GÖTTWEIG post Furth bij Göttweig - 3511 - Niederösterreich, met Benedictijnenabdij en Parochie- en kloosterkerk Mariä Himmelfahrt, naar kaart Oostenrijk, naar stedenlijst Oostenrijk.

    
Benedictijnenabdij. Als van de plannen van J. von Hildebrandt ook de laatste fase,
1722
, zou zijn uitgevoerd, zou aan de oostelijke uitgang van de Wachau een der indrukwekkendste kloostercomplexen van Europa hebben gestaan.
In 1083
, de tijd van de investituurstrijd,
sticht A
ltmann, de bisschop van Passau, het klooster van de augustijnerkoorheren Göttweig. De bisschop staat onwrikbaar achter paus Gregorius VII en keizerin weduwe Agnes. Zijn openlijke oproep tot het afzetten van keizer Hendrik IV dwingt hem Passau te verlaten. Vanuit Rome schenkt paus Gregorius hem als pauselijk legaat de Ostmark, het gebied rondom Wenen. Hier oefent hij grote invloed uit op markgraaf Leopold, tot deze in de Slag bij Mailberg het leven laat.
In 1094 nemen benedictijnen uit St.­Blasien
in het Schwarzwald het klooster over. Dan begint een bloeitijd die duurt
tot het begin van de 13de eeuw en die zich o.a manifesteert in de stichting van nieuwe kloosters, Garsten 1107, Seitenstetten 1116. Van ca. 1200 tot 1577 is Göttweig een dubbel klooster als gevolg van de komst van de bewoonsters van het vrouwenconvent uit Kleinwien. In 1383 krijgen de abten van Göttweig het privilege der pontificalia, bisschoppelijke functies en voorrechten, in 1401 krijgt het klooster exemptie, het niet onderworpen zijn aan de jurisdictie van de plaatselijke bisschop. In de 16de eeuw kent het een neergang, Reformatie, invallen van de Turken, pestepidemieen, kloosterbranden. De 17de eeuw brengt een grote activiteit onder Italiaanse bouwmeesters, schip van de kloosterkerk door D. Sciassia.

Met de verkiezing van Gottfried Besseltot abt
,  
1714-1749
, begint in Göttweig de glansperiode der barok. Hildebrandt verbouwt in 1719 het complex in barokstijl. Alleen de vroegbarokke kloosterkerk, de helft van het oude gotische kasteel in het zuiden, met ronde torens en grachten en de Ehrentrudiskapelle, begin 13de eeuw, in het westen blijven bewaard. In 1765 wordt de façade van de kerk voltooid in classicistische stijl, in 1783 komt de bouw aan de zuid vleugel geheel tot stilstand. In het noordwesten van het kloostercomplex bevindt zich de ttweiger Kaiserstiege, met een eigen drie verdiepingen hoge vleugel, een der grandiooste trappehuizen in Oostenrijkse kloosters, in 1739 door F. A. Pilgram voltooid. Aan het plafond het fresco van P. Troger, 1739, voorstellend de apotheose van keizer Karel VI, de vader van Maria Theresial als zonnegod Helius en als Apollo, god der muzen.
Op de stenen balustrad
en stucvazen,
met voorstellingen van de maanden en de vier jaargetijden. In de feestzaal plafondfresco's van
, Bruiloft te Kana, en Gezicht op het klooster. Voorts vier keizerlijke vertrekken, met als laatste de zgn. kamer van Napoleon. In de Cäciliensaal een deel van de schilderijencollectie, met werken van Altomonte en Kremser Schmidt. In de niet voor publiek toegankelijke bibliotheek in de oostelijke vleugel stucversiering in wit en goud uit 1727. Verder belangrijke verzamelingen kunstwerken uit de oudheid, munten, muziekstukken en wapens. In het Grafologisch Kabinet van het klooster worden jaarlijks tentoonstellingen gehouden. Op de binnenplaats staat een fonteinpiramide, aangelegd onder technische leiding van Fischer von Erlach de Jongere. Het beeldhouwwerk is van Joh. Schmidt.

P
arochie- en kloosterkerk Mariä Himmelfahrt
Hildebrandt had er een koepelkerk van willen maken met twee torens aan de gevel, maar de kerk is onveranderd gebleven. De torens,
zonder lantaarns, lopen uit in de vorm van een stompe piramide. De buitentrap leidt naar een diepe voorhal met vier Toscaanse zuilen en een tweede voorhal met gotische marmeren grafstenen uit de 15de en de 16de eeuw. Het interieur is geheel in gouden. bruine en blauwe tinten gehouden. Het hoogkoor werd in 1594 van een stergewelf voorzien. Het blauwgouden hoogaltaar en de kansel zijn van Hermann Schmidt uit Esschen bij Antwerpen. In de glasschilderijen achter het hoogaltaar zijn twaalf gotische glas fragmenten van de 'Meester der St.-Lambrechter votieftafels', 1430-1440, samengebracht.
Boven het met intarsiawerk versierde koorgestoelte:
drie panelen van een onbekende Oostenrijkse mani
ërist. Fraai driedelig orgelfront. In de acht zijkapellen van het schip waardevolle schilderijen van Grabenberger, Tobias Bock en Martin Schmidt. Onder het priesterkoor de Altmanncrypte met achthoekige zuilen, in de apsis aan de noordzijde het grafmonument van de heilige Altman in hoogreliëf, in de apsis aan de zuidzijde de reliekschrijn van Altmann uit 1688. Bezienswaardig zijn voorts het ivoorsnijwerk aan de Altmannikrümme, een bronzen luchter uit 1180 en paramenten in de schatkamer.

 
** Uw accommodatie in geheel Oostenrijk kunt U goed boeken via Hotels/Appartementen/Oostenrijk     
 ** Via Hotels/Appartementen/Wereldwijd kunt u goed zoeken naar een accommodatie in 110 landen.
 ** Algemene info over Oostenrijk