GOTISCHE BOUWKUNST, HET GOTISCH BOUWPRINCIPE: Nieuwe bouwtechniek: ontleding van de muur in dragende en afsluitende elementen;  huidige skeletbouw in ijzer of gewapend beton kent eveneens constructieve, dragende balken en de ertussen aangebrachte afsluitwanden.
Naar overzicht kunsthistorie.  Naar uw accommodatie! 

    

De Romaanse bouwkunst streeft naar volledig overwelfde ruimte.
In technisch opzicht vereist gewelfbouw dikke stevige muren, om het gewicht van de gewelven te dragen en om weerstand te bieden aan de zijdelingse drukking. Naast het tongewelf, waarbij deze drukking gelijkmatig over de gehele wand werkt, kent men ook het koepelgewelf en het kruisgewelf, waarvan gewicht en horizontale werking naar de vier hoekpunten worden afgeleid. Aan de dikke muren worden daarom de bedoelde 'gevaarlijke' punten verstevigd.
De gotische bouwmeester buit alle mogelijkheden uit  
  
van dit afleiden van drukking naar bepaalde punten. De dikke Romaanse muur lost hij op in zware dragende elementen met daartussen dunne wanden, die nog slechts moeten afsluiten. De gotische bouwtechniek kan worden vergeleken met de Germaanse, tot in de 18e eeuw bij de hoevebouw toegepaste vakwerkbouw: een rij houten gebinten draagt het dak terwijl de opengebleven muurvlakken met leem gedicht worden. De huidige skeletbouw in ijzer of gewapend beton kent eveneens constructieve, dragende balken en de ertussen aangebrachte afsluitwanden, die volledig in glas kunnen zijn.

Het gotische kruisribgewelf 
  
Het vertrekpunt is het Romaans kruisgewelf, d.i. de doorsnijding van twee haaks op elkaar staande tongewelven, waardoor op de snijlijnen twee overhoeks lopende graten een Sint-Andrieskruis aftekenen. Bij brede overspanningen verliest een rondboog in het midden aan stevigheid. Constructief geeft de spitsboog, samen- gesteld uit twee aan de top tegen elkaar steunende segmentbogen, meer stevigheid. De gotische bouwmeester geeft daarom de voorkeur aan kruisgewelven met spitsboog, die laatromaanse bouwmeesters reeds hadden toegepast. Het aanbrengen van ribben op de diagonale snijlijnen van het kruisgewelf, kruisribgewelf, is een uitdrukking van het zelfde principe, onderscheid te maken tussen dragende en afsluitende elementen: de zwaarder uitgevoerde ribben dragen schijnbaar de afdekkende gewelfschilden, die zeer dun en licht mogen zijn.

De gotische kathedraal 
  
Is de zuiverste uitdrukking van het gotische bouwideaal. De plattegrond van de grote Romaanse kerk in de vorm van Latijns kruis wordt overgenomen: een driebeukig schip met dwarsbeuk en veelhoekig afgesloten koor met kooromgang, waarop straalkapellen ge?nt worden. De plaats tussen de dwarsstaande en ver uitstekende steunberen, werd meestal in de kerkruimte opgenomen zodat zijkapellen naast de zijbeuken ontstonden. Een dubbele zijbeuk deint de kerkruimte in sommige laatgotische kathedralen in de breedte uit. Een of twee torens staan aan de westgevel ofwel boven de kruising van schip en dwarsbeuk.
In opbouw vertoont het schip drie verdiepingen. 
  
Beneden geven een reeks scheibogen op ronde zuilen of bundelpijlers vrije doorgang tot de zijbeuken. Boven de bogen loopt een in de muur uitgespaarde loopgang, die door een bogenrij uitzicht geeft op het schip, triforium. De bovenste geleding bestaat uit een reeks in stenen maaswerk gevatte glasramen.
De wand van de zijbeuken bestaat eveneens uit een dergelijke reeks glasramen, 
  
aan de buitenzijde onderbroken door zware dwarse muurdammen. Deze steunberen klimmen hoog boven de zijbeuken en zijn door schuinoplopende luchtbogen met het schip verbonden: dit hoge schoorgestel is nodig om de ziiwaartse drukking van het schipgewelf op te vangen. De muren worden afgedekt met steile schuine daken.
Ook de torens worden volgens het gotische schema opgebouwd. De wand is eveneens opgelost in dragende massieve pijlers, aan elkaar verbonden door open bogen.

Verticaal gelede ruimtewerking 
  
Deze bouwtechniek laat toe een steeds hogere ruimte te overspannen. De dunne afsluitwand, bijna geheel gevormd door glasramen, is op korte afstanden verticaal geleed door zwaarder uitgewerkte pijlers, waarvan de onderdelen als ribben doorlopen in het gewelf. Het levendig ritme van de oplopende lijnen, de ogenschijnlijk lichte constructie, het uit de hoge ramen neerstromende licht, alles verleent aan de gotische kerkruimte, resultaat van een sterk beredeneerde architectuur, een indruk van onstoffelijkheid, van een boven de aardse verheven sfeer.
Voorbeeld
van een typische hooggotische kathedraal is de Kathedraal van Amiens (1220-1269).

Een gebouw in de steigers
Een gotische kathedraal gelijkt uitwendig op een gebouw dat nog in de steigers staat. De massale steunberen en de hoog boven de begane grond zwevende luchtbogen omstutten het eigenlijke gebouw. In tegenstelling met de Romaanse gesloten volumes, is de massa van gotische bouwwerken door en door geleed en geritmeerd, opengewerkt en uitgesneden. De hoofdbeuk werd allengs steeds tot groter hoogte opgevoerd. De verticale, klimmende lijnen zijn overheersend. Steunberen en luchtbogen, hoge ramen in spitsboog toelopend en bekroond door spitse driehoekige velden (wimbergen), steil oplopende daken op schip, zij- en dwarsbeuken, alles stuwt naar omhoog. De fialen, als kruisbloemen uitgehouwen bekroningen van, alle hoge punten (geveltoppen, borstweringssteunen, steunberen), beklemtonen nog deze veelvoudige hoogtewerking. Ook de torens aan de westgevel of op de kruising worden steeds hoger opgetrokken. De fantastische laatgotische torens - voor zover ze dan voltooid werden - lopen uit in een rijk uitgesneden en opengewerkte puntige spits. De torenbekroningen lijken op kantwerk in steen. De gotische kathedraal beheerst het stadsbeeld. Levendig en nerveus van lijn, tekent de gotische kathedraal zich hoog boven de huizen van de stad tegen de lucht af. Zij is het centrum van het religieuze leven in de middeleeuwse stad en deze geestelijke verhevenheid wordt door haar vorm met nadruk beklemtoond.

Ontwikkeling van het gotische venstermaaswerk:  
  
1. vroeggotiek: drie naast elkaar staande smalle lancetvensters;
2. vroegklassiek: twee vensters met vierpas onder ??n boog gevat;
3. hooggotiek: ??n venster met cirkelvormige bovenvulling; -
4. 14e eeuw: bovenvulling in amandelvorm;
5. laatgotiek, 15c-16e eeuw: bovenvulling in visblaasvorm.

ONTWIKKELING 
  
Ontstaan en vroeggotiek, ca. 1130 ? 1200
De gotische bouwkunst is in het tweede kwart van de 12e eeuw in Noord-Frankrijk geboren : in het ?le de France, d.i. de streek omheen Parijs, in het westelijk gelegen Normandi?, in het noordelijke Picardie en iets meer naar het oosten in Champagne. De geleidelijke ontwikkeling kan gevolgd worden aan de hand van het steeds beter en volmaakter toepassen van het kruisribgewelf met het erbij horende systeem om de drukkrachten op de hoeken op te vangen. Het mooiste voorbeeld van deze gotiek is de koorpartij van de door abt Suger gebouwde kerk van Saint-Denis bij Parijs (1132-1144). Andere vroeggotische kerken zijn de kathedralen van Sens (1140- 1164) en Noyon (1131-1185), bijna klassiek zijn deze van Laon (1160-1225) en Parijs (1163- ca. 1250).

Franse hooggotiek, ca. 1200-1350 
  
Het kerngebied van de nieuwe opvatting ligt in de Franse streken ten noorden van de Loire. De klassieke gotische kathedralen (Chartres 1194-1230; Bourges ca. 1225-1280; Amiens 1220-1269; Reims 1211-1250, zijn de zuiverste uitdrukking van de Franse clart?, van het Franse rationele denkvermogen. Elke bisschop wilde zijn kathedraal en het was als een wedloop om het mooiste en het meest volmaakte bedehuis, dat tevens de geloofsijver en de godsvrucht van de middeleeuwse stedelijke bevolking belichaamt.
Steeds logischer wilde men het gotische systeem toepassen: 
  
de steunpunten werden dunner, de afsluitwand bijna volledig in glas uitgewerkt, het gewelf steeds hoger. De nieuwe kathedraal van Beauvais (1247-1272; 1284-1338) zou al de vorige overtreffen. Hier werd de uiterste grens bereikt. De moeilijkheden om het 48 m. hoge en zeer heldere koor in evenwicht te houden waren zo groot, dat noodgedwongen werd afgezien van verdere afwerking.

Uitstraling van Franse gotiek
 
  
De nieuwe bouwstijl veroverde geheel West- Europa. De zuiverste voorbeelden in het Rijnland zijn de kathedralen van Straatsburg (1176-1275, westgevel 1276 vlg.) en van Keulen (koorpartij 1248- 1322; in de 19e eeuw voltooid), - deze laatste een repliek van de kathedraal van Amiens. Over Keulen is de dom van Utrecht (1254 vlg.) de meest noordelijke uitloper van de Franse kathedraalgotiek.
Ook in Engeland bloeit de gotiek. 
  
Ze bezit echter eigen kenmerken, o.m. de als breed scherm uitgewerkte westgevel, een vierkante toren op de kruising en een rechte koorsluiting (kathedralen van Lincoln, 1192-1280, en Salisbury, 1220-1258.
Naar het zuiden toe dringt de gotiek door in Noord- en Midden-Itali?, waar ze echter, met uitzondering van de kathedraal van Milaan (1378-1418), in niet zuivere vorm wordt toegepast.
Ook Spanje neemt de gotische vormen over (kathedralen van Burgos 1221 - 16e eeuw, en Toledo 1227-15e eeuw).
Uitstraling van de Franse hooggotiek
1. 'Glazen wand' in het koor van Dom van Keulen, 1248-1322;
2. Erwin van Steinbachs westgevel van de kathedraal van Straatsburg, 1276 vlg., met doorgedreven uitholling van de wand;
3. Kathedraal van Burgos met westgevel, 1221-ca. 1250, en opengewerkte torenspitsen van Juan de Colonia, 15e eeuw.



Laatgotiek in West-Europa, ca. 1350-16e eeuw
 
  
Eenmaal het bouwsysteem vastgelegd, zoekt men vernieuwing in bijkomstige elementen. Het maaswerk d.i. de venstervullingen in steen, worden steeds bewogener. De kruisribgewelven worden door steeds meer ribben onderverdeeld (net-, ster-, waaier-gewelf), waarbij de sluitsteen soms doorhangt. De het koor van de kathedraal pijlers vertonen de vorm van een bundel staande staven, die ieder een boog of gewelfelement opvangen, zonder dat een  kapiteel de verticale lijn doorbreekt. De torens worden voortdurend hoger en de spits steeds speelser uitgewerkt.
De gotische bouwvormen vinden in geheel West-Europa navolging 
  
al bleef dikwijls maar weinig van het echte bouwsysteem te bespeuren. In streken met zwakke ondergrond (o.m. Holland) wordt het stenen gewelf vervangen door een houten spits tongewelf, de vensters zijn minder breed en hoog, de luchtbogen blijven achterwege.
Een nieuw kerktype vindt verbreiding van Westfalen tot in de Vlaamse kuststreek : 
  
d
e hallenkerk heeft drie parallele, even brede en even hoge beuken, onder drie afzonderlijke spitsedaken in de Nederlanden, onder ??n gemeenschappelijk hoog dak in West-Duitsland. De streken langsheen Noord- en Oostzee gebruiken baksteen in plaats van natuursteen: de muren zijn zwaarder, de vensters minder groot.
Zo wordt de gotische manier van bouwen aan elke streek aangepast. 
  
Het wordt een traditionele bouwwijze die, ondanks de invloed van de renaissance, op het platteland tot in volle 17e eeuw zou worden toegepast.

Eigen Brabantse gotiek 
  
De Franse kathedraalgotiek is de vertrekbasis van de in de 14e eeuw ontstane bouwschool in het hertogdom Brabant, die ook wel enige invloed onderging van de Keulse bouwloods. De koorpartij van de Sint-Romboutskerk te Mechelen (1324 vlg.) vertoont het eerst de eigen kenmerken : roomgele Ledische zandsteen, kooromgang met zij- en straalkapellen, de verticale geledingen van de bovenlichten doorgetrokken over het getraliede triforium en de zwikken boven de scheibogen, kloeke rondzuilen met sierlijk koolblad- kapiteel, brede en hoge ramen in de afsluitgevels van het dwarsschip. Als variante komt ook de gelede bundelpijler voor, waarvan de schalken zonder kapiteel doorlopen in de boogprofielen en gewelfribben (0.-L.-Vrouwekerk te Antwerpen 1352-1535; St.-Janskerk te 's-Hertogenbosch ca. 1375-1522; St.- Pieterskerk te Leuven 1425-1497). De plastische uitwerking van de kerkinterieurs contrasteert met de eenvoudige buitenzijde; wel hebben in grote kerken de zijbeukvensters gehogelde wimbergen, maar mensenfiguurtjes en gedrochten op luchtbogen (Bossche kathedraal) blijven een uitzondering. Zowel de westtorens (St.-Rombouts te Mechelen, 1452 vlg.; Breda 1462-1509), als de dubbele torens aan de westgevel (0.-L.-Vrouw te Antwerpen 1419-1501; St.-Michiels te Brussel 1451-1480) worden consequent gotisch geleed : tussen forse steunberen zijn op elke verdieping diepe boognissen of openingen uitgespaard, boven twee verdiepingen op vierkante plattegrond komen een of meer achthoekige geledingen en een, slechts enkele malen gerealiseerde, opengewerkte spits (0.-L.-Vrouwetoren te Antwerpen 1508-1534). Eenzelfde rijkplastische versiering is eveneens kenmerkend voor de Brabantse raadhuizen en gildenkamers.
In de Bourgondische tijd straalt Geurige bouwstijl uit naar Zeeland 
  
(Veere, Goes, Zierikzee), Holland (Dordrecht, Leiden, Haarlem), Vlaanderen (Aalst, Hulst), Henegouwen (Edingen, Mons), waar Brabantse bouwmeesters zoals Everaert Spoorwater, de Keldermans en de Waghemakeres de vele bouwloodsen leiden. 
Voorbeelden
1. Klassiek Brabants kerkinterieur : Sint-Gummaruskerk te Lier (ca. 1425-1515)
2/3. Brabantse torenbouw met massale steunberen : onafgewerkte Sint-Romboutstoren te Mechelen (1452-1520) en voltooide 0.-L.-Vrouwetoren te Antwerpen (1422-1521).

BURGERLIJKE GOTISCHE BOUWKUNST 
  
Het stadswoonhuis
De dwarsgevel is het meest in trek. De oudste huizen zijn in hout opgetimrnerd. De gevel bestaat uit houten opgaande stijlen en liggende regels, waartussen horizontale reeksen van vensteropeningen. zoveel mogelijk licht uit de smalle straten opnemen. Bij stenen gevels wordt dit stelsel van constructieve elementen waartussen beglazing gewoon overgenomen. In sommige streken, o.m. in West-Vlaanderen, wordt het gotische verticaal gelede bouwsysteem ook in de gevelbouw toegepast.
Voorbeelden Gotische woonhuisgevels
1. uitgangspunt is de houten dwarsgevel (Middelburg)
2. Westvlaamse trapgevel met over de gehele gevelhoogte doorlopende verticale geledingen (Markt, Veurne)
3. Brabantse laatgotische gevel met fialen en maaswerk in de top (Schippershuis, 1531, Gent).

Stedelijke trots: halle, belfort, raadhuis 
  
De stedelijke macht, gesteund op het handelsverkeer, vindt een tastbare uitdrukking in de handelshalle met hoogopgetrokken belfort. Het belfort betekent zoveel als de meestentoren van de oude feodale burcht : het is het versterkte hart van de stad, waarin de vrijheidsbrieven bewaard worden, waarin de stormklok hangt die de burgers ter verdediging moet oproepen, van waarboven de wachters uitkijken naar brand in de stad en naar een mogelijke vijand. Vooral in Itali? en in de Zuidelijke Nederlanden verrijzen in de 13e en 14e eeuw belforten en handelshallen.
In de 15e eeuw komt in de Zuidelijke Nederlanden een nieuw gebouw op de grote markt tot stand: het raadhuis, de zetel van de stedelijke magistraat. Het normale type heeft een langsgevel aan de markt, terwijl de dwarsgevels vrij uitgeven op smalle belendende straten (Leuven 1448-1463). Soms is een toren ingeplant, die echter in laatgotische zin door een spits wordt bekroond (Brussel, 1402-1455; Middelburg, 1452-1520). De raadhuisgevels zijn verticaal geleed door boven elkaar staande met gebeeldhouwde figuren versierde nissen. Achter de borstwering, die de gevels naar boven afsluit, stijgt steil het hoge dak omhoog, doorbroken door reeksen dakkapellen, terwijl op hoeken en nokeinden naaldscherpe hoektorentjes de opwaartse beweging voortzetten.
Voorbeelden Nederlandse hallen, belforten en raadhuizen: 
  
1. Handelshalle met centraal belfort te Ieper (ca. 1260-1304), het grootste profaan middeleeuws bouwwerk;
2. Brugse halle (1244-14e eeuw) met belfort, later verhoogd in Brabantse trant (1483-1487); 3. Laatgotisch raadhuis van Leuven, Mattheus de Layens (1448-1463), met gelede en rijkversierde gevels en ranke hoek- en noktorentjes.

Hieronder treft u een selectie links aan uit de site van Christopher Witcombe:   
Basis Bron: Kunst van Altamira tot heden, F. Adriaens c.s., Uitg. Pelckmans, Kapellen Be.. Alleen antiquarisch verkrijgbaar!
Artists of the Gothic Period, list and links provided through the Artcyclopedia . Chronologische lijst van Gotische schilders.
Tips & Tricks of Gothic Geometry ,though newyorkcarver.com, with links to
Gothic Trefoil Design   -  Ogee Arch   -  Equilateral Arch   -  Rose Window
Gothic Architecture ,through Jeffery Howe's Digital Archive of European Architecture, Boston College, with additional links to:
High Gothic Architecture   -  Notre Dame, Chartres, France. 1145-1220   -  Notre Dame, Bourges  -  St. Bavo (Sint Baafs), Ghent. 1290-1310; 1400s-1554, Belgium
Gothic Architecture ,part of a History of Western Architecture, through the Leo Masuda Architectonic Research Office, with links to Basilique, Saint-Denis   -  Cathedral, Paris   -  Cathedral, Laon   -  Cathedral, Bourges  -  Cathedral, Chartres   -  Cathedral,
Gothic Architecture ,part of 40 Centuries of Architecture, through Thais
Locality and Subject Index   -  Period Index
Westminster Abbey   
A Walk Round Winchester Cathedral ,Pete Reed
Christ Church Cathedral, Dublin
Cologne Cathedral ,photographs
Auxerre Cathedral
Klosterneuburg bei Wien - Verduner Altar (ca. 1180) ,through Das ?sterreichische Kulturinformationssytem
Notre-Dame de Paris ,through Media Center for Art History, Columbia University
La Sainte Chapelle ,in French
Amiens Cathedral ,through Media Center for Art History, Columbia University
The Virtual Abbey: Medieval Tour ,though newyorkcarver.com

** Via Hotels/Booking/Wereldwijd kunt u goed uw accommodatie vinden in 190 landen. Laagste prijsgarantie, maximale keuze, tevreden gasten, onpartijdige hotelbeoordelingen, boeken in uw taal is mogelijk!

** Booking is meer dan alleen hotels: zie eens ”Alle accommodatietypes”! 
** U vindt er o.a.:
   Appartementen - Resorts  - Villa's  - Hostels  - Accommodaties met onsen - Bed & Breakfasts  - Pensions  - Motels  - Ryokans  -  Vakantieboerderijen  - Vakantieparken  - Campings  -  Botels  - Herbergen  -  Aparthotels  -  Vakantiehuizen  -  Lodges  - Accommodaties bij particulieren  -  Landhuizen  -  Luxe tenten  - Capsulehotels  -  Lovehotels  - Riads  - Luxe Chalets