NOORDOOST EGEĎSCHE ZEE EILANDEN
 Naar overzicht Egeďsche eilanden.  Naar startpagina Griekenland. Naar steden- , regio- en eilandenlijstaz.  Naar uw accommodatie! 
 

IKARÍA, eiland van Ikaros
Ikaría en de zee ten zuiden ervan, Ikárion Pélagos, zijn genoemd naar Ikaros of Icarus, de zoon van de legendarische Daidalos, bouwmeester en uitvinder in dienst van koning Minos van Kreta, die zijn architect ervan betichtte de Atheense prins Theseus geholpen te hebben bij diens ontvluchting uit het labyrint en hem er toen zelf gevangen zette, samen met zijn zoon. De kunstvaardige Daidalos maakte prompt twee paar vleugels. Voor hemzelf werd het de eerste geslaagde vlucht; de roekeloze Ikaros sloeg echter de vaderlijke raad in de wind en vloog te dicht bij de zon. Hij verloor zijn vleugels doordat de was smolt en stortte bij Ikaría in zee.

Misschien dat het eiland dáárdoor nog altijd een wat sombere eerste indruk maakt 
waarschijnlijk komt dat echter door de tot 1043 m oprijzende bergkam van graniet en gneis, grotendeels begroeid met steeneiken en stekelige macchia, waaruit vrijwel het hele eiland bestaat: over de volle 40 km lengte van het smalle Ikaría, oppervlakte 255 km˛.

De noordelijke berghelling is iets minder ongenaakbaar.   
Daar vindt u dan ook tweederde van de eilandbewoners verspreid over vele dorpjes, levend van visvangst of de teelt van aardappelen, fruit, honing, was en druiven voor wijn en rozijnen. De meeste boten leggen echter aan bij Ágios Kirikos, hoofdplaats aan de zuidzijde van Ikaría. In het westen vindt abrikozen teelt plaats. De weg over de hoge bergkam voert 4 km noordoostwaarts door Tbermá, dat in zijn hotels de weinige bezoekers verzamelt: voornamelijk Griekse zieken die er genezing hopen te vinden dankzij de radiumhoudende bronnen. Bezienswaardigheden zijn er niet. Mooie zandstranden aan de oostpunt

SÁMOS, het zoete wijneiland     
Vlak voor de Turkse kust ligt dit mooie, vruchtbare, groene eiland; 468 km˛ groot en bergachtig, met op de westpunt de Kerketéfs, 1436 m,  als hoogste top. Sámbs is het Fenicische woord voor 'hoog opgerezen'. Het eiland telt tal van lieflijke baaien en is rijk aan beschuttende bossen. Het allerrijkst is het met wijn bedeeld. Naar men zegt is water er zeldzamer dan wijn, zodat de eilandbewoners zich bij voorkeur met wijn zouden wassen. Zo zij dat al doen, dan zeker niet met de zeer zoete, goudbruine dessertwijn die uit muskaatdruiven bereid wordt, want die is vooral voor de export bestemd. Op het eiland zelf gebruikt men liever een aangename droge witte wijn.

Eiland van Pythagoras en Polycrates
  
Dat Sámos ooit met een gebrek aan water te kampen heeft gehad, blijkt uit de aanleg van een tunnel van een kilometer lengte, die de beroemde tiran Polycrates vanuit twee' zijden in de bergwand liet boren om het water van een bron in de bergen te leiden naar het oude Sámos, nabij het huidige Pithagórion.

Deze naam is afgeleid van Pythagoras,   
de beroemde geleerde 'van de stelling' (a˛ = b˛ + c˛) die op Sámos geboren werd. Misschien leverde hij de kennis van de meetkundige grondbeginselen die nodig was om 2500 jaar geleden een dergelijk project te kunnen uitvoeren. Hij was overigens geen vriend van de tiran Polycrates, die veel rijkdommen vergaarde met zeeroverij en die de grootste bloeitijd van Sámos in steen bevestigde, door de aanleg van een reusachtige tempel voor de godin Hera, waarvan nu nog een grote zuil overeind staat.
In de middeleeuwen werd Sámos vele malen geplunderd
en daarna volgde een lange Turkse periode die eindigde in 1912, het jaar waarin het eiland bij Griekenland kwam.

Karlovássion
  
In het noordwesten is het haventje waar de meeste lijnboten aanleggen, is een centrum van wijnkelders. Hiervandaan voert een 32 km lange weg langs de zeer steile noordkust (en landinwaarts uitgestrekte wijngaarden) naar Vathi, ook wel Sámos genoemd, 20-60 m, de schilderachtige aan de oostzijde van een diepe baai gelegen levendige hoofdplaats. Interessant is een bezoek aan de bij Sámos gelegen coöperatie van wijnbouwers aan de zuidzijde van de baai. Een kijkje waard is ook het plaatselijke museum, mouseion, met Ionische kunstvoorwerpen uit Iréon, vooral vondsten uit de bloeitijd onder Polycrates in de 6de eeuw v. C..

Het oude Sámos vindt u aan de andere kant van de bergrug, bij Pithagórion,   
vroeger naar de vorm van het haventje Tigáni, braadpan, genoemd, maar thans de naam dragend die is afgeleid van Pythagoras, de beroemde geleerde die op Sámos werd geboren. Dit pittoreske havenplaatsje ligt aan de zuidkust, niet ver van het vliegveld, 14 km van het nieuwe Sámos of Vathi. De havenpier heeft fundamenten die al in de tijd van Polycrates zijn gelegd.

Ten westen van Pithagórion,   
rechts van de weg naar het vliegveld van Iréon, liggen de resten van het klassieke Sámos, o.a. een stadsmuur uit de 4de eeuw v. c., een theater en de beroemde tunnel, aangelegd onder Polycrates door een zekere Eupalinos van Mégara. Oorspronkelijk was deze ruim 1 km lang en bestemd voor de aanvoer van drinkwater, maar ook als vluchtgang. U kunt nu nog halverwege komen.

Ten zuidwesten van het vliegveld vindt u Iréon, Heraion,   
een omvangrijk opgravingsterrein op 7 km van Pithagórion met de imposante overblijfselen van de onder Polycrates gebouwde tempel voor de godin Hera, die op deze plaats drie eeuwen lang met Zeus zou hebben geminnekoosd. Van het altaar staat nog één fotogenieke zuil overeind.

Stranden
  
Het stadsstrand van Sámos/Vathî wordt wel Sandy Beach genoemd
,
maar het bestaat toch voornamelijk uit kiezelstenen; het zand vindt u onder water. Het is schoon en er zijn voorzieningen.
 
Per bus bereikbaar is Kokkári (9 km) met zijn zand/kiezelstrand;   
soms sterke branding, in ieder geval schoon water. Iets verderop ligt de mooie baai van Tsamadou , niet aan de weg; voetpad, met een goed strand. De weg volgt de kust nog even, steeds in westelijke richting, tot kort voorbij

Karlovássion
(35 km), al eerder genoemd.   
Als u hier oversteekt naar de zuidzijde, stuit u op de baai van Maratókambos (56 km van Sámos); daar zijn kiezels. Belangrijker is Pithagórion, boven al omschreven als centrum van het klassieke Sámos. U vindt er een aantal hotels die fietsen en brommers verhuren

HIOS   
Ook Chios, is een bergachtig eiland met een oppervlakte van liefst 842 km˛
.
De hoogste top is de Palinéon, ook wel Profitis Ilias genoemd, 1297 m boven de zeespiegel, in het noorden. Hoewel het eiland niet bijzonder vruchtbaar is en waterarm, weten de bewoners er met veel vlijt toch een groen en gecultiveerd gebied van te maken. De belangrijkste producten zijn zuidvruchten, zijde en katoen. Ook wint men er amaril, een steensoort die in poedervorm wordt gebruikt voor schuurpapier.

Een specialiteit van het eiland is de welriekende mastiek of mastix,   
een kostbare harssoort, die o.a. wordt gebruikt voor het vernissen van schilderijen maar ook wordt toegepast in de ruimtevaart als hittebestendige lak. Mastiek wordt gewonnen uit de schors van het mastiekboompje, waarvan er op Hios meer dan vier miljoen exemplaren te vinden zijn, vooral in het zuiden. In de maanden juli en augustus druppelt de mastiek natuurzuiver uit de boom.

Eiland van Homeros  
Hios heeft van de verschillende pretendenten de beste papieren om door te gaan als geboorteplaats van Homeros. Het is echter zeer de vraag of de bij Vrontádos in de rots uitgehouwen 'Bank van Homeros', Deskalopétra, de blinde dichter inderdaad ooit tot zetel heeft gediend.
Wel staat vast dat het eiland in de loop der eeuwen vele malen is veroverd en verwoest, terwijl het ook nog zwaar te lijden heeft gehad van aardbevingen.

Hios kende gelukkig ook zijn bloeitijden,   
bijv. in de 14de eeuw toen de Genuezen er de baas werden en Hios nog lang een steunpunt kon zijn van de opkomende westerse handel op de Levant. Het eiland ging pas laat, nl. in 1566 verloren aan de Turken, die Hios ook nog eeuwenlang een voorkeurbehandeling gaven, maar in 1822 op gruwelijke wijze een groot deel van de bevolking uitmoordden, als strafmaatregel in het kader van de Griekse onafhankelijkheidsoorlog. Bij de Griekse staat kwam Hios pas in 1912.

Hios de gelijknamige hoofdstad
,   
ligt aan de oostzijde tegenover het Turkse vasteland. Al bij aankomst wordt uw oog getroffen door de Kástro, het grote Byzantijnse kasteel, oorspronkelijk 13de-eeuws, door de Genuezen vergroot en later weer door de Turken verbouwd. Deze laatsten maakten er ook een bazaar in; de nauwe straatjes van de bazaar liggen midden in de burcht.
Aan het hoofdplein van de stad, Plateia Vournakis,
ligt het museum, in de voormalige moskee. De collectie is zeker een kijkje waard, met o.a. munten en prehistorische snavelkannetjes, gevonden bij Emporión op de zuidpunt.

Néa Moni
, het 'nieuwe klooster',   
werd al omstreeks 1050 gesticht door de Byzantijnse keizer Konstantinos Monomáchos en is het belangrijkste excursiedoel, ca. 10 km ten westen van Hios. De moeite van het uitstapje wordt beloond door de aanblik van fresco's en mozaďeken uit de jaren 1042-1056, o.a. een Kruisafname en een Hellevaart, die tot het beste werk van de hoog-Byzantijnse kunst behoren. Ook in andere delen van het eiland liggen interessante kloosters, vooral ten zuiden van Hios.

In deze richting ligt ook Pirgion, 32 km ten zuiden van Hios,
  
een aardig dorpje met een mooi kerkje, waar nog wel eens klederdrachten te bewonderen zijn. Ook vindt u hier en in het dorpje Kalamoti, noordoostwaarts aan een zijweg gelegen, opmerkelijke sgraffitoversieringen – sgraffiti: het maken van figuren op een zwarte muur, door die met witte kalk te besmeren en daarin dan lijnen te krassen, zodat de zwarte achtergrond te zien is - aan de gevels van de huizen. Onderweg ziet u de eerder genoemde mastiekboompjes.

LÉSBOS   
Ook Lésbos is met een oppervlakte van 1630 km˛ Griekenlands derde eiland in grootte.

Wat natuurschoon betreft is het zeker een van de mooiste eilanden in de Egeďsche Zee. De bergen zijn niet hoog, maar hebben fraaie contouren ­de hoogste top, prompt Ólympos of Ólimbos, genoemd, is 967 m en door de vele dennenbossen en uitgestrekte olijfboomgaarden is het eiland overwegend groen en fris. De kust is een opeenvolging van baaien. Aan de zuidkust dringen twee ervan diep het land in; de Golf van Kalloni (Kólpos Kallonis) zelfs zo diep, dat deze het eiland bijna geheel door midden deelt.

Aan de zuidkant vindt u ook de mooiste stranden,   
ideaal om te zonnebaden en te zwemmen. De meer rotsachtige kustgedeelten lenen zich goed voor onderwatersport. Lésbos wordt dan ook meer en meer bezocht, maar nog lang niet zoveel als andere Griekse eilanden, zodat u hier van een werkelijk rustige vakantie kunt genieten, waarbij u zich als vanzelf zult aanpassen aan het landelijke leven van de Lesbiërs.

Eiland van de lesbische Sappho  
Door sommigen wordt Lésbos bij voorkeur Mitilini genoemd, naar zijn hoofdstad. Lésbos is het geboorteland is van de dichteres Sappho die lesbisch was  en om die reden uiteindelijk verbannen is naar een ander eiland, Lefkás, en daar van de klippen in zee sprong.

Lésbos werd in de 10de eeuw gekoloniseerd door de Aeoliërs,   
die er een hoge beschaving ontwikkelden. Het hoogtepunt viel in de 6de eeuw v. C. De staatsman Pittakos - een der Zeven Wijzen ­had toen juist een dreigende burgeroorlog tussen de aristocraten en het volk bezworen. Dit is de tijd van de grote Lesbische dichters Arion, Alkaios en vooral Sappho, die grote invloed hadden op de literatuur van later eeuwen. Vermelding verdient in dit verband ook de herdersroman 'Daphnis en Chloë' die hier in de 3de eeuw na Christus door Longos werd geschreven.

Lésbos was zowel bondgenoot als tegenstander van Athene.   
Voor die laatste rol heeft het zwaar moeten boeten, zoals u bij Thoukydides kunt nalezen. Maar ook latere bezetters waren niet altijd even zachtzinnig, achtereenvolgens: Macedoniërs, Romeinen, Byzantijnen, Arabieren, Venetianen en Genuezen - die het nog tot 1462 als steunpunt van de westerse handel wisten te behouden en dan vele eeuwenlang, tot 1912, de Turken. Eerder werden er al pogingen gedaan om het eiland terug te veroveren voor het westen, o.a. door de kruisridders uit Rhódos in 1501.
 
Mitilini hoofdstad en havenstad 
met even zuidwaarts het vliegveld, is de plaats van aankomst van vrijwel alle toeristen.
Uw aandacht wordt er onmiddellijk getrokken door de hoge, zwaar beboste heuvel met bovenop de Kástro, de imposante vesting uit de Genuese tijd. Binnen de muren vindt u er ruďnes van bouwwerken uit de Turkse periode. Vanaf de muren heeft u een prachtig uitzicht over stad en zee. Ook bij de ruďnes van het antieke theater van Mitilini, tegen de heuvels aan de andere kant van de stad, heeft u een fraai vergezicht.

Aandacht voor het detail kunt u schenken in het plaatselijke archeologische museum 
in het museum van de volksschilder Theophilos,

in Varia, 4 km buiten de stad,   
bij het standbeeld ,van Sappho, 'een grijnzende jonge vrouw, die een lier naast haar hoofd hield' vol­gens de schrijver Alfred Kossmann, die Mitilini typeerde als: 'een drukke stad met een wijk vol pronkhuizen, zo verrukkelijk van fantastische stijlloosheid, dat men er architect zou willen zijn'. Vertier is er genoeg. U kunt ook gaan naar de kiezelstrandjes van Krátigos, 10 km zuidwaarts of het schone zand van Ágios Ermogenis, zuidoostpunt.

Vanuit Mitilini lopen wegen naar alle hoeken van het eiland. De weg 'door het midden' , via Kalloni, geldt ook hier als de beste om de charmes van Lésbos te ontdekken. De tussen haakjes vermelde kilometerafstanden zijn in ieder geval rechtstreeks naar Mitilini gerekend.

Thermi
, de restanten van een nederzetting uit het begin van de Bronstijd,   
vindt u even voorbij het dorp Pámfilla, 8 km noordwestwaarts. Een afslag voor Pámfilla leidt u voorbij het dorp Mória (6 km) naar de resten van een aquaduct dat het water van de Ólympos naar de stad voerde.

Agiássos
(30 km), een dorp met een in 1816 hernieuwde oudchristelijke kerk   
aan de zuidzijde van de Ólympos, biedt een prachtig uitzicht op de Golf van Géra. De oevers van deze baai zijn rijk aan natuurschoon. Verder in deze richting liggen aan de zuidkust twee plaatsjes met prachtige zandstranden: Plomárion (45 km; zand/kiezel, schoon water en Vaterá (55 km; 6 km lang zand/ kiezelstrand).

Kaloni
(40 km) dichtbij de gelijknamige baai in het midden van het eiland gelegen,   
is het uitgangspunt voor verkenning van de westelijke dreven van het eiland, al kunt u natuurlijk ook de weg langs de oostkust via Mandamádos volgen.

Mithimna
, ook wel Mólivos genoemd (62 km) is een schilderachtig plaatsje   
aan een wijde baai op de noordwestpunt van Lésbos. De huisjes liggen als reuzentreden tegen de steile heuvel waarop een door de Geneuzen gebouwd middeleeuws kasteel verrijst. Vooral bij zonsondergang heeft u vanaf deze hoogte een prachtig uitzicht. In de zomermaanden heerst er in Mîthimna veel vakantiedrukte, onder meer veroorzaakt door de bezoekers van een z.g. zomer­academie voor schilders en beeldhouwers, georganiseerd door de Griekse Academie voor Beeldende Kunsten.

Pétra
(56 km) is een dorpje ten zuiden van Mithimna   
dat wordt beheerst door een rots, waarop een kerk staat met een wonderdoende icoon. Tussen Mithimna en Pétra vindt u een mooi strand met voorzieningen.

Ántissa (75 km) of nog beter het dorpje Skalohórion (60 km)
  
is uitgangspunt voor een kleine expeditie naar de overblijfselen van het antieke Ántissa, gelegen bij een Genuees fort, ten noorden het huidige Ántissa aan zee.

LÉMNOS   
Is lager en kaler dan Sámos, Hios en Lésbos en ligt ook veel verder uit de Turkse kust, eenzaam in de noordelijke Egeische Zee, halfweg Áthos en de Dardanellen. Het hoogste punt is 430 m, het oppervlak 477 km˛. Twee baaien, één aan de noord - en één aan de zuidzijde, verdelen het eiland in een vrij vlakke en vruchtbare oostelijke helft en een bergachtiger westelijk deel, waar ook het hoofdplaatsje Mirina te vinden is.

Eiland van Hefestos en Afrodite
  
Lémnos is van oorsprong vulkanisch en vermoedelijk om deze reden beschouwden de oude Grieken dit eiland als de woonplaats van Hefestos, de god van het vuur. Volgens de sage koos Hefestos bij een ouderlijke twist partij voor zijn moeder Hera, waarop zijn vader, de oppergod Zeus, hem van de Ólympos slingerde. Hefestos kwam juist hier op aarde terecht en wel zo ongelukkig, dat hij sindsdien kreupel was. De manke god schikte zich in zijn lot en maakte zich verdienstelijk met fraai smeedwerk, o.a. de wapenrustig van Achilles.

Hefestos' echtgenote, de godin Afrodite,   
haatte haar nieuwe woonplaats echter zo, dat ze uit wraak de vrouwen van Lémnos afkerig maakte van hun echtgenoten die, toen ze triomfantelijk met tal van mooie slavinnen terugkeerden van een veldtocht, prompt door de Lemnische dames werden dronken gevoerd en tot de laatste man van een klip geduwd. Een standaard grapje op Lémnos is dan ook de vrouwelijke aansporing tot manlief: 'Neem er nog eentje, dan smijt ik je van de klip. . .'

Toen Jason en zijn Argonauten aan het begin van hun speurtocht naar het Gulden Vlies   
op een mistige morgen op Lémnos landden, snakten de dames echter weer zo naar de liefde dat ze de schepelingen twee jaar lang vasthielden en aldus voor een nieuwe generatie eilandbewoners zorgden.

Een ander oud verhaal, door Vergilius in zijn 'Aeneis' te boek gesteld,   
vertelt dat Trojaanse vluchtelingen via Lémnos en Illyrië naar Italië trokken. Italiaanse. archeologen hoopten aan te tonen dat de prehistorische Pelasgische bewoners, of Tyrrheners, in feite dezelfden waren als de mysterieuze Etrusken. Daar­toe hebben ze in de vijftiger jaren de nodige opgravingen verricht op diverse plaatsen aan de thans vrijwel onbevolkte noord- en oostkust, o.a. te Hephaistla, Iféstia, aan een diepe baai in noorden, met op een kaap met ver daar vandaan een Kabeirenheiligdom dat in de Hellenistische tijd Samothráki naar de kroon stak; en vooral ook Polióhni. de best behouden prehistorische nederzetting in de Egeďsche Zee, ca. 6 km ten zuidoosten van het tweede haventje Moudros en 20 min. gaans van het per bus bereikbare dorp Kaminia. Helaas noopte geldgebrek de Italiaanse archeologen hun graafwerk te staken. Daardoor weten we nu nog niet hoe dat nou zit met die Etrusken..

Mirina
, de hoofd en havenplaats aan de westkust,  
heeft een museum in een vroeger koopmanshuis, waar de archeologische vondsten te bewonderen zijn. Het plaatsje wordt ook wel Kástro genoemd, naar het Venetiaanse fort op de 60 m hoge rotsklip Patrassos, waarvan eens de Lemnioten door hun echtgenotes omlaag werden geduwd. Hier vlakbij, tien minuten gaans van de haven, ligt amfitheatersgewijs het hotel Akti Myrinis met bungalows temidden van wijngaarden en vijgenbomen: zwembad, deels schoon zandstrand, pedalo's, waterskiën, windsurfen, minigolf, zeil- en roeiboten, tennis.

SAMOTHRÁKI   
Het 'Thracische Sámos' is een vrij klein eiland, 180 km˛
,
in het noordoosten van de Egeďsche Zee, zo'n 45 km ten zuidwesten van Alexandroupolis , veerdienst, ook vanuit Kavála. Het eiland is grotendeels kaal en zeer bergachtig. De hoogste top, de Fangári, bereikt zelfs een hoogte van 1600 m boven de zeespiegel. Volgens Homeros bekeek de zeegod Poseidon vanaf deze top de strijd voor de poorten van Troje. Trouwens, ook met mensenogen kunt u bij helder weer vanaf de Fangári de hele noordoosthoek van de Egeďsche Zee overzien van Turkije tot Áthos!

Eiland van de Kabeiren
  
Volgens de mythologie zou Troje vanuit dit eiland zijn gesticht door koning Dardanos. Historisch staat vast, dat bewoners van het eiland Sámos zich hier in de 8ste eeuw v. C. vestigden en hun nieuwe woonplaats zijn huidige naam gaven: Samothráki, Thracisch Sámos. Vóór deze Samiotische kolonisten speelden de Frygiërs en de Feniciërs hier al een rol.

Al in die oudste tijden stond het eiland bekend als de verblijfplaats van de Kabeiren,   
de 'Grote Goden' , eigenlijk Qabirim, van Fenicische oorsprong, voor wie ook in historische tijden nog mysterieuze erediensten werden gehouden, die vergelijkbaar moeten zijn geweest met de inwijdingsriten van Eleusis. Vele eeuwen voor Christus en Paulus, die Samothráki in het jaar 51 bezocht,  trokken vooral de minst bedeelden in de toenmalige samenleving naar dit eiland voor biecht, doop en heilig avondmaal, ter verering van de drievuldigheid der Grote Goden.

Over de geestelijke achtergronden is overigens maar heel weinig bekend,   
omdat de heilige zwijgplicht hier net zo nauwgezet werd nagekomen als door de ingewijden van de Eleusinische mysteriën. Zo is dan ook de vraag, of er veel veranderde in de Romeinse tijd, toen men ging spreken van eredienst aan de Dioskouren, de zonen van Zeus, die golden als de beschermers van de zeevarenden. Hoe dan ook, de naam Samothráki was in de oudheid wijd en zijd bekend als een heilige plaats.

De naam Samothráki werd in 1863 andermaal wijd bekend   
door de vondst van het beeld van Nike, de gevleugelde godin van de overwinning. Deze beroemde 'Victoire de Samothrace' werd door een Franse archeoloog gevonden en is nu dan ook te vinden in het Louvre te Parijs.

Kamariótissa is de aanlegplaats aan de noordwestkust.   
Hiervandaan is het 3 km naar de wat landinwaarts gelegen hoofdplaats Samothráki of Chóra. Halfweg dit plaatsje en het noordwaarts, dichtbij zee gelegen Paleópolis zijn in het dal van een beek een aantal overblijfselen opgegraven van het vroegere Heiligdom van de Grote Goden. Het belangwekkendst zijn ongetwijfeld de vondsten die zijn verzameld in het bescheiden, maar interessante museum, dichtbij Paleópolis.
U vindt hier o.a. een in 1949 gevonden kleinere uitgave van de gevleugelde Nike.

In zuidwestelijke richting naar Samothráki gaande,   
vindt u niet ver van het museum achtereenvolgens het z.g. Anaktoron uit omstreeks 500 v. c., waar de mysteriegangers hun eerste wijding ontvingen; het ronde Arsinoëion, een offerplaats geschonken door de latere koningin Arsinoë II uit omstreeks 280 v. c.; de Temenos met het Propylon, waarin een fries met danseressen uit ca. 340 v. c.; en het tempelachtige Hiëron, het eigenlijke heiligdom, omstreeks 300 v. C. gebouwd en omstreeks 150 v. C. voorzien van een zuilenvoorhal. Hier vonden de inwijdingen van de tweede graad plaats.

Aan de overkant van de beek vindt u,   
omhoogklimmend voorbij de resten van een theater, de overblijfselen van een gebouw waarin eens het beroemde Nikebeeld stond.
Mooi strand vindt u aan de zuidkust van het eiland bij Lákkoma.

THÁSSOS,   
is een schilderachtig en vruchtbaar eiland in het uiterste noorden van de Egeďsche Zee, hier ook wel Thracische Zee genoemd, al ligt Thássos dan nog voor de Macedonische kust. Het heeft een oppervlakte van 398 km˛. Hoogste top is de Ipsárion, 1203 m.

Al in de oudheid vond men in dit bergland vele mineralen,
terwijl ook marmer een der rijkdommen was - en nog is. De ertsmijnen, cadmium, die er thans nog zijn bij het dorpje Limenária in het zuiden vormen echter geen aantasting van de landelijke charmes.

Thássos dankt zijn aantrekkelijkheid vooral aan de rijke vegetatie:   
olijven en andere menselijke aanplant in de dalen, terwijl de bergruggen getooid zijn met vooral kastanjes, eiken en pijnbomen, die ook een omlijsting vormen voor de ruďnes uit de oudheid. Deze antieke resten zijn overigens voornamelijk belangwekkend voor archeologen.

Thássos, ook Limin genoemd is het voornaamste van de elf dorpen op het eiland.
  
Het ligt aan de noordzijde, geeel binnen de resten van de lange marmeren muur die eens het antieke Thássos omgaf, dat in de 8ste eeuw v. C. werd gesticht door kolonisten uit Páros, aangelokt door de toenmaals nog rijke goud- en zilvervondsten. Tot in de 4de eeuw v. C. was Thássos daardoor een vooruitgeschoven post van de Griekse beschaving in deze barbaarse noordelijke regionen.

Naast de tegenwoordige haven   
kunt u onder water nog fundamenten zien van de pieren van de antieke haven. Vlakbij deze haven vindt u in het kleine plaatselijke museum een verzameling van de op het eiland opgegraven voorwerpen; een collectie die zich nog steeds uitbreidt.

Thássos ligt aan de voet van een akropolis,   
waar thans hoofdzakelijk ruďnes te vinden zijn uit de middeleeuwen, toen de Genuezen er vestingwerken bouwden. Als u de klim toch waagt, bijv. vanwege het prachtige uitzicht, komt u onderweg wel langs diverse antieke overblijfselen. Zo vindt u tussen het museum en de haven de sinds 1948 opgegraven Agora: onderaan het pad dat heuvelopwaarts voert te linker en te rechter zijde resp. de heiligdommen voor Poseidon en Dionysos; terwijl halfweg de klim links een pad leidt naar het antieke theater, dat in de Romeinse tijd werd aangepast aan het optreden van gladiatoren en wilde dieren, en waar tegenwoordig nog wel klassieke tragedies worden opgevoerd. Als u bovenop de akropolis uitpuffend van een klein uurtje klimmen geniet van het uitzicht op de Oost-Macedonische en Thracische kusten, zult u op enkele honderden meters zuidwestwaarts ook de resten ontwaren van heiligdommen voor Athena Poliouhos en de fluitspelende god Pan.

Als u vanaf het museum uw weg zoekt in de richting Panagia via de z.g. Silenepoort,   
met laagreliëf uit de 5de eeuw v. C., komt u ongetwijfeld langs o.a. het Herakleion, althans de resten van een tempel voor de held Herakles, die door de Romeinen als halfgod Hercules werd vereerd, eind 6de/begin 5de eeuw v. C..

De weg naar Limenária voert nog binnen de muren   
langs de resten van een vroegchristelijke basiliek uit de 5de eeuwen een mozaďek uit de 2de eeuw.
Een verdere verkenning van het eiland is mogelijk door het volgen van een ringweg, die van Thássos via de westkust naar Limenária loopt en met een wijde boog, langs Áno Theológos, aan de oude weg, die binnendoor langs enige kloosters voert, naar Panagia en zo terug naar Thássos.
Prachtig strand vindt u bij Makriámmos, eerste afslag voorbij de Silene-poort.

** Uw accommodatie in Griekenland kunt U goed boeken via  Hotels/Appart./Griekenland. Er zijn 2282  hotels/appartementen online boekbaar.
** Uw accommodatie op een van de Griekse eilanden kunt U goed boeken via Hotels/Griekse/Eilanden. Er zijn 1535  hotels/appartementen online boekbaar. 

** Booking is meer dan alleen hotels: zie eens ”Alle accommodatietypes”! 
** U vindt er o.a.:
  Appartementen - Resorts  - Villa's  - Hostels  - Accommodaties met onsen - Bed & Breakfasts  - Pensions  - Motels  - Ryokans  -  Vakantieboerderijen  - Vakantieparken  - Campings  -  Botels  - Herbergen  -  Aparthotels  -  Vakantiehuizen  -  Lodges  - Accommodaties bij particulieren  -  Landhuizen  -  Luxe tenten  - Capsulehotels  -  Lovehotels  - Riads  - Luxe Chalets