GOTISCHE SCHILDERKUNST: Decoratieve glasramen, miniaturen en geschilderde panelen - de compositie wordt vlotter, de houdingen van de  personages natuurlijker, de achtergrond wordt doorbroken, zodat het gebeuren zich in een werkelijke ruimte kan afspelen.
Naar overzicht kunsthistorie.  Naar uw accommodatie! 

    

Algemene kenmerken
Zoals de Noordfranse gotische bouwkunst op eigen wijze in ItaliŽ vervormd wordt, zo ook heeft de 'gotische' schilderkunst er een totaal eigen aard. In de kerken van ItaliŽ blijven de grote glasramen achterwege, zodat de muurschildering zich verder ontwikkelt. Geleidelijk wordt de byzantijnse invloed hierbij zwakker : de compositie wordt vlotter, de houdingen der personages natuurlijker, de achtergrond wordt doorbroken, zodat het gebeuren zich in een werkelijke ruimte kan afspelen. Dat hierbij de perspectiefweergave niet altijd klopt, moet geen verwondering wekken. De opleiding van de schilder gebeurt nog in het atelier en pas later zou een meer empirische bestudering van de natuur en van de natuurkundige problemen aan de orde zijn. Eveneens onder byzantijnse invloed worden in ItaliŽ devotiebeelden op hout geschilderd, vooral voorstellingen van de Madonna, maar ook beschilderde kalvariekruisen. Maar vroeger dan in het Noorden brengen de Italiaanse meesters in hun kunst een nieuwe visie op de wereld tot uiting, die in de 14e eeuw nog geheel van religieus gevoel doordrongen blijft.
Lees "Vooraf" over de schilders en internet!

De SiŽnese school
 
  
De schilders uit SiŽna nemen het maximum van de gotische vormentaal uit het noorden over. Aan de lieflijkheid en de gemaniŽreerdheid van de kosmopolitische stijl, beantwoordt de weke tederheid van Duccio_di_Buoninsegna, ca. 1250-1319. Maar zijn Madonna's, meestal een tronende H. Maagd  met engelen en heiligen, MaestŠ, blijven nog dicht bij de 'maniera greca', de byzantijnse stijl. Maar de goudgrond is bescheidener door de schitterende kleurenpracht der figuren, de levendige gelaatsuitdrukking en natuurlijke gebaren. Zijn werk staat nog ver van het echte realisme, het is vooral poŽtisch en lyrisch. SiŽnese kunstenaars, door de pausen naar Avignon geroepen, komen er in contact met de Franse schilderkunst. Zij nemen de slanke figuren en de algehele verfijning over. Hun weke volumebehandeling zou de 'internationale' stijl beÔnvloeden.

Giotto di_Bondone , 1266-1337
 
  
Naast enkele panelen schilderde hij meestal fresco's te Assisi, leven van Sint Franciscus , 1296-1304, te Padua, Leven van Christus, 1305-1307, Arenakerk, en te Florence, Santa Croce. Zie  hier  voor zijn fresco's! Hij bouwt zijn gestalten plastisch op, geeft hen volume en maakt ze onderhevig aan de zwaartekracht. Ondanks het behoud van een effen achtergrond, weet hij door het gebruik van verschillende diepteplans ruimte te suggereren. De opbouw van zijn schilderijen is vrij en niet meer gedrongen zoals in de byzantijnse schilderkunst. Bovendien hebben zijn figuren een grote expressieve kracht door houding, gebaar en gelaatsuitdrukking. Zijn kunst is monumentaal door de soberheid van kleur en de geslotenheid der vormen. Zijn invloed blijft doorwerken te Florence. Zijn vernieuwing betekent het voorspel tot de renaissance schilderkunst.

Decoratieve glasramen
 
  
De wandschilderingen uit de Romaanse kerken met vele vlakke wanden, worden in de gotische kathedralen met hun grote glasramen, vervangen door geschilderd glas-in-lood. De glasschilderkunst bloeit vooral in Noord-Frankrijk, het geboorteland van de gotiek. In de 13e eeuw is het steeds groter wordende raam nog verdeeld in geometrische velden, die afwisselend met figuratieve voorstellingen of ornamentmotieven beschilderd worden. Alles wordt als vlak behandeld; de tekening is dik omlijnd door de loodbanden. Haar decoratieve schoonheid ligt in het rijke kleureffect, dat vooral door een harmonische schikking van diepe blauwe, hoogrode en groene kleurvlekken bereikt wordt. De ramen van Chartres (1210-1250) en van Sens, ca. 1230, in Frankrijk, van Canterbury, ca. 1210115, ca. 1220, en Lincoin in Engeland, van Marburg, ca. 1335, in Duitsland betekenen het hoogtepunt van de echt decoratieve glas- schilderkunst. In de 14e eeuw worden de kleuren helder en lichter. Architectonische elementen dienen als omlijsting voor groepen en figuren, die dezelfde sierlijke houdingen en vormen aannemen als in de beeldhouwkunst. Dit gebeurt evenzeer in Frankrijk, o.m. te Parijs en Reims, en in Engeland, o.m. York en Oxford, als in Duitsland, o.m. Keulen. Zie hier een voorbeeld.

Miniaturen
 
  
Vooral in de Franse verlichte handschriften uit de Parijse school van de ]3e eeuw herkent men de zin voor harmonie van de hooggotiek. De eenvoudige groepering van weinige figuren, met zwierige lijn getekend, beantwoordt volledig aan de ernstige waardigheid van de kathedraalplastiek en Schilderkunst lijkt geÔnspireerd op de geschilderde ramen. De schilders hebben slechts oog voor de decoratieve vlakvulling : de gestalten hebben weinig plastische vorm en zelfs de achter elkaar geplaatste figuren kunnen geen diepte aan de voorstelling verlenen. Op een effen bladgouden achtergrond leggen de miniaturisten vooral warm rood en koningsblauw. Er worden hoe langer hoe meer verlichte handschriften voor en door leken gemaakt, vooral de zgn.

Breviaria (Brevieren, getijden-of gebedenboeken) 
  
Onder invloed van het algemeen streven in de 14e eeuw naar verfijning en sierlijkheid, krijgen,de figuren elegantie, conventionele houdingen en worden de kleuren minder hevig en meer geschakeerd. In de randen, luchtig en precies uitgewerkt, komt de middeleeuwse zin voor het pittoreske tot uiting : dierfabels of tonelen uit het landelijk leven worden losjes verweven in dun en sierlijk blad- en rankwerk: Jean Pucelle Brevier van Belleville. Deze echt aristocratische, kosmopolitische kunst, beheerst geheel de West-Europese verlichtingskunst. Op het einde van de 14e eeuw komt de miniatuur stilaan los van deze weke internationale stijl. Vooral de uit de Nederlanden herkomstige meesters - Jan Bondol van Brugge, Jacquemart_de_Hesdin , Andre Beauneveu , de Gebroeders van Limbourg (Hermann, Jean en Paul)  - geven duidelijk de voorkeur aan een minder conventioneel en meer levensecht vastleggen van de individuele trekken van mensen en dingen. De gouden of in kleurige vakjes afgesloten achtergrond wordt doorbroken, de handeling in een echte ruimte gevat. Mensen en dingen bewegen in het land- schap : de schilders veroveren de derde dimensie.

Voorbeelden
 
  
Miniaturen in volle kleuren
1. Geschiedenis van EliŽzer, in Psalter van de H. Lodewijk, 1253-1270, BibliothŤque Nationale, Parijs;
2. Kalvarie, in Brussels missaal, begin 14e eeuw, Koninklijke Bibliotheek, Brussel;
3. Andrť Beauneveu, Profeet Isaias, in Psalter van de hertog van Berry, einde 14e eeuw, BibliothŤque Nationale, Parijs.
Ontwikkeling van de veelkleurige gotische glas-in-lood-kunst
1. Uitdrijving uit het paradijs, ca. 1230, Kathedraal, Sens;
2. Hertenjacht van St.-Eustachims, ca. 1240, Kathedraal, Chartres;
3. Verrezen Christus, 1311-1337, KŲnigsfelden.

De vroegste geschilderde panelen
 
  
Om de prachtige altaarkasten met gesneden en gepolychromeerde houten beelden en groepen te kunnen sluiten, worden er houten luiken aangebracht. Op deze zijluiken schildert men religieuze voorstellingen, ook wel een afbeelding van de schenkers van het altaarstuk met hun patroonheiligen. Het is begrijpelijk dat onder invloed van het plastische beeldwerk, de schilders er naar streven om ook aan hun personages een volumewerking te geven. In kleinere retabeltjes voor huiskapellen en kleine twee-luikjes voor private devotie portretteren de schilders meestal de opdrachtgevers in vrome houding en streven hierbij naar een nauwkeurige weergave van de werkelijkheid. Toch zijn de oudste panelen van de 14e eeuw in het algemeen nog verwant met de internationale weke stijl uit de miniaturen, zowel in Frankrijk als in de zuid-duitse en in de Boheemse scholen. Slanke gestalten met sierlijke neervloeiende gewaden staan in een gemaniŽreerde houding voor een gouden grond. De hedigen- figuren met zacht peinzende uitdrukking, Boheemse school, of innig ingetogen, Keulse school, zijn meestal nogal zoeterig. De meesters uit de Nederlanden gaan op het einde van de 14e eeuw over naar meer natuurlijkheid. In de zijluiken van het gesneden Vlaamse altaarretabel uit de van Kartuize van Champmol, 1393-1399, Museum, Dijon, breekt Melchior Broederlam  (Kijk bij Webgalery of Art!) uit Ieper voor goed met de vergulde effen achtergrond. Hij stelt zijn figuren op in de ruimte van een landschap met echte bergen, rotsen, bomen en planten. Uit het dagelijks leven neemt hij humoristische momenten op, zoals b.v. de drinkende H. Jozef tijdens de Vlucht naar Egypte.



Voorbeelden
 
  
Van de maniŽristische kosmopolitische stijl naar meer realisme:
1. Keulse school, Maria- Boodschap, ca. 1320, Wallraf-Richartz-Museum, Keulen; 2. Franse school, luik van het Wilton-diptiek ca. 1395, National Gallery, Londen; 3. Melchior Broederlam, Vlucht naar Egypte, fragment uit een altaarluik van Champmol, 1393-1399, Musťe, Dijon.

De ďPrimitievenĒ van de 15e eeuw
 
  
Scherpe waarneming van de natuur. Vooral in de prachtlievende Bourgondisch- Nederlandse streken groeit een volledig anders gestemde schilderkunst. Voor het eerst wordt hier in het noorden de ruimte in het vlak gevat, wordt de achtergrond uitgeschakeld. Aandachtige natuurwaarneming ligt aan de grondslag van elk schilderij dat, detail na detail, zorgvuldig wordt opgebouwd. Aan het natuur- of architectonische kader besteden de schilders evenveel zorg als aan de eigenlijke religieuze voorstelling. Hoewel prachtig van kleur met een zeer grote gamma van tonen, berust de techniek toch op een zorgvuldig getekend patroon, dat echter door het kleurmodelť en de schaduwwerking op het afgewerkte schilderij verzacht wordt.
Het oudste, volledig gave voorbeeld
 
  
van de nieuwe meer realistische opvatting is het Getijdenboek van de hertog van Berry, waarin de maanden door de Gebroeders  Limbourg in beeld worden gebracht  . De diepte is hier door opeenvolgende schermen aangeduid, zodat de horizon nog vrij hoog ligt. Maar tot in de kleinste details is het landelijk tafereel met de er op bewegende figuurtjes 'gefotografeerd'.

Jan van Eyck, ca. 1390- 1441
 
  
Al deze elementen brengt Jan van Eyck  voor het eerst over op een werk van groot formaat in het Lam Gods Altaar , St.-Baafskathedraal, Gent. Dit veelluik betekent ook een vernieuwing van het altaarretabel: de schildering heeft het beeldwerk uit het middenstuk verdrongen en op welke schitterende manier! Het geopende veelluik stelt de hulde voor van de gehele mensheid en van de hemelbewoners aan de Verlosser: in het bovenste register grote figuren, met o.m. de scherp waargenomen maar nog niet volledig anatomisch juiste naaktfiguren van Adam en Eva; in het onderste register schrijden scharen van heiligen naar het in het midden staande Lam Gods toe in een door bloemen en bomen begroeid paradijselijk natuurtafereel. De klare opbouw, de waardige ernst der figuren, het prachtig koloriet, de weergave van weelderige stoffen en edelstenen, het in de ruimte trillende licht, dit alles was ophefmakend in zijn tijd en maakt nog steeds grote indruk.
Dezelfde kwaliteiten bezitten zijn andere altaarstukken,
 
  
waar de opdrachtgevers, ten volle bewust van hun waardigheid voor de H. Maagd neerknielen, H. Maagd met kanunnik van der Paele, 1436, Museum, Brugge; H. Maagd met kanselier Rolin, ca. 1435, Louvre, Parijs. Hun afbeelding en ook een reeks afzonderlijke portretten zijn door van Eyck met pijnlijke nauwgezetheid geschilderd en geen enkel detail is ontsnapt aan het oog van de meester, zijn vrouw Margareta van Eyck, 1439, Museum, Brugge. Giovanni Arnolfini en zijn bruid, 1434, National Gallery, Londen,  schildert hij in een van licht doorzinderd interieur.
 
Rogier van der Weyden, 1399-1464, en Hugo van der Goes, 1440-1482
 
  
Terwijl van Eyck de natuur tot in de kleinste details objectief tracht weer te geven, heeft Rogier_van_der Weyden  meer aandacht voor het tot uitdrukking brengen van gevoelens. Hij werkt te Brussel en zijn kunst is verwant met de Brabantse retabelsculptuur, altaarstuk met de Kruisafneming , Prado, Madrid, herinnert ten andere aan een gesneden retabel door de zeer sculpturaal weergegeven figuren, het suggereren van een achterwand en het geschilderde maaswerk in de hoeken. Evenals de gesneden beelden drukken ook zijn personage in gebaar en gelaat een ontroering uit. Bij voorkeur schildert bij Lijdenstaferelen, smart en wanhoop,  en Madonna's-met-het-Kind, moederliefde. Zijn sterk religieus geÔnspireerde kunst was zeer populair en zou tot in de 16e eeuw navolgers vinden.

Heftiger nog spreekt de dramatische toon in het werk van Hugo_van_der Goes ,
 
  
met breed gemodelleerde aangezichten, felle kleuren en cirkelvormige opstelling, zoals in zijn Dood van de H. Maagd, Museum, Brugge. De tragische of smartelijke uitdrukking bij zijn volkse figuren is als de weergave der innerlijke spanning van de Gentse schilder zelf. Zie O.a. Dood van de H. Maagd  Klik bij Death of the Virgin eens op More!

Nog bewogener gevoelsuitdrukking bereikt Matthias  GrŁnewald, ca. 1460- 1528,
 
  
die, afkomstig uit WŁrzburg, aan de Boven-Rijn in de Elzas heeft gewerkt. Zijn expressionistische vormverandering en kleurentegenstelling doorbreken de objectieve waarneming der dingen en onderstreept de uitdrukkingswil. In zijn werk heeft de geestelijke instelling van de middeleeuwse kunstenaar nog steeds de bovenhand.
Vorm- en kleurexpressie : Matthias Grunewald , Calvarie van Isenheimeraltaar, ca 1515, Musťe Unterlinden, Colmar. Zie

Voorbeelden
 
  
Verovering van de ruimte en scherpe natuurwaarneming:
1. Gebroeders van Limburg, Oktobermaand, miniatuur uit de 'TrŤs riches heures du duc de Berry', vůůr 1416, Musťe Condť, Chantilly.
2. Jan van Eyck, Aanbidding van het Lam, middenstuk uit benedenregister van het Lam-Gods- altaar, 1432, Sint-Baafskathedraal, Gent;
3. Jan van Eyck, H. Barbara, met zilverstift getekende aanzet van een schilderij, 1437, Museum, Antwerpen.
Van Eycks ruimteschepping door licht en scherpe observatie van de werkelijkheid:
1. Hemelse Maria, uit bovenregister van Lam-Godsaltaar, 1432, St.-Baafskathedraal, Gent;
2. H. Maagd met kanselier Rolin, ca. 1435, Louvre, Parijs; 3. EchtpaarArnolfini, 1434, National Gallery, Londen.
Ontroering en plastische zin bij Rogier van der Weyden:
1. Kruisafneming, als een geschilderd retabel, ca. 1440, Prado, Madrid; 2. Maria-Boodschap, ca. 1450 (Louvre, Parijs).
Gespannen uitdrukking bij Hugo van der Goes:
1. Dood van Maria, ca. 1480, Groeningemuseum, Brugge; 2. Herders in aanbidding voor het Kind, uit het Portinari-altaar,  Uffizi, Florence; 3. Bewening,  Kunsthistorisch Museum, Wenen.

Stephan Lochner, Hans Mending en Dieric Bouts.
 
  
Geheel in tegenstelling met deze dramatiek is het werk van Keulse schilders, zoals een Stephan Lochner, ca. 1410-1451, en van de in Keulen gevormde maar te Brugge werkende Hans Memling , ca. 1430-1494. In hun schilderijen met beminnelijke madonna's en tengere heiligenfiguren, blijft de lieflijkheid uit de 14e eeuw nawerken, ondanks een grotere zin voor werkelijkheidsweergave. Warme en harmonische kleuren, zachte rondingen in de tekening, uitgebalanceerde rustige schikking en zorgvuldige afwerking maken van hun werken kostbare juwelen voor kerk en kapel. De religieuze stemming blijft aan de oppervlakte, is meer gevoelerigheid dan gevoelen, gericht op uiterlijke devotie.
Een dieper geestelijke inhoud hebben de verdroomde taferelen van een Dieric Bouts, ca. 1410-1475. In pure, door helder licht omgeven landschappen schrijden, met ingehouden bewegingen, de uitgelengde gestalten van in gedachten verzonken personages. Meer dan bij Memling is het werk van deze te Leuven werkende Haarlemmer een uitbeelding van de gotische droom, vol van de geloofsmysteries

Voorbeelden
 
  
Zoete vroomheid :
1. Stephan Lochner, Maria in de rozenhaag, ca. 1450, Wallraf-Richartz-Museum, Keulen;
2. Hans Memling, Newenhoven Madonna, voor privťdevotie, 1487, Sint-Janshospitaal, Brugge. Indrukwekkende lijst met schilderijen ! -
3. Mystieke droom bij  Dieric Bouts : Elias en de Engel, zijluik van Avondmaalsaltaar in de Leuvense Sint-Pieterskerk;
4. Dieric Bouts, Laatste Avondmaal, Sint Pieterskerk, Leuven: het mystieke wonder gebeurt in eigen tijd en dagelijks milieu.

Hieronymus Bosch van ís-Hertogenbosch, ca. 1450-1516
In zonovergoten landschappen met verre einders, of in angstaanwekkende donkere en rode helletaferelen schept Hieronymus Bosch een wereld van fantastische wezens - de verre verwanten van de Romaanse monsters en gotische duivelsgedrochten, - van schrale deerniswekkende gestalten of van door zonde beheerste mensen met karikaturaal vertrokken gezichten.
Steeds bedreigt de zonde de mens, die slechts kan hopen op de Verlosser: het uitbeelden van het kwaad en zijn afschuwelijke gevolgen, altijd anders voorgesteld, de
Hoofdzonden en de Tuin der lusten,
beide in het Prado te Madrid; het Laatste Oordeel, in de Pinacotheek te MŁnchen en de Academie te Wenen,  moet de mens van de zonde weerhouden. Ook zijn herhaalde uitbeelding van de
Verzoeking van de H. Antonius,
Staatliche Museen, Berlijn; Museum, Lissabon; Prado, Madrid,  geeft op schrijnende wijze uiting aan dit kwellend zondebesef. Sober getekende figuren met weinig plastische vorm, een rijk geschakeerd kleurpalet, onrustige compositie, grote technische vaardigheid, samen met zijn niet altijd juist begrepen voorstellingen maken van Bosch een surrealistisch schilder 'avant la lettre' van internationaal formaat. Hij is de laatste echt middeleeuwse schilder, waarbij geestelijke inhoud voorrang heeft op natuurlijke, organische schoonheid.
Landschappen, lelijke mensentronies bij Heronymus Bosch
1. Kruisdraging, Museum, Gent;
2. Landloper, zgn. Verloren zoon, Museum Boymans, Rotterdam;
3. Narrenschip of 'De blauwe schuyte', Louvre, Parijs.

Basis Bron:
Kunst van Altamira tot heden, F. Adriaens c.s., Uitg. Pelckmans, Kapellen Be. Alleen antiquarisch verkrijgbaar!

Bij Gotische beeldhouwkunst treft u een selectie links aan uit de site van Christopher Witcombe:

** Via Hotels/Appartementen/Wereldwijd kunt u goed zoeken naar een accommodatie in 92 landen. Laagste prijsgarantie, maximale keuze, tevreden gasten, onpartijdige hotelbeoordelingen, boeken in uw taal is mogelijk!