok stucwerk.

Vergaderzaal
van de Landdag:
hoge pilasters. sierschoorstenen en halfronde nissen met figuren aan de wanden. Putti en beelden, rococo-stucwerk, plafond fresco en wandschildering: een rechthoekige ruimte met halfronde a
l
taarnissen door G. A. Gumpp, stucwerk van A. Gigl, A. Gratl en Joh. Singer. Altaarschildering van Joh. G. Grasmair, 1731.

Fugger-Taxis-Palais
, Maria-Theresien-Str. 45,
naast het Landhaus vanaf 1679 gebouwd door Joh. M. Gumpp d.a. voor graaf Hans alto Fugger van Kirchberg-Weissenborn. In 1702 kwam het aan de graven van Welsberg en in 1784 aan de graven van Turn und Taxis. Het herbergt thans de kantoren van de Tiroolse overheid. Fraai stucwerk aan de façade. In de Paris-Saal rococowandversiering. Voorts plafond schildering Het oordeel van Paris.

Palais Sarntheim
, nr. 57:
gebouwd voor graaf Sarntheim
, twee kamers met nog originele stucwerkplafonds op de tweede verdieping. De Maria-Theresien-Strasse wordt in het zuiden afgesloten door de triomfpoort, die in 1765 werd opgericht ter gelegenheid van het huwelijk van Maria Theresia's zoon Leopold. De in Romeinse traditie gebouwde erepoort heeft witmarmeren beelden en reliëfs.
 
Domplatz.
Als we naar het Goldene Dachl teruglopen in de richting van de dom, vinden we in de Pfarrgasse nr. 4 het Prechthaus uit de 15de eeuw, op nr. 5 het laatgotische Ettlhaus met renaissancekapel en op de Domplatz nr. 3 het Kr
äuterhaus, 15de eeuw, het oude, keizerlijke hospitaal.
 
Fontein en Hofgarten.
Tegenover de Hofburg, aan de Rennweg, staat de Leopoldsbrunnen, een door Chr. Gumpp in opdracht van aartshertog Leopold
V ontworpen fontein. In 1622 schiep Kaspar Gras de modellen voor de bronzen figuren, die in hun huidige vorm pas in 1893 werden aangebracht. Het ruiterstandbeeld stelt de aartshertog voor.
De Hofgarten
, al in de 15de eeuw aangelegd, werd in 1858 in Engelse stijl omgevormd tot een landschapspark. In het westen nog enkele barokke gebouwen. Het Muziekpaviljoen werd in de biedermeierperiode opgetrokken.

Musea
Tiroler Volkskundemuseum
, Universitätsstr. 2:
het museum is ondergebracht in het Neue Stift, direct naast de Hofkirche, dat keizer
Ferdinand I tussen 1553 en 1561 liet bouwen door Andrea Crivelli en N. Türingd.J. De façade dateert uit 1719 en is vermoedelijk van G. A. Gumpp. Het museum heeft een rijke collectie volkskunst.
Tiroler La
ndesmuseum Ferdinandeum, Museumstr. 15:
dit in de 19de eeuw gebouwde museum her­bergt bezienswaardige collecties
- kunst, prehistorische vondsten, natuurwetenschappen-, overwegend uit Tirol. Ook schilderijen, o.a. werk van Cranach, Rembrandt en Terborch.

 
** Uw accommodatie in geheel Oostenrijk kunt U goed boeken via Hotels/Appartementen/Oostenrijk     
 ** Via Hotels/Appartementen/Wereldwijd kunt u goed zoeken naar een accommodatie in 110 landen. 
 ** Algemene info over Oostenrijk