Naar alfab. overzicht. Naar uw accommodatie!

    
Sacco di Roma
, Ital. plundering van Rome; de plundering en verwoesting van Rome door Duitse en Spaanse soldaten onder Karel V (1500--1558) van 6 mei 1527 tot 17 februari 1528.

Sacra conversazione, It. heilige conversatie, een afbeelding van de Maagd met Kind en heiligen die zich allemaal in dezelfde ruimte bevinden. Er wordt zelden een letterlijke conversatie weergegeven, hoewel de interactie tussen de deelnemers, die tot uitdrukking komt via hun gebaren, blik en beweging steeds groter wordt tijdens de ontwikkeling van het thema.

Sacrale schilderkunst, Lat. en Kerk-Lat. 'sacramentum', wijding, verplichting (tot krijgsdienst), trouwzwering, religieus geheim:  op Christus teruggevoerde religieuze handelingen die de goddelijke genade overbrengen. De sacrale schilderkunst baseert zich op in de bijbel voorhanden heilsfeiten en gaat uit van een wederzijds verplichtende band tussen God en de mens. Doop, vormsel, boete, avondmaal, priesterwijding, huwelijk en laatste oliesel zijn de zeven sacramenten van de katholieke kerk, doop en avondmaal zijn de sacramenten van de christelijke kerk. In de schilderkunst worden ook de Bijbelse gebeurtenissen met betrekking tot de sacramenten weergegeven.

Sacristie, Lat. sacer, heilig, een ruimte die bij een kerk hoort en meestal wordt gebruikt voor het onderbrengen van de gewaden en religieuze gebruiksvoorwerpen en waarin zich vaak een altaar bevindt.

SafaÔten volk van veenomaden dat in het oostelijk deel van de Haoeran, een bergrug in SyriŽ, woonde. In hun eigen schrift en taal hebben zij een grote hoeveelheid graffiti nagelaten; er zijn er meer dan 20.000 bekend.

Salomonszuil, in de Barok, vooral in Spanje gebruikelijke gedraaide zuil, genoemd naar de (schriftelijk gedocumenteerde) toepassing ervan in de tempel van Salomo in Jeruzalem.

Salon, Fr.; naar lt. 'salone', grote zaal: in Frankrijk in de 18e en 1ge eeuw aanduiding voor een expositieruimte en voor de academische kunsttentoonstellingen die vanaf 1863 elk jaar in de 'Salon carrť' van het Parijse Louvre worden georganiseerd.

Salvator Mundi. Lat. redder van de wereld, Christus als redder van de wereld. De naam wordt gegeven aan een weergave van Christus met een globe, die de wereld vertegenwoordigt,  in de ene hand en de andere opgeheven om te zegenen.

Samaritanen:de bewoners van Samaria,een gebied in het midden van West-Palestina, die van verscheidene volkeren afstammen. Toen het merendeel van de bevolking door Assyrische veroveraars in 722 v.C. werd weggevoerd, bleef een aantal joden achter die zich met deze veroveraars vermengden. Hun nakomelingen werden Samaritanen genoemd.

Sanctuarium, heiligste ruimte van de kerk, in het algemeen koor met hoogaltaar.

Sanhedrin/synedrium (Hebr.-Gr.-Lat.): hoogste joodse gerechtshof in de Griekse en Romeinse tijd.

Santiago de Compostela, stad in Spanje (GaliciŽ), in de middeleeuwen een der belangrijkste bedevaartsoorden van de Latijnse, christenheid, nadat in de 1ste eeuw het gerucht de ronde was gaan doen dat ~ het lichaam van de apostel Jacobus de Meerdere was gevonden. Uit heel Europa stroomden de bedevaartgangers, langs bepaalde pelgrimsroutes, naar dit heiligdom. Langs die routes werden t.b.v. de reizigers, hospitia en kerken gebouwd.

Saracener of kampbisschop: een bisschop die naar tot het christendom bekeerde nomadenstammen werd gestuurd om hun loyaliteit na te gaan.

Sarcofaag,  Gr. sarcophagos, vleeseter; monumentale meestal stenen doodskist, niet bestemd om in de grond te worden geplaatst, maar om als monument - dikwijls rijk versierd - zichtbaar te blijven. Ooorspronkelijk uit sponsachtige kalksteen uit de omgeving van Assus in MysiŽ vervaardigd; deze zouden de zachte delen van de lijken binnen veertig dagen hebben verteerd.

Sassaniden: Perzische dynastie die van 224 tot 642 n.C. regeerde en toen door de Arabieren werd verslagen.

Sater, kleine mansfiguur uit het gevolg van Bacchus, met bokspoten, geil en kwelziek van aard, belust op muziek.

Satraap, stadhouder van provincies in het oude Perzische rijk.

Satrapie (Perz. khshatrapa): provincie en bestuur van een provincie onder de Perzische Achaemeniden.

Schalk, drager in de vorm van een halfzuiltje, waarvan basis en kapiteel meestal deel uitmaken van de pijler die hij dient.

Schathuis, klein gebouw in de vorm van een tempel waar de gaven voor de grote heiligdommen werden bewaard.

Schilders gilde, genootschap van handwerkslieden en kunstenaars die zich aaneensluiten ter bescherming van hun eigen rechten en belangen, zoals arbeidstijd, prijs en opleiding. Schildersgilden komen in de 16e eeuw voor in bijna alle belangrijke steden van Europa. Ze fungeren als arbitrage- en controle-instelling en zorgen in noodgevallen voor hun leden.

Schip of beuk, dat deel van een kerk dat, door zuilen of pijlers of door ommuring omgeven, de romp van het gebouw vormt. Men onderscheidt midden- en zijschepen, voorts het dwarsschip of transept.

Schisma, Gr., splitsing; een niet op dogmatische gronden ontstane Kerkscheuring. Het 'Groot Westers Schisma' binnen de katholieke Kerk, waarbij twee pausen, een in Avignon en een in Rome, tegenover elkaar stonden, duurde van 1378 tot 1417.

Scholastiek, Lat. scholasticus, bij de school behorend; middeleeuwse wetenschap en theologie, die, gebaseerd op het principe van de logica, de voorafgegane theologie opnieuw overweegt en dialectiek ontwikkelt. Het is de bedoeling tot een verdiept begrip van het geloof te komen. Belangrijke uitgangspunten zijn de dogmatische exegese van de Heilige Schrift en de uitspraken van de kerkleraren. De belangrijkste vertegenwoordigers van de Scholastiek zijn Albertus Magnus (1193-1280) en Thomas van Aquino (1225-1274), die vooral zijn gestimuleerd door hun bestudering van de leer van Aristoteles en in hoge mate hebben bijgedragen tot de vereniging van de antieke filosofie en het christelijke gedachtegoed.

School, Gr. 'schole' , rust, vrije tijd, leerinstelling, voordracht; Lat. 'schola', plaats van onderwijs, volgelingen van een leraar:  in de beeldende kunst een groep kunstenaars met een gemeenschappelijke opleiding of dezelfde uitgangspunten, zoals een plaats, een streek of stijlkenmerken.

School van AntiochiŽ, de Antiocheense School: christelijk-theologische richting in de vierde en vijfde eeuw, die het dyofysitisme vertegenwoordigde en deze leer in gedachtewisselingen met andere christelijke richtingen verder uitwerkte.

Scorcio, It. verkorte perspectie. Tot de beste voorbeelden van extreem scorcio behoort Andrea Mantegna's schiderij De bewening van Christust (1464-1500).

Scriptorium, lat.: schrijfvertrek, dat in de vroegchristelijke tijd nog het meest leek op een hedendaags kantoor; later werd het een schrijverswerkplaats waar boeken en documenten werden samengesteld en overgeschreven.

Scuole, enk.v. Scuola, It. school, in VenetiŽ de religieuze en sociale organisaties die verbonden waren met de gilden. Ze waren vaak rijk en speelden een belangrijke rol als opdrachtgevers van de Venetiaanse kunst.

Seccoschilderkunst, It. 'secco', droog; 'al secco': wandschildertechniek: verschillende soorten verf worden op droge pleisterkalk opgebracht.

Segment, deel van een cirkel

Segmentfronton, in de bouwkunst een frontonvorm met een afsluiting in de vorm van een segmentboog. Het aan de Oudheid ontleende vlakke segmentfronton word in de Renaissance, de Barok en het Classicisme geÔmiteerd en, zoals ook al in de Oudheid, opgeblazen of geknikt en in het bijzonder als sierfronton boven portalen en vensters veelvuldig toegepast.

Seldsjoeken: Turkse volksstam en dynastie. In 1055 veroverden zij Baghdad en kregen zij de bescherming van de kaliefen; daarmee werden ze gedurende meer dan 150 jaar het invloedrijkste heersersgeslacht van het Midden-Oosten.

Seleuciden dynastie die na de verdeling van het rijk van Alexander de Grote, ca. 301 v.C., over SyriŽ heerste. De naam is afgeleid van de naam van de stichter van de dynastie, Seleukos I , 358-281 v.C.

Senaat, invloedrijkste politieke orgaan van de Romeinse Republiek, komt voor uit de raad van edelen van de Etruskische koningen. De senaat had inspraak in vrijwel alle politieke kwesties en leidde het buitenlandse beleid en het financieel bestuur. De senatorenstand (ordo senatorius, leden van de senaat en hun familie) nam de hoogste rang in binnen de maatschappij. De senatoren waren te herkennen aan speciale uiterlijke kenmerken, zoals hun rode schoenen en een brede purperen baan op hun tunica. Onder Augustus verloor de senaat enkele van zijn functies aan de keizerlijke bureaucratie.

Sepulerum, Lat. sepelire, begraven, een grafruimte, vooral uit steen gehouwen of gemaakt van steen.

Serafim, Hebr., louterende; naar 'seraph', verbranden; enkelv. 'seraph':  in het Oude Testament samen met de cherubim de hoogste van de negen engelen hiŽrarchieŽn. De serafim behoren tot de hemelse hofhouding van God en zijn de paradijswachters; in het Nieuwe Testament zijn ze de erewacht van Christus. De serafim hebben zes vleugels, meestal van ogen voorzien. Twee paar vleugels bedekken het aangezicht en de voeten; de andere gebruiken ze om te vliegen. Hun dierachtige verschijning is overgenomen uit de oosterse kunst. Omdat ook de cherubim vaak met zes vleugels worden weergegeven, is een onderscheid nauwelijks mogelijk.

Serenissima, It., korte vorm van 'La Serenissima Repubblica Venezia', de allerdoorluchtigste Republiek VenetiŽ: deze term wordt gebruikt vanaf de Middeleeuwen. De afkorting omschrijft de pracht en waardigheid van de lagunestad en demonstreert het grote zelfbewustzijn van VenetiŽ.

Servieten, een religieuze orde die in 1240 werd gesticht door een groep Florentijnen die zichzelf wijdden aan de verering van de Maagd Maria. Ze volgden de regels van de H. Augustinus.

Seth Egyptische god, zoon van Geb en Noet, echtgenoot van Neftis.ln de Semitische culturen werd hij gelijkgesteld met de god van bliksem en donder.

Sforza, Italiaanse adellijke familie die van 1450 tot 1535 als Milanees hertogengeslacht de heerschappij over het grootste deel van Lombardije bezit.

Sfumato, It. mistig, verzacht, in de schilderkunst een zeer geleidelijke overgang van licht naar donker, een subtiele modellering van vormen die scherpe contouren weghaalt. Sfumato werd mogelijk gemaakt door het gebruik van olieverf en werd grotendeels ontwikkeld door Leonardo da Vinci.

Shakkanaku: een Soemerisch woord dat 'gouverneur' betekent. Hiermee werd aan het einde van het derde millennium v.C. de heerser van Mari, een stad aan de Eufraat, aangeduid.

Sibillen, in de Oudheid vrouwen die voorspellende gaven hadden. In de christelijke overleveringen voorspelden sibyllen de geboorte, passie en wederopstanding van Christus, net als de profeten in de Bijbel.

Simonie, Lat. simonia, van Simon de Magier (Handelingen. 8: 18-25) afgeleide aanduiding voor de handel in kerkelijke ambten, wijdingen, sacramenten en bijbehorende voorwerpen voor geld; sinds de Concilies van Chalcedon (451) en Nicea (787) verboden. In de 11de eeuw beschouwde men ook de investituur van leken op aan priesters voorbehouden kerkelijke ambten als simonie. Dit word door paus Gregorius VII verboden en is tegenwoordig kerkrechtelijk strafbaar.

Sinopia - Sinop, een stad aan de Zwarte Zee die fijn rood krijt leverde - , de voortekening voor een fresco, getekend op de muur waarop de schildering moet komen; het rode krijt dat werd gebruikt om zo'n tekening te maken.

Sirenen,  demonische wezens, verwant aan de harpijen. Zeelieden die voorbij het rotsachtige eiland waar zij zich ophielen voeren, leden schipbreuk doordat zij betoverd raakten door hun gezang.

Sjiieten: aanhangers van een van de twee grote stromingen binnen de islam. De sjiieten zien in de vierde kalief Ali en zijn nakomelingen de enige ware leiders van de islamitische wereld en bestreden de legitimiteit van de kaliefen van de Omajjaden en de Abbasiden. Ten opzichte van de soennieten zijn de sjiieten altijd in de minderheid geweest.

Sixtijnse Kapel, de privť-kapel van de paus in het Vaticaan. Deze werd tussen 1473 en 1481 gebouwd op verzoek van Sixtus IV en gedecoreerd niet fresco's van Botticelli, Ghirlandaio, Pintuaricchio, Piero di Cosimo en anderen. Michelangelo beschilderde het plafond het Oude Testament en met scŤnes uit de altaarmuur met het Laatste Oordeel.

Skeletbouw, constructiewijze waarbij alle dragende functies worden verlegd naar een geraamte; de vullingen hebben geen enkele statische betekenis.

Skene, eerst een tent waar theatervoorstellingen werden gegeven, later het toneel.

Skeuotheek. arsenaal, gebouw om de galeien van de Atheense oorlogsvloot op te bergen.

Skylax: Griekse zeevaarder uit de vierde eeuw v.C. die in opdracht van Darius I, 521-486 v.C., een uitvoerig verslag schreef van zijn reizen over de Arabische Zee De hierin opgenomen gegevens over de Fenicische kust zijn niet altijd even geloofwaardig.

Slot, domicilie van een soeverein, oorspronkelijk dienend voor verdedigings-, later representatieve doeleinden

Slotsteen, meestal plastisch vormgegeven steen in de kruin van een boog of gewelf.

Sluitsteen, zie gewelfsleutel.

Smelt, Ital. smalto, smeltglas;  verfstof, spijskobalt, die voor het blauw verven van glazuur voor keramiek en porselein wordt gebruikt.

Soennieten: aanhangers van de orthodoxe hoofdstroming in de islam. Het woord is afgeleid van soenna, bestaande uit de verzameling handelingen en uitspraken van de profeet Mohammed, het richtsnoer van het moslimleven. De soennieten vormen de meerderheid van de moslims.

Sokkel, Lat. socculus, schoentje; een hoog voetstuk onder een zuil of een standbeeld. In de gevelarchitectuur een hoge plint, meestal van natuursteen en voorzien van profielen, die als een soort voetstuk van de gevel fungeert.

Sotto in sý, It. van beneden naar boven, perspectief waarbij mensen en voorwerpen van onderen te zien zijn en sterk verkort getekend worden weergegeven.

Spolia, bouwmateriaal dat opnieuw gebruikt wordt; bijv. resten van Romeinse bouwwerken opnieuw gebruikt in vroegchristelijke of middeleeuwse architectuur.

Stanza, mv. stanze, It. kamer, ruimte, kamer; de term wordt gebruikt voor grootschalige decoratieve projecten voor ruimten in renaissancepaleizen en andere belangrijke gebouwen. Een bekend voorbeeld is de Stanza Segnatura in het Vaticaan, die is beschilderd door RafaŽl.

Statues-colonnes, de overslanke gebeeldhouwde figuren in voeggotische kerkportalen, te beschouwen als een overgangsvorm van de functionele zuil naar het geheel vrijstaande beeld.

Steekkap, tonvormig gewelf dat loodrecht insnijdt op de as van het hoofdgewelf.

Stefanos van Byzantium: woordenboek- en grammaticaschrijver uit de zesde eeuw die een omvangrijk geografisch lexicon samengesteld, de Ethnika, waarin hij de nadruk legde op zijn uiteenzettingen van namen. Jammer genoeg is zijn werk alleen in de vorm van samenvattingen bewaard gebleven.

StŤle, verticale grafsteen of -zuil met inschrift  en / of sculptuur.

Steunbeer, in de bouwkunde massieve, plaatselijke verzwaring van muurwerk, om dit te versterken en om de buiten- waartse druk van gewelven op te vangen.

Stibadium, Lat.: hoefijzervormige of ronde rustbank in een banketzaal.

Stichter, ook donator, Lat., gever van een geschenk:  opdrachtgever die voor een kerk een kunstwerk laat vervaardigen en zichzelf als teken van vroomheid in een portret laat weergeven op het geschonken werk.

Stichtersportret, in de kunstgeschiedenis gebruikelijke benaming (germanisme) voor het portret van de opdrachtgever, stichter, voorkomend op een voor religieuze doeleinden bestemd werk, bijv. een altaarstuk.

Stigmata, enk.v. stigma, Gr. steek, prik, brandmerk, de vijf wonden van de kruisiging van Christus, doorboorde voeten, handen en zij,  die op miraculeuze wijze op het lichaam van een heilige, met name Franciscus van Assisi, verschijnen.

Stigmatisering, naar Gr. 'stigma', steek, punt, brandmerk: volgens katholiek geloof het verschijnen en openbreken van een van de stigmata, de vijf littekens van Christus, bij Maria, de heiligen of andere personen.

Stillevenschilderkunst, ook 'nature morte' of 'natura morte', Fr. resp. It., afstervende natuur, levenloze schepping:  vooral in de 17e-eeuwse Nederlandse schilderkunst belangrijk genre, dat zich toelegt op de natuurgetrouwe weergave van 'stille', bewegingloze objecten. Afhankelijk van de ordening van de voorwerpen wordt onderscheid gemaakt tussen onder andere bloemen- en vruchtenstillevens, jacht-, keuken- en marktstukken. In de academische schilderkunst van de 18e eeuw wordt dit genre als minderwaardig beschouwd.

Stinksteen, bestaat uit kalk of dolomiet met een vrij hoog gehalte aan bitumineuze stoffen die van organische resten afkomstig zijn.

Stoffering, naar Oud-Fr. 'estoffer' en Fr. 'ťtoffer', van stof voorzien: versierend bijwerk, aanvullende inrichting; in architecturale en landschapsschilderijen verlevendigende, vaak symbolische figuren en dieren. Vooral in de barokkunst kunnen deze de compositie verrijken en de ruimtelijkheid duidelijker doen uitkomen (repoussoir). Van de 16e tot de 18e eeuw worden de stoffagefiguren vaak door gespecialiseerde kunstenaars toegevoegd.

Strabo: Griekse geschiedkundige alsook geograaf, ca. 63 v.C.-2O n.C.. Zijn historisch werk is verloren gegaan, maar niet zijn geografische uitweidingen. Zijn kennis van de geografie heeft hij zichzelf eigen gemaakt en vastgelegd in 17 boeken, die voor het grootste deel bewaard zijn gebleven.

Strenge stijl, naam voor de vroegklassieke periode in de Griekse kunst, van 480-460/450 v.C. De term wordt voor het eerst gebruikt door Johann Wolfgang von Goethe. De archaÔsche vormen, in de beeldhouwkunst gekenmerkt door de gebondenheid aan de as, worden geleidelijk losgelaten ten gunste van een organische harmonie van rust en beweging, belasting en ontspanning. Met het beginnende onderscheid tussen stand- en speelbeen wordt de basis gelegd voor de ontwikkeling van het contrapost in de klassieke periode. In plaats van het archaÔsche lachje bezitten de beelden uit de strenge stijl vaak een wat harde, gesloten gezichtsuitdrukking en zware vormen, die weer verdwijnen in de idealisering van de menselijke vormen in de klassieke periode.

Stijl 1), een voor een groep van kunstwerken specifieke vorm die berust op persoonlijke, regionale, temporele of functionele gemeenschappelijkheden.

Stijl 2), voor de wand geplaatste muurversterking in de vorm van een muraalzuil, pilaster of lisene.

Stilleven, voorstelling van stille, onbeweeglijke en meestal dode dingen, zoals bloemen, vruchten, dieren en gebruiksvoorwerpen. Vaak hebben de afgebeelde voorwerpen in de jacht-, bloemen- of keukenstillevens symbolische betekenis. Het opkomen van stillevens als onderdeel van de schilderkunst gaat samen met een nieuwe beleving van de werkelijkheid vanaf de late 14e eeuw; als zelfstandig schilderij komt het stilleven pas sinds de 16e eeuw voor. Het stilleven vindt zijn hoogtepunt in de Nederlandse schilderkunst uit de 17e eeuw.

Stoa
, Grieks voor een door zuilen gedragen portiek.

Stoffage, bijwerk, inrichting, architectonisch element in de landschapstuin dat de gevoelswaarde van een aanblik moet versterken.

StoÔcisme, naar de Griekse filosofenschool van de Stoa genoemde houding die de vrijheid van aandrangen en affecten idealiseert.

Straalkapellen, de kapellen die als een krans liet kooreinde van Romaanse en gotische kerken omgeven.

Stuc, Ital. stucco, gips; massa van gips, kalk en zand die in vochtige staat goed kneedbaar is, maar snel hard wordt en dan niet meer te corrigeren is.

Studiolo, mv. studioli, It., een kamer in een renaissancepaleis waarin de rijken of machtigen zich terug konden trekken om hun zeldzame boeken te bestuderen en hun kunstwerken te bewonderen. De studiolo werden een symbool van iemands humanistische kennis en artistieke beschaafdheid. Tot de bekendste behoren die van hertog Federico da Montefeltro in Urbino en Isabelia d'Este in Mantua.

Stutafwisseling, afwisseling van zuil en pijler

Stylieten, Gr.: pilaarheiligen, een bijzondere vorm van kluizenaarsleven in het oostelijk christendom waarbij een asceet zijn leven lang op een pilaar doorbrengt. De ascetische principes van zich op een plaats ophouden, dakloos zijn en zich afwenden van de wereld, werden hiermee letterlijk op de spits gedreven.

Stylobaat Gr.: bovenste trede van de onderbouw van een antieke tempel waarop de zuilen staan.

Stylobaat, architectuurterm: verhoogde vloer die een reeks zuilen draagt.

Suda: Byzantijnse encyclopedie uit de tiende eeuw, waarin naast woordverklaringen ook veel geschied kundige opmerkingen staan, die afkomstig zijn uit deels verloren gegane klassieke geschriften.

Suk, Arab.: markt of bazaar in de Arabische wereld.

Supraporte, ook 'sopra porte', It. 'sopra porte' , boven de deur:  ornament boven een deur met een schilderij of reliŽf (opgewerkte plastische weergave op een vlak).

Symmetria, ordening en proporties van een gebouw die zorgen voor de harmonie ervan.

Symposion, drinkgelag met tafelgesprekken. Hierover ontstond een uitgebreide literatuur, die bewaard is gebleven.      

Synthronon, Gr.: zitbank voor de geestelijken langs de halfronde achtermuur van de apsis in een kerk, vaak met een bisschopstroon in het midden.

** Uw accommodatie  vindt u wereld wijd naar uw wens via: Booking
** U vindt bij Booking meer dan alleen hotels o.a.:
 Appartementen - Resorts  - Villa's  - Hostels  - Accommodaties met onsen - Bed & Breakfasts  - Pensions  - Motels  - Ryokans  -  Vakantieboerderijen  - Vakantieparken  - Campings  -  Botels  - Herbergen  -  Aparthotels  -  Vakantiehuizen  -  Lodges  - Accommodaties bij particulieren  -  Landhuizen  -  Luxe tenten  - Capsulehotels  -  Lovehotels  - Riads  - Luxe Chalets