GOTISCHE BEELDHOUWKUNST, beeldhouwer bouwt mensen, dieren en planten niet meer op volgens geometrische schema's en benadert beter de normale, de natuurlijke verhoudingen. De plooienval van de gewaden wordt niet meer als louter decoratief element verwerkt.
Naar overzicht kunsthistorie.  Naar uw accommodatie! 

    

KATHEDRAAL BEELDWERK VAN DE 13de EEUW
Chartres : van Romaans naar gotiek.

Zoals de gotische bouwkunst door geleidelijke ontwikkeling ontstaan is uit de Romaanse, zo groeit ook de gotische monumentale beeldhouwkunst zonder enige breuk uit de portaal- en kapiteelsculptuur van de 12e eeuw. Beide steunen op dezelfde religieuze gezindheid, beide ontstaan in hetzelfde Noordwest-Europese gebied, waar het antieke vormgevoel en het 'noordse' element het sterkst op elkaar hebben ingewerkt. In de Romaanse kunst blijven de uiteenlopende invloeden - byzantijnse thema's en hi?ratisme, noords lijnenspel en irrealisme - , die dikwijls in eenzelfde werk optreden, nog duidelijk te onderscheiden. De gotische sculptuur heeft een volstrekt eigen karakter en is een schepping van het Noordwesten.
Het laatromaans drievoudig Koningsportaal van de kathedraal te Chartres (1145-1150)
 
  
is het uitgangspunt van deze ontwikkeling. Het uitgebeeld programma is een beknopte leer van de Kerk: onderaan Bijbelse personages, waarboven kapitalen met het leven van de H. Maagd en van Christus; als bekroning, de boogvelden met de Geboorte en de Hemelvaart en in het midden Christus als Rechter. De grote portaalbeelden blijven nog gebonden aan de zuilen, waarvan ze de cilindrische vorm behouden. Maar de steeds anders uitgewerkte armbewegingen doorbreken lichtjes deze geometrische vorm en op het gelaat verschijnt een nog aarzelende glimlach.

Voorbeelden
 
  
1. Laatromaans Koningsportaal van Chartres (1145-1150), nog ingeschreven binnen het gevelvlak
2. Het klassiek gotisch portaal (westportaal, 1220 vgl., Reims) heeft hetzelfde nerveuze ritme van het gebouw: uitgewerkt tussen de steunberen, met spitse wijnbergen buiten het gevelvlak.

De Noordfranse 'klassieke' portalen
 
  
Het nieuwe kathedraal beeldwerk (plastiek) bloeit spoedig open tot volle gaafheid. Aan elke kathedraal komen drie reeksen van drievoudige portalen (aan westgevel en aan de gevels van het dwarsschip), waarvan de brede deuren meestal door een middenstijl met beeld in twee verdeeld worden. De portiekbeelden treden steeds losser uit de zuil: zij staan met beide voeten op een rijkbewerkte kraagsteen en boven hun hoofd hangt een steeds hoger wordend baldakijn met maaswerk. Dit beantwoordt trouwens aan de gewijzigde bouwkundige opvatting (sterk gelede constructie, diep uitgesneden wanden), terwijl het beeldwerk monumentaal blijft en gebonden aan de architectuur. De boogvelden vertonen nooit meer een dooreenwriemelen van te vele figuren: zo nodig, wordt het veld in twee of meerdere registers verdeeld. Christus en de heiligen verschijnen in alle sereniteit en vol waardigheid en stralen het beeld uit van de nobele en edele mens: een ge?dealiseerd mensentype voert voor de ogen der gelovigen een mysteriespel op.
In de uitbeelding verdwijnt meer en meer het schrikaanjagende uit de Laatste- Oordeelvoorstellingen.
 
  
De betekenis van de H. Maagd in het verlossingswerk treedt duidelijk op het voorplan en de Mariale thema's krijgen een ruimere plaats. Historische figuren, martelaars, lokale heiligen, en legenden komen regelmatig voor.
De glimlachende 'Vierge Dor?e' van Amiens, ca. 1260
De glimlachende 'Vierge Dor?e' van Amiens, ca. 1260.

Naast de portalen van de Notre-Dame te Parijs, ca. 1230-1270,
en van de kathedraal te Amiens, ca. 1225-1290, met de bekende beelden van 'le beau Dieu', ca. 1230, en 'Vierge Dor?e', ca. 1260, is het beeldwerk van de kathedraal te Reims in zijn geheel beschouwd de meest hoogstaande uitwerking van deze 'klassieke' Noordfranse portaalplastiek. Vooral de westgevel, ca. 1220 vlg., betekent een hoogtepunt. De boogvelden zijn vervangen door glas; de gebeeldhouwde voorstelling is overgebracht op de hoger liggende wimbergen en verliest aan betekenis.
Maar de grote portaalbeelden aan deurstijl en zuilenschermen eisen alle aandacht op. Nieuw zijn de acht grote figuren aan het middenportaal: de twee aan twee naar elkaar gewende beelden van de Boodschap en de Bezoeking; daartegenover de uit vier figuren samengestelde Opdracht in de Tempel. De H. Maagd en Elizabeth, met hun soepel gedrapeerde gewaden waaronder de plastische lichaamsvormen worden aangeduid, herinneren aan klassieke Griekse vrouwenkoppen, aan Romeinse beelden van Vestaalse maagden.

Kenmerken
 
  
Tegenover de Romaans irrealistisch ingestelde plastiek gaat de voorkeur van de gotische beeldhouwer naar een uitbeelding die dichter bij de zichtbare natuur blijft. Hij bouwt mensen, dieren en planten niet meer op volgens geometrische schema's en benadert beter de normale, de natuurlijke verhoudingen. De plooienval van de gewaden wordt niet meer als louter decoratief element verwerkt. In de groepen komt meer 'verstandhouding' tussen de verschillende figuren.
De gotische beeldhouwer wil niet alleen een vlak versieren op decoratieve manier;
 
  
zijn beelden zijn volplastisch en hebben volume. De opstelling binnen het te versieren kader wordt vlotter en levendiger. Zonder de figuren te misvormen of te herleiden tot louter ornament, slaagt hij er in alles op een organische manier uit te beelden. Het beeldwerk wordt nog voor een welbepaald onderdeel van het gebouw gemaakt en soms in een architectonische omlijsting gevat. Tussen gebouw en beeld blijft nog een binding, evenals tussen het beeld en het doel waarvoor het bestemd is. De middeleeuwse kunstenaar hakt geen beeld louter om de schoonheid ervan.
Het beeldwerk wordt in regel beschilderd, ook de sculptuur aan de portalen, denk aan de 'Vierge dor?e' van Amiens, ca. 1260. Ook de kleine in ivoor gesneden beeldjes en reliŽfs worden met kleuren en goud opgehoogd. De houten beelden zijn praktisch alle gepolychromeerd.
 
Klein beeldhouwwerk aan de kathedralen
 
  
Behalve deze grote beelden, hebben de steenhouwers op sluitstenen, kraagstenen en kapitalen kleiner beeldwerk aangebracht, dat meer als versiering bedoeld is en zeer vrij opgevat. Naast licht gestileerde plantenmotieven (vooral uit eigen omgeving zoals kooibladeren), beelden de kunstenaars gaarne natuurtaferelen met de werkzaamheden op het land uit, of verscheidene ambachten, fabelwezens, karikaturale figuurtjes ontleend aan volksgezegden, lachwekkende maskers, deugden en ondeugden, de tekens van de dierenriem. De wangedrochten uit de Romaanse tijd verhuizen hoog boven de begane grond, van waaruit ze moeilijker zichtbaar zijn, en dienen o.m. als waterspuwers.
Ridderlijke Duitse monumentale beeldhouwkunst
 
  
Door hun grote bedrijvigheid oefenen de Franse bouwloodsen invloed uit op het Rijnland en het zuiden van het Duitse rijk. Het is zelfs waarschijnlijk dat enkele beelden in de Dom van Bamberg, 1232-1237, o.m. Elizabeth, gekapt werden door een beeldhouwer, die ook te Reims gewerkt heeft. De Duitse portalen zijn niet zo groots uitgewerkt als in Frankrijk, met uitzondering dan van het dichter liggende Straatsburg, westportalen, 1276-1300. Daarentegen is er meer monumentaal beeldhouwwerk binnen in de kerk : de pijler met Laatste Oordeel te Straatsburg, 1220-1230; het ge?dealiseerde riddersymbool in de ruiter van Bamberg, ca. 1235; de 'klassiek' werkende beelden van de Bezoeking eveneens te Bamberg, ca. 1235; de 'portret'-beelden van leden van het geslacht Wettin - dus geen heiligenbeelden - in het westkoor te Naumburg, 1247-1270. Het zijn meestal forse figuren met brede gezichten en met sterk uitgedrukt gevoel, nog onderstreept door de zware gewaden. Twee thema's worden met voorliefde behandeld. De als tegenstelling bedoelde beelden van de Kerk en de Synagoge, Straatsburg, ca. 1220-1230; Bamberg ca. 1230, zijn slanke vrouwenfiguren in licht geaffecteerde houding, de belichaming van het ridderlijk vrouwenideaal met meer klemtoon op edele verschijningsvorm dan op lichaamsschoonheid. De gemoedstoestand van de wijze en dwaze maagden wordt uitgedrukt door heftige gebaren en een felle lach of niet te stuiten wenen, bij elke figuur op een andere manier weergegeven, Jungfrauenportal: Maagdenburg ca. 1240-1250; Straatsburg ca. 1275-1300; Freiburg im Breisgau ca. 1290.

14de EEUWSE BEELDEN    
Een internationale gemani?reerde stijl

Het bouwritme van de kathedralen is iets trager geworden en de aandacht gaat nu meer naar de aankleding van het kerkgebouw (kerkmeubilair, heiligenbeelden en grafmonumenten). De nieuwe zo snel volgroeide stijl verliest aan originele scheppingskracht en wordt een min of meer vaststaande wijze van doen, een manier. De menselijke figuur blijft ge?dealiseerd, maar in plaats van ernstige en nobele waardigheid gaat nu de voorkeur naar een bevallige en gracievolle houding. Het zeer tengere lichaam krijgt een S-vorm met heupbeweging, hanchement, terwijl een stereotiepe glimlach het zoeterig karakter van de meeste beelden nog verhoogt. De glimlachende engelen van Reims en de beminnelijke 'Vierge dor?e' van Amiens zijn de 13de eeuwse voorlopers van deze ontwikkeling. De met grote vaardigheid gesneden Franse ivoren beeldjes en reli?fs volgen deze conventionele stijl, die ook in de Keulse Rijnstreek, o.m. de elegante apostelfiguren in de Dom te Keulen, ca. 1310 / 20), Zuid-Duitsland en Bohemen tot hoge bloei komt.



Lieftallige madonna's 
  
Vooral in de 14c-eeuwse tere en lieflijke Mariabeelden komt deze mani?ristische strekking tot haar recht. Kenmerkend zijn het brede gelaat met hoog voorhoofd en hooggetrokken boogvormige wenkbrauwen, als- ook de even aangeduide ietwat precieuze glimlach, de doorgebogen heup. De met een punt opgetrokken mantel valt neer in ronde plooien met kalligrafisch getekende slingerende zomen. Draagt de H. Maagd het Jezuskind, dan is dit een speels tweejarig kindje in zijn hemdje. De toenadering tussen beide is nog niet geheel deze van moeder-en-kind.
Streven naar meer realisme en dramatiek 
  
Vooral naar het einde van de 14e eeuw toe kan men een meer individuele uitbeelding waarnemen. Dit komt tot uiting bij een aantal portaalbeelden die historische personages voorstellen, zoals de als H. Lodewijk en Margareta van Provence 'verklede' portretten van Karel V van Frankrijk en zijn echtgenote, 1380, Louvre, Parijs, maar vooral aan de graf- monumenten. Op de vrijstaande tombe ligt het beeld van de afgestorvene, waarvoor de beeldhouwers zich soms bedienen van een wassen of gipsen dodenmasker.
Vooruitlopend op wat in de 15e eeuw meer algemeen zal worden
  
ontstaan in de Duitse gebieden een aantal werken die volledig los staan van de uit Frankrijk ingevoerde modestijl. De klemtoon valt op sterk uitgedrukte gevoelens van pijn en smart. In Kruisbeelden - dikwijls niet een ruw gaffelkruis - worden alle elementen beklemtoond, die het lijden in al zijn afschuwelijkheid moeten weer- geven: de huid niet gezwollen aders spant over armen en benen, de ribben priemen door de gewelfde borstkas, het van pijn doorgroefde gelaat zinkt voorover. Ook in de Pi?tagroepen, de H. Maagd die weent over de dode Christus op haar schoot, klinkt een schreeuw van kwelling en hoort men het wanhopig klagen. De Duitse houtsnijders uit de 14e eeuw werken reeds op het gevoel. 

DE DRAMATISCHE BEELDHOUWKUNST VAN DE 15E EEUW    
Van Frankrijk gaat het initiatief over op de Germaanse landen. De Franse beeldhouwkunst heeft tot ca. 1400 steeds de plastiek van de omringende landen be?nvloed. Ook in Itali? is aldaar wezensvreemde gotiek doorgesijpeld, al kunnen de beeldhouwers er zich niet onttrekken aan het voorbeeld van de laatklassieke reli?fkunst. In de 15e eeuw bloeit in Itali? een totaal andere kunst open, de renaissance, gebaseerd op een volledig andere levenshouding. Benoorden de Alpen gaat de ontwikkeling van de gotiek verder, maar het kemgebied ligt niet meer in Frankrijk maar in de meer 'Germaanse' landen : de Nederlanden en de Duitse gewesten.

De baanbreker
: Claus Sluter 
  
Is uit Haarlem afkomstig en in de Brusselse bouwloodsen van het raadhuis gevormd, werkt Sluter van 1385 tot aan zijn dood, in 1406, aan het beeldwerk in de door Filips de Stoute opgerichte kartuizer van  Champmol te Dijon. Zijn beelden staan zelfstandig tegenover de architectuur. Massaal en volplastisch opgevat, drukken zijn nogal gedrongen figuren in houding, gebaren en gelaat zeer sterk en nadrukkelijk hun innerlijke gevoelens uit. De zes profeten aan de  Mozesput, 1395-1402, vertonen ieder een eigen karakter : de toornige Mozes, de ontgoochelde Isaias, de koninklijke David, de geheel in zichzelf gekeerde Jeremias, de heftige Dani?l, de ontroostbare Zacharias. Hij kapt de schenkerfiguren van de Bourgondische hertog en hertogin (1385-1395), die werkelijk scherp waargenomen en met een 'realisme van de lelijkheid' weergegeven karakterportretten zijn : de hertog koud en berekend, de hertogin autoritair en lastig, juist zoals de kroniekschrijvers het hertogelijk paar voorstellen. De stoet van veertig rouwende figuren, pleurants, omheen de wanden van de graftombe van Filips de Stoute, Museum, Dijon, vertolken telkens op eigen wijze de smart om de overleden vorst, als een pathetische 'marcia funebra' uit de begrafenisstoet.
De Nederlanden
 
  
Dezelfde realistische weergave, dezelfde dramatische uitdrukkingskracht, dezelfde brede volplastische uitwerking met zware diep uitgesneden gewadenplooien vinden we terug, op kleine schaal in de profetenbeelden van het Brusselse raadhuis, nu Broodhuismuseum, en in de levensgrote stoere apostelbeelden in de Sint-Maartenskerk te Halle, ca. 1410.
In de Brabantse retabels wordt dit dramatische geladen realisme uitgebeeld  
  
in de verschillende taferelen van het leven van Maria, de passie van Christus, de martelingen van de heiligen. De altaarkasten worden bovenaan versierd door aan de architectuur ontleend, zeer druk uitgesneden maaswerk. Al hebben de figuren op zichzelf, vooral deze van de beste houtsnijders als een Jan Borreman van Brussel, dramatische kracht, toch verleent de opstelling der figuren in de diepte en de rijke polychromie der groepen aan deze kleinssculptuur een vertellend en een schilderachtig karakter. Hier is duidelijk invloed van de Vlaamse primitieven, o.m. van Rogier van der Weyden aan te wijzen.
De Duitse houtsnijkunst
 
  
De 15e eeuw is het hoogtepunt van de in hout gesneden en bont gepolychromeerde heiligenbeelden. Hout leent zich bijzonder goed om aan het beeld een sterke uitdrukkingskracht te verlenen. De heiligenfiguren en de gebeurtenissen uit hun leven worden in eigen omgeving voorgesteld : geen idealisme meer, maar weergave van wat de kunstenaar met eigen ogen waar- neemt. De behandeling van het gewaad met een zeer bewogen en met hoekige kreuken opgebouwde plooien, die een sterk licht-schaduwcontrast veroorzaken, geven aan deze beelden iets onstoffelijks en een sterk expressieve kracht.
De grootmeesters, meestal bekend om hun altaarkasten,
zijn de Tiroler MichaŽl Pacher 1498, die ook schildert, en de Neurenberger Veit Stoss , ca. 1450-1533. Het realisme van de te W?rzburg werkende Tilman Riemenschneider,  1531, wordt gemilderd door zijn vereenvoudigde vormen, het gebruik van mooi hout (zijn figuren werden niet gepolychromeerd), het zachte modelleren. Ondanks verschil in gelaatsexpressie en in gebaren, gelijken zijn beelden zeer sterk op elkaar.
Deze houtsnijkunst is zo diep verweven met de eigen 'Germaanse' geaardheid, dat ze tot in volle 16e eeuw weerstand biedt aan de Italiaanse renaissance.

Basis Bron: Kunst van Altamira tot heden, F. Adriaens c.s., Uitg. Pelckmans, Kapellen Be.. Alleen antiquarisch verkrijgbaar!

Aanbevolen boek
  
GOTIEK Architectuur . Beeldhouwkunst . Schilderkunst - K?nemann, pag. 300 - 385
Hieronder treft u een selectie links aan uit de site van Christopher Witcombe:

Late Gothic Artists , list and links provided through the Artcyclopedia
13th- and 14th-Century Artists, through Olga's Gallery
Cimabue (Italian, 1240-1302)   -  Duccio di Buoninsegna (Italian, 1255-1319)   -   Giotto(Italian, 1266-1337)   -  Ambrogio Lorenzetti (Italian, 1290-1348)   -  Pietro Lorenzetti (Italian, 1280-1348)  -  Simone Martini (Italian, 1280/85-1344)
Giotto (Ambrogio Bondone, detto) 1267-1337 , through Christus Rex   
Image Gallery (through Christus Rex), with links to 14th-century artists:
Andrea Pisano   -  Cimabue   -  Giotto  
Italian Painting 13th-14th centuries, in the National Gallery of Art, Washington.

** Via Hotels/Booking/Wereldwijd kunt u goed uw accommodatie vinden in 190 landen. Laagste prijsgarantie, maximale keuze, tevreden gasten, onpartijdige hotelbeoordelingen, boeken in uw taal is mogelijk!

** Booking is meer dan alleen hotels: zie eens ĒAlle accommodatietypesĒ! 
** U vindt er o.a.:
   Appartementen - Resorts  - Villa's  - Hostels  - Accommodaties met onsen - Bed & Breakfasts  - Pensions  - Motels  - Ryokans  -  Vakantieboerderijen  - Vakantieparken  - Campings  -  Botels  - Herbergen  -  Aparthotels  -  Vakantiehuizen  -  Lodges  - Accommodaties bij particulieren  -  Landhuizen  -  Luxe tenten  - Capsulehotels  -  Lovehotels  - Riads  - Luxe Chalets