CLASSICISME, rede als norm en oudheid als dwingende vorm. Kenmerken:  er  worden vroegere stijlen toegepast - Griekse beelden zijn het grote voorbeeld in de beeldhouwkunst - ?zuivere lijn? is in de schilderkunst belangrijk - Griekse of Romeinse onderwerpen - koele kleuren en statische vormen.
Naar overzicht kunsthistorie.  Naar uw accommodatie! 

    

DaedalusIn de 19e eeuw verandert de wereld door de politieke, Franse revolutie, en industri?le, bijv. stoommachine en weefgetouw, revoluties. Massaproductie wordt mogelijk. Vormgeving was echter niet aangepast aan de nieuwe ontwikkelingen. Het was niet bekend dat nieuwe materialen ook nieuwe vormen nodig hadden. Men ging terug naar het verleden.
De bouwkunst heeft geen eigen stijl, vroegere stijlen worden weer toegepast, Griekse beelden zijn weer het voorbeeld, onderwerpen komen van de Klassieken, koele kleuren en statische ordening. 
Er komen gebouwen met een andere functie: stations, postkantoren, banken en concertzalen. Eerder waren dit soort gebouwen er niet. Ook andere materialen als beton en gietijzer kwamen in  gebruik.

Kenmerken
  
1   er  worden vroegere stijlen toegepast,
2
 Griekse beelden zijn het grote voorbeeld in de beeldhouwkunst. Gladde, marmeren vormen  maakt men,
3
   de ?zuivere lijn? is in de schilderkunst heel belangrijk,
4
   meestal gebruikt men Griekse of Romeinse onderwerpen,
5
   koele kleuren en statische vormen.

GRONDSLAGEN EN KENMERKEN   
Van renaissance tot classicisme

De
classicerende stroming die sedert de renaissance, waar bij de barok af en toe aan de oppervlakte kwam en in sommige landen zelfs de hoofdtoon was geworden, breekt na 1750 meer en meer door. Het classicisme uit de tweede helft van de 18e eeuwen het begin van de 19de eeuw schiet wortel in dezelfde grond als de renaissance kunst, maar bezit een totaal ander karakter.

De rede als norm
   
Wanneer het hoogtij van de frivole rococo voorbij was en mede onder de invloed van de encyclopedisten, wordt de kunst voortaan beheerst door een meer ernstige instelling. Een algemene versobering treedt in, het ornament verliest aan betekenis en speelt een meer bescheiden, bijkomstige rol. Door de uitgesproken voorkeur voor de scherpe, zuivere lijn, komt het constructieve element opnieuw tot zijn recht in deze door het verstand beheerste kunst. Originaliteit of uitdrukking van gevoelens komen er niet aan te pas. Hierdoor wordt het classicisme een eerder eentonige en niet tot het gevoel sprekende, koele stijl.

De Franse revolutie
   
met haar 'culte de la raison' heeft zich op deze 'nieuwe' kunst geworpen en haar beschermd. Afgesneden van de voedingsbodem
van de volkskunst, aangeleerd op academies en kunstscholen, richt het classicisme zich vooral tot de nieuwe elite, die in feite erg burgerlijk is aangelegd.

De oudheid als dwingende norm.
   
Op het stuk van de navolging der oudheid is nu het enthousiasme van voorheen veranderd in een meer kritische instelling.

De renaissance kunstenaars kenden uitsluitend de laatklassieke kunst.
   
De
classicisten ontdekken de Griekse kunst, niet in laathellenistische werken of in Romeinse kopie?n, maar in de originele werken. De klassieke oudheidkunde wordt wetenschappelijk opgebouwd. De ontdekking van Pompeji (1738) en Herculanum geeft de eerste stoot. In Zuid-Itali?, het vroegere Magna Graecia, herkent men de voorbeelden van echt Griekse kunst o.m. te Paestum. Griekenland zelf wordt exploratieterrein. De puinen van de Atheense akropolis worden bestudeerd; reli?fs van het Parthenon komen terecht in Parijs en Londen, de frontonbeelden van de tempel van Aegina belanden in M?nchen.
Maar ook Etruri
Ž wordt ontdekt.
De Egyptische kunst wekt belangstelling en na Napoleons veldtocht aldaar (1798), dringen Egyptische motieven door in de Empirestijl.

Winckelmans theorie: 'edle Einfalt und stille Gr
šsse'
   
De classicistische kunstenaars volgen, dikwijls tegen eigen temperament in, de door archeologen en geleerden voorgeschreven normen, die
z.g. aan de grondslag liggen van de ideale antieke kunst. De Duitser Johann Winckelmann, 1717-1788, die het grootste deel van zijn leven te Rome verblijft, tracht in zijn Geschichte der Kunst des Altertums, 1764, door te dringen tot het wezen van de antieke kunst. Ook zijn programmaschrift Die Nachahmung der griechischen Werke in der Malerei und Bildhauerkunst, 1755, heeft de kunstvorm van zijn tijd sterk be?nvloed. Zijn uitspraak dat 'edle Einfalt und stille Gr?sse' (edele eenvoud en waardige grootsheid) de essenti?le kenmerken van de klassieke kunst zijn, wordt de formule, die de kunstenaars in hun werk willen toepassen.
Om deze theoretisch opgebouwde ideale schoonheid te bereiken,
is het niet meer nodig de natuur als model te nemen. De Griekse klassieke kunst uit de 5e en 4e eeuw v??r Christus had dit ideaal reeds verwezenlijkt. Het volstaat dit voorbeeld zo getrouw mogelijk te bestuderen en te kopi?ren.

"GREEK REVIVAL" IN DE BOUWKUNST
   
Griekse tempelbouw als inspiratiebron
Uitgaande van de streng
classicerende barok in Frankrijk en vooral in Engeland, huldigen de bouwmeesters voortaan een zuiverder classicisme, met een zeer bestudeerde toepassing van de klassieke voorschriften. De zuilenorden worden niet meer decoratief, maar constructief toegepast. Er wordt gestreefd naar eenvoudige klare grondvormen zoals kubus, piramide en sfeer. Gladde wanden zonder of met weinig versiering en met weinig doorbrekingen, voorgevels met open zuilenfront en tempelfronton op zijn Grieks, reeds aan Knobelsdorffs Operagebouw te Berlijn, 1741-42, geven aan de meeste bouwwerken het uitzicht van een tempel. De propyleeŽn van de Atheense akropolis worden door Langhans nagevolgd in zijn Brandenburgse poort te Berlijn, 1784-94.

Napoleon maakt van Parijs de hoofdstad van een keizerrijk
   
Onder het Franse keizerrijk worden triomfbogen
, Arc de Triomphe du Carrousel, 1806, zegezuilen, Colonne ? la gloire de la Grande Arm?e, place Vend?me, 1806-1810 en tempels Temple de la Gloire, later de Ste.-Madeleine, 1806-1842, opgericht om, naar het voorbeeld van Rome, aan Parijs het passende en waardige uitzicht te geven van hoofdstad van het nieuwe rijk.
Dit teruggrijpen naar vroegere bouwtypes en -vormen verraadt een gebrek aan scheppende inspiratie. De 1
9de-eeuwse bouwmeesters zullen niet beter weten dan om beurten alle mogelijke stijlen uit het verleden opnieuw toe te passen.

Antiek ornament
   
Sterk gestileerde palmetten, lauwerkransen en Akantbladeren worden op eerder bescheiden wijze als versiering aangebracht. Ook de toegepaste kunst zoekt inspiratie in de klassieke en Egyptische stijlen. Albasten vazen worden gekopieerd naar antieke modellen. Tafelpoten en kandelaars krijgen het uitzicht van een zuil.

Genovakerk, later Pantheon te Parijs 1757-90 Classicistische architecten  bouwen tempels, triomfzuilen en propyleeŽn naar antiek model:
1. J.G. Soufflot, H.-Genovevakerk, later Panth
eon te Parijs, zie afb. 1764-80;
2. Jacques Gondouin en J.B. Lep
Ųre, bronzen Colonne VendŰme te Parijs (1806-10);
3. Carl Gotthard Langhans, Brandenburger Tor te Berlijn (1789-94).

DE "IDEALE VORM" IN DE BEELDHOUWKUNST
   
Ideale schoonheid als draagster van een verheven idee
Al wordt er nog zeer vlakgehouden reli?f aangebracht op bepaalde plaatsen van een gebouw (fries, gevelveld), het beeldhouwwerk staat opnieuw vrijer tegenover de architectuur. De beeldhouwer wordt terug zelfstandig. Zoals in de renaissance en de oudheid staat opnieuw de menselijke gestalte centraal. Naast ideale schoonheid van het lichaam, moet het beeld ook een verheven, algemeen menselijke idee verkondigen : liefde tot de evenmens, vaderlandsliefde, overwinningsroem, trouw. In hun onmacht om dergelijke abstracte idee?n uit te beelden en om elke christelijke schijn te vermijden, leveren de antieke beelden en de klassieke literatuur de gewenste mythologische en allegorische onderwerpen.

Gladde, koele vormen
   
Beeldhouwkunst is het resultaat van studie en vele beelden lijken weggelopen uit een museum voor antieke kunst. Uitgevoerd in wit marmer met glimmend gepolijst en glad gehouden oppervlak, vermogen deze producten van ijverige studie, zelfs sommige in zinnelijke sfeer gehouden vrouwengestalten, ons niet in het minst te ontroeren.



In de ban van de zuivere vorm: Canova en Thorvaldsen
   
Vooraf: hoe bepaalde onder staande links werken leest u bij Art Cyclopedia
De Italiaan
Canova_Antonio,  1757-1822, vooral bekend om zijn edele naaktfiguren met ideale proporties, en de lange tijd te Rome studerende en werkende Deen Thorvaldsen_Bertel, 1770-1844, volgen zo getrouw mogelijk de klassieke beelden na. Ze bestuderen deze aandachtig, maken er afgietsels van en kopi?ren gewoonweg bepaalde houdingen. Hun werk, door tijdgenoten geroemd als de uiting van 'uno stile grande e nuovo', mag dan technisch knap zijn, hun glad gepolijste vlakken blijven slechts glanzend marmer en zijn geen weergave van de levende huid, waaronder het bloed stroomt.

Koele gladde vormen en gewilde eenvoud:
   
1. Houdon, H. Bruno, 1767, Sta Maria degli Angeli, Rome;
2. Canova, De drie Grati
Žn, 1813-15, Ermitage, Leningrad;
3. Thorvaldsen, Venus met Paris' appel, 1813-16
, Thorvaldsensmuseum.dk, Kopenhagen. -
4. Ge
Ôdealiseerde en licht sentimentele portretten: Schadow, Prinsessen Luise en Friederike van Pruisen, 1796,
Berliner Schloss.

Bertel Thorvaldsen, Jason en het gulden vlies Van Bertel Thorvaldsen is Jason en het gulden vlies een duidelijk voorbeeld dat hij niet werkte naar de natuur maar zo exact mogelijk de klassieke beelden als voorbeeld nam. Een ander bekend werk van hem is Ganymedes die de adelaar te drinken geeft.

Icarus en Daedalus (links boven) is een bekend werk van Canova. Een ander prachtig werk van hem is Amor en Psyche.

Sobere middelen, sterke uitdrukkingskracht   
Ver van het studiecentrum Rome, neemt
Houdon_Jean-Antoine, 1741-1828, uit de classicistische leer alleen het streven naar versobering over. Groots en monumentaal, eenvoudig en streng van uitwerking in zijn grote beelden, zoals de in Romeinse toga gehulde Zittende Voltaire, 1781, Comedie Francaise, Parijs, ligt zijn kracht in de uiterst expressieve gelaatsweergave. In zijn meer dan 200 portretbustes is niets van de hoogdravendheid van zijn voorgangers of de koelheid van zijn tijdgenoten te erkennen. Zijn sprekende koppen zijn scherp realistisch en levendig. Van de overigens gevoelloze academische Duitse sculptuur van het classicisme verdienen alleen de licht geidealiseerde, maar toch bezielde portretten van Johann Dannecker (1758-1841) en Friedrich Schadow (1764-1850) een vermelding.

BLOEDARMOEDE IN DE SCHILDERKUNST
   
In de ban van de zuivere lijn.

De classicistische schilder is voor alles een knap tekenaar, opgeleid in een kunstacademie door studie naar het antieke beeld. De klare symmetrische opbouw van zijn voorstellingen wordt nog beklemtoond door de overheersing van de tekening op de slappe, koude kleuren. Religieuze stukken worden niet besteld en frivole of idyllische tonelen zijn uit de mode.
Bovendien zijn ernstige en moraliserende onderwerpen uit de oude geschiedenis een bewijs te meer voor de onderlegdheid van de artiest in de klassieke studi
Žn.
 
De Fransman
David_Jacques-Louis, 1748-1825,
   
 heeft met zijn doek De eed van de Horatii
, 1784, Louvre, Parijs, de classicistische schilderkunst ingezet. Naast onderwerpen ontleend aan de oude geschiedenis, verheerlijkt hij de gebeurtenissen van de Franse revolutie, waaraan hijzelf actief had deelgenomen. Als keizerlijk hofschilder legt hij daarna de hoofd momenten van de opgang van Napoleon in beeld vast, Keizerkroning, 1806, Louvre, Parijs. Deze historische documenten getuigen meer van patriottisch pathos dan van innerlijke scheppingsdrang.

Voor zijn leerling
Dominique Ingres (1780-1867),
   
die lange tijd te Rome verblijft, is de studie van de antieken hoofdzaak: '
Il faut vivre d'eux, il faut en manger.' Naast klassieke onderwerpen, Odipoes en de sfinx, 1808, Louvre, Parijs, schildert hij met rake en klare lijnen mooie naaktfiguren, Baadster van Valpin?on, ( 1808, Louvre, Parijs.

Het classicistisch portret
   
Zoals in de beeldhouwkunst zijn de geschilderde portretten het beste van wat het classicisme heeft voortgebracht. Met even sobere middelen uitgewerkt, bewijzen deze portretten dat, ondanks alle classicistische theorie?n, de waarneming en uitbeelding van de realiteit toch ingang vindt. David schildert nuchtere, maar indringende portretten, zoals de op een groene 'directoire' sofa rustende Mme R
ocamier, gekleed in een natuurlijk vloeiende eenvoudig witte japon ' l'antique', 1800, Louvre, Parijs.
Door hun kwaliteit doorbreken Ingres' portretten de ban van de raak getekende lijn
, La belle Z?lie, 1806, Mus?e, Rouen.

Een vleugje sentimentaliteit
   
Bij anderen zoals
Lebrun_Marie_Louise, 1755-1842, of Prudhon_Pierre-Paul, 1758-1823,
blijft de in de 18e eeuw o.m. in Engeland ontstane sentimentaliteit nawerken. Hun weemoedig kijkende personages plaatsen ze bij voorkeur in een licht romantisch natuurkader. Omdat ook de kleuren iets warmer en rijker gehouden worden, zijn het hun werken en niet deze van David, die naar de toekomst wijzen. De classicistische schilderkunst zal ten onder gaan in de vloedgolf van de romantiek.

Zie ook de boekenpagina eens!.   
19th-Century Sculpture
 Door Jeffery Howe's Digital Archive of Art met links naar Antonio Canova en Bertel Thorwaldsen

** Via Hotels/Booking/Wereldwijd kunt u goed uw accommodatie vinden in 190 landen. Laagste prijsgarantie, maximale keuze, tevreden gasten, onpartijdige hotelbeoordelingen, boeken in uw taal is mogelijk!

** Booking is meer dan alleen hotels: zie eens ĒAlle accommodatietypesĒ! 
** U vindt er o.a.:
   Appartementen - Resorts  - Villa's  - Hostels  - Accommodaties met onsen - Bed & Breakfasts  - Pensions  - Motels  - Ryokans  -  Vakantieboerderijen  - Vakantieparken  - Campings  -  Botels  - Herbergen  -  Aparthotels  -  Vakantiehuizen  -  Lodges  - Accommodaties bij particulieren  -  Landhuizen  -  Luxe tenten  - Capsulehotels  -  Lovehotels  - Riads  - Luxe Chalets