THESSALONIKI, In het Grieks heet de stad tegenwoordig weer zo Thessaloniki. De in het Nederlands gebruikelijke naam is Saloniki. De inwoners worden Thessalonicenzen genoemd.
Naar startpagina Griekenland. Naar steden- , regio- en eilandenlijstaz.  Naar uw accommodatie! 
 

Brian de Jongh neemt u in dit hoofdstuk mee op pelgrimage
door Thessaloniki. Het is ongelooflijk met wat voor een kennis en warmte hij het name alle mozaïeken in de diverse kerken beschrijft! Een niet te missen handleiding bij een bezoek aan deze stad.

U wandelt langs:   
Via Egnatia - Twee mogelijkheden voor uw bezoek   - De Witte TorenArcheologisch museumBoog van GaleriusCircus en Theodosius  - Rotonde van Agios Georgios
- De basilieken: ArcheiropoietosAgios DemetriosAgia SophiaPanagia ChalkeonRomeinse forumStadsmurenDe kapel van Osios David
- De Latijnse kerken: Prophitis EliasAgia AikateriniDodeka ApostoliAgios Nikolaos OrphanosVlatadonklooster

Via Egnatia  
In de Romeinse tijd kwamen reizigers uit het noordwesten door de Axiospoort de stad binnen waar nu Platia Metaxa, ook wel Vardari of Dimokratias, ligt, vlakvoorbij het station.  Vanaf hier loopt de Egnatiastraat dwars door de stad naar het oosten. Deze straat volgt min of meer een tracé uit de Oudheid, maar is niet, zoals lange tijd werd gedacht, identiek aan de Romeinse Via Egnatia. Deze vormde de verbinding tussen de Adriatische kust en de Hellespont en liep van de Axiospoort naar de Letaiapoort, eveneens in het noordwesten. Langs de heerbaan stonden mijlstenen met de namen van vergoddelijkte keizers en eroverheen waren triomfbogen opgericht. Hieronder marcheerden de legioenen die Romeins gezag en orde verbreidden in ruil voor oosterse rijkdommen.
In de Turkse tijd zag de tekenaar Edward Lear
hoe de boeren over de Egnatiastraat naar de markt reden in door witogige buffels getrokken karren. De wilde runderen uit de vlakte van Macedonië zijn inmiddels vervangen door vrachtwagens, en in plaats van een menigte morianen en jodinnen banen zich nu kantoormensen en fabrieksarbeiders een weg door de verkeersopstoppingen.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog marcheerde   
over de Egnatiastraat een geallieerd expeditieleger. Het sloeg zijn tenten op op het braakliggend terrein bij de Platia Vardari, vlak bij de bazaars en bordelen die in 1917 uitbrandden toen vanwege de onachtzaamheid van een Franse soldaat een groot deel van de stad in de as werd gelegd.
Al meer dan dertien eeuwen bekleedt Saloniki
de positie van tweede stad van het Griekse rijk. In de Byzantijnse tijd kwam het op de tweede plaats na Constantinopel, tegenwoordig na Athene.

Op de plek van het oude Therma,   
waar Xerxes in de zomer van 480 v.C. verbleef terwijl zijn vloot de Golfdoorkruiste, stichtte Kassandros in 315 v.C. een stad die hij vernoemde naar zijn vrouw, de zuster van Alexander, Thessaloniki. Later bracht Cicero hier een deel van zijn ballingschap door.
De apostel Paulus
koesterde grote genegenheid voor de Thessalonicenzen, uit wier midden het woord des Heren heeft weerklonken. Constantijn de Grote heeft overwogen Thessaloniki tot hoofdstad van zijn keizerrijk te maken, vanwege de strategische ligging op het knooppunt van de handelsroutes uit de Balkan. Toen zijn keus uiteindelijk op Byzantium viel, werd de teleurstelling van de Thessalonicenzen slechts overtroffen door hun verontwaardiging dat zo'n omhooggevallen kolonie aan de Bosporus met de eer ging strijken.

Maar tegen het einde van de vierde eeuw,   
toen het christendom zich een stevige positie had veroverd, was het lot van Thessaloniki bezegeld. De stad zou het toneel worden van tal van belegeringen en theologische haarkloverijen en onder de bescherming van de schutspatroon Demetrios in de Byzantijnse geschiedenis een kleurrijke, dikwijls heroïsche rol vervullen, die bijna even belangrijk was als die van Constantinopel.

Tsimiskistraat   
De straten van het tegenwoordige Saloniki, dat pas aan het einde van de Eerste Balkanoorlog in 1913 van het Turkse juk werd bevrijd, vormen een regelmatig rasterpatroon tussen de heuvels en de zee. De grootstedelijke allure wordt doorbroken door de vroegchristelijke basilieken en Byzantijnse koepelkerken, die tot de belangrijkste van heel Griekenland behoren.
Evenwijdig aan de Egnatiastraat loopt de Tsimiskistraat,
met paardekastanjes aan weerszijden. Dit is de voornaamste winkelstraat van Saloniki. Het eten is hier beter dan elders in het land en in de taartjeswinkels doen de Thessalonische dames zich te goed aan slagroomgebak en kadaif, stroperig oosters gebak met amandelen.

Twee mogelijkheden     
U zult in Saloniki in de eerste plaats de monumenten van Byzantijnse kunst willen bezoeken. Twee mogelijkheden liggen voor de hand. Wanneer u haast hebt, kunt u een snelle blik werpen op de mozaïeken in de Agios Demetrios; bent u een liefhebber van Byzantijnse kunst, dan moet u drie overnachtingen boeken in een hotel, zodat u twee volle dagen heeft om de twaalf belangrijkste kerken op uw gemak te bezichtigen.
U krijgt dan een volledig overzicht van het verloop van de Byzantijnse stijlgeschiedenis op het gebied van architectuur en decoratieve kunst. De stad is in 1978 door een aardbeving getroffen, waarbij vooral de oude kerken met hun uit ontelbare steentjes samengestelde mozaïeken veel te lijden hebben gehad. Een aantal kerken is gesloten, andere worden gerestaureerd.
Chronologische volgorde  
In de nu volgende beschrijving is een min of meer chronologische volgorde aangehouden. De Romeinse ruïnen, Byzantijnse kerken en oude Turkse huizen zijn omsloten door een hoefijzer van stadsmuren uit de Byzantijnse tijd met Turkse toevoegingen.

Voor een tocht langs de bezienswaardigheden   
uit de hellenistische, Romeinse, vroegchristelijke en vroeg-Byzantijnse perioden kunt u het beste beginnen aan het einde van de kade.
Witte Toren     
In de buurt van de cafeetjes staat tussen het struikgewas de Witte Toren, Leukos Pyrgos, het enig overgebleven fort van de verdedigingswerken aan zee. Binnen de ronde muren van deze toren zat in 1826 een groep Janitsaren gevangen, een korps lijfwachten dat aan het muiten was geslagen. Sultan Mahmoed II de Hervormer besloot deze op macht beluste, reactionaire bende uit de weg te ruimen en liet hen over de kling jagen.
Sindsdien werd de rood bakstenen toren Bloedtoren genoemd,   
tot de Turken hem wit pleisterden. In het park aan de landzijde van de toren ligt een perk met altheastruiken, waarvan de bloemen net pioenrozen lijken. De lange, gekruide bloembladen glinsteren bij maanlicht als lovertjes tussen de donkergroene struiken.

Jaarbeurs
  
Ten oosten van het park liggen de gebouwen van de Jaarbeurs, die in september plaatsvindt. Hiermee wordt de traditie van de Demetria voortgezet, een middeleeuwse jaarmarkt ter bevordering van de plaatselijke nijverheid die werd gehouden op de naamdag van Demetrios.

Archeologisch museum
      
Tegenover het park ligt het archeologisch museum, een fraai modern gebouw. De tentoongestelde voorwerpen vertonen een grote variatie in stijl en herkomst. Er zijn duidelijk invloeden te bespeuren van de noorderburen die van zo grote betekenis zijn geweest voor de geschiedenis en ontwikkeling van Saloniki.
De collectie van het museum bestaat zoals gebruikelijk uit antiek vaatwerk, scheenplaten, wapens, terracotta's, dierfiguurtjes, bronzen kraters met geboetseerde sfinxen en groteske theatermaskers. Vrijwel alle voorwerpen zijn van Macedonische herkomst. Al hebben ze in het algemeen geen bijzonder kunsthistorisch belang, toch vormen ze het bewijs dat de aloude opvatting dat het 'barbaarse noorden' geen eersteklas handwerkslieden voortbracht, niet houdbaar is.
 
Thracische ruiter   
Interessanter zijn de kleine stèles van de Thracische ruiter. Deze primitieve afgod zou het symbool worden van het zelfbewustzijn van de Thessalonicenzen. Het paard was het embleem van de Scythen, en Scythia grensde aan Thracië. Er waren daarom veel overeenkomsten tussen de erediensten van beide volken.
In de oudste reliëfs, grafgiften of wijgeschenken in bas-reliëf, is de raadselachtige Ruiter schetsmatig weergegeven als jager, die met een speer in de hand galoppeert naar een boom waaromheen zich een slang kronkelt. Later krijgt de heroïsche jager het uiterlijk van een priester of een halfgod en is hij gekroond met een krans. In de Romeinse tijd draagt hij militaire kledij.

In de vroegchristelijke periode diende hij als voorbeeld   
voor de gangbare uitbeelding van Demetrios. Hij zit nog steeds te paard, maar rijdt nu stapvoets naar een altaar met een dennekegel erop, dat voor de boom met de slang is opgesteld. In het karakter van de Thracische ruiter zijn allerlei aspecten verenigd. Waarschijnlijk was hij een soort stamvader van het Thracische volk. Tegelijkertijd heeft hij iets van Asklepios, de god van de geneeskunst, die een slang met genezende eigenschappen als attribuut had, en van Rhesus, de aanvoerder van het Thracische contingent in de Trojaanse oorlog, dat bekend stond om zijn snelvoetige paarden.

Hellenistische voorwerpen  
De grootste schat van het museum wordt gevormd door de fijn bewerkte hellenistische voorwerpen die zijn gevonden in Macedonische graven. Er zijn gouden en zilveren snuisterijen, ingelegd met parels en emaille, bronzen kraters en drinkschalen op standaards met hoeven. De sieraden dateren uit de vijfde tot en met de tweede eeuw en omvatten onder meer een paar prachtige oorringen, bezet met edelstenen en met hangers in de vorm van eroten.

Koningsgraven van Vergina   
Het museum is wereldberoemd geworden door de sensationele vondsten uit de koningsgraven van Vergina. Dat doet echter niets af aan het belang van eerdere vondsten, bijvoorbeeld de gouden voorwerpen die afkomstig zijn van de begraafplaats bij Sindos, nu een fabrieksstadje aan de rand van Saloniki, of van het pronkstuk van de collectie, de zogeheten Dervenikrater. Het museum is zelfs speciaal gebouwd voor deze enorme urn, die in 1961 is gevonden in een graf in Derveni, een dorp ten noorden van Saloniki.

Het bronzen oppervlak van de krater   
is opgelegd met figuurtjes van verguld zilver, die langstrekken in een massale bacchantenstoet. De menselijke figuren nemen allerlei extatische houdingen aan. Tussen hen in loeren roofdieren en slingeren wingerdranken met sierlijke bladeren. Onder de rand leunen meisjes en jongelingen gracieus achterover. Hoe langer u rond de glinsterende urn loopt, des te meer raakt u gefascineerd.
De Dervenikrater is toegeschreven aan Lysippos, een van de beroemde Peloponnesische beeldhouwers en een tijdgenoot van Alexander de Grote. In dit stuk is de natuurlijke uitbundigheid van het hellenisme al volop aanwezig, terwijl de elegantie en strakheid van de klassieke periode nog niet is teloorgegaan in overdadige weelderigheid en opzichtige praal. De losse, beweeglijke figuren zijn nog niet verwrongen en de vloeiende, expressieve gebaren niet theatraal.

Boog van Galerius     
Van het museum is het ongeveer vijfminuten lopen naar de kruising tussen de Panepistemiou en de Egnatiastraat. Aan de rechterkant van de Panepistemiou liggen de gebouwen van de Aristotelesuniversiteit.
In de Romeinse tijd lag in dit gebied een uitgestrekt complex met een keizerlijk paleis, een circus en een mausoleum. Nu is het een winkel-woonwijk, met als opvallend overblijfsel uit de Oudheid de driedubbele boog van Galerius. Hij was een schaapherder uit Dacië die het tot keizer van Rome bracht - en niet bepaald een sympathieke keizer. De zuidelijke doorgang is verdwenen, maar de pijlers van de middelste boog staan nog overeind. Deze zijn gedecoreerd met stenen reliëfs van miezerige figuren zonder enige gratie of karakter.
Waarschijnlijk vond men een dergelijk zouteloze kopie van de beroemde triomfbogen in Rome   
goed genoeg voor een provinciehoofdstad. Het beeldhouwwerk stelt de successen voor die de Romeinse strijdkrachten in het begin van de vierde eeuw op de Parthen behaalden. De vrouwen achter het altaar symboliseren het door Galerius veroverde universum. Galerius (rechts) brengt een offer, terwijl zijn schoonvader Diocletianus (links) goedkeurend toekijkt. Van de leeuwen en olifanten gaat geen enkele levendigheid uit, en van de krijgsgevangenen die de overwinnaar om genade smeken al evenmin.

Circus en Theodosius  
Ten zuidoosten van de triomfboog lag het circus. Hier vond in 390 een gruwelijke massamoord plaats. De meest gevierde wagenmenner uit die tijd dong naar de gunsten van een jonge slaaf van Botherik, de gehate Gotische garnizoenscommandant.
Botherik was door deze mediterrane zedeloosheid diep geschokt en zette de wagenmenner gevangen. Hij werd prompt daarop met zijn officieren door de in woede ontstoken aanhangers van de wagenmenner vermoord. Hun lichamen werden onder luid gejuich door de straten gesleurd. De preutse en bovendien opvliegende keizer Theodosius 1 de Grote, die voor de discipline in het leger volkomen afhankelijk was van zijn Gotische commandanten, gaf bevel tot onverwijlde en bloedige represailles. Volgens Gibbon ging men daarbij 'zo geniepig en verraderlijk te werk als bij een onwettige samenzwering'.
De Thessalonicenzen werden opgeroepen om hun vrijgelaten idool toe te juichen in het circus.   
Vervolgens werden de uitgangen vergrendeld en wierpen de troepen van Theodosius zich met getrokken zwaard op de nietsvermoedende menigte. Gibbon beweert dat het bloedbad drie uur duurde; volgens een voorzichtige schatting werden er zevenduizend Thessalonicenzen vermoord. Maar de Kerk, waarvan Theodosius zo'n militant voorvechter was, kon deze bloedige wraakoefening niet door de vingers zien. De keizer werd tijdelijk geëxcommuniceerd en kreeg voor de duur van zijn boetedoening een verbod zich te tooien met de keizerlijke regalia.

Rotonde van Agios Georgios      
De boog van Galerius was door middel van een zuilengalerij verbonden met een rond gebouw. Dit was het mausoleum ter nagedachtenis aan deze Caesar met zijn stierennek en bleke gezicht. Hij was een verstokt christenvervolger geweest en werd door een middeleeuwse monnik omschreven als een 'roemrucht en trouw dienaar van de boze geesten'.
Door een grillige speling van het lot kreeg Galerius 'mausoleum   
in het midden van de vijfde eeuw echter de bestemming van christelijk godshuis. Later werd het gewijd aan Georgios, de meest geliefde krijgsmanmartelaar in de oosterse Kerk, en sindsdien draagt het gebouw de naam rotonde van Agios Georgios. Tijdens de Turkse bezetting was het in gebruik als moskee en werd ernaast een minaret gebouwd.
De vorm van het mausoleum is grotendeels ontleend aan de ronde gebouwen die Galerius waarschijnlijk op zijn veldtochten in het Oosten had gezien. Het grondplan is groots van eenvoud: een hoge cilinder met een wijde koepel die rust op acht traveeën. Sinds de aardbeving van 1978 is de rotonde gesloten. Hoewel de gewelfde nis tegenover de ingang is ingericht als een abside met het altaar, is het oosterse karakter van het gebouw niet aangetast.

Mozaïekpanelen   
In de soffieten van sommige traveeën zijn nog de oorspronkelijke vroegchristelijke mozaïeken aanwezig, met Alexandrijnse vogel- en fruitmotieven in achthoekige medaillons.
Toch is de kenmerkende mystieke sfeer van dit bijzondere gebouw in de eerste plaats te danken aan de enorme mozaïekpanelen in een strook rond de ondiepe koepel. In deze mozaïeken, waarvan er enkele gespaard zijn gebleven, waren oorspronkelijk ongeveer zesendertig miljoen steentjes verwerkt. Op elk paneel staan twee martelaren met uitgestrekte armen, orans, tegen een onnoemelijk fantasierijke achtergrond van allerlei gebouwen.
Op reproducties is nog de knappe modellering van de koppen van de martelaren, hun levendige gelaatsuitdrukking en de klassieke plooival van hun chitons te bewonderen. Deze reeks van martelaren, van de jongensachtige Porphyrios tot de hoogbejaarde Philippos, was de eerste van de portrettengalerijen van heiligen die sindsdien de wanden van de zijbeuken, tongewelven en zijkapellen in heel het land sieren.
 
Achter de patricische heiligen ontvouwt zich binnen een omlijsting   
van sierbogen de architectonische achtergrond: vergezichten van glinsterend goud en bonte kleuren tussen opgebonden gordijnen. Door een weliswaar foutieve toepassing van allerlei vormen van perspectief wordt een zekere dieptewerking bereikt, waardoor de verrekening van de figuren en gebouwen op een gewelfd oppervlak boven het normale gezichtsveld grotendeels wordt gecorrigeerd. De fantasiegebouwen, die later van grote invloed zouden zijn op de boekverluchting, zitten vol oosterse motieven: knoopzuilen met Korintische kapitelen, bogen, friezen en koepels. Midden op elk paneel staat meestal een abside of exedra met aan weerszijden een aantal paviljoens.
De sfeer van de voorstellingen is elegisch. Tussen de balustrades schrijden pauwen en boven de sierlijsten drijven zwanen; onder de met juwelen bezette baldakijnen hangen kroonluchters en van achter de opgetrokken gordijnen schijnen hanglampen of brandende kaarsen.
Er is nauwelijks sprake van Byzantijnse soberheid.   
De hellenistische en Syrische invloeden zijn nog te sterk. Het extatische karakter van de Griekse orthodoxie komt in dit weelderige beeld van de Eeuwige Kerk volledig tot uitdrukking. Voor de eerste kerkgangers in dit bedehuis, die waren grootgebracht in een traditie van oosterse pracht en praal, vertegenwoordigden deze mozaïeken het paradijs.

Agios Panteleimon   
Ten westen van de rotonde ligt een besloten hof, waar de buurtbewoners op zoete zomeravonden voor een praatje bij elkaar komen. Hier staat de twaalfde-eeuwse Agios Panteleimon, die vroeger een filiaalkerk van een klooster op Athos was. Het gebouw heeft een fraai gevormde tamboer met een bakstenen koepel, maar is bij de aardbeving van 1978 zwaar beschadigd.

Theotokos of Acheiropeitos      
Terug in de Egnatiastraat slaat u rechtsaf de Agia Sophiastraat in. Zo komt u bij de vijfde- eeuwse basiliek van de Theotokos, Moeder Gods, die aan een verzonken pleintje ligt en in 1910 is gerestaureerd. De sobere strakheid van het gebouw is volkomen in overeenstemming met de waardigheid van de lange naam ervan.
De kerk wordt Acheiropoietos, de niet door mensenhanden gemaakte, genoemd, omdat er vroeger een wonderbaarlijke icoon van Maria hing die niet door mensenhand zou zijn geschilderd. Na het extatische vroegchristelijke karakter van de Agios Georgios betreden we hier het strijdperk van theologische disputen. Deze sobere basiliek werd gesticht naar aanleiding van het door Alexandrië gesteunde besluit van het Concilie van Ephesos, 431. Daarin werd Maria uitgeroepen tot waarlijke Moeder Gods, Theotokos. Dit in weerwil van Nestorios, de patriarch van Constantinopel, die de overtuiging propageerde dat zij de 'Moeder van Christus' was.
Het scheelde niet veel of er was vanwege de reeks theologische conflicten die hij daarmee uitlokte, een scheuring ontstaan in de pas verworven eenheid van de nieuwe Kerk.   
De Thessalonicenzen namen vol vuur deel aan het debat. Ook politieke en nationalistische overwegingen speelden een rol en de tegenstrijdige leerstellingen waren dikwijls een afspiegeling van de haat en nijd tussen de verschillende bisdommen. Toen de Acheiropoietos, na de nederlaag van de Nestorianen in Ephesos, tot Theotokos werd gewijd, was dat een moedwillige slag in het gezicht van Constantinopel. De Thessalonicenzen waren immers nog steeds op hun teentjes getrapt doordat Constantinopel was gepromoveerd tot de verheven status van het 'Nieuwe Rome'. Ondanks een zekere kilheid is het interieur van de kerk architectonisch overweldigend harmonieus.
De overheersende indruk van logheid en eentonigheid wordt gedeeltelijk gecompenseerd door de ramen, die van elkaar zijn gescheiden door korte zuilen en in twee rijen boven elkaar zijn geplaatst. De tribunen voor de vrouwen vormen een soort galerijen, die boven de zuilengangen van het schip langs de oost-westas zijn georiënteerd.
De zuilen van grijswit marmer zijn bekroond met schitterende Theodosische kapitalen. Deze hebben stekelige acanthusbladeren die als door de wind zijn omgeslagen. Ze zijn in de vijfde eeuw ontwikkeld uit het Korintische type en genoemd naar keizer Theodosius II. Deze weelderige vorm van decoratie raakte in het hele rijk in de mode, maar de fraaiste voorbeelden zijn te vinden in Saloniki en Constantinopel.

Beeldenstrijd  
Tijdens de beeldenstrijd in de achtste en negende eeuw gold er onder de puriteinse keizers van de Isaurische dynastie een verbod op het afbeelden van de menselijke gestalte in de religieuze kunst. In die tijd zijn waarschijnlijk veel afbeeldingen verwijderd en daarom resteren er in de binnenwelfvlakken nog maar enkele mozaïeken.
Dit zijn echter juweeltjes van decoratieve kunst. De uitbundige lyriek van de rotonde heeft plaats gemaakt voor een meer formele uitbeelding van de natuur, maar de kleurenrijkdom is buitengewoon overvloedig. Siervazen zijn gevuld met lelies, papavers, zonnebloemen, Oost-Indische kers en takken met vruchten; kruisen en heilige boeken zijn omrankt met bladerkransen; vruchten en vogels zijn gevat in achthoekige medaillons. De gouden achtergrond is vol vissen en vette, blauwe fazanten.

Basiliek van Agios Demetrios      
U volgt de Agia Sophiastraat van de Acheiropoietos tot aan de Agiou Demetriou. Daar staat u linksaf en komt u bij de heiligste plek van heel Saloniki: hier stierf Demetrios de marteldood. Aan een smal voorplein staat een grote kerk met hellende daken en rijen gewelfde ramen. De baksteen is niet verweerd en daaruit blijkt dat het gebouw een twintigste-eeuwse reconstructie is. Aan de ruime proporties is echter nog te zien dat het reeds lang geleden werd ontworpen.
Het huidige gebouw is dan ook een getrouwe kopie van de basiliek van Agios Demetrios, die tweemaal door brand werd verwoest en na jaren van bouwhistorisch onderzoek zorgvuldig is herbouwd. De hechte reconstructie heeft van de aardbeving in 1978 weinig te lijden gehad.
Op hoogtijdagen weergalmen de vele kerkklokken over de daken van de hotels en kantoor gebouwen op de helling waarvroeger middeleeuwse herenhuizen, gasthuizen en badinrichtingen stonden. De geschiedenis van Saloniki is altijd nauw verweven geweest met deze kerk. Meer dan enig andere christelijke kerk in Griekenland vormt zij zowel een middelpunt in het geestelijk leven als een ontmoetingsplaats voor de inwoners van de stad.

Demetrios   
Toen het christelijke geloof hier de overhand kreeg op het heidendom, werd een aantal karaktertrekken van de Thracische ruiter overgebracht op de gangbare voorstelling van Demetrios.
Ook Demetrios is een heroïsche krijger, en zijn mystieke betrekkingen met Maria vertonen enige overeenkomst met de verhouding tussen de Ruiter en Bendis, een Thracische godin die het symbool was van de wedergeboorte na de dood. Over Demetrios zelf is weinig bekend, behalve dat hij een jongeman was van aanzienlijke afkomst en vanwege zijn krijgsmoed in de gunst stond bij Galerius. Zijn bekering tot het christendom wekte echter de woede van de keizer, die hem onverwijld liet opsluiten in een badhuis. Tot overmaat van ramp doodde een vriend van Demetrios, de atleet Nestor, de gladiator die op dat moment de favoriet was van de keizer.
Dat ging de lichtgeraakte Galerius te ver.   
Nestor werd standrechtelijk geëxecuteerd en Demetrios, die ervan werd verdacht de aanstichter te zijn geweest van de dood van de gladiator, werd in het badhuis aan de lans geregen. Later hebben christelijke vrienden hem daar begraven en op deze plek ligt nu de crypte van de kerk. Sinds dit laaghartige vertoon van wraakzucht wordt deze vrijwel onbekende martelaar vroom vereerd en is deze plek een druk bezochte bedevaartplaats geworden. De kerk is herbouwd volgens het grondplan uit de vijfde eeuw. Bij de reconstructie is gebruik gemaakt van oorspronkelijke bouwfragmenten, zoals bogen van de priestergalerij, Theodosische kapitalen en zuilschachten van groen en donkerrood marmer.
De fresco's, de porfieren revêtements en de mozaïeken in de noordbeuk zijn echter bij de grote brand van 1917 voor goed verloren gegaan. Merkwaardigerwijs hadden de iconoclasten deze mozaïeken niet verwijderd, noch de enkele gespaard gebleven panelen elders in de kerk. Misschien waren ze bang zich de woede van het volk op de hals te halen. Demetrios was niet alleen genezer van zieken en beschermer van kinderen, maar ook de beschermheilige van de stad.

Demetrios,  hij is de stad
  
De Thessalonicenzen hadden een onbegrensd vertrouwen in het vermogen van Demetrios om de stad te behoeden. Men zegt dat hij telkens wanneer de stad werd bedreigd in blinkende wapenrusting verscheen om de verdedigers van de stad aan te vuren in hun strijd tegen de barbaren.
In de zesde eeuw dreef hij de invallende Slaven uiteen door plotseling een storm te ontketenen; in de elfde eeuw bood hij bijstand tegen de horden Petsjenegen uit de streek rond de Donau; en in de twaalfde eeuw tegen Tancred en diens Normandische kruisridders. Dezen traden zo wreed op dat er, zo zegt een historicus uit die tijd, 'een gapende kloof van vijandschap' ontstond tussen roomsen en orthodoxen. In de, dertiende eeuw verdreef hij de Lombarden.
Daarbij werd hij bijgestaan door de troepen van Theodoros Angelos,   
de ambitieuze despoot van Epiros, die zichzelf vervolgens in de stad van Demetrios tot keizer kroonde en de roomse baronnen dwong hem te bejegenen als 'altissimo imperator graecorum' (de hoogste machthebber over de Grieken).
De Thessalonicenzen waren verrukt bij het idee dat zij eindelijk de lang begeerde keizerlijke mantel hadden verkregen. De vreugde was echter van korte duur. Ioannis III Vatatzes, ook een keizer in ballingschap, marcheerde uit Nicaea op naar Saloniki en maakte snel een einde aan de pretenties van het nieuwe 'keizerrijk'. Ditmaal kwam Demetrios niet tussenbeide; het was immers een binnenlandse aangelegenheid.
 
In 1430, toen Saloniki in handen viel van de Turken,   
wist Demetrios de Turkse gouverneur er zelfs toe te bewegen zijn kerk te sparen. Alle andere kerken werden in moskeeën veranderd en de Thessalonicenzen werden aan het zwaard geregen. Saloniki kwam drieëntwintig jaar eerder dan Constantinopel ten val. Het was de voorlaatste waarschuwing aan de angstvallige westerse leiders, die als versuft toezagen hoe het Byzantijnse rijk ineenstortte. Ondanks alle wreedheid en corruptie was dit toch de erfdrager van Athene en Rome, de bakermat van de menselijke waarden die zij in hun vaandel droegen. Nog geen eeuw later waren de Osmaanse legers Boedapest binnengevallen en lagen ze voor Wenen.

Grondplan van de gereconstrueerde basiliek  
Is heel eenvoudig: een narthex, een schip met aan weerskanten twee door zuilenrijen gescheiden zijbeuken, een transept en aan drie zijden tribunes. Aan het westelijke uiteinde van de zuidelijke zijbeukgalerij is een oude pilaster bekroond met een rijk bewerkt Theodosisch kapiteel.
Tussen druiventrossen nestelen stenen vogels, en vette pauwen met wuivende staarten drinken uit een kantharos. Op diverse plaatsen in het schip zijn op donkergroene zuilen nog meer kapitalen uit de vijfde en zesde eeuw te zien. Fijn besneden beeltenissen van vreemdsoortige, gevleugelde dieren en rammen of leeuwenkoppen kijken uit boven de gekartelde randen van de acanthusbladeren. In het diepe reliëf van de omgeslagen, getande bladeren ontstaat een verbazingwekkend spel van licht en schaduw.



Mozaïeken   
De gespaard gebleven mozaïeken dateren waarschijnlijk uit het begin van de zevende eeuw en gaan min of meer schuil tussen de zijbeuken en de pijlers. Technisch had de mozaïekkunst in Saloniki een nog hoger niveau bereikt dan in Italië. In de sortering en de zetting van de steentjes (in de panelen in de Agios Demetrios gemiddeld vier bij vier millimeter groot), en in de kleurschakering en de schaduweffecten was Saloniki Rome ver vooruit. Zelfs in tijden van acute oorlogsdreiging bruisten de mozaïekwerkplaatsen van activiteit.
De panelen zijn niet volgens een bepaald iconografisch programma gerangschikt. Het zijn votiefgaven aan de heilige wonderdoener. De heiligen zijn frontaal afgebeeld; er is veel aandacht besteed aan de symmetrie en de in contemplatieve extase uitgebeelde figuren hebben ondanks hun houterigheid iets bijzonder edels. Het eerste paneel dat u bij een rondgang linksom door de basiliek tegenkomt, bevindt zich hoog aan de westwand van de noordelijke zij beuk, achter een vijftiende-eeuwse Florentijnse sarcofaag.
Het is een fragment van een voorstelling van Demetrios en de engelen. Ondanks de slechte belichting kunt u duidelijk de enig overgebleven engel onderscheiden. Met een vriendelijke, beschermende uitdrukking op zijn gezicht komt hij blazend op een trompet uit de gestileerde wolken te voorschijn. Veel interessanter zijn echter de twee panelen op de noordoostelijke pijler van het schip, die als iconen voor het bema zijn aangebracht.

Het eerste is een voorstelling van Demetrios en de kinderen 
De jonge heilige heeft dik, golvend haar en hij kijkt meedogend en toch doordringend. De rechterhand is geheven in een zegenend gebaar. Zijn fysieke schoonheid heeft tevens iets van hemelse gelukzaligheid: het is een aardse figuur met een bovenaardse uitstraling. Beschermend torent de slanke heilige uit boven twee kinderen. Dezen hebben met hun grote, ronde ogen zulke levendige gezichtjes, dat ze zo zouden kunnen meedoen met de jongens die verstoppertje spelen tussen de manneren zuilen terwijl de moeders onverstoorbaar staan te kletsen in de zijbeuken.

Het tweede paneel, een afbeelding van Maria en Theodoros   
is veel soberder van kleur. Toch komt het donkere paarsbruin van Maria's mantel goed uit tegen de zachte, groenig-blauwe achtergrond. Ze is uitgebeeld als een slanke, sierlijke gestalte in afgewend profiel. Met een boek- rol in de hand doet ze voorspraak voor de mensheid. Theodoros is een officier met zwart haar en een zwarte baard. Hij houdt zijn handen uitgestrekt en heeft het gewicht en volume dat de etherische Maria ontbeert. Het is net of de twee figuren niets met elkaar te maken hebben en slechts bij toeval naast elkaar zijn geplaatst. De drie panelen op de zuidoostelijke pijler zijn waarschijnlijk het meest bekend. Dit zijn monumentale portretten zonder een spoor van symboliek.

Op het middenpaneel zien we Sergius,   
een jonge Romeinse officier die in Syrië de marteldood stierf en daar door de woestijnnomaden als schutspatroon werd vereerd. Het is een lange jongeling met krullend haar en om zijn hals een gouden band. Hij draagt een chlamys met een patroon van driepassen en cirkels met straalsgewijze lijnen. Zijn gezicht lijkt sterk op dat van Demetrios in het paneel met de kinderen. Wellicht zijn beide mozaïeken door dezelfde kunstenaar gemaakt. Ze zijn beide even aangrijpend.

Het paneel is volgens het onderschrift een voorstelling van Demetrios met de stichters
'van dit beroemde huis'. De jonge martelaar is een voorname en edele figuur, die ten teken van zijn heiligheid net iets boven de grond zweeft. Hij draagt een fraai versierde chlamys bezaaid met ruitvormige blokjes. Zijn ascetisch gezicht is wat klein en smalletjes uitgevallen en mist het spirituele karakter van de prachtige kop die boven de kinderen prijkt.
Toch hebben de ogen een soortgelijke doordringende blik. De stichters zijn daarentegen stevige, robuuste hoogwaardigheidsbekleders met rechte, platte baarden. Zij staan met heide benen stevig op de grond. De figuur rechts is wellicht de penningmeester: hij heeft, een beurs vol geld in de hand; de linkerfiguur is een bisschop die zich had onderscheiden bij de verdediging van de stad tegen de invallen van de Slaven. Hun stralenkransen zijn rechthoekig, ten teken dat ze nog in leven waren toen het mozaïek werd gemaakt.

Het derde paneel is een afbeelding van Demetrios met een diaken.   
Toen de kerk in de zevende eeuw door brand was verwoest, was deze diaken zo terneergeslagen dat Demetrios medelijden met hem kreeg en hem in een droom verscheen met de toezegging dat de kerk binnenkort zou worden herbouwd. Deze droom kwam een hoge geestelijke ter ore en kort daarop werd door een aantal rijke lieden het geld voor de wederopbouw bijeengebracht. Demetrios heeft zijn rechterhand bemoedigend op de schouder van de houterige diaken gelegd. Deze raakt eerbiedig de chlamys van zijn beschermer aan: een gebaar dat betekent dat hij in zijn droom door een hemels wezen was bezocht.

Crypte  
Een trap rechts leidt door een aantal bakstenen ruimten naar de crypte. Het martyrion is een via twee trappen met het bema verbonden abside, die licht ontvangt via ramen aan een met marmer geplaveide Romeinse straat. In de ka- pel is een deel van het Romeinse badhuis opgenomen waar Demetrios werd vermoord. Duizenden pelgrims stroomden toe naar het altaar boven het graf van de martelaar, dat genezende krachten zou bezitten.
Tussen een gebogen rij pijlers en een ciborium met zes slanke, ongecanneleerde zuilen met Theodosische kapitalen staat een rond bassin. Oorspronkelijk was dit door middel van een pijp verbonden met de geurige, geneeskrachtige bron, die door een dertiende-eeuwse geestelijke werd beschreven als de oceaan die de wereld omspant. Leontius, een vijfde-eeuwse prefect van Illyrië, werd tegen de verwachtingen van zijn lijfartsen in van zijn verlamming genezen. Uit dankbaarheid liet hij ter ere van deze nieuwe Asklepios een schitterende kerk bouwen. Dit was de eerste basiliek, die in de zevende eeuw afbrandde.

U vervolgt uw rondgang door de basiliek.  
In de zuidelijke zijbeuk passeert u wat resten van muurschilderingen van later tijd en ten slotte ziet u op de west- wand het laatste belangrijke mozaïek.
Deze afbeelding van Demetrios met een vrouw en kind
is weliswaar gehavend, maar nog bijzonder mooi. De heilige draagt een gouden chlamys en staat voor een ciborium. Zijn gouden handen zijn veel te groot in verhouding tot zijn kleine hoofd. Amandelvormige ogen lichten op in zijn bleke gezicht, dat veel volwassener is dan in de andere panelen.
Rechts ligt een tuin met gestileerde bomen achter een pilaster met een vaas. Hier naderen met nederig gebogen hoofd een moederen een kind. De tegenstelling tussen de oosterse achtergrond en de hellenistische symmetrie van de draperieën is kenmerkend voor de tweeslachtige houding die men in Saloniki in de vroeg-Byzantijnse periode innam tegenover artistieke invloeden van buitenaf.

Kapel van Euthymios   
Deze bevindt zich in de zuidoosthoek van het schip bevindt. Deze driebeukige miniatuurbasiliek was een schenking van een hoge Byzantijnse regeringsambtenaar. Alle fresco's zijn het werk van een enkele schilder uit het begin van de veertiende eeuw. Her ziet u de laat-Byzantijnse schilderkunst van haar aantrekkelijkste kant: een voorkeur voor verhalende taferelen in lichte kleuren, een overwegend losse penseelvoering en statige figuren in dramatische houdingen. Een schitterend voorbeeld is de uitbeelding van de Communie van de Apostelen in het bema.

Agia Sophia      
Van de Agios Demetrios loopt u langs de Acheiropoietos de Agia Sophiastraat af en steekt u de Egnatiastraat over naar een pleintje met palmbomen. Aan de oostzijde hiervan staat de achtste-eeuwse koepelbasiliek van Agia Sophia. Van buiten is het gebouw niet aantrekkelijk. De bovenste helft van de voorgevel is gepleisterd in een lelijke kleur oker. Het interieur van de kerk is echter zeer de moeite waard, ondanks een aantal architectonische tekortkomingen (te klein uitgevallen pendentieven en onhandig geconstrueerde bogen).
De zuilen van de zijbeuken zijn bekroond met massieve kapitelen in de vorm van omgekeerde kegels en in de vierkante naos weerschijnt een bleekgouden gloed. Die is afkomstig van de ondiepe koepel met stralende negende- of tiende-eeuwse mozaïeken met voorstellingen van de Hemelvaart.
In een medaillon dat wordt gedragen door twee engelen zien we een schriele Christus Pantocrater met een grotesk vertrokken gezicht. Dit is een iets ouder werk en dateert wellicht uit de achtste eeuw, want er is een monogram op aangebracht van keizerin Irene. Deze beeldschone, maar fanatieke dame uit Athene stelde niet alleen de afgeschafte idolatrie opnieuw in, maar stootte bovendien haar eigen zoon van de troon en liet hem de ogen uitsteken.
 
Onder de Pantocrater is een wat ongeïnspireerde afbeelding   
te zien van Maria in een violette mantel, die een smeekbede richt aan de ten hemel varende Christus. Ze wordt geflankeerd door twee vrij zwierige aartsengelen en door de twaalf apostelen die als mislukte loreleien net iets boven de grond zweven. Tussen hen in staan op schelpvormige rotsen gestileerde bomen die eruitzien als Egyptische waaiers. In plaats van de strikt frontale positie van de figuren op de panelen in de Agios Demetrios zien we hier een onmiskenbare, zij het wat onbeholpen poging om door middel van gebaar en beweging emoties aan te geven. Sommige apostelen zijn in meditatie verzonken; andere staren vervoerd naar de glorieuze Hemelvaart.
 
Onderlangs loopt een opschrift met de tekst:  
'Gij mannen van Galilea, wat staat gij daar en ziet op naar de hemel?' Kennelijk beschikte men nog niet over andere expressiemiddelen dan een gekunstelde grimas. Toch hebben de figuren in dit grootse koepelgewelf iets tragisch en fatalistisch. Ze lijkenwel een Byzantijnse versie van Sophokles 'oude mannen van Kolonos die onheilspellende antistrofen reciteren, of anders een stel oude, wijze boeren, die al veel rampspoed hebben meegemaakt, rond de stamtafel in een dorpscafé.
Het mozaïek van Maria met Kind in de abside is ouder, waarschijnlijk uit de achtste eeuw. Door de weidse gouden achtergrond ontstaat een effect van enorme leegte, dat echter grotendeels teniet wordt gedaan door de plompe matronegestalte van Maria. Het Kind op haar schoot is naar verhouding veel te klein maar heeft een levendig gezichtje.

Ook al zijn de mozaïeken in deze kerk lang niet volmaakt,   
toch zijn er invloeden te bespeuren van Constantinopel. De verkeerde proporties van de voorstellingen kunnen grotendeels worden verklaard als een mislukte poging om de verrekeningen te corrigeren die ontstaan wanneer een zittende figuur hoog boven de toeschouwer op een gewelfd oppervlak wordt afgebeeld. De Byzantijnse kunstenaar had echter nog weinig notie van perspectief.

Panagia Chalkeon      
Chronologisch en topografisch is dit de eerstvolgende kerk aan de Egnatiastraat. Deze kerk dankt haar naam, 'Maria van de kopersmeden', aan het feit dat zij eeuwenlang dienst deed als moskee voor de Turkse kopersmeden die in deze lawaaiige buurt woonden. Het kabaal van op aambeelden dreunende hamers heeft inmiddels plaats gemaakt voor de luide aanprijzingen van de fruitverkopers op de naburige markt.
De kerk, die in 1028 werd gesticht en in 1934 grondig gerestaureerd, is kleiner dan de ruime basilieken. Zij werd niet gebouwd in de overgangsvorm van een basiliek met een koepel, zoals de Agia Sophia, maar als een kruiskerk. De Panagia Chalkeon heeft driehoekige timpanen en gewelfde daken op de kruisarmen. Hierdoor, en vanwege de (opnieuw in de oude vorm aangebrachte) baksteendecoraties aan de buitenkant, is het gebouw een voorproefje van de inventieve architectuur in de gouden eeuw van Byzantium. Het interieur van de kerk is opmerkelijk vanwege de verbleekte sporen van de originele fresco's.

Loutra Paradeisos en Alcazar  
Aan weerszijden van de kerk staan twee aardige overblijfselen uit de Turkse tijd. Aan de oostkant bevindt zich een kleine bakstenen hammam met diverse koepels. Deze Loutra Paradeisos, badhuis van het paradijs, is gebouwd op de resten van het Romeinse forum, waarvan u vanaf de straat een gedeelte ziet liggen.
Ten westen van de Panagia Chalkeon staat een achthoekige moskee die nu onder de naam Alcazar in gebruik is als amusementshal.
In Saloniki zijn nog tal van dergelijke Turkse enclaves te vinden.   
De minaretten zijn echter jammer genoeg verdwenen. De meeste zijn neergehaald in de uitbarsting van Grieks nationalisme na de moord op koning George I. Hij was de eerste koning uit de weinig fortuinlijke dynastie van Glücksburg en werd op een voorjaarsmiddag in 1913 tijdens een wandeling neergeschoten door een waanzinnige die als enige grief tegen de vorst kon aanvoeren dat deze hem eens een aalmoes zou hebben geweigerd.

Romeinse forum     
Achter de Panagia Chalkeon en de Loutra Paradeisos is op de uitgestrekte Platia Dikastirion het Romeinse forum, agora, opgegraven. In de Oudheid vormde dit het commerciële middelpunt van de stad. Aan drie zijden van het rechthoekige terrein met een wirwar van ruinen staan hotels en flatgebouwen.
De ingang is in de noordoosthoek. Links daarvan liggen de resten van een marmeren stoa die in noord-zuidrichting loopt. Een ongecanneleerde zuil met een Korintisch kapiteel geeft nog een indruk van de oorspronkelijke staat. Even verderop ligt het odeion. De toegangsweg was geplaveid met een mozaïek van kiezelsteen in geometrische patronen, waarvan nog fragmenten over zijn. Achter het proskenion waren zes gewelfde nissen waarin musici konden plaatsnemen. Onder het puin ten zuidoosten van de stoa ligt een onderaardse ruimte die wellicht diende als vroegchristelijke schuilkerk - buiten het bereik van de speurende blikken van Galerius' spionnen.
Er zijn fragmenten gevonden van muurschilderingen in Romeinse stijl: twee heiligen tegen de achtergrond van een bleekblauwe zee. Langs de oost-westas van het terrein zijn resten ontdekt van oude bronnen en een geavanceerd waterleidingsysteem, compleet met stenen badkuipen.
Onder het huidige straatniveau liggen lange, overwelfde galerijen met een laag koepeldak. Een trap leidt naar een lager gelegen ruimte waar diffuus licht door boogramen binnenvalt. Hier ligt nog het stenen podium van de veilingmeester, die bij het bieden gebruik maakte van een bel. Om hem heen dromden de joden aan wie Paulus, indachtig het werk huns geloofs en de inspanning hunner liefde, zijn brieven adresseerde.

Platia Eleutherias     
Aan de haven waar de veelgeroemde Macedonische tabak wordt verscheept, is een goed vertrekpunt voor een rondgang langs de stadsmuren en de kerken uit de laat-Byzantijnse periode. In de tiende eeuw was de binnenste haven omsloten door een dam die nog onder Constantijn de Grote was aangelegd. Zelfs de allergrootste schepen konden er binnenlopen en beschutting zoeken tegen de Saraceense zeerovers.
Op een dag in 904 ontdekten schildwachten dat een Moorse oorlogsvloot van vierenvijftig galeien kwam aanzetten rond Kaap Agia Triada. Bij het horen van de schelle kreten van de Arabieren en de Ethiopische huurlingen barstten de Thessalonicenzen in luid weeklagen uit.
Er daverden schoten uit de lange koperen vuurmonden van de vijand en over de havendam werden metershoog kooien geslingerd met daarin halfnaakte negers met kromzwaarden. Het regende pijlen, stenen en vurige projectielen op de verbouwereerde verdedigers, die al spoedig werden overmeesterd. Ze werden zonder aanzien des persoons een voor een uitgemoord.
Ondanks hun overwinning zeilden de veroveraars na twee dagen alweer weg, nadat ze zich te goed hadden gedaan aan buit, bloed en slaven. Nog jaren nadien zouden de Arabieren regelmatig dergelijke verrassingsaanvallen uitvoeren.
Van Platia Eleutherias kunt u per auto, per bus of te voet omhoog naar het

Vlatadonklooster     
Dit is het laatste van de oorspronkelijk twintig kloosters die in deze zeer orthodoxe stad van Griekenland floreerden. Het ligt op een heuvel onder de stadswallen en zag tot voor kort uit over de stad en de baai. Sinds een paar jaar gaat het uitzicht schuil achter de hoge betonnen nieuwbouw van het Neo-Byzantijnse Instituut voor Patriarchale Studies, die in de vroeger zo sfeervolle tuin is neergezet. De vijffiende-eeuwse kerk is in de negentiende eeuw grotendeels herbouwd en niet zo interessant, maar in de zijkapel zijn aardige fresco's uit de Macedonische school.

Op deze plek zou Paulus hebben uitgerust   
van de vermoeienissen van zijn tocht van Philippi naar Saloniki. Achter het klooster loopt een rij uitkijktorens die in de middeleeuwen de noordelijke verdedigingslinie vormden. Juist aan deze kant, dicht bij de grens met Joegoslavië, werd de stad herhaaldelijk belegerd en werden fameuze uitvallen gedaan naar vijandelijke legers. In 1040 ondernam Harold Hardrada, de broer van Sint Olaf van Noorwegen, een tegenaanval tegen een Bulgaarse invasie.
Hardrada was een reus van een Viking van ruim twee meter tien. Via Rusland was hij naar Constantinopel gekomen, waar hij werd aangesteld als commandant van de keizerlijke lijfwacht die geheel uit noormannen en Engelsen bestond. Keizerin Zoë, die op vijftigjarige leeftijd de troon besteeg en terzelfder tijd haar maagdelijkheid aflegde, bracht twintig jaar lang het Byzantijnse hof in opspraak met haar liefdesaffaires en schijnt hoogst gecharmeerd te zijn geweest van deze kolossale Noorman. Hij raakte echter al spoedig uitgekeken op de bekoorlijkheden van de keizerin en nam de wijk naar een oude liefde in Rusland.

Poort van Anna Palaeologaena  
Wanneer u de stadswallen in oostelijke richting volgt komt u bij deze veertiende-eeuwse poort, genoemd naar de weduwe van keizer Andronikos III.

Heptapyrgion   
Even verderop liggen in een buitenwijk de ruïnen van het Heptapyrgion, een burcht met zeven versterkte torens. De troepen van de sultan die in 1430 vanuit deze burcht de stad binnenstroomden, doodden elke christen die ze tegenkwamen. De middelste toren is de meest imposante. Deze werd door de Turken gebouwd een jaar nadat ze de stad hadden ingenomen en is onlangs gerestaureerd.

Kettingtoren   
Deze staat in de hoek tussen de noord- en de westmuur en heet in het Turks Gingirli Koule: een fraaie ronde donjon met een waterlijst. Vanaf dit punt lopen de stadswallen met een magistrale, hoefijzervormige bocht af naar de zee.

Hormidas  
Aan de oostzijde bevindt zich de goed bewaarde toren van Hormidas. Hormidas was waarschijnlijk een Sassanidische prins in dienst van keizer Theodosius de Grote. Volgens het opschrift onder de bovenste helft van het bastion zou hij 'de stad volledig hebben versterkt met onverwoestbare muren'.

Turkse wijk
Onder het Vlatadonklooster lag het hart van de nu bijna verdwenen voormalige Turkse wijk. Vroeger lagen links en rechts van de steile kronkel straatjes met wingerd overgroeide binnenplaatsen, waar duiven koerden en het afval van eeuwen lag opgestapeld.
Hier en daar staat nog een verlaten huis waarvan de uitkragende houten bovenbouw half is vergaan. Met een beetje geluk zijn dergelijke idyllische plekjes nog wel te vinden. Misschien komt u daar een priester tegen met een klein rond hoedje, die hijgend een trapstraatje beklimt.
Met grote zwarte ogen gapen de kinderen u aan van onder de miezerige acacia's. Door vlooien geplaagde ezels strompelen beladen met manden fruit over de kasseien. De geur van stof en mest en overrijpe groenten is vermengd met die van sering en jasmijn.
In deze omgeving heeft de tijd op zijn minst duizend jaar stilgestaan.

Kapel Osios David      
Via een wirwar van steegjes, vraagt u vooral telkens de weg, komt u bij deze vijfde eeuwse kapel. Deze kapel staat in een hof met potten basilicum en fuchsia en maakte vroeger deel uit van een groot kloostercomplex. Een deel van het oorspronkelijk vierkante gebouw is afgebroken toen de Turken er een moskee van maakten.
In de abside bevindt zich een beschadigd, maar bijzonder mooi mozaïek. Het is een primitief, oprecht religieus kunstwerk, waarin elk spoor ontbreekt van de gekunsteldheid die kenmerkend is voor de technisch veel volmaaktere mozaïekkunst uit later eeuwen. De overvolle voorstelling is een uitbeelding van het Roepingsvisioen van Ezechiël.
De profeet heeft de handen geheven in een gebaar van angst en zijn gezicht, dat hij heeft afgewend van 'wat eruitzag als lazuursteen, dat de vorm had van een troon', heeft bijna de uitdrukking van een trol.
Tegenover hem schrijft een meer meditatief ingestelde Habakuk het wonder op in een boek. Boven de profeten is op een regenboog een jonge en, zoals destijds te doen gebruikelijk, baardeloze Christus gezeten. Hij is omgeven door een grote ronde stralenkrans.
De lichtbundels stralen uit van de figuur als spaken uit de naaf van een wiel. Zijn gezicht doet eerder vroegchristelijk aan dan Byzantijns en drukt heiligheid, mededogen en gezag uit. Aan zijn voeten stromen de vier rivieren van het paradijs, waarin als symbool van het heidendom twee vissen en een riviergod verschrikt op de vlucht slaan.
Over de rand van de stralenkrans komen de koppen van apocalyptische monsters te voorschijn. Hoewel ze wat onbeholpen zijn weergegeven, hebben ze iets heel menselijks, vooral de leeuw van Marcus met zijn grote, onheilspellende ogen. De kleurstelling is een subtiele mengeling van oranje, lichtgeel en verschillende tinten groen.

Prophitis Elias      
Ten zuidoosten van de Osios David komt u bij de Prophitis Elias. Deze kerk dateert vermoedelijk uit de elfde eeuw en is gebouwd op de plek waar een Byzantijns paleis uitzag over de stad.
Het volumineuze gebouw is dikwijls verbouwd, waardoor de plattegrond steeds gecompliceerder is geworden. De verlengde abside vormt met de toegevoegde absides aan weerszijden een vreemdsoortig aanhangsel in de vorm van een driepas aan de oorspronkelijk rechthoekige kruiskerk, die is bekroond met een hoge veelhoekige tamboer met blinde bogen.
 
Agia Aikaterini     
Veel fraaier van bouw is de Agia Aikaterini, die vlak bij de westelijke stadsmuur staat te midden van een groep vervallen huizen. Deze volledig veertiende-eeuwse kerk heeft gracieuze kleine koepels op hoge, veelhoekige tamboers en een portaal dat over drie zijden doorloopt. De buitenmuren zijn rijk versierd met baksteendecoraties. De fresco's van de wonderwerken van Christus zijn in de tijd dat de kerk als moskee werd gebruikt, zwaar beschadigd. Toch is nog duidelijk te zien dat de schilder zijn best heeft gedaan met verschillende plans een ruimtewerking te creëren.
Ook heeft hij de gezichten wat ronder en gevulder gemodelleerd en is hij in het algemeen wat vrijer te werk gegaan dan voordien gebruikelijk was.
De Agia Aikaterini heeft niet het robuuste aanzien van de vroeg-Byzantijnse kerken, maar is typisch een product van de architectuur uit de Paleologische periode: baksteendecoraties in warme tinten, meervoudige koepels, gewelfde ramen, met glas afgesloten arcaden en een platte- grond in de vorm van een Grieks kruis.

Dodeka Apostoli      
U vervolgt uw weg heuvelafwaarts in westelijke richting. De kortste weg van de Agia Aikaterini naar de Dodeka Apostoli is via de Hephaistionos, maar u kunt ook de Stournara nemen, die langs de blinde bogen onderaan de resten van de westelijke stadsmuur loopt. Aan de overkant van de Agiou Demetriou is een rustig pleintje waar geen verkeer komt. Iets onder het straatniveau verrijst de vroeg veertiende-eeuwse Dodeka Apostoli met zijn absides en koepels.
De wanden zijn versierd met verschillende stroken bakstenen inlegwerk. Op zomeravonden, tegen zonsondergang, begiet een priester de sinaasappelbomen en de bloembedden rond de kerk, terwijl vrouwen naar de vespers komen.
De Dodeka Apostoli is een van de mooiste kerken van Saloniki. De bouw lijkt in veel opzichten op die van de, wat kleinere, Agia Aikaterini: een hoge tamboer in het midden en vier kleinere op de hoeken van het vierkant. De gevel van de narthex is versierd met vier pilasters met Theodosische kapitalen en de bogen daarboven hebben baksteendecoraties.
De buitenkant van het gebouw is een meesterwerk   
waarin steen, mortel en baksteen elkaar op een kostelijke en ingenieuze manier aanvullen. Deze bouwstijl was natuurlijk geleidelijk ontstaan, maar pas in de veertiende eeuw bereikten de Byzantijnse architecten een zo hoge graad van virtuositeit in het uitdenken van eindeloze geometrische variaties en hanteerden ze de bakstenen van verschillende vorm, grootte en kleur met de vaardigheid van een mozaïekkunstenaar.
Een fraaier voorbeeld van deze typisch Byzantijnse decoratieve kunst dan de Dodeka Apostoli is niet te vinden, al is ook een aantal kerken in Arta en, uit een iets vroeger periode, in Kastoria, in dit opzicht bijzonder de moeite waard. Vooral in de drie absides hebben de zigzaglijsten, rozetten, kruisen en colonnetten, de waterlijsten en de trapmotieven de harmonie van de briljante patronen in een Perzisch tapijt. Ze getuigen van een groot gevoel voor poëzie, gepaard aan een fijne zin voor geometrie. De stroken met hiërogliefen vormen een enigszins frivool, bijna schalks aandoend element. Toch ligt in de onstuimige charme van deze uitbundige decoratie reeds de kiem van haar eigen ondergang besloten.
De Dodeka Apostoli in Saloniki   
is het hoogtepuntvan een laatste bloeiperiode van scheppingsdrang. Deze viel samen met de opkomst van het hesychasme, dat priesters tegen elkaar opzette en hun parochies verdeelde in vijandige partijen.

Hesychasme  
Op het moment dat de metselaars en mozaïekkunstenaars de laatste finesses aanbrachten in de Dodeka Apostoli, barstte de storm van het hesychastische dispuut in alle hevigheid over Saloniki los.
De term is afgeleid van hesychia, het Griekse woord voor rust. De hesychasten leken op de yogi's van het hindoeïsme. De ogen gericht op het hart, de benen gevouwen in voorgeschreven houdingen, wijdden ze zich aan gebed en meditatie. Lichaamsoefening moest de geestelijke concentratie verhogen.
Gregorios Palamas
, de aartsbisschop van Saloniki, was een progressief theoloog en voorvechter van het hesychasme die later tot heilige zou worden gecanoniseerd.
Hij beweerde dat Christus, toen hij bij de incarnatie een menselijke gestalte verkreeg, 'het vlees tot een onuitputtelijke bron van consecratie maakte'. Dit ging de conservatieve oppositie te ver.
Barlaam, een kwezelachtige monnik uit Calabrië, kwam naar Saloniki om uit naam van Gods 'ondoorgrondelijkheid' de reactionaire krachten te mobiliseren. Het conflict woedde de hele veertiende eeuw voort.
In de Dodeka Apostoli slingerden kostelijk uitgedoste aanhangers van Palamas en Barlaam elkaar banvloeken naar het hoofd. De eendracht binnen de Kerk kwam in gevaar en familie van de Griekse partijpolitiek. Ook op het gebied van de kunst ging de commotie niet ongemerkt voorbij. De statische liturgische canons van de Byzantijnse iconografie, waaraan men bijna tien eeuwen lang zo hardnekkig had vastgehouden, werden nu verlaten.
In plaats van de monumentaliteit van de voorgaande eeuwen kwam er nu een grotere nadruk op de vroeger streng verboden beweeglijkheid. De hesychastische opvatting dat het lichaam in wezen niet slecht is, zal hieraan niet vreemd zijn geweest. Bovendien gingen steeds meer Byzantijnse kunstenaars op reis naar Italië. Na hun terugkeer brachten ze thuis natuurlijk het een en ander van het in het Westen geleerde in praktijk.
De naos van de Dodeka Apostoli   
heeft exact de vorm van een Grieks kruis. Vier marmeren zuilen met Theodosische kapitalen schragen de centrale koepel. Achter het bema zijn drie ovale absides. Er hangt een sterke wierookgeur. De muren zijn grotendeels gesausd in een vuile kleur roze. De onderste rij fresco's is beschadigd en met graffiti in het Turks bekrast.

Mozaïeken   
De overgebleven mozaïeken zijn kenmerkend van stijl voor de zogenaamde Paleologische 'renaissance' in de religieuze kunst. Ze zijn onmiskenbaar vervaardigd door vooraanstaande kunstenaars uit Constantinopel. Er is een uitgesproken beweeglijkheid en spanning. In de Intocht in Jeruzalem, westelijk gewelf aan de noordzijde, rennen de volwassenen op de processie af. De kinderen spreiden hun kleren voor de ezel uit en de jongetjes die palmtakken van de boom afsnijden nemen acrobatische houdingen aan, als de narren die buitelend een koninklijke intocht voorafgaan. De achtergrond bestaat uit torens, daken en koepels. Een prachtig patroon van concentrische banen van blad- en geometrische motieven scheidt de Intocht van de Transfiguratie. De schuine lichtbanen die van de Christusfiguur uitstralen lijken een illustratie van de hesychastische leerstelling dat het ongeschapen licht de fysieke verschijningsvorm is van het goddelijk handelen. Aan de oostzijde van het noordelijke gewelf zien we een bijzonder dramatische uitbeelding van de Afdaling in de Hel. De strenge, resolute Christus heeft zware oogleden en neergetrokken mondhoeken; zijn mantel wordt door de wind naar achteren geblazen. Hij trekt de stokoude Adam uit het voorgeborchte omhoog, terwijl Eva met uitgestoken hand staat te wachten aan het hoofd van een door Abel en een profeet aangevoerde menigte. Hun kleding heeft diverse tinten groen, bruin en goud met parelgrijze lichtplekjes. Christus en Adam vormen het middelpunt van de plooival van hun kleding compositie. Uit iedere lijn van hun ledematen en de plooival van hun kleding. blijkt het evenwicht en de symmetrie van hun in een sluitende figuren.
De Geboorte van Christus is afgebeeld aan de oostzijde van het zuidelijke gewelf. De hurkende Jozef en de schaapherders die het nieuws aanhoren zijn eenvoudige boerenlieden. De rouwende apostelen bij het Sterfbed van zijn als individuen geportretteerd. De knokige, hardvochtige hand van de Pantokrator in de koepel doet denken aan de bekende uitbeeldingen van Christus als een strijdlustige, onbuigzame Verlosser die niet van zijn principes afwijkt.
Onder hem een rij apostelen met boekrollen.   
Van de vier evangelisten in de pendentieven is de contemplatieve Matteüs het beste bewaard. Nu en dan doen de gelaatsuitdrukkingen lichtelijk gekunsteld aan. De veertiende-eeuwse maker van deze mozaïeken was uit op dramatische effecten en individuele expressie.
Hij lijkt niet meer zo vervuld van het oprecht religieuze vuur dat de inspiratie vormde tot de grootse, statische en monumentale figuren op de panelen in de Agios Demetrios. De fresco's, die veel minder goed bewaard zijn gebleven, hebben daarentegen nog wel iets behouden van het monumentale karakter van hun wat oudere voorbeelden.

Laatste jaren van Osmaanse rijk  
Er rest u in Saloniki nog één laatste Byzantijnse bedevaart. Op weg daar naar toe moet u zich echter een ogenblik verplaatsen in de laatste jaren van het Osmaanse rijk. Van de Dodeka Apostoli volgt u de Agiou Demetriou in oostelijke richting.
Bijna aan het einde daarvan slaat u linksaf de Apostolou Pavlou in, die aan de rand van de voormalige Turkse wijk de heuvel oploopt. Naast het Turkse consulaat is een rood geschilderd huis met een plaquette waarop staat dat dit het geboortehuis van Mustafa Kemal is.
De toekomstige Atatürk, de 'vader der Turken', was de zoon van een plaatselijke douanebeambte en een blanke Macedonische vrouw die islamitisch was. Hij groeide op aan het einde van de negentiende eeuw, in de misère van deze verloederende oosterse havenstad.
Minaretten wierpen hun schaduw over vervuilde straten vol kuilen en spaarzaam verlichte cafés. Schoolmeisjes met vlechten slaakten opgewonden gilletjes wanneer ze groepjes soldaten tegenkwamen. Deze waren behangen met sabels, dolken en pistolen en droegen fezzen van zwart bont op hun kortgeknipte Tatarenkoppen.
Op de Turkse cadettenschool werd Kemal de spil van de Thessalonische afdeling van de 'jong-Turken'-beweging en hij smeedde plannen om een einde te maken aan het corrupte bewind van sultan Abdül-Hamid II.
Dat werd de eerste stap in een programma van nationaal herstel dat zou leiden tot de verdrijving van de Grieken uit Klein-Azië en het uitroepen van de republiek Turkije. Daarmee kwam voorgoed een einde aan de Megali Idea, 'de Grote Idee', de romantische droom die Griekse politici in de negentiende en twintigste eeuw koesterden over een herrezen Byzantijns rijk.

Agios Nikolaos Orphanos      
Voorbij het huis van Atatürk voert een doolhof van smalle straatjes, u kunt u heel wat tijd en moeite besparen door een taxi te nemen, naar de kleine maar belangrijke Agios Nikolaos Orphanos, 'Nicolaas de Wees', aan het Kallitheaplein. In de veertiende eeuw maakte deze deel uit van een klooster en in de zeventiende eeuw werd het een filiaalkerk van het klooster van Vlatadon.
De kerk is gebouwd in de vorm van de letter π en is de jongste van de bewaard gebleven Byzantijnse kerken in Saloniki. Door de goede verlichting van de ruimte en de kleine afmetingen van het gebouw kunt u de details van de schilderingen goed in u opnemen, iets dat in de hoge, slecht verlichte ruimten van de oudere kerken niet mogelijk is.
De fresco's behoren niet tot de meesterwerken van de laat-Byzantijnse schilderkunst. Het zijn illustratieve, pittoreske, vaak wat rommelige schilderingen, die echter een volkomen ontwapenende naïviteit bezitten.
Laten we beginnen bij de narthex.
Over de oostwand lopen twee stroken met kleine tafereeltjes. Deze stellen de wonderwerken van Nicolaas voor, de Lycische heilige die de schutspatroon was van zeelieden, kooplui en pandjesbazen.
De cyclus is vol verhalende details. Er is bijvoorbeeld een tafereel waarin de heilige in een boot staat die wordt voortbewogen door vijfroeiers. Hij kijkt op naar een bolstaand, halvemaanvormig zeil en maakt zich op om een flacon magische, kalmerende olie op de woelige baren uit te gieten.
De zuidwand is gewijd aan diverse wonderwerken van Christus. In de Bruiloft te Kana zit het bruidspaar, gekroond en gehuld in met juwelen bezette mantels, aan een rijk gedekte, met voedsel overladen dis.
Maria fluistert Christus in het oor: 'Zij hebben geen wijn.' De Samaritaanse vrouw is uitgebeeld met de amandelvormige ogen en het olijfkleurige gelaat van een Semitische. Ze houdt een gouden kruik onder de versierde opening van de bron en vraagt Christus: 'Hoe kunt Gij, als jood, van mij, een Samaritaanse vrouw, te drinken vragen?'

Op de noordwand zijn Catharina en Irene frontaal afgebeeld   
in vorstelijke, met kostelijke juwelen bezette gewaden. Op een troon te midden van priesters en koorknapen zit Christus, weergegeven als een mooie, baardeloze knaap met ogen die je niet loslaten. De tekst boven de daken en baldakijnen op de achtergrond is ontleend aan het beroemde gezang Akathistos Ymnos, 'de hymne die staande wordt gezongen'. Deze werd voor het eerst gezongen in 626, tijdens een dankdienst in Constantinopel toen een dreigende inval van de Avaren was afgewend. In de abside staat op een gouden verhoging een virgo orans, geflankeerd door twee aanbiddende engelen. Haar gestalte straalt gezag uit, haar ogen staren strak naar " en haar met gouden franje afgezette mantel is gedrapeerd in symmetrische zigzagplooien. Toch heeft ze een vriendelijke gelaatsuitdrukking, die doet denken aan de weekheid van de Paleologische schilderkunst. De gezichten van de aartsengelen zijn gekenmerkt door een soortgelijke 'zoetigheid'.
Rondom het schip zijn de episoden uit de Dodekaeorton aangebracht:   
aan weerszijden van de transfiguratie zijn de intocht in Jeruzalem en de kruisiging uitgebeeld, en daarboven de hemelvaart. In de Geboorte van Christus spelen zich rondom de schelpvormige krib allerlei huiselijke tafereeltjes af.
Jozef mediteert;   
de boerse schaapherders horen het nieuws aan;
een dienstmaagd giet water uit een gouden kan in de versierde waskom waarin het Kind zal worden gebaad, terwijl een ander met haar hand voelt of het de juiste temperatuur heeft. Aan de oostzijde van de zuidbeuk zit Christus met een opengeslagen evangelieboek. De strengheid van de voorgaande eeuwen is getemperd. Op alle afbeeldingen in de kerk vertoont Hij een identieke, welwillende uitdrukking. Hieruit zou men kunnen afleiden dat de portretten van Christus door een enkele kunstenaar zijn uitgevoerd, telkens naar hetzelfde model.
De schilderingen zijn alle heel klein.  
Er is echter kwistig gebruik gemaakt van een overvloed van kleuren, weelderig als in een pauwenstaart. Citroengroen wedijvert met zegellakrood, donkerpaars vervloeit in amethist, en de bruine, kastanjerode, paarsbruine en koperen tinten van de met goud afgezette mantels gloeien op tegen de inktblauwe achtergrond. De hemelse wezens zijn niet langer strenge symbolen van buitenaardse majesteit of van mystieke openbaring. De mooie, zwierige, snoezige, schalkse of contemplatieve figuren hebben elk iets herkenbaarst:
de lompe, rijk geklede page die voor de paarden zorgt in de Aanbidding der koningen;
de apostelen met hun arendsneus in de Voetwassing;
de onverbiddelijke Kajafas die rechtspreekt voor de joden;
de verveelde, ongeïnteresseerde Pilatus die zijn handen wast;
de meedogende Christus bij zijn eerste verschijning in de tuin;
de profeten en heiligen op de strook daaronder.
 U kunt hun gezichten dagelijks in Saloniki tegenkomen.

Bron:
Brian de Jongh, Agon gids voor het Griekse vasteland. Alleen nog antiquarisch verkrijgbaar.

** Uw accommodatie bij Booking is meer dan alleen hotels: zie eens ”Alle accommodatietypes”! 
** U vindt er o.a.:
  Appartementen - Resorts  - Villa's  - Hostels  - Accommodaties met onsen - Bed & Breakfasts  - Pensions  - Motels  - Ryokans  -  Vakantieboerderijen  - Vakantieparken  - Campings  -  Botels  - Herbergen  -  Aparthotels  -  Vakantiehuizen  -  Lodges  - Accommodaties bij particulieren  -  Landhuizen  -  Luxe tenten  - Capsulehotels  -  Lovehotels  - Riads  - Luxe Chalets