DE ETRUSKEN, Het volk van de Villanova-cultuur - de naam is ontleend aan een rijke archeologische vindplaats in de buurt van het moderne Bologna - was de voorganger van de Etrusken in het land dat EtruriŽ werd
Naar regio overzicht Toscane.
Naar overzicht kunsthistorie.  Naar uw accommodatie! 
    

Kruispunt van cultuur en handel
De grenzen van EtruriŽ veranderden met het militaire en economische fortuin van het volk mee. In de bijna zes eeuwen van Etruskische geschiedenis besloegen hun rijkste en dichtst bevolkte centra echter een gebied van omstreeks 22.500 vierkante kilometer in het noord-midden van ItaliŽ. Er waren ongeveer een dozijn steden en de grens werd in grote lijnen gevormd door de rivier de Arno in het noorden, de Tiber in het zuiden en  in het oosten en de Tyrrheense Zee in het westen. Hoewel de Etrusken zich over land in het noorden wel tot het Po-dal waagden en naar het zuiden tot de Baai van Napels, waren hun contacten met de rest van de oude wereld gebaseerd op de overzeese handel: de uitvoer van metalen en landbouwproducten en invoer van producten die varieerden van olijfolie tot goud. De geleidelijke Romeinse machtsovername in EtruriŽ na de vierde eeuw v.Chr., veroorzaakte het omdopen van haar steden in het Latijn. Als gevolg daarvan gingen veel van de oorspronkelijke Etruskische namen, die waren geworteld in een taal die de geleerden nog moeten ontsluiten, volkomen verloren.
De centrale ligging van EtruriŽ maakte het tot een middelpunt van de bedrijvige wereld van de Middellandse Zee. EtruriŽ, dat functioneerde als een soort hoog ontwikkeld doorgangshuis voor oosterse ontwikkelingen die uiteenliepen van kunsten tot technologie, vatte dergelijke ideeŽn, samen en gaf ze door aan de Romeinen.  

Vroege bewoners van het land
 
  
Het volk van de Villanova-cultuur - de naam is ontleend aan een rijke archeologische vindplaats in de buurt van het moderne Bologna - was de voorganger van de Etrusken in het land dat EtruriŽ werd. Men kan niet zonder meer zeggen dat de mensen van het Villanova-volk de voorouders van de Etrusken waren; tot nu toe weten de geleerden te weinig over de afstamming van de Etrusken. Niettemin leverde de Villanova-cultuur de funderingen voor de Etruskische beschaving, die tenslotte veel van haar vaardigheden, gewoonten en geloof zou bestendigen en verfijnen.
In de achtse eeuw v.Chr. bestonden er over geheel Midden-ItaliŽ groepjes nederzettingen van hutten van het Villanova-volk. Hoewel de bewoners in de eerste plaats boeren waren, waren zij zeer bekwaam in het vervaardigen van aardewerk en metalen producten; zij schiepen enkele van hun mooiste aardewerk producten om  de gecremeerde resten van hun doden te bewaren - zoals de Etrusken later ook zouden doen. Uit het inzicht dat dergelijke, grafgoederen verschaffen kunnen de archeologen belangrijke elementen van de levenswijze van het Villanova-volk reconstrueren.

Eerbetoon aan de helden van Vulci
 
  
Chauvinistische Romeinse schrijvers veronachtzaamden het feit dat een aantal van hun koningen van Etruskische origine was. Een voorbeeld daarvan is Servius Tullius, heerser van Rome tijdens de zesde eeuw v.Chr. Volgens Latijnse verslagen kan Servius of het kind geweest zijn van een Romeinse slaaf, of de zoon van een gevangen edelvrouwe - in elk geval niet van Etruskische afkomst. De afkomst van Servius uit EtruriŽ werd pas bevestigd in 1857, toen Alessandro FranÁois, een Florentijn van Franse afstamming, wandschilderingen ontdekte in een graf bij Vulci. Uit de figuren in de fresco's en de identificaties ernaast - gevoegd bij beetjes informatie uit andere bronnen - bleek dat Servius Tullius uit Vulci kwam; oorspronkelijk heette bij Mastarna.
De opdracht voor de schilderingen in het zogenaamde Francois-graf werd gegeven rond de derde eeuw v. Chr., hoogstwaarschijnlijk door de rijke Etrusk. De datum komt ongeveer overeen,met de tijd waarop Vulci zich aan Rome onderwierp. In dit verband kan men de schilderingen zien als herinneringen aan de glorietijd toen Etrusken de troon van Rome bezetten. In het vroegste levensgrote portret van een Etrusk, legde een anonieme schilder de herinnering vast aan zijn weldoener, die wordt vergezeld door een dwerg die een jachthavik vasthoudt. De beschermheer, Vel Saties, liet dezelfde kunstenaar een reeks schilderingen uit de Etruskische historie maken.

Resten van een verloren taal
 
  
Een geleerde die de Etruskische taal tracht te ontcijferen lijkt veel op een uitgehongerde man die niet de sleutel kan vinden van een kamer die op slot zit en die is volgestouwd met voedsel. Classici weten dat de Etruskische literatuur uitgebreid was en dat Romeinse schoolkinderen die bestudeerden in zowel de oorspronkelijke taal als de Latijnse vertaling. Maar er is slechts een deel bewaard gebleven van slechts ťťn boek (onder) en dat vertelt maar weinig. Omdat zij geen volledige teksten hadden, moesten geleerden die een woordenlijst trachtten samen te stellen met stukjes en beetjes. werken - woorden in religieuze- en grafinscripties, woorden op spiegels en dobbelstenen. Hoewel er ongeveer 10.000 inscripties te voorschijn zijn gekomen, hebben studies tot nog toe maar weinig resultaten opgeleverd. Men heeft tot nu slechts 200 bruikbare woorden geÔdentificeerd.
Eigennamen die naast bekende figuren zijn gegraveerd behoren tot de weinige bekende Etruskische woorden. Op de achterzijde van deze 17 centimeter grote, bronzen spiegel uit de derde eeuw v. Chr., werden drie identificeerbare godinnen - Minerva, de spaarzaam geklede Venus en Juno - aangeduid als Menrva, Turan en Uni.
Een klein stukje linnen windsel rond een mummie, dat de langste bewaard gebleven tekst in het Etruskisch draagt, heeft betrekking op een heilige rite waarbij het drinken en uitgieten van heilig water te pas kwam. Geleerden nemen aan dat het lichaam dat van een Etruskische vrouw was die in Egypte woonde en stierf.

Een goed geplande stad voor de doden
 
  
De hartstocht van Etruskische aristocraten voor een geregeld en comfortabel leven na de dood bracht ben er toe hun begraafplaatsen met dezelfde zorg aan te leggen als hun steden. Geen enkele tot nog toe opgegraven Etruskische necropolis is zo indrukwekkend als de Banditaccia begraafplaats bij Caere of Cerveteri. Die beslaat honderden aren, heeft straten en pleinen en een hoofdstraat waarlangs zo'n 2500 jaar geleden de rijken naar hun laatste rustplaats werden gevoerd. De graven waarin zij werden gelegd waren uitgerust met een weelde aan toebehoren die de dode zielen nodig zouden kunnen hebben. Aanvankelijk werden de graven bedekt met hopen aarde die tumuli worden genoemd; omstreeks 200 jaar later werden zij gebouwd als plompe huizen. Berekeningen die zijn gebaseerd op opgravingen van twee sectoren van de begraafplaats, geven aan dat de bevolking van het oude Caere op het allerhoogste punt tijdens de zevende en de zesde eeuw v.Chr. omstreeks 25.000 zielen telde. De pracht van de artefacten in de graven, die van de Villanova-cultuur tot Romeinse tijden gaan, versterkt de mogelijkheid dat Caere de rijkste stad van haar wereld was.
Het zogenaamde Graf van de Schilden en Stoelen werd in oude tijden beroofd en op onwetenschappelijke wijze onderzocht door nieuwsgierige bezoekers in de jaren 1800. Zowel dieven als toeristen haalden alles uit het graf wat maar te dragen was, met inbegrip van voorwerpen waarmee men misschien de bewoners had kunnen identificeren. Wat rest zijn slechts stenen sierschilden en stoelen en de sarcofagen.
Internet: Banditaccia=Google+zoeken
Schatten uit een onaangeroerd graf
 
  
De rustplaats van twee Etruskische mannen en een vrouw van verheven status, die 2600 jaar lang onontdekt bleef, werd voor de eerste maal geopend in 1836. Het graf ligt in de buurt van Caere en leverde een serie prachtige grafgoederen op. De complete opschik uit het graf, nu tentoongesteld in het Vaticaan, heeft de deskundigen veel inzicht verschaft in de smaak en de levenswijze van Etruskische aristocraten uit de zevende eeuw v.Chr. De bron van hun rijkdom was het ijzer- en kopererts waarin zij een levendige handel dreven over het gehele Middellandse-Zeegebied. Zij gebruikten hun nieuwe weelde niet alleen ter verrukking van de ogen van de levenden, maar ook om indruk te maken op de goden en om zich een luxueus hiernamaals te verschaffen.
Men heeft drie onderscheiden soorten goederen in het graf gevonden.
 
  
Enkele, zoals de kleine votiefbeeldjes - zoals de aardewerk beeldjes van slechts 10 centimeter hoog die de  doden bewaakten in het graf en  hun armen ten teken geheven hebben van rouw -, waren puur Etruskisch van ontwerp en uitvoering. Maar de periode aan de dageraad van de opkomst van EtruriŽ maakte ook een artistieke explosie mee die motieven uit het Nabije Oosten bracht: sfinxen, ,leeuwen en palmetten. Griekse en Westaziatische handwerkslieden, aangetrokken door de rijke stedelijke centra van EtruriŽ, verbreidden deze exotische onderwerpen over het Italiaanse schiereiland. De derde categorie werd gevormd door geÔmporteerde goederen,     meegebracht door Phoenicische en Griekse kooplieden. Deze stukken bevestigen dat welgestelde Etrusken van de gehele wereld van de Middellandse Zee profiteerden om hun eigen cultuur te verrijken.

Vaardige en toegewijde handwerkslieden
 
  
Het talent en de hoge graad van ontwikkeling van de Etruskische handwerkslieden, die door hun eigen landslieden op hoge prijs werden gesteld, maakten tenslotte zelfs indruk op de Grieken die gewoonlijk neerzagen op anderen. Het respect heeft zich wellicht ontwikkeld omdat de Etrusken Griekse mythologische thema's aanpasten aan hun siermotieven. In elk geval noemde de Griekse dichter Pherecrates, uit de vijfde eeuw v.Chr., met warmte de "vaardige en toegewijde handwerkslieden" van EtruriŽ.
Deze gewaardeerde vaklieden gebruikten een verscheidenheid aan metalen en leem.
 
  
De rijkdom van EtruriŽ aan zowel tin als koper - de voornaamste bestanddelen van brons - zorgde ervoor dat deze legering op ruime schaal voorhanden was voor de wapens, voor toebehoren en voor versieringsdoeleinden. Etruskische dames bewaarden hun make-up, haarspelden, kammen en andere toiletartikelen in bronzen dozen die cistae werden genoemd. De Etrusken specialiseerden zich ook in bucchero aardewerk, waarvan de kenmerkende zwarte kleur werd verkregen door inheemse klei, die wat ijzer bevatte, te bakken in een uniek proces tijdens hetwelk zuurstof werd gecombineerd met het ijzer en zo een zwarte ferro-oxyde ontstond.
Bekend is de cista, een toiletdoos van meer dan 60 centimeter hoog en 32 centimeter in doorsnee,
 
  
die in 350 v. Chr. Werd gemaakt. De gravures die erop staan illustreren een Griekse legende waarin een held die Polydeuces heet de vechtlustige koning Amycus aan een boom bindt als straf voor het feit dat hij vreemdelingen dwong met hem te boksen. De godin Athena (midden), gekleed naar de Etruskische mode, kijkt goedkeurend toe. Op het deksel staan de wijngod Dionysus en twee satyrs.

Een gids voor het Graf van de ReliŽfs
 
  
Omdat de Etrusken geloofden dat de doden dezelfde behoeften hadden als de levenden, rustten zij hun graven uit met alle benodigdheden en gemakken van het aardse bestaan. Om deze reden verschaffen hun blootgelegde graven vaak een nauwkeurige weerspiegeling van de wijze waarop Etruskische huishoudingen er uit zagen. Het Graf van de ReliŽfs bij Cerveteri is waarschijnlijk het beste voorbeeld van een begraafplaats die volledig de sfeer van een woning oproept. De wereldse goederen in deze in de rotsen uitgehakte kamer zijn in symbolische vorm aanwezig, als bas-reliŽfs van stucwerk die eens fel beschilderd waren. Kookgerei, werktuigen en aardewerk - alle standaarduitrusting van een welvarend huishouden uit de derde eeuw v. Chr. - zijn keurig verdeeld over de grote, vierkante steunpilaren van het graf. Het wapentuig dat in het huis van een hooggeboren krijgsman zou kunnen hangen is aan de muren uitgestald. Twee bedden met dikke kussens schijnen gereed om te worden beslapen. Bij ťťn rustbed - versierd met een reliŽf van Charun, de mythische veerman en zijn hond Cerberus - staat een paar damespantoffels op een laag bankje. Het enige vreemde voorwerp in het graf is een grafplaat van buiten die door archeologen binnen is gelegd.
Gipsafbeeldingen van artikelen die werden gebruikt in het dagelijks leven van een rijke Etruskische familie overdekken de oppervlakken in het graf van de reliŽfs. Hieronder worden de voorwerpen - en twee huisdieren - geÔdentificeerd 1. Herdersstaf 2. Wijnkruik 3. Drinkkom 4. Hartsvanger 5. Houweel 6. Touw 7. Tafel op wielen 8. Knapzak 9. Gans 10. Marter 11. Kussens 12. Gevouwen linnen 13. Linnenkast 14. Versierd bed 16. Helm en schilden 16. Sandalen op voetbankje 17. Stamper 18. Bekken op driepoot 19. lepel 20. Messenrek 21. Braadspitten 22. Kaas.

Gouden versierselen
 
  
Zoals mag worden verwacht van een rijk volk dat verzot is op vertoon, verfraaien de Etruskische hogere klassen zich kwistig met sieraden, in het bijzonder met gouden sieraden. Het metaal werd gemodelleerd tot kransen, hangers, armbanden, borstplaten en grote gespen of fibulae.
De Etrusken importeerden gouderts uit Afrika en AziŽ en brachten het dan naar plaatselijke smeden. Het is echter mogelijk dat enkele handwerkslieden uit het oosten kwamen en de stijlen van het Nabije Oosten die kenmerkend zijn voor veel Etruskische opsmuk met zich meebrachten. Deze smeden, zeer bekwaam, werden meesters in de techniek van het granuleren, waarbij kleine stukjes goud worden gesoldeerd op een achtergrond om de sprankelende sfeer van weerkaatst licht te verkrijgen. Door deze techniek konden Etruskische edelsmeden prachtige stukken modelleren als de hangers en gespen.
Een gouden hanger van nog geen vijf centimeter hoog geeft het hoofd weer van de gehoornde riviergod Achelous; hij werd gemaakt in 500 V. Chr. Het haar en de baard die het gezicht omlijsten bestaan uit kleine gouden bolletjes.
Een wereld van genietingen voor de rijken
 
  
"Moment ... blijf, je bent zo mooi!' Die uitroep van de behekste Faust van Goethe zou heel goed hebben kunnen dienen als motto voor de Etrusken - tenminste diegenen die geboren werden in de edele stand. Hun uitbundige vrolijkheid, aangewakkerd door een grote verscheidenheid van tijdverdrijf is vastgelegd zijn op de rijke graffresco's. Zij dineerden met smaak, beoefenden de dans en genoten van de jacht, van vissen, minnen en van harde sport. Er waren vaak musici aanwezig als het volk van EtruriŽ zich amuseerde. De wijsjes werden gewoonlijk gespeeld op de dubbele fluit, een instrument dat men het beste kan omschrijven als een stel aan elkaar gemaakte hobo's, met gaatjes die moesten worden bedekt met de vingers van beide handen. De dubbele fluit was geschikt voor de toonladders die het meest populair waren bij de Etrusken: het Phrygisch, Hypophrygisch, Lydisch en Hypolydisch - die door klassieke muziektheoretici respectievelijk worden omschreven, naar de stemming, als opgewonden, actief, melancholiek en wellustig.



Minnekozen en een goed gesprek aan het diner
 
  
De Grieken en Romeinen, de meer geremde buren van de Etrusken, waren ontzet over hun gewoonte om tweemaal per dag een feestmaal aan te richten, waarbij zij delicatessen verorberden variŽrend van schildpadeieren tot wild zwijn. Toch waren het geen veelvraten; tijdens het maal namen zij de tijd voor amusement, conversatie en - als er gezelschap voor was - geflirt. Het schijnt zelfs vaak dat de dinerende paren meer belangstelling voor elkaar hadden dan voor het voedsel; de man en de vrouw op een fresco besteden geen aandacht aan de musicus en aan de bedienden die voor hen zorgen. Op andere schilderingen heerst een speelse stemming, zoals bij de zwierige paren, bediend door twee naakte bedienden. Het levendige toneeltje kan een picknick voorstellen, een mogelijkheid die wordt gesuggereerd door de bomen op de achtergrond.
Op de schildering uit het Graf van de Leeuwinnen, uit de zesde eeuw v. Chr., houdt een in gedachten verzonken eter een ei omhoog, het symbool van de continuÔteit van het leven - in zijn geval een goed leven. De enorme afmetingen van de man geven aan dat hij een belangrijke bloedverwant is van de overledene.

Bewegingen met gratie
 
  
Het dansen zat elke Etrusk in het bloed. Grafschilderingen leggen krijgslieden, musici, bedienden, aristocraten en beroepsdansers vast, terwijl zij bewegingen uitvoeren die religieus zouden kunnen zijn of orgiastisch, of niet meer dan een fysieke reactie op een ritmisch wijsje. Er zat echter een zekere methode in de algemene ongedwongenheid; beroepsartiesten volgden tenminste strikte patronen. Een Romeinse schrijver sprak in neerbuigende stemming over de Etrusken als in staat om "bewegingen te verrichten niet zonder gratie"; het is mogelijk dat zij bij ťťn van hun vaste handelingen driemaal met de voet op de grond stampten en daarna een reeks sprongen vooruitmaakten. De kunstenaars die de fresco's hebben geschapen schonken veel aandacht aan de stand van de vingers en de houding van de handen.

Ontspanning op het strand
Tarquinii, dat slechts 7 kilometer van zee lag, bood haar inwoners alle natuurlijke genoegens van een badplaats. De schilderingen uit het Graf van de Jacht en het Vissen uit de zesde eeuw v. Chr. roepen een typische dag op het strand op: mannen vissen, jagen op vogels, klauteren tegen klippen op en duiken in het water. De Etrusken hielden veel van de natuur. Zij gingen vaak en met genoegen op jacht. Klassieke geschriften bevestigen dat er zelfs een wildreservaat was in de buurt van Tarquinii, waarvan de eigenaar hazen, herten en wilde schapen fokte voor de jacht. Op Etruskische fresco's komen telkens weer dieren voor: als wild, als huisdieren of eenvoudigweg als siermotief. De centrale figuren op de wandschilderingen van dit graf zijn niet de mensen, maar elegante vogels en een dolfijn die vrolijk een salto maakt, zoals die in de afbeelding hiernaast. het strand Een jongeman duikt van een rotsblok in de zee die diep beneden ligt. Zijn metgezel steekt een hand op - wat doet denken dat de duiker een speelse duw gekregen kan hebben. Op een ander levendige tableau werpt een jager op een rots een slinger steentjes naar een zwerm vogels ter, van zijn metgezellen in de boot beneden hem aanmoedigen. De niet afgeleide visser viert zijn terwijl een roeier stuurt. Het grote oog op de boeg was waarschijnlijk een traditioneel symbool.

Urnen ter bescherming van zielen op doortocht
 
  
De Etrusken hadden angst voor de overgang van deze wereld naar de komende  en geloofden dat de geest van een pas gestorven persoon aan het gevaar blootstond van een afschuwelijke transformatie. Om een verblijf te verschaffen aan de zielen  van de doden en om de as van gecremeerde lijken te beschermen gaven de Etrusken opdracht aan pottenbakkers, beeldhouwers en smeden om urnen te maken die deels of geheel mensachtig waren. Behalve dat de urnen geesten zonder woning tegen gevaar beschermden kunnen zij de geest ook een menselijke vorm gegeven hebben voor het bestaan na het graf.

Het lezen van hemelse voortekenen
 
  
Voor de Etrusken was het peilen van de wensen en bedoelingen van hun vele goden van essentieel belang. Waarzeggers ontwierpen daarom ingewikkelde methoden om de stemmingen van de goden te voorspellen. Eťn methode bestond uit het lezen van de ingewanden - in het bijzonder de lever - van dieren. Deze vorm van voorspelling was gebaseerd op het geloof dat de lever de organisatie van het heelal weerspiegelde en dat de delen ervan correspondeerden met de provincies die werden geregeerd door verschillende godheden. Waarzeggers keken naar onthullende samentrekkingen of knobbels in de lever van een offerdier om te bepalen welke goden er aan het werk waren en wat er van hen viel te hopen - of te vrezen.

Beelden uit vergane tempels
 
  
Hoewel de Etruskische kunstenaars geen beelden maakten van hun eigen verre goden, verschafte het Griekse pantheon - dat na de zevende eeuw v. Chr. in het Etruskische religieuze leven werd opgenomen hen een schare goddelijke onderwerpen. In de zesde eeuw v. Chr. togen Etruskische beeldhouwers energiek aan het werk om Griekse goden en geesten en hun daden uit te beelden. Op het hoogtepunt van de Etruskische tempelbouw, van de zesde tot de vierde eeuw v. Chr. waren de Etruskische heiligdommen zelfs zo propvol met beelden dat de Grieken, die gewend waren aan bescheiden versiering, de buitensporige uitstallingen afkeurden. Beschilderd terracotta was het enige materiaal dat werd gebruikt voor tempelbeelden en versieringen. Plinius de Oudere, een Romeinse geschiedschrijver uit de eerste eeuw A.D., prees het briljante gebruik van aardewerk toen bij schreef over de "vele tempels waarvan de daken nog steeds versierd zijn met terracotta beelden, opmerkelijk om hun modellering en artistieke kwaliteit zomede om hun duurzaamheid (die) meer respect verdienen dan goud."

Godheden voor tempeldaken
 
  
Omdat de Etrusken steen slechts geschikt geacht schijnen te hebben voor de verering van de goden, bouwden zij hun tempels van in de zon gedroogde stenen en hout - materialen die in de loop der tijd vergaan. Niettemin hebben de deskundigen een betrekkelijk duidelijk idee van het aanzien van een typische Etruskische tempel, aan de hand van grafurnen gevormd als kleine tempels en, nog belangrijker, uit de geschriften van de architect Vitruvius die laat in de eerste eeuw v. Chr. in Rome leefde. Hij had een aantal, laat-Etruskische tempels gezien, maar in plaats van de nauwkeurige afmetingen van elk vast te leggen, maakte bij een wet voor de afmetingen en structuur van een ideale Etruskische tempel. Als regel, verklaarde Vitruvius, werd de lengte van de rechthoekige tempel evenredig verdeeld tussen een omsloten heiligdom en een portaal met acht zuilen. De tempel werd geplaatst op een hoog platform waarop men kon komen via een steile trap. De figuren die het dak verfraaiden waren zo stevig bevestigd op de dakpannen dat zij staande konden blijven ondanks teistering door storm, wind en tijd. Het 90 centimeter brede model van een Etruskische tempel uit de zesde eeuw v. Chr., vervaardigd aan de universiteit van Rome, werd gemaakt in overeenstemming met de afmetingen en specificaties die de Romeinse architect Vitruvius vastlegde. Alle grote standbeelden en kleine versieringen werden gekopieerd van vondsten in Veii. Het dak werd versierd met beelden. Een model uit de vierde eeuw v. Chr. zou op de driehoekige fronten, of gevelspits, meer figuren hebben, evenals op de overhangende dakranden aan de voorkant en zijkanten van de tempel.
HeroÔsche figuren in actie
 
  
De Etruskische kunstenaars blonken uit in het maken van kracht uitstralende beeldengroepen. Vaak besteedden de kunstenaars minder aandacht aan menselijke anatomische proporties dan aan details van de kleding en kenmerken als ogen, haar en baard. De figuur van Menrva bijvoorbeeld, draagt een gelaagde tuniek die in gelijkmatige plooien valt. Haar haar en dat van de Medusa op haar borstplaat, is sterk gekruid. De Etruskische kunstenaars waren echter nauwkeurige waarnemers van de natuur en konden figuren beeldhouwers met een bijna fotografisch realisme, zoals wordt getoond door het span paarden. De manen van deze elegante rijdieren lijken te wapperen in de wind. in actie
Een galerij van mythische bewakers
 
  
De overhangende dakranden van de houten tempels werden bedekt en beschermd door terracotta reliŽfs die op tegels werden aangebracht en versierd waren met mensenhoofden of fantastische koppen. Deze antefixen, een Griekse uitvinding, werden door de Etrusken overgenomen met hun gebruikelijke enthousiasme voor Griekse kunstvormen. Goden, demonen en maenaden - sterfelijke vrouwen die meededen aan de mythische orgiŽn van de wijngod Dionysus - waren de gebruikelijke onderwerpen en zij voldeden op volmaakte wijze aan de Etruskische voorliefde voor kleur en verscheidenheid. De fantasie van de kunstenaars kreeg de vrije teugel om beelden te scheppen die uiteen liepen van sereen tot sinister. Antefixen dienden niet alleen als praktische bedekking en als versiering, maar men geloofde ook dat zij kwade geesten weerden. De tegels werden gemaakt door rondtrekkende pottenbakkers, die hun vormen van stad naar stad meenamen. Eťn vorm kon telkens weer worden benut. Men drukte klei in de vormen, die klei werd dan gebakken en daarna beschilderd met bonte kleuren.

Spelen en riten tijdens een pan-Etruskisch feest
 
  
De steden van EtruriŽ, die elkaar fel beconcurreerden en trots onafhankelijk waren, hadden blijkbaar ťťn instelling die de gemeenschappelijke identiteit van de Etrusken als volk uitdrukte - een groot jaarfeest dat werd bijgewoond door de heersers van de belangrijkste steden. Het doel van de bijeenkomst was om een titulaire aanvoerder te kiezen, wiens ambt voor slechts ťťn jaar werd toegekend en wiens rol waarschijnlijk strikt symbolisch was.
De plaats van ontmoeting was het heilige woud van een tempel die in het Latijn de Fanum Voltumnae werd genoemd, in of bij de stad Volsinii in Midden-EtruriŽ. De Etruskische naam voor het feest is verloren gegaan; de Latijnse naam heeft betrekking op Voltumna, de Etruskische god die in deze tempel werd vereerd. (Fanum betekent een plaats die aan een godheid werd gewijd.)
De religieuze plechtigheden die de verkiezing van een tijdelijke aanvoerder voor geheel EtruriŽ omlijstten,
 
  
vormden de kern van het festival, maar zij waren slechts een deel van de gebeurtenissen. Er waren ook atletiekwedstrijden  - acrobatische wedstrijden, worstelen, boksen en strijdwagenrennen en ook hardloop- en veldwedstrijden. Ook deze waren doortrokken met een religieus tintje, hoewel de atleten zelf geen priesters waren, maar meestal de slaven en bedienden van de edelen die het festival bijwoonden. Kooplieden en handelaars stroomden ook naar de Fanum Voltumnae om goederen te ruilen en wat nieuwtjes over de handel uit te wisselen op een jaarbeurs die geleidelijk rond de spelen en de heilige riten ontstond.
Zo trok de Fanum Voltumnae in de loop der eeuwen burgers van alle klassen uit de overigens oppervlakkig verbonden steden van EtruriŽ aan en gaf hun ongetwijfeld een bepaald gevoel van verwantschap en onderlinge solidariteit. Hoe de verkozen edelman voldeed aan de eisen voor zijn hoogste - hoewel nominale Deze vaas uit de zesde eeuw v. Chr., 45 centimeter hoog, verheerlijkt verschillende sportevenementen die plaatsvonden tijdens de Fanum Voltumnae, de jaarlijkse bijeenkomst van Etruskische steden. De boksers vechten met begeleiding van de muziek van een pijper. - ambt, wat zijn plichten geweest kunnen zijn, zelfs welke titel de Etrusken hem toekenden is onzeker. Er zijn echter Romeinse geschriften die een aanwijzing voor zijn status geven; de Romeinen noemden hem sacerdos, of priester, wat een aanwijzing is dat zijn functie voornamelijk religieus was; er bestaat geen bewijs dat bij ook politieke of militaire macht bezat.
Even duister als de functie van de sacerdos is de identiteit van de steden
 
  
waarvan de vertegenwoordigers bijeenkwamen op de Fanum Voltumnae. In de Romeinse bronnen worden de namen van de steden niet genoemd, maar vele geleerden zijn het er over eens dat het de volgende waren, Caere (Cerveteri), Tarquinii (Tarquinia), Volsinii (Bolsena), Vulci, Clusium (Chiusi), Arretium (Airezzo). Perusia (Perugia), Volaterrae (Volterra), Veii (Veio), Rusellae (Roselle), Vetulonia  en Populonia.
Hoewel de lijst van deelnemers van tijd tot tijd veranderd zou kunnen zijn, bestaat er geen twijfel aan het voortbestaan van deze grote pan-Etruskische gebeurtenis; het feest van Fanum Voltumnae vond vrij regelmatig plaats over een periode van bijna duizend jaar. De Romeinse geschiedschrijver Livius schreef over verscheidene ontmoetingen die in de vijfde eeuw v. Chr. werden gehouden,. met inbegrip van ťťn tijdens welke de koning van Veii, diep verontwaardigd omdat bij niet tot sacerdos werd verkozen, huiswaarts stoof en al zijn slaven meenam; aangezien die slaven gedoodverfd waren als de sterkste mededingers voor de spelen van dat jaar, moet het gehele schouwspel sterk geleden hebben.
De laatste bijeenkomsten van de Fanum Voltumnae werden omstreeks 900 jaar later gehouden, in de vierde eeuw A.D., lang nadat de Etruskische steden verwoest of geromaniseerd waren. Volgens Romeinse bronnen verliepen deze latere ontmoetingen nog volgens de oude gewoonten, maar hadden zij alle werkelijke betekenis verloren; zij waren weinig meer geworden dan een gelegenheid voor spelen en vertier.

Toenemende somberheid in een geschokte wereld
 
  
Naarmate de Etruskische macht begon te tanen door de Romeinse aanvallen in de vierde eeuw v. Chr., maakte de uitbundigheid die eens de Etruskische grafkunst had gekenmerkt plaats voor een doordringende somberheid. In betere tijden hadden de mensen van EtruriŽ zich de ziel voorgesteld als op reis naar een tuin vol heerlijkheden in het hiernamaals. Hun gelukkige verwachting van een rustige eeuwigheid werd opgeroepen in talrijke grafschilderingen en in de toegenegen houding van de paren die in behaaglijke rust werden gebeeldhouwd op de deksels van doodkisten. Maar toen de ondergang naderbij kwam, maakte het optimisme plaats voor de Griekse kijk op het leven, met de dood als een ongelukkige reis naar een land vol beangstigende schaduwen.

Door Rome overgenomen rituelen
 
  
Tot de Etruskische vindingen die aan Rome werden doorgegeven behoorden vele van hun symbolen van autoriteit en ceremoniŽle plichtplegingen. Enkele daarvan bleven ongewijzigd; andere werden aangepast om beter te voldoen aan de behoeften van de Romeinen. In keizerlijke tijden bijvoorbeeld ordenden de Romeinen hun stadsgrenzen volgens de heilige Etruskische regel: de omtrek moest worden aangegeven   door de voor van een bronzen ploegschaar die door ossen werd voortgetrokken. De staf van de voorspellen die de Etrusken vasthielden als zij hemelse voortekenen uitlegden, werd de Romeinse lituus.
In de legende droeg de stichter van Rome, Romulus, een lituus terwijl hij de stad ontwierp. In Christelijke tijden was de staf een kromstaf geworden - het teken van waardigheid van een bisschop. De fasces, een bijl met houten roeden er omheen gebonden, werd gebruikt als symbool van autoriteit door Etruskische leiders; aangepast door de Romeinen werd die tot het machtsinsigne van koningen en magistraten. In de 20ste eeuw gaf de fasces zijn naam aan de Fascistische Partij van ItaliŽ.

Het opmeten en bebouwen van woest terrein
 
  
Een groot deel van het land dat eens door de Etrusken werd bezet draagt nog de sporen van hun meest opmerkelijke nalatenschap: hun bouwkundige successen.
De Etrusken, niet afgeschrikt door een uiteenlopend en vaak woest terrein, verbonden hun steden door een netwerk van wegen die direct door rotsachtige heuvels werden uitgehakt. Zij hakten enorme hoeveelheden tufsteen en ander puin uit en voerden dat weg in manden om wegen aan te leggen die vlak genoeg waren voor hun voertuigen met wielen. Waar de wegenbouwers waterwegen tegenkwamen die te diep waren om te worden overgestoken, overspanden zij ze met stevige bruggen die zelfs het gewicht konden dragen van door ossen getrokken karren beladen met goederen voor de handel.
De ingenieurs gingen even handig om met water als met het land.
 
  
De wegen waren altijd zo ontworpen dat het water een goede afvoer had, en de steden hadden rioleringssystemen. Om meer gebied geschikt te maken voor de landbouw, voerden zij overstromende rivieren naar onderaardse leidingen.
De ingenieurs, die grote waarde hechtten aan precisie, vertrouwden op twee landmeetinstrumenten.
 
  
Het ene was een instrument dat groma heette, waarmee zij rechte lijnen en rechte hoeken bepaalden bij het ontwerpen van wegkruisingen voor steden op vlakke grond. Het andere was een soort nivelleerwerktuig dat chorobates heette, dat hen geleid kan hebben bij het leggen van gelijkmatige en hechte funderingen voor gebouwen en bij het berekenen van oneindig kleine maar kritieke hellingen voor waterleidingen.
Een Etruskische ingenieur gebruikt een groma
 
  
om een stadsstraat te plannen die een andere in een rechte hoek gaat kruisen. Het instrument bestaat uit twee met ijzer beklede dwarsstangen die draaien op een boogvormige klem die bovenop een paal zit die in de grond is gestoken. Het punt waar de stangen elkaar kruisen is direct boven de plaats gezet waar de twee wegen samen zullen komen. Van de armen van de groma hangen loodlijnen die de dwarsstangen in evenwicht houden, De landmeter kijkt langs ťťn dwarsstang naar een paal die door een assistent wordt vastgehouden. Dan zal het richtproces herhaald worden bij het uitzetten van het verloop van de kruisende weg.
Om een weg te profileren over ongelijk terrein moeten de ingenieurs een chorobates gebruikt hebben: een houten tafel met een watertrog, loodlijnen en richt-ringen. Als het apparaat gesteld was met stenen onder de poten, keek een landmeter door de ringen terwijl verticale afstanden tussen de richtlijn en de grond werden gemarkeerd door een assistent. 

Het splijten van heuvels en overbruggen van rivieren
 
  
De vroegste wegen van EtruriŽ bestonden onvermijdelijk uit smalle voetpaden langs en tussen de toppen van tufsteen ruggen; om natuurlijke hindernissen te omzeilen volgden zij vaak omwegen door dalen en ravijnen en staken zij rivieren over bij doorwaadbare plaatsen.
Maar naarmate het land dichter bewoond raakte en de Etruskische commerciŽle en militaire  aspiraties groter werden waren paadjes voor voetgangers niet langer toereikend. Geleidelijk aan werden zij vervangen door behoorlijk aangelegde wegen en bruggen. Ploegen dwangarbeiders of slaven hakten zich onder toezicht van Etruskische opzichters een weg door rotsheuvels en schiepen zo hoofdwegen die breed genoeg waren om het zware verkeer met voertuigen te verwerken dat nodig was voor een groeiende economie.

Etruskische wegen,
 
  
die waar dat maar uitvoerbaar was helemaal tot het vaste gesteente werden uitgehakt, werden aangelegd met een kanaal aan ťťn kant voor de afvoer van regenwater. Zo werd het wegdek beschermd tegen wegspoelen door plotselinge overstromingen.
Het waren niet alleen de Etrusken die hebben geprofiteerd van deze vernuftige opzet, deze was ook de basis voor de glorie van Rome. Veel wegen die aanvankelijk door de Etrusken werden aangelegd werden later de avenues door middel waarvan Rome haar rijk verwierf en behouden kon. Enkele van dezelfde oude verbindingen doen beden ten dage nog dienst voor de Italianen van nu.
Een weg in de buurt van Sovana, omstreeks 600 v. Chr. door de Etrusken aangelegd,
 
  
snijdt diep door een heuvel van tufsteen. In de loop van lange jaren van gebruik hebben de naven van voertuigen niet wielen een groef uitgesleten in de steile wanden. Aan de linkervoorzijde van het wegdek loopt een afvoergreppel.
Het noordelijke bruggenhoofd van een grote brug die eens een ravijn in de buurt van San Giovenale overspande, vormt nog een getuigenis van de bekwaamheid van Etruskische bouwkundigen. De stenen die het bekleedden zijn er afgevallen en laten enorme, bewerkte steunblokken van tufsteen zien. Het bruggenhoofd, dat werd gebouwd voor de vierde eeuw v. Chr., is 7 meter breed en bijna 6 meter hoog.
Omdat het dek van een Etruskische brug gewoonlijk van hout was
 
  
- waardoor lange houten steunbalken nodig waren die stevig rustten op beide bruggenhoofden - was de overspanning afhankelijk van de lengte van beschikbare balken. Op de balken werden kruiselings planken geplaatst; langs de rand liepen leuningen. De bruggenhoofden werden diep in de oever geplaatst. De buitenkant van de toevoerwegen werd bekleed met in elkaar sluitende rechthoekige stenen. Rijen kopstenen, korte uiteinden van blokken aan de buitenkant, werden tussen de strekse stenen geplaatst, de lange kanten van de blokken. 
Het draineren van akkers door rivieren om te leiden
 
  
Een groot deel van de bovengrond van Zui-EtruriŽ lag op een ondoordringbare soort tufsteen, waardoor water niet werd opgenomen en de akkers te drassig werden voor bebouwing. Daarom hebben Etruskische ingenieurs ondergrondse draineringsystemen ontworpen die het verzamelde water afvoerden zonder het kostbare leem mee te nemen. Door het uithakken van  lange tunnels - die bekend staan onder hun Latijnse naam, cuniculi - om het water te  verzamelen en te leiden, maakten de Etrusken honderden aren land bebouwbaar en gaven zij rivieren een andere loop omdat die een bedreiging vormden voor akkers of steden. Langs het   zachtjes glooiende verloop van een cuniculus die werd aangelegd bevonden zich verticale  schachten die van de begane grond naar de tunnel liepen. De schachten dienden als toegang  voor de arbeiders en als afvoerweg voor puin.
Bron:
Dora Jane Hamblin in haar boek De Etrusken, uit de serie Het ontstaan der mensheid, Time-Life. Afbeeldingen hierin illustreren  haar tekst.

Zoeken met Google.
 
  
Zoekt u afbeeldingen over de Etrusken en tikt u "Etruschi" in dan krijgt u 1520 afbeeldingen. Etruschi=Google+zoeken
Voeg daarom nog een woord toe bijv. "Vulci", dan worden het er 11. Etruschi+vulci=Google+zoeken
Zie ook de boekenpagina eens!

** Via Hotels/Booking/Wereldwijd kunt u goed uw accommodatie vinden in 190 landen. Laagste prijsgarantie, maximale keuze, tevreden gasten, onpartijdige hotelbeoordelingen, boeken in uw taal is mogelijk!

** Booking is meer dan alleen hotels: zie eens ĒAlle accommodatietypesĒ! 
** U vindt er o.a.:
   Appartementen - Resorts  - Villa's  - Hostels  - Accommodaties met onsen - Bed & Breakfasts  - Pensions  - Motels  - Ryokans  -  Vakantieboerderijen  - Vakantieparken  - Campings  -  Botels  - Herbergen  -  Aparthotels  -  Vakantiehuizen  -  Lodges  - Accommodaties bij particulieren  -  Landhuizen  -  Luxe tenten  - Capsulehotels  -  Lovehotels  - Riads  - Luxe Chalets