KAROLINGISCHE KUNST, het grootste nog bestaande Karolingisch edelsmeedwerk is de zgn. paliotto of altaarbekleding van de Sint-Ambrosiuskerk te Milaan, ca. 840 gemaakt door de Frankische edelsmid 'magister phaber' Wolvinius.
Naar overzicht kunsthistorie.  Naar uw accommodatie!

    

Karolingische 'renaissance'
Karel de Grote streeft niet alleen naar staatkundige eenheid van West-Europa, maar bevordert ook het opbloeien van de cultuur. Uitstekend bestuur en rechtspraak, maar ook degelijke economische uitbating der domeinen en beter onderwijs staan op het programma. Het Romeinse voorbeeld is het ideaal, zonder dat hierdoor de Germaanse aard wordt prijsgegeven : al wordt Karel te Rome tot keizergekroond, Aken is de hoofdplaats van zijn rijk.
Zowel de Romeinse, de vroegchristelijke als de byzantijnse kunst in ItaliŽ
hebben bevruchtend ingewerkt op de Karolingische kunst. Deze heeft als kenmerken : 1. meer zin voor monumentaliteit;2. meer aandacht voor de menselijke figuur.

KAROLINGISCHE BOUWKUNST
  
Vůůrkarolingische bouwkunst
Waar nog Romeinse bouwwerken overeind stonden, worden deze aangepast tot kerkbouw, o.m. de vroegere markthalle en de Porta Nigra te Trier.
De vroegchristelijke basiliek
is het model voor kerken in streken, die het dichtst bij ItaliŽ lagen : kleine en weinig hoge kerkjes met drie beuken en ťťn of drie koorapsiden. Ten noorden van de Loire worden in houten vakwerk met leem, of later in natuursteen kleine zaalkerkjes opgetrokken : een rechthoekige zaal met aansluitend smaller en minder hoog priesterkoortje.

Karolingische centraalbouw
  
Het streven naar schoner en groter bouwwerken gaat uit van het keizerlijk hof te Aken. Model voor de paltskapel aldaar is de byzantijnse koepelkerk van San Vitale te Ravenna. Rond de achtzijdige middenkern met koepelgewelf loopt een gang, waarvan de buitenwand op zestienhoekig plan is opgetrokken. De bovengalerij heeft dwarse tongewelven, die tegen de kern omhooglopen en de zijwaartse drukking van het koepelgewelf opvangen. Een nieuwigheid is de blokvormige aanbouw aan de westzijde, geflankeerd door twee traptorens. Van de overdadige binnenversiering met kleurrijk stucreliŽf en wandschildering bleef niets bewaard. Zuilen van de gaanderij en hun kapitelen worden uit ItaliŽ aangevoerd en deels ter plaatse volgens antiek voorbeeld gekapt.
Enkele navolgingen
worden in brede straal rond Aken gebouwd, meestal als burchtkapel, verdwenen St.-Donaaskerk te Brugge, ca. 900; Valkhof te Nijmegen, ca. 1030) of als doopkerk. Dit type dat over Ravenna teruggaat naar voorbeelden uit de oostelijke gebieden rond de Middellandse Zee, blijft uitzondering en zal zich niet verder ontwikkelen.

Karolingische abdijkerken
  
Meer geschikt als kerkgebouw is het vroegchristelijke, basilicale plan. De koordienst der monniken vereist echter een groot koor en een ruim dwarspand : de oorspronkelijke T-vormige plattegrond der basiliek krijgt de vorm van een Latijns kruis. Een nieuwigheid is de blokvormige aanbouw aan de westzijde, waarvan de lage benedenverdieping de ingang tot de kerk vormt en waarvan de eerste verdieping, door een open boog met het schip verbonden, als tweede koor dienst doet. Bij dit westblok horen twee traptorens en soms sluit een westelijk dwarspand hierbij aan.
Gewelven worden alleen geslagen over kleinere ruimten b.v. zijbeuk, krocht onder het oostelijk koor, terwijl de grotere afgedekt worden door een op dwarsbalken rustende houten zoldering.
Inwendig bestaat de Karolingische basiliek
  
uit een opeenvolging van ruimten -westkoor, hoofdbeuk, dwarsbeuk, koor-, die door dwarse bogen met elkaar verbonden maar ook van elkaar gescheiden worden. Uitwendig is ze samengesteld uit naast elkaar geplaatste massa's. Dit volumespel zal later in de Romaanse bouwkunst verder worden uitgewerkt.

Verspreiding van de Karolingische basiliek
  
In het gehele gebied dat overwegend door Franken bevolkt was, wordt dit nieuwe kerktype toegepast. Zowel de abdijkerken in Picardie, Saint-Riquier of Centula, 789; Corbie,  als deze in het Rijnland, Sankt Gallen, ca. 820; Werden aan de Ruhr; Fulda, ca. 800; Hersfeld, 831 vlg.) en zelfs te Corvey aan de Weser, 822, ca. 875, volgen dit scherna. In BelgiŽ bleef de St. -Ursmaruskerk te Lobbes, de vroegere abdijkerk uit de 9e eeuw, bewaard, naast grondvesten van de oude abdijkerk van Sint-Truiden.

BEELDENDE KUNST EN SIERKUNT
  
Algemeen karakter
Karel de Grote beschouwt zich als de erfgenaam van de eerste christelijke keizers van Rome en als de gelijkberechtigde van de Oost-Romeinse keizers. Ook de kunstenaars grijpen naar oude voorbeelden met christelijke voorstellingen, byzantijnse voorwerpen van klein formaat uit Rome, SyriŽ of Egypte, 3e-5e eeuw, ofwel uit Ravenna of Byzantium, 6e-8e eeuw. Deze voorbeelden worden op eigen wijze vertolkt in vrij zeldzame steensculptuur, maar vooral in edelsmeedwerk, ivoorsnijwerk en brons, meestal van geringe afmetingen. In de bloeiende abdijscriptoria tekenen monniken het Evangelie in levendige lijnen en kleuren op perkament.

Brons en edelsmeedwerk
  
In de weinige bronzen kunstwerken die wij nu nog bezitten o.m. de bronzen deuren en de borstwering in de Dom te Aken, spreekt duidelijk het laatklassieke voorbeeld : evenwichtige vlakverdeling, omlijstingen met rustig en geordend ornament, akantbladeren, eierlijst. Het ruiterbeeldje uit Metz, dat Karel de Grote zou voorstellen, getooid met open bandkroon, rijksappel en zwaard, einde 9e eeuw, Louvre, Parijs, is een verkleinde weergave van een Romeins ruiterstandbeeld, maar de Frankische kunstenaar keek ook naar de werkelijkheid uit zijn tijd : de vorst heeft een Germanenkop en draagt Germaanse kleding.
Het grootste nog bestaande Karolingisch edelsmeedwerk
  
is de zgn. paliotto of altaarbekleding van de Sint-Ambrosiuskerk te Milaan, ca. 840 gemaakt door de Frankische edelsmid 'magister phaber' Wolvinius. De vier zijden van het altaar zijn bekleed met vlakgedreven zilveren reliŽfs : aan de voorzijde het leven van de Verlosser met in het midden de byzantijnse voorstelling van Christus op de troon, Maiestas Domini; op de achterwand het leven van de H. Ambrosius, bisschop van Milaan, ca. 339-397; op de twee zijwanden de verering van het H. Kruis, waarvan een relikwie in de kerk bewaard werd. Deze altaarbekleding, met het aan de lokale omstandigheden aangepaste programma van de Verlossing, is de voorloper van de in beelden uitgewerkte bijbel aan de Romaanse en gotische kerken.



Ivoorsnijkunst
  
De ivoren plaatjes met snijwerk uit Byzantium of Ravenna, nu nog bewaard in de schatkamers van de oudste kerken in het Westen, dienen als model voor de Frankische ivoorsnijders (menselijke gestalte, houding en kleding der figuren, manier van voorstellen). Deze platen met religieuze voorstellingen worden ingelegd in de wanden of het deksel van reliekkistjes en in de boekplatten van evangelieboeken. Het meest voorkomende thema is de triomferende Christusfiguur, een verschristelijkte weergave van de verheerlijking van de keizer op laatklassieke ivoren. Vroege middeleeuwen
De ivoorsnijders, die in contact staan met het hof van Karel de Grote, houden zich nauw bij de laatklassieke of byzantijnse voorbeelden.
Sedert de tweede helft van de 9e eeuw
worden ook locale legenden en gebeurtenissen uit meer recente tijd voorgesteld. De compositie en de uitwerking van figuren, planten en dieren wordt vlotter en decoratiever. Deze meer volkse richting, deze bewerking van oudere voorbeelden naar eigen aard, zal op het einde van de 10e eeuw in de Ottoonse ivoorsnijkunst uit de Moezel- en Rijn- gebied de Romaanse beeldhouwkunst op schitterende wijze inzetten.

Miniaturen
  
Opvallend zijn de grote figuren op de volbladminiaturen van de toen in groot aantal geschreven en verlichte perkamenten, handschriften uit het schrijfatelier van de Paleisschool te Aken of uit de scriptoria van bisschoppen en abdijen. Het streven om het blad op een evenwichtige manier te vullen brengt de kunstenaar ertoe, een figuur of groep in een bepaalde houding of opstelling te dwingen, maar de mensengestalte blijft natuurlijk en levendig.
Is de invloed van de klassieke kunst (natuurlijke weergave van de mensengestalte) en van de byzantijnse stijl (zin voor het plechtige) niet te loochenen, de Karolingische miniaturen verrassen door rijke kleurenweelde en levendige vlotte soms karikaturale tekening, beide erfgoed van de Franken.
Door het streven naar sterke uitdrukking vertoont elk centrum eigen kenmerken.
  
De scholen van Aken, Trier, Reichenau, Sankt Gallen, Metz, Reims, Tours, Saint-Denis bij Parijs, zijn zovele polen uit het gebied tussen Loire en Rijn, waar de scheppende krachten aanwezig zijn, die de ontwikkeling van de kunst in een nieuwe richting zullen sturen.

Zie voor links de site van Christopher Witcombe:
  

Stave Church, Medieval Wooden Churches in Norway, JÝrgen H. Jensenius.

** Via Hotels/Booking/Wereldwijd kunt u goed uw accommodatie vinden in 190 landen. Laagste prijsgarantie, maximale keuze, tevreden gasten, onpartijdige hotelbeoordelingen, boeken in uw taal is mogelijk!

** Booking is meer dan alleen hotels: zie eens ĒAlle accommodatietypesĒ! 
** U vindt er o.a.:
    Appartementen - Resorts  - Villa's  - Hostels  - Accommodaties met onsen - Bed & Breakfasts  - Pensions  - Motels  - Ryokans  -  Vakantieboerderijen  - Vakantieparken  - Campings  -  Botels  - Herbergen  -  Aparthotels  -  Vakantiehuizen  -  Lodges  - Accommodaties bij particulieren  -  Landhuizen  -  Luxe tenten  - Capsulehotels  -  Lovehotels  - Riads  - Luxe Chalets