X, W,  Z       Naar alfab. overzicht. Naar uw accommodatie!

    
Xoanon
, eenvoudig houten of stenen beeld van een godheid. Zuilenafstand: vrije ruimte tussen twee zuilen.

Waaiergewelf, gewelfvorm die ontstaat door de uitstraling van talrijke ribben vanuit de steunpilaar of de kruin

Wandpijlerkerk, eenbeukige kerk met ingetrokken steunberen, waartussen kapellen liggen.

Weke stijl, zie Internationale Gotiek

Welfen en Ghibellijnen, de twee belangrijkste Italiaanse partijen die ontstonden tijdens de oorlog tussen de Welf Otto IV en de Staufer Frederik II, naar de Stauferburcht Waiblingen genaamd. In 1240 scheidden de partijen zich in Florence in pausgezinde tegenstanders van de keizer, de Welfen en aanhangers van het keizerrijk, de Ghibellijnen. De onverzoenlijke partijen kwamen in alle Italiaanse steden voor en hun rivaliteit duurde tot in de 17e eeuw.

Wereldgericht, zie Laatste Oordeel.

Wereldlandschap, uit vogelperspectief weergegeven, sterk geïdealiseerd landschap, zie Landschapsschilderkunst

Wiegendruk, zie Incunabel

Wimberg, siergevel bij gotische ramen en portalen. Vaak opengewerkt met maaswerk. De schuine zijden zijn vaak niet kruipplanten versierd en op de punt staat een kruisbloem. Wimbergen benadrukken de dominante verticale gerichtheid van de Gotiek.

Woonbuis, Romeins, het uit de Etruskische architectuur overgenomen atriumhuis had meestal één verdieping en was niet vanaf de straat toegankelijk. Een gang (vestibulum) leidde naar het atrium, waaromheen de andere vertrekken lagen. Daartoe behoorden de slaapkamers (cubicula), de eetkamer (triclinium) en de ontvangstruimte van de heer des huizes (tablinum), alsmede de utiliteitsruimten. In het midden van het atrium lag een verzonken bassin (impluvium), waarin het door de opening in het dak naar binnen stromende regenwater werd opgevangen, dat naar een ondergrondse cisterne word geleid. Door het tablinum of nog een andere gang  (ala) bereikte men de tuin (hortus). Sinds de 2de eeuw v.C. word het atriumhuis uitgebreid doordat men de hortus door een of meer door zuilen omringde binnenplaatsen (peristylia) verving en een verdieping toevoegde. Dit type vertegenwoordigt de domus (lat. 'huis'), het stadshuis van een familie. Op de begane grond van huurwoningen met meer verdiepingen Lat. insulae, 'huurhuis' waren meestal winkels ondergebracht, waarboven een tussenverdieping met opslagruimte lag, gevolgd door de verdere verdiepingen met verscheidene grote woningen en vaak een gemeenschappelijk toilet. De villa (Lat., 'landhuis, landgoed'), zomerverblijf van de rijken,was daarentegen veel groter en er ontwikkelden zich in de loop der tijd, afhankelijk van geografische ligging, gebruik en positie van de bouwleer - verschillende typen.

Zaalkerk, eenbeukig, niet-onderverdeeld interieur van een sacraal bouwwerk

Zadeldak, dak bestaande uit twee dakschilden die elkaar in een horizontale noklijn snijden

Zangtribunes,-ook zangemporia, zangpodia, Ital. cantoria; ontstaan als aparte kansels sinds de 13de eeuw om het koor van zangers van het koor van geestelijken te scheiden. Eerst werden ze bij voorkeur langs de lange zijden van de kerk gebouwd, aan het eind van de Middeleeuwen verplaatsen de zangtribunes zich naar de westelijke ingang en gaan daar vaak op in het orgelemporium. In Italië gebeurt dit pas in de 16de eeuw.

Zedenschildering, geeft scènes weer uit het alledaagse leven.

Zeevolken: aanduiding voor een groep van verschillende volken, die vermoedelijk vanaf de Zwarte Zee de Balkan, de Egeïsche eilanden en Turkije binnentrokken. In de dertiende en twaalfde eeuw v.C. vielen zij Syrië, Egypte en Palestina binnen. In 1177 v.C. werden zij vanuit Egypte definitief naar Palestina verdreven. Onder de Zeevolken rekent men ondermeer de Filistijnen.

Zengiden lokale Arabische dynastie in het noorden van Irak en Syrië in de eerste helft van de twaalfde eeuw n.C., die zeer vroom en orthodox was en iedere relatie met christelijke heersers afwees; daardoor ontvingen zij veel sympathie van de islamitische bevolking.

Zeus, Gr., licht- en hemelgod, hoogste god van de Grieken. De zoon van Kronos en Rheia en de echtgenoot van Hera heerst over de goden op de Olympus en over de mensen. De Griekse mythologie combineert hem met een groot aan­tal goddelijke en menselijke gemalinnen, aan wie hij in verschillende gedaanten verschijnt. Hij verschijnt bijvoorbeeld aan Europa als stier en aan Danae als goudregen. De god Jupiter is dezelfde als Zeus.

Zijschip, langwerpige zijruimte die het middenschip in lang- of dwarsschip flankeert.

Zilverstift, een tekenmethode waarbij een dunne, puntige stift van zilver wordt gebruikt op perkament of papier met een ondoorzichtige witte grond. Zilverstift produceerde een fijne, grijze lijn.

Zuil, een meestal steunend, naar boven toe smaller wordend bouwelement met een ronde dwarsdoorsnede, dat kan bestaan uit basis (voet), schacht (middendeel) en kapiteel (kopstuk). De specifieke naam refereert meestal aan de vormen van de schacht met entasis (zwelling) , bijvoorbeeld de uit één stuk bestaande monolithische zuil, de uit trommelvormige delen vervaardigde trommelzuil en de van verticale ribbels voorziene gecanneleerde zuil. Behalve de vrijstaande zuil is er ook de muurzuil, zoals de halfzuil, die slechts voor de helft uit een muur of een pijler naar voren steekt.

Zuilenhals,  onderste deel van een kapiteel, dat het zuilenlichaam verlengt.

Zuilorde, in de Oudheid vastgelegd architectuurstelsel, volgens welke zuil, kapitaal, architraaf (de last van het te steunen gebouw dragende hoofdbalk) en de kroonlijst (horizontaal naar voren springende muurstrook) op elkaar zijn afgestemd. In de Griekse bouwkunst kent men de Dorische (met eenvoudig kussenvormig kapiteel), de Ionische (met volutenkapiteel) en de Korintische
Orde (met kapitalen in de vorm van twee rijen acanthusbladeren en hoekvoluten).
In de Romeinse architectuur worden deze orden overgenomen,maar er zijn ook variaties, zoals de Toscaanse Orde, met Dorische elementen, en de composietorde, met Ionische en Korintische
vormen. Zwik. driezijdig begrensd, vaak versierd hoekstuk tussen een hoog en de rechthoekige omlijsting waarin de hoog is gevat. Hangzwikken worden gevormd als sferische driehoeken in de overgang van een vierkant grondvlak naar de ronding van de koepel.

Zwik, aan drie zijden begrensd vlak dat wordt gevormd door bogen en gewelven; het vlak heeft een spits naar beneden gerichte, afgeronde driehoek.      

** Uw accommodatie wereld wijd vindt u verantwoord en naar  wens via Booking:
** U vindt bij Booking meer dan alleen hotels o.a.:
 Appartementen - Resorts  - Villa's  - Hostels  - Accommodaties met onsen - Bed & Breakfasts  - Pensions  - Motels  - Ryokans  -  Vakantieboerderijen  - Vakantieparken  - Campings  -  Botels  - Herbergen  -  Aparthotels  -  Vakantiehuizen  -  Lodges  - Accommodaties bij particulieren  -  Landhuizen  -  Luxe tenten  - Capsulehotels  -  Lovehotels  - Riads  - Luxe Chalets