KUNSTHISTORISCHE SCHETS, VAN PREHISTORIE TOT IMPRESSIONISME. Naar overzicht kunsthistorie.  Naar uw accommodatie!

    

PREHISTORIE
Uit het steentijd, tussen 40.000 en 10.000 zijn de eerste voorstellingen van mensen en dieren bewaard gebleven. Er zijn muurschilderingen bekend uit grotten uit oord-Spanje en Zuidwest-Frankrijk. De gewonde bizon in Altamira is uit 20.000 v.C..
Altamira
  
Grot in Noord-Spanje, op 30 km afstand van Santander, in de buurt van het plaatsje Santillana del Mar, geniet grote bekendheid als vindplaats van rotstekeningen uit de prehistorie . De grot, die zich 270 m diep in een kalkmassief uitstrekt, was reeds in 1868 bekend; in 1879 publiceerde de amateur Don Marcelino de Sautuola als eerste over de tekeningen en schilderingen, waarvan echter pas later, toen meer grotschilderingen  ontdekt waren, de authenticiteit erkend werd. Van de ca. 150 voorstellingen bevindt zich een dertigtal, zeer goed bewaard gebleven, in de zgn. schilderijenzaal, op 30 m van de ingang. De zoldering is bedekt met afbeeldingen waarin een rode okerkleur overheerst en waarin ook bruin en zwart voorkomen. Ze stellen voornamelijk bizons voor, maar ook herten en wilde paarden; verder zijn er talrijke tekens, deels wigvormig, deels op lange laddertjes gelijkend. De polychrome afbeeldingen die op vele plaatsen over oudere figuren heen zijn geschilderd, moeten omstreeks 12.000 v.C. worden gedateerd.  Meer info!

EGYPTENAREN      
Deze wilden met hun beeldhouwwerken bereiken dat ze bleven bestaan tot in eeuwigheid. Zij geloofden in een leven in het hiernamaals. Alle handelingen tijdens het aardse leven waren gericht op hun tweede leven. Zij gebruikten graniet, leisteen en basalt, materialen die slijtvast waren, voor hun beelden. De ziel zou er later zo in terug kunnen keren. De leider, de farao, werd als een god vereerd. De graven, piramiden en rotsgraven, moesten altijd blijven bestaan en werden dan ook van die slijtvaste materialen gemaakt.
De goden werden vereerd in reusachtige tempels. Priesters hielden hier in dagelijks erediensten. De belangrijkste tempels zijn die van Karnak  en Luxor.
Tempel in Luxor
De bouw van de oude Egyptische tempel in Luxor, op de oostelijke oever van de Nijl, is begonnen in de 12de eeuw v. C. Elke volgende dynastie bouwde er een gedeelte bij. De tempel stond via een verhoogde, 3.5 km lange weg met aan weerszijden honderden sfinxen in verbinding met de tempel van Karnak  Meer info!

MESOPOTAMIE     
Ligt tussen de Tigris en de Eufraat . De koning was de plaatsvervanger van de goden. Kunst had een militair karakter en was zeer realistisch en rationeel. In de bouwkunst voerden ze de gewelfboog in. Hun paleizen waren echte vestingen. Tussen de gewelven werd aarde gestort en daarop werden planten en bomen geplant, de hangende tuinen! Bekend is hun reli?fkunst en hun glazuurkunst.   Meer info!

KRETA      
Meer dan 1000 jaar later dan in Egypte en Mesopotami? ontstond er op Kreta een derde beschaving. De Kretenzers bouwden schitterende paleizen, bijv. in Knossos  en Phaestos. Het centrum is een rechthoekige binnenhof  met eromheen vertrekken, gangen staatsietrappen en magazijnen. Men kenden al verwarmingssystemen, stromend water en rioleringen. Wereldberoemd zijn de fresco?s en hun beschilderde keramiek.
De Myceners bouwden op de Peloponnesus  burchten,  cyclopische muren en koepelgraven. Grondpatroon van de burcht was het megaron, gewone woning: rechthoekige zaal met in het midden een open haard tussen zuilen en er boven een opening in het zadeldak voor de rook . Bekend zijn verder de fresco?s   met dier- en plantmotieven, edelsmeedkunst en de beschilderde Myceense vazen.  Meer info!

GRIEKEN      
De oorsprong van onze beschaving vinden we bij de Grieken. Vakken als wiskunde, atletiek en staatsinrichting komen we al bij de Grieken tegen. Bloeitijd van de Griekse beschaving begon omstreeks 700 v. C.. Die van de Egyptenaren nam toen af. Het werd het begin van de Europese cultuur.. Door uitbreidingen van het Romeinse rijk maakte West-Europa kennis met de Griekse cultuur. De Griekse en Romeinse cultuur noemen we de ?klassieken?. Invloed van de Grieken is nog overal zichtbaar. Elke stad heeft wel een zogenaamd neoclassicistisch gebouw uit de 19e eeuw. Zo?n gebouw uit de vorige eeuw heeft vormen die van de Grieken en de Romeinen zijn overgenomen. Neoclassicistisch  betekent opnieuw klassiek. Veel stations, musea en stadhuizen uit de 19e eeuw zijn in klassieke stijl gebouwd.
Ook de wijze waarop westerse landen nu bestuurd worden is in oorsprong Grieks.  De democratie werd in Athene ca 550 v.C.  voor het eerst toegepast. Ook het gebruik van munten is afkomstig van de Grieken.
Grieken pasten de architraaf  bouw toe.
Op twee pilaren rust een horizontale balk. Ze bouwden tempels voor hun goden. De gelovigen bleven buiten, alleen de priesters kwamen binnen. De binnenruimten waren dan ook niet groot. Bij de bouw hechtten zij veel belang aan goede verhoudingen. Zo stond de dikte van de zuilen in verhouding met de hoogte.
De mens stond bij de Grieken in het middelpunt.
Hun cultuur was mens gericht. Gevolg hiervan was dat zij  het aardse leven en prestaties hoog vereerden. De goden werden als ideale mensen voorgesteld, bijv. als atletische figuren en wel zo natuurgetrouw mogelijk.
De kunst moest bij de Grieken nuttig zijn. De gebruikte materialen waren steen en brons. Meer info!

ETRUSKEN      
Vanaf de 8e eeuw v.C. stichtten de Etrusken hun steden tussen de po vlakte en Rome. Florence en Rome waren de belangrijkste centra. De Romeinen noemden de bewoners van deze streek, Etruri?, Etrusken.
De Etruskische taal is nog niet ontcijferd. Er zijn veel inscripties, meestal kort, gevonden. Helaas kent men alleen enkele getallen en woorden. De materi?le cultuur is ons goed bekend. Veel musea hebben voortbrengsels van  Etruskische oorsprong. Dit zijn sarcofagen, kleine askisten, urnen met afsluitdoppen in de vorm van mensenhoofden, metalen voorwerpen en nog veel meer. Ze zijn vooral afkomstig van Etruskische graven.
Rond 500v.C. was de macht van Etruri? op z?n hoogtepunt. Hierna verminderde deze. Grieken en Romeinen werden steeds machtiger en intern kwamen er tegenstellingen.
De Etrusken kenden geen centraal gezag.   
Er was een soort staten bond van twaalf steden, dodekapolis. Hier behoorden toe: Bolsena, Volterra, Fi?sole, Cortona en Perugia. Elke stad had zijn eigen leger en bestuursapparaat. Hun kunst stond geheel in dienst van de godsdienst. Wat er aan Etruskische cultuur over is heeft betrekking op vondsten in graven en op het grafritueel.
Van de steden bouw is weinig bekend, want op alle stedelijke centra zijn door de Romeinen nieuwe steden gebouwd en in de middeleeuwen hierop vaak weer nieuwe.
Hun begraafplaatsen, necropolis, lagen buiten de steden of waren in rotsen uitgehouwen graftomben.  
Belangrijke steden en vindplaatsen zijn: Arezzo, Chiusi, Cortona, FiŽsole, Populonia, Roselle, Sovana, Vetulonia, Vulci en met name Volterra met een grote goed bewaarde stadsmuur en stadspoorten.
De Etrusken waren aanvankelijk echt uit op de werkstukken van Griekse kunstenaars en handwerkslieden. In grote hoeveelheden werden ze ingevoerd. De Griekse kunst was een belangrijke stimulans voor de kunst in Etruri?. De Etruskische kunst vormt een belangrijke schakel tussen de Griekse en Romeinse kunst.
Zo is de klassieke traditie in de Romeinse wereld te begrijpen.   
In de 6e eeuw v.C. was Rome een Etruskische stad, geregeerd door Etruskische koningen. Geleidelijk aan zijn de Romeinen de Etrusken gaan overheersen. De Etruskische steden zijn toen veelal beroofd van hun kunstschatten. De Romeinen hebben er hun openbare en particuliere gebouwen mee verfraaid.. Tot in de 1e eeuw v.C. bleef men in Rome de zelfde technieken in de architectuur en andere kunsten toepassen. Het Etruskische heeft zich vermengd met het Romeinse. Meer info!

ROMEINEN      
Alexander de Grote is de laatste belangrijke Griekse staatsman en veroveraar. Na zijn dood, 323 v.C., begint het geweldige rijk uit elkaar te vallen. De Romeinen heroveren grote delen. Ook naar het noorden breidden zij hun rijk uit. Zo maakt West-Europa kennis met een nieuwe cultuur.
Orde en regelmaat waren kenmerkend voor de Romeinen.
Vijf eeuwen wisten zij hun rijk te handhaven. Dit was mogelijk door hun goed geordende rechtspraak, bestuur, leger en door hun techniek. Zij namen van anderen de kunst over, vooral van de Etrusken en de Grieken. Zij wijzigen die zo dat de kunst in dienst staat van hun eigen doel, wereld staat opbouwen en handhaven. De Romeinen waren praktisch van aard, op de eerste plaats kwam doelmatigheid. Met name in de bouwkunst komt dat tot uiting. Romeinse kunst is uiterlijke pracht en praal. Kunst moet indruk maken en hun macht bevestigen.

Aan architraaf bouw en tongewelf  voegden zij het kruisgewelf,  

twee elkaar kruisende tongewelven, toe. Zij bouwden in heel hun rijk: atriumhuizen XG "atriumhuizen" , insulae of woonkazernes, villa?s of landhuizen, tempels, basilicae, thermen, theaters, amfitheaters, triomfbogen, triomfzuilen, mausolea, bruggen en stadspoorten.
Ze maken veel kopie?n van Griekse beelden. In het nauwkeurig weergeven van een bepaalde mens, portret, waren ze zeer bedreven. In hun reli?fs, Titus ereboog, zuil van Trajanus, zuil van Marcus Aurelius, geven ze historische gebeurtenissen weer. De met name vloer moazÔekkunst was verspreid over de gehele Romeinse wereld.
MozaÔek
  
Een compositie die is opgebouwd uit kleine stukjes kleurige steen of glas. Het ontwerp wordt eerst getekend op een karton. Vroeger bracht men de tekening over op de muur en zette de gekleurde blokjes (marmer, ge?mailleerd baksteen, gekleurd ondoorzichtig glas, goud achter glas) in een mortelbezetsel. Thans stelt men de delen samen op het atelier, door de steentjes op papier te kleven. Men brengt deze onderdelen op het bezetsel en weekt het papier af wanneer de mortel begint af te binden. Door kloppen verkrijgt men een tamelijk effen oppervlak  Meer info!

VROEG CHRISTELIJKE - en BYZANTIJNSE KUNST      
Sluit aan op de Romeinse kunst. Een van de laatste Romeinse keizers is Constantijn . Deze verklaarde in 313 het christendom tot staatsgodsdienst. De bouw van kerken komt nu op gang. Uitgangspunt was niet een klassieke tempel want die bood te weinig ruimte en in verband met de godenverering niet gewenst. Uitgangspunt werden  de markt- en keizerlijke basiliek (G. basilikos = koninklijk). Een dergelijk gebouw kon veel mensen bevatten. Het interieur werd aangepast, muren werden bedekt met voorstellingen; schilderingen en mozaÔeken. Kunst moest imponeren, niet voor de mens maar voor God. Voorbeelden uit de 4e eeuw zijn: oude Sint Pieter, Sint Jan in Lateranen en de St. Paulus buiten de muren.
Byzantijnse koepelkerk is gekenmerkt door een centraalbouw  op een rond of veelhoekig vlak.
   Wereldberoemd is de Aya Sophia te Constantinopel. Er wordt gebruik gemaakt van hanggewelven  onder de koepel in de vierhoeken. Halve koepel gewelven XG "Gewelf:halve koepel gewelf"  vangen de druk in een richting op en in de andere richting door dwars tongewelven De San Vitale in Ravenna  heeft een achthoekig grondplan. De koepel rust op acht pijlers met er tussen open nissen. San Marco in Veneti? is een voorbeeld van de kruiskoepelkerk, behalve de centrale koepel zijn er nog vier kleinere koepels.
 MozaÔeken  zijn de meest typerende schepping van de Byzantijnse kunst. Vermaard zijn de indrukwekkende mozaÔeken van Ravenna en van de San Marco. Ook miniaturen en ikonen zijn typisch Byzantijns


Byzantijnse mozaÔeken
 
Dit zijn de belangrijkste mozaÔeken, ze dateren van na 313. In vroeg-christelijke basilieken, grafkapellen en doopkerken kreeg deze techniek de beste kans op de muren en de gebogen vlakken van de apsis
en later, in de Byzantijnse kerken, in de tongewelven en koepelschalen. Toen de Byzantijnse koepelkerk volledig was ontwikkeld, werd het gewoonte alle muren tot aan de kroonlijst met platen gekleurd marmer en alle muur- en gewelfvlakken daarboven met glasmozaÔek op gouden fond te bekleden, m.n. sinds de 6de eeuw; voor die tijd was het fond blauw, in de 4de eeuw nog witachtig. In de vroeg-christelijke kerken werd het mozaÔek een onafhankelijke fantasiekunst, sterk aansluitend bij de architectuur. In de regel is het expressiekunst met louter statische figuren en groepen. Ook de keuze van de motieven is groots; in de apsis kalot staat of troont Christus in Zijn majesteit, omringd door de apostelen of de titelheiligen; na de 6de eeuw werd ook de Moeder Gods als zetel der Wijsheid afgebeeld; aan de muren en gewelven zijn de mysteriŽn des heils in voorname, spoedig onveranderlijke composities weergegeven.
In het Griekse Oosten zijn de vroeg-christelijke monumenten vrijwel alle vernietigd in de tijd van het iconoclasme. De meeste Byzantijnse mozaÔeken
  dateren dan ook van na 1000. Die in het rijk zijn later weer door de Turken vernietigd; de grote ensembles zijn slechts bewaard in de uitstralingsgebieden: KiŽv, SiciliŽ, VenetiŽ, Ravenna

Basiliek
 
In de oudheid een grote zaal met zuilengalerij, bestemd voor de rechtspraak; vroegchristelijk langwerpig kerkgebouw met drie of meer beuken, door bogenrijen op zuilen gescheiden en lichtopeningen in de hogere middenbeuk. Zit hier een dwarsschip en koor aan dan spreekt men van kruisbasiliek.

Baptisterium
(Lat., v. Gr.: baptist?rion = oorspronkelijk: waterbekken; later doopvont; Ital.: Battistero) of Doopkapel 
Naam van het gebouw waar in de vroeg-christelijke periode vanaf de 4de eeuw de catechumenen, staande in een in de vloer aangebracht waterbassin (piscina), werden gedoopt. Het was een vrijstaande kapel, bijna steeds achthoekig van vorm (symbolisch getal van het nieuwe leven) met in het midden de eveneens achthoekige piscina. Meestal had het baptisterium een eigen altaar, gewijd aan Johannes de Doper. Tot de 8ste eeuw waren de doopbassins meestal zo diep dat de dopelingen (toen uitsluitend volwassenen) er tot hun middel in konden staan. Een decreet van Karel de Grote, uitgevaardigd in 789, waarbij werd voorgeschreven dat voortaan de doop diende te worden toegediend aan de kinderen in de loop van hun eerste levensjaar, leidde tot het invoeren van de doopvont. Daarna ontstonden geen baptisteria meer, met uitzondering van ItaliŽ, waar men ze tot ver in de middeleeuwen bouwde, waarbij evenwel de doopvont het vloerbassin verving. De inwendige decoratie bestond uit mozaÔeken
  of fresco's , met voorstellingen als de doop van Christus in de Jordaan, de doortocht door de Rode Zee, de herten bij de waterbron. Meer info!

MIDDELEEUWEN     
In de 4e eeuw verdwijnt het Westromeinse rijk. Door de steeds slechter wordende economie en invallen van vreemde volkeren  komt er een einde aan het Romeinse rijk. Hunnen, onder leiding van Attila, trekken vanuit AziŽ Europa binnen, Vandalen, uit Noord Duitsland trekken via Spanje door tot in Noord Afrika, Westgoten uit het Donau gebied trokken ItaliŽ in en plunderden in 410 Rome. Het zal eeuwen  duren voordat West-Europa opnieuw tot de zelfde prestaties in staat is als de Grieken en de Romeinen. Opnieuw is dan de Griekse en Romeinse kunst het voorbeeld. Deze periode wordt de Middeleeuwen genoemd. Het is de tijd van de Vikingen, Karel de Grote, de kruistochten en de kathedralen bouw.
Vikingen vestigen zich in de 9e eeuw in Ierland, Bretagne en Engeland.
 

Ze bekeren zich tot het christendom en erkennen het gezag van de paus. Ze dringen zelfs door tot in SiciliŽ en Zuid-ItaliŽ. De staat en de kerk waren de opdrachtgevers voor de kunstenaars. Veel kunst uit die eeuwen, 1000-1800, heeft bijbelverhalen als onderwerp. Bouwkunst is vooral kerkenbouw.
Het is ook de tijd van de kloosterorden. Zo sticht Benedictus in 529 de benedictijnenorde en richt overal abdijen op. Deze groeien uit tot middelpunten van nieuw cultureel leven. Paus Gregorius begint met de bekering van de Angelsaksen en vandaar trekken missionarissen Nederland en Duitsland in. 
Meer info!

KUNST van de ISLAM     
In 622 predikte Mohammed  zijn nieuwe leer, de islam, de volledige overgave aan Allah, de God.
De kunst van de islam hangt samen met de godsdienst. Alles wordt teruggevoerd en herleid tot Allah. Dit leidt in de kunst tot schematiseren en herhalen. Uit het feit dat de Koran  het maken van godsbeelden verbiedt in de praktijk ook een afwijzende houding ontstaan tot afbeelden van levende wezens. Vandaar is er veel decoratieve kunst in het vlak.
Twee karakteristieke elementen zijn er altijd aanwezig in de islamitische kunst; de moskee, naast religieuze en profane  gebouwen en de beheerste praal in de kunst.
In de moskee wordt het gemeenschapsgebed verricht.
 

Oorspronkelijk bouwplan ervan is een vierkant of rechthoekig plein dat omsloten is en aan ??n zijde een zuilengalerij heeft. In de gebedsruimte is een nis en er staat een kansel. Vanaf de minaret richt de gebedsoproeper zich tot de gelovigen. Kenmerkend is ook de koepelbouw, afkomstig van de Byzantijnse cultuur. Een andere bouw is het platte dak, gedragen door zuilen. In de voorhof treffen we de fontein met bekken aan, waar gelovigen zich reinigen. De opvallendste versieringen van de moskee zijn de talrijk voorkomende bogen en de mozaÔeken  aan wanden en koepels.
In de westerse moskee ontwikkelen zich het versierende metselwerk of arabesken
 
en de in steen uitgehouwen teksten. In Spanje en Noord-Afrika zien we hoefijzerbogen ontstaan en de vierkante minaret. Moskee van Cordoba geldt als een meesterwerk van de bouwkunst voor het gehele islam gebied.
De genoemde versieringen en techniek zijn ook toegepast bij grafmonumenten, theologie instituten, badhuizen en gastenhuizen. Het portaal is hierbij vaak opvallend. Hoogtepunt van paleisbouw is het Alhambra in Granada. De schilderkunst  uit zich vooral in kalligrafische kunst. De met goud omzoomde letters zijn kunstwerken van miniatuurkunst. Aardewerk wordt beschilderd in aantrekkelijke kleuren. Tegels en tegelmozaÔeken worden gebruikt om gebouwen te versieren. In metaalbewerking is men ook goed. Dienbladen, schalen, kommen kruiken, wierookbranders en wapens worden van goud of zilver vervaardigd. Sierweven  wordt toegepast bij de vervaardiging van fluweel, satijn, damast en brokaat. Tapijtknopen is al bekend uit de 11e eeuw. In houtsnijwerk ziet men vaan geometrische motieven, vaak in combinatie met inlegwerk van ivoor, parelmoer of metaaldraad.
Meer info!

ROMAANSE KUNST     
Bouwkunst
Van ongeveer 1000-1200 wordt er Romaans gebouwd, daarna gotisch. Vooral in Frankrijk worden in die tijd veel kerken gebouwd. In het geheel katholieke Frankrijk waren veel kloosters. Met name de benedictijnen hebben van uit Cluny  veel invloed gehad op de kerkenbouw. Zowel op kerkelijk als op staatkundig terrein werd Frankrijk steeds machtiger. Veel steden konden de bouwkosten opbrengen. Er waren veel pelgrimstochten, bijv. naar Santiago de Compostella, waarbij kerken rustpunten vormden.
Het kruis, symbool van het Christendom,
 

vormt de plattegrond. De kerken uit de 4e eeuw leken veel op een Romeinse basiliek. In de 11e eeuw heeft de kerk een eigen vorm. Er zijn echter nog veel Romeinse vormen en constructies zoals rondbogen, tongewelven, koepels en bijna platte daken. Vandaar dat men spreekt van Romaanse bouwstijl.

Kenmerken
     kruisvorm als plattegrond,
     rustige en duidelijke vormen,
     de vormen zijn goed te onderscheiden,
     bijna platte daken,
     in het midden een zware toren,
     kleine ramen,
     horizontaal, zwaar (dikke muren) en laag,
     rondboog, ton- of koepelgewelf,
     versiering, idee van triomf 

Boog
  
Constructie die een opening tussen twee steunpunten overspant. Vangt de bovenliggende last op. Men onderscheidt: de rondboog, een halve cirkel; segmentboog, een cirkelsegment; hoefijzerboog, onderaan doorgetrokken halve cirkel; de spitsboog, twee elkaar bovenaan rakende cirkelsegmenten.
Gewelf
 
Overdekkende constructie. Koepelgewelf: kegel- of halfbolvormig gewelf op ronde of veelhoekige plattegrond. Tongewelf: halfrond gewelf tussen twee muren. Kruisgewelf: de doorsnijding van twee tonnen. Arcade  : (L. arcus  =boog) reeks bogen op zuilen of pijlers.

Voorbeelden
  
Frankrijk: St Lazares in Autun; St Trophime in Arles die gebpuwd is op de ruÔnes van een Rome XG "Rome" inse rechtszaal; abdij kerk in Cluny XG "Cluny" , St Sernin in Toulose, de grootste bewaard gebleven Romaanse kerk aan de route naar Santiago, heeft een lang schip met tongewelven, hoge arcaden en ruime galerijen; de monumentale abdijkerk van Tournus in BourgondiŽ; St Madeleine van Vezelay, met het unieke tongewelf.
ItaliŽ: Normandische dom van Cefalu op SiciliŽ; San Martino in Lucca; San Zeno in Verona; San Michele in Pavia.
Nederland: Munsterkerk in Roermond; Onze-Lieve-Vrouwekerk in Maastricht.

Beeldhouwkunst en schilderkunst
  
De bekendste werken van de Romaanse beeldhouwkunst zijn reliŽfs die aangepast zijn aan het bouwwerk waar voor ze bestemd waren. Bouwkunst en beeldhouwkunst zijn als het ware met elkaar versmolten. Zo werd het bouwwerk een nog beter beeld van de Kerk. Op de bovendrempels en in de boogvelden van de kerkdeuren werden de reli?f voorstellingen gekapt. Later werd het vlakreliŽf hoogreliŽf. De kerkdeur krijgt echt een omlijsting en wordt een portaal. Zuilen worden behandeld als beelden. Levensgrote beelden komen meer en meer op.
Ook de kapitelen worden van beeldhouwwerk voorzien.
Naast beeldhouwwerk komt bronswerk en edelsmeedkunst op. In schrijfateliers van abdijen worden perkamenten handschriften verlucht met miniaturen. Wat hierbij opvalt is de mooie vlakvulling, sierlijke lijnenspel en de prachtige kleuren.
Origineel in het Romaanse westen is de kunst van de gebrandschilderde glasramen in lood.
Aanbevolen
: het schitterende boek  Romaanse Kunst, samengesteld door Rolf Toman. Uitg. KŲnemann.  Meer info!

GOTISCHE KUNST     
De 13e eeuw brengt in West-Europa een culturele eenheid. Politiek komt er meer orde en rust. Bedelorden, franciscanen en dominicanen, vergroten de invloed van Rome  en het godsdienstig leven wordt verdiept. Steeds meer regelen gilden het sociale leven in de steden. Economie herleeft en het handelsverkeer, vooral internationaal, neemt toe. Wetenschappen bloeien en overal ontstaan universiteiten. Dit alles bevordert de grotere bouwplannen van adel, clerus en burgerij.
Bouwkunst
  
In deze eeuw verandert de constructie aan de kerkenbouw. De gotiek ontstaat in Frankrijk waar ze wordt toegepast in de kerkelijke bouwkunst. Binnen 100 jaar werd er in geheel West-Europa zo gebouwd. De rondboog werd vervangen door de spitsboog. Het gewicht wordt recht naar beneden afgevoerd via zuilen, luchtbogen en steunberen. De muren zijn als ondersteuning niet meer nodig. Zo konden er veel grotere ramen, in de vorm van spitsbogen, geplaatst worden.

Kenmerken:  

     kruisvorm als plattegrond,
     drukke, ingewikkelde en veel verschillende vormen,
     daken steil,
     kleine lichte toren in het midden,
     grote, hoge en vaak gekleurde ramen,
     twee westtorens,
     verticaal, licht, hoog, streeft naar omhoog,
     kruisribgewelf met steunberen en luchtbogen en daarmee samenhangende spitsbogen.
Kruisgewelf

Samengesteld uit twee elkaar doorsnijdende tongewelven, met diagonale raaklijnen of graten. Kruisribgewelf: de gewelfkappen liggen op elkaar kruisende ribben. Steunbeer: schoorpijler, staat dwars op de muren vangt zo de zijdelingse druk op van een gewelf. Luchtboog: stenen schoor, in boogvorm, tussen steunbeer en schipwand.
Kathedraal
  
Of domkerk: hoofdkerk van een bisdom in de zetelplaats van de bisschop, waarin deze de bisschoppelijke plechtigheden verricht en waarin het domkapittel zijn vaste koordienst houdt. Ook groot r.k. kerkgebouw. 

Voorbeelden
 
Frankrijk: NŰtre Dame van Parijs en Amiens; kathedraal   van Chartres, koningin onder de kathedralen; NŰtre Dame van Reims, gaat voor de mooiste door; NŰtre Dame van Rouen heeft zeven torens.
Nederland: Sint Janskerk in den Bosch; Sint Laurenskerk in Alkmaar; Grote kerk in Dordrecht.
ItaliŽ: domkerk  in OrviŽto; Santa Maria in SiŽna.
Spanje: kathedraal   in Burgos; nieuwe kathedraal in Salamanca; kathedraal in Segovia; Santa Maria in Sevilla, de grootste gotische kerk; kathedraal in Toledo.

Aanbevolen: het boek KATHEDRALEN, Honderd wonderen van het avondland. Uitg. Michon, Helmond

Beeldhouwkunst
 
Aanvankelijk stond die in dienst van de bouwkunst, met name die van kathedralen. Geleidelijk maken zij zich daar van los. Sierlijkheid, beweging en expressie van gemoedstoestand zijn de kenmerken. Er wordt een derde dimensie aan toegevoegd en daardoor worden de beelden realistischer.

Schilderkunst
 
De muurschilderingen in de kerken dienden om de gelovigen, die voor het grootste deel ongeletterd waren, met de geest van de Heilige Schrift vertrouwd te maken, hun de christelijke moraal voor ogen te houden. Van de muurschilderingen is slechts een klein deel bewaard. De tekening werd eerst in zware contouren gemaakt en daarna in figuren met kleuren ingevuld of verguld, meestal zonder schaduwpartijen. De achtergronden waren eenkleurig. Het ornament was, evenals de figuren, gestileerd (muurschildering in BerzÔŽ-la-Ville, ca. 1100).
De miniaturen in de diverse manuscripten uit de kloosterscriptoria van Noord-Frankrijk, BelgiŽ en Engeland vormen een verdere verfijning van de Karolingische en Ottoonse verluchte handschriften, waarin duidelijke Byzantijnse invloed te bespeuren valt.

Algemene kenmerken zijn:
 
vloeiende lijnen, sierlijkheid en aandacht voor detail. Ook in de miniatuurschilderkunst, ivoorreliŽfs, interieurdecoraties, tapisserieŽn, meubelen, kostuums en edelsmeedkunst komt de gotiek als stijl voor.
Centra: Parijs, Zuid-Nederlandse steden, Londen, Keulen, Florence, Siena, VenetiŽ en Genua.
 
Triforium = smalle loopgang onder de vensters van de hoofdbeuk. Is in de dikte van de muur uitgespaard en open naar het schip door bogen.
Scheiboog = boog tussen twee beuken.
Fiaal = spits bekroningstuk boven verticale bouwdelen, bezet met hogels en uitlopend in kruisbloem.
Hogel = knopvormig siermotief, ook openkrullend bladmotief.
Pinakel = siertorentje.
 
Kapiteel, Caput= hoofd, naar boven breder wordend kopstuk op een zuil. Dient om de last op een smaller draagvlak over te brengen.
Dorisch kapiteel: zwaar breed kussen en zware vierkante dekplaat, geen versiering.
Ionisch kapiteel: eierlijst onder het kussen, geflankeerd door twee parallelle voluten, spiraalvormige versieringen, en dunne dekplaat.
Korintisch kapiteel: korfvorm bekleed met rijen omkrullende acanthus bladeren, vier voluten en uitgesneden dekplaat.
Kelkkapiteel: met naar boven uitzwaaiende cilinder met bladknoppen of historische voorstellingen.  
Meer info!

RENAISSANCE      
Betekent letterlijk ?wedergeboorte?. Kunst en wetenschap gaan in de 15e en 16e eeuw met sprongen vooruit. Met name is er een wedergeboorte van de mens. Men denkt na over: het mens zijn, het leven op aarde, rol van God en die van de natuur. Vragen zijn bijv. wordt leven bepaald door de natuur of door God; is de aarde plat of rond; gaat men af op het heldere verstand of wat de kerk zegt?
Wetenschappen
 

als natuurkunde, sterrenkunde en geneeskunde gaan sterk vooruit. Men onderzoekt en kijkt hoe de dingen er uitzien. Ook vallen in deze eeuwen de grote ontdekkingsreizen. De mens hecht veel aan het aardse leven: comfortabel leven, goed gekleed gaan en fraaie interieurs.
Zelfbewustzijn wordt sterker
  
en het saamhorigheidsgevoel van de kerk komt in gevaar. Hier willen Luther en Calvijn o.a. tegen optreden. In deze tijd zijn er zogenaamde universele kunstenaars als Michelangelo, Leonardo da Vinci en RafaŽl. Renaissance betekent ook de wedergeboorte van de antieke beschaving. Men wilde anders dan Romaans en gotiek en zo werden Grieken en Rome het voorbeeld.

Kenmerken:
 

-     mens ontdekt zich zelf,
-
     wordt zich bewust van eigen wil,
-
     klassieke kunst wordt opnieuw en anders weergegeven,
-
     er is een andere manier van leven,
-
     men treedt de toekomst anders te gemoed, 
-
     de mens is het middelpunt, niet de kerk,
-
     Portugezen en Spanjaarden vergroten de westerse wereld door ontdekkingsreizen,
-
     Copernicus XG "Copernicus"  en Galilei  breidden de wetenschappen door onderzoek uit,
-
     kunst is rustig, evenwichtig, symmetrisch, ideale verhoudingen,
-
     universele kunstenaars,
-
     perspectief en platte vlak worden toegepast. 
In de 15e eeuw zijn er in ItaliŽ vijf grootmachten, Milaan, VenetiŽ, Florence, Napels en de Kerkelijke Staat. Zij zijn tevens grote kunstbeschermers en opdrachtgevers. In de 16e eeuw breidt de Renaissance zich over geheel West-Europa uit.
Meer info!

BAROK en ROCOCO        
Kunstenaars uit de 17e eeuw wilden meer gevoel en emotie in hun werk brengen. Er komt beweging en onrust in hun werk en de ordening wordt asymmetrisch.
De katholieke kerk kreeg de Reformatie  en de Beeldenstorm over zich heen. Na het midden van de 16e eeuw begint geleidelijk de bloei weer. In de 17e en 18e eeuw laten kerk en vorsten hun absolute macht gelden. Zij geven de belangrijkste opdrachten. Door pracht en praal willen ze indruk maken. Barok  is plechtig en triomfantelijk. Het woord Barok is afkomstig van het Portugese woord ?barocco? wat onregelmatig gevormde parel betekent.
In de Nederlanden wordt de 17e eeuw ook wel de ?Gouden Eeuw? genoemd. In de schilderkunst XG "Gouden Eeuw:schilderkunst"  komen we  namen van: Rubens, Jordaens, van Dijck, Frans Hals, Rembrandt, Vermeer, Ruysdael en Hobbema. In de 18e eeuw wordt alles nog meer overdreven. Interieur van paleizen van het Franse hof, buitenkant en binnenkant van gebouwen en kerken zien er feestelijk uit.

Kenmerken
  
-
     kerken moeten hemelse heerlijkheid uitstralen,
-
     kostbare materialen, marmer en bladgoud,
-
     plattegrond van kerk is ovaal en rechte lijn wordt zoveel mogelijk vermeden,
-
     vormen zelden symmetrisch en steeds beweeglijk,
-
     in rococo zelfde vormen als in barok alleen nog fijner en grilliger. 
Rococo: Ongelijkheid als een rotswand, Fr. rocaille, zorgt voor de naam van de nieuwe stijl voor de kunst in de 18e eeuw.

ItaliŽ
  
De kerkelijke barok werd na het Concilie van Trente de kunst van de Contrareformatie (die op haar beurt een groot deel van haar stuwkracht en haar propagandistische activiteit ontleende aan de hevige accenten van de barok); vandaar dat Rome er het centrum van werd. In Rome bouwde men vele nieuwe en grote kerken, met als hoogtepunt de St.-Pieter in zijn uiteindelijke vorm, waarin niet alleen architecten, maar ook beeldhouwers en schilders ongekende kansen kregen. De Romeinse barok combineerde in het algemeen de genoemde kenmerken met een wat onbarokke, onduidelijke opbouw, die elders in ItaliŽ (Turijn, VenetiŽ, Napels, Lecce, SiciliŽ) niet steeds voorkwam en buiten ItaliŽ (Spanje, Zuid-Duitsland en Oostenrijk, de Zuidelijke Nederlanden) nog veel minder.
 

Buiten Itali
Ž
 
Buiten de rooms-katholieke landen, waartoe ook Hongarije en Polen behoorden, kreeg de kerkelijke barok veel minder kansen. Frankrijk nam haar maar aarzelend en zeer ten dele aan. Toch beleefde de barok er onder Lodewijk XIV een korte, maar hevige bloeiperiode, minder op kerkelijk dan op profaan gebied. De invloed die van het meesterwerk van de Franse barok, het paleis van Versailles, is uitgegaan, was zeer diepgaand, ook in de niet-katholieke landen van Europa, en veel intenser dan die van de profane barok uit ItaliŽ, die vooral tot Oostenrijk en de aangrenzende landen beperkt bleef. In Nederland is het koninklijk paleis (aanvankelijk stadhuis) op de Dam in Amsterdam het belangrijkste monumentale burgerlijke barokgebouw, uitgevoerd naar ontwerp van Jacob van Campen (1648, ca. 1665).  Meer info!

19e eeuw
    
Eind 18e eeuw is het ineens afgelopen. Men moet het kunnen zien. Uitvindingen als de stoommachine en weefgetouw zijn het begin van de industriŽle revolutie . Er komt verzet tegen koningen. Franse revolutie van 1789 is het begin. Vanaf begin 19e eeuw wordt de ?gewone? man steeds belangrijker. Kerk en vorsten hebben als opdrachtgevers afgedaan. Maatschappij verandert dus ook de kunst. Deze periode kan ingedeeld worden in : classicisme, romantiek en realisme. 
Meer info!

CLASSICISME      
De bouwkunst heeft een eigen stijl, vroegere stijlen worden weer toegepast, Griekse beelden zijn weer het voorbeeld, onderwerpen komen van de Klassieken, koele kleuren en statische ordening. Er komen gebouwen met een andere funktie: stations, postkantoren, banken en concertzalen. Eerder waren dit soort gebouwen er niet. Ook andere materialen als beton en gietijzer kwamen in  gebruik.
 
Kenmerken
  
-     er  worden vroegere stijlen toegepast,
-     Griekse beelden zijn het grote voorbeeld in de beeldhouwkunst. Gladde, marmeren vormen maakt men,
-     de ?zuivere lijn? is in de schilderkunst heel belangrijk,
-     meestal gebruikt men Griekse of Romeinse onderwerpen,
-     koele kleuren en statische vormen.
Meer info!

ROMANTIEK     
Is een  aanduiding van een cultuurbeweging die ontstond aan het eind van de 18de eeuw en een reactie was op de Verlichting en het rationalisme.
Algemene kenmerken

In de kunsten betekende deze omkering van waarden en accentueringen: anticlassicisme, verwerping van stringente regels, onderwerping van de vorm aan de fantasie, van het cerebrale aan de emotie: triomf van de individualiteit als spiegel van het goddelijke.

Architectuur en beeldende kunst
  
Al in de eerste decennia van de 18de eeuw deed het romantische element zijn intrede in de Engelse tuinkunst met de landschapstijl.  De landschapstuin komt voort uit een mystieke natuurbeschouwing die sterk in tegenstelling staat tot het rationele natuurbegrip van de Verlichting. De landschapstijl verspreidde zich later in de 18de eeuw buiten Engeland, ook in Nederland.

Architectuur
  
De nieuwe natuurbeschouwing en het nieuwe historisch besef vormden de grondslag voor de romantische architectuur en beeldende kunst. Belangstelling voor de geschiedenis leidde in de architectuur tot herleving van oude bouwstijlen. In dit licht wordt het classisisme, de inspiratie door klassieke bouwwerken naar het voorbeeld van bouwmeesters uit de renaissance, beschouwd als deel van de romantiek (romantisch classicisme). Het classicisme manifesteerde zich het eerst (ca. 1720) in Engeland. De klassieke bouwvorm werd, in tegenstelling tot de barokke, gewaardeerd vanwege de duidelijke functie van de bouwelementen. Functionalisme werd ervaren als natuurlijk, in overeenstemming met de natuur. Hierdoor kan tevens het samengaan van classicistische gebouwen en landschapstuinen in Engeland verklaard worden.

De classicistische bouwstijl verspreidde zich in Europa en de Verenigde Staten,
evenals de neogotiek, die midden 18de eeuw, eveneens in Engeland, tot ontwikkeling kwam met als hoogtepunt de Houses of Parliament in Londen (begonnen 1836). De gotische bouwstijl brengt het pittoreske naar voren; constructie en functie gaan erachter schuil. Na 1800 kregen de Europese landen door het toegenomen nationalisme meer interesse voor de eigen architectuurgeschiedenis en werd de neogotische stijl vaker toegepast dan het classicisme.
Omstreeks het midden van de 19de eeuw volgde nog een herleving van de bouwstijlen uit de renaissance en de barok. In de late romantiek kwam de vermenging van die stijlen in gebruik, bijv. in de Op?ra in Parijs (1861?1874) en de paleizen van koning Lodewijk II van Beieren, zoals bijv. Neuschwanstein.


Schilderkunst
  
Ook in de schilderkunst was er geen romantische stijl. De sinds de renaissance traditionele naturalistische weergave van de werkelijkheid bleef gehandhaafd. Wel was de techniek divers: van precies en gedetailleerd tot los en dynamisch. Compositie, kleurgebruik en modellering werden vrijer. Beeldend kunstenaars vonden nieuwe uitdrukkingswijzen voor de eigen emotie, fantasie en mystieke beleving, o.a. in het landschap. Het aquarelleren werd ontwikkeld tot een volwaardige tak van de schilderkunst. De romantische landschapschilder werd getroffen door de zuiverheid en de grootsheid van het landschap, woedende elementen, duisternis en het contrast van licht en donker. Scholen van romantische landschapschilders waren: in Frankrijk de School van Barbizon, in Nederland de Haagse School.
Goya schilderde in Spanje actuele gebeurtenissen tijdens de bezetting door Napoleons troepen in een expressieve stijl.
Meer info!

REALISME      
Leven van alle dag is onderwerp. In de beeldhouwkunst zijn het vooral veel historische monumenten.
Meer info!

IMPRESSIONISME (v. Lat. impressio = indruk)     
De benaming voor een beweging die zich in de kunsten, met name in de schilderkunst, in Frankrijk na 1860 ontwikkelde.

Schilderkunst
  
Het impressionisme was de reactie van een groep jonge schilders tegen de heersende opvattingen van hun tijd. Zij stelden zich ten doel het onmiddellijk geziene weer te geven, zonder opzettelijke veranderingen of toevoeging van literaire of andere elementen. Zij hadden grote belangstelling voor lichtwerking en atmosfeer. Vooral het steeds wisselende zonlicht, weerspiegeld en teruggekaatst door de omringende wereld, had hun aandacht. De elementaire kleuren werden in los naast elkaar geplaatste toetsen aangebracht; schaduwpartijen waren niet zwart, maar in kleuren. Om de spelingen van het licht direct te kunnen weergeven werd in de open lucht (plein air) geschilderd. Het waren Claude Monet en Camille Pissarro die in de jaren zeventig de techniek van de kleurverdeling vanuit Engeland invoerden; het was ook Monet wiens schilderij Impression, soleil levant (1872; Musťe Marmottan, Parijs) de journalist Leroy inspireerde tot de spotnaam impressionisten, die in 1877 de officiŽle naam werd. Dit gebeurde in 1874 op de eerste tentoonstelling van de groep, bij de fotograaf Nadar
aan de Boulevard des Capucines in Parijs, waar naast het genoemde stuk van Monet werk te zien was van Renoir, Pissarro, Cezanne en Degas.

Beeldhouwkunst
  
In de beeldhouwkunst werden de principes van het impressionisme, het spel van licht en schaduw, toegepast door Rodin en Degas (plastieken)
Meer info!

** Via Hotels/Booking/Wereldwijd kunt u goed uw accommodatie vinden in 190 landen. Laagste prijsgarantie, maximale keuze, tevreden gasten, onpartijdige hotelbeoordelingen, boeken in uw taal is mogelijk!

** Booking is meer dan alleen hotels: zie eens ĒAlle accommodatietypesĒ! 
** U vindt er o.a.:
    Appartementen - Resorts  - Villa's  - Hostels  - Accommodaties met onsen - Bed & Breakfasts  - Pensions  - Motels  - Ryokans  -  Vakantieboerderijen  - Vakantieparken  - Campings  -  Botels  - Herbergen  -  Aparthotels  -  Vakantiehuizen  -  Lodges  - Accommodaties bij particulieren  -  Landhuizen  -  Luxe tenten  - Capsulehotels  -  Lovehotels  - Riads  - Luxe Chalets