L      Naar alfab. overzicht. Naar uw accommodatie!

    
Laatste Oordeel
, ook wereldgerecht, gerecht aan het einde van de wereld waarin Christus als wereldrechter recht spreekt over de levenden en doden. De geschilderde voorstellingen zijn samengesteld uit diverse berichten uit het Oude en Nieuwe Testament. Als wezenlijke bestanddelen verschijnen daarbij telkens de tronende Christus in de wolken ('Maiestas Domini'), uit wiens mond een zwaard en lelie tevoorschijn komen, de twaalf apostelen als bijzitters, trompet blazende engelen, geopende graven waaruit de doden opstaan, de weegschaal waarop aartsengel Michael de zielen weegt, het paradijs en de hel. Tijdens de lange ontwikkeling van het thema komen er nog meer motieven bij, zoals Maria en Johannes de Doper, die als voorsprekers voor de mensen knielen voor de troon, of de 24 oudsten, die de groep van apostelen aanvullen, of de vier wezens van de Apocalyps: stier, leeuw, adelaar en engel.

Lachmiden: Arabisch vorstengeslacht aan de benedenloop van de Eufraat. Zij heersten van de vierde eeuw n.C. tot kort na 602 n.C. toen het gebied onder Sassanidisch bestuur kwam te staan.

Lambrisering, bekleding van muren en plafonds met houten platen.

Landschapsschilderkunst, een in de late Middeleeuwen dan wel tijdens de Renaissance ontstaan schildergenre dat de realistische of gestileerde weergave van landschappen combineert met figuren en gebouwen. De weergaven van een harmonieus, meestal bosrijk landschap vol zon en licht doet dienst als 'ideaal landschap' (Lat.-Gr. 'idea', idee), waarin realistische natuurvoorbeelden worden verenigd tot een strenge compositie. Karakteristiek zijn ook een soort toneelachtig opgebouwde voorgrond en een ver uitzicht. Deze vorm van landschapsschilderkunst wordt in ca. 1600 door Italiaanse en Noord-Europese schilders in Rome ontwikkeld. Als er in dit type historische of mythologische figuren verschijnen, gaat het om een 'heroÔsch landschap' (Gr. 'heros', held). Een later type landschapsschilderij is het 'wereldlandschap', dat in de late 16e eeuw in Nederland wordt ontwikkeld (ook wel panorama landschap genoemd). Dit toont vanuit een hoger standpunt een weids landschap waarin alle elementen zeer minutieus zijn weergegeven. Een speciale vorm van dit schildergenre vormt het in de 18e en vooral in de 19e eeuw opkomende 'zuivere landschap', zonder figuren.

Langschip, hoofdgedeelte van de kerk, van de faÁade tot de viering

Lantaarn, in de bouwkunst de benaming voor een min of meer open bekroning op een grote koepel en voor de bovenste opengewerkte geleding van een toren, meestal achthoekig.

Lapidair museum, museum waarin fragmenten van stenensculpturen worden geconserveerd, vaak afkomstig van bouwwerken.

Lapis lazuli: kostbare donkerblauwe halfedelsteen, vaak met felle, goudkleurige insluitsels. Hij was in de Oudheid zeer geliefd als sieraad.

Lapithen,  mythisch volk van ThessaliŽ dat dapper met de Centauren gevochten zou hebben.

L'art pour l'art, Fr., de kunst voor de kunst: het halverwege de 19e eeuw verkondigde principe dat de kunst noch politieke, noch sociale of religieuze bindingen mocht hebben, maar alleen als opdracht had om 'kunst' te zijn.

Latei, bovendorpel, balkvormig element dat een venster of ingangspartij overspant.   

Latijns kruis, kruis met lengte- en dwarsarm van verschillende lengte.

Laura, Gr. smal straatje: een semi-anachoretische vorm van kloosterleven in de orthodox-christelijke kerk. waarin verder alleenwonende kluizenaars in los verband samenleven.

Lavabo, inrichting voor het wassen der handen in klooster en sacristie.

Laveren, Fr. 'laver' en It.-Lat. 'lavare' , wassen: een bewuste menging van de kleuren en kleurover≠gangen bij schilderijen en tekeningen.

Lazuurschilderkunst, Middel-Lat. 'lazur(i)um', blauwsteen, blauwverf, Arab. 'lazaward', lazuursteen, lazuurverf: een schilderstijl waarbij de kunstenaar dunne, transparante verf gebruikt, zodat de daaronder liggende lagen doorschemeren en de tint van de nieuw opgebrachte verf iets verandert.

Legenda aurea, Lat. gouden legende, verzameling heiligenlevens, bijeengebracht uit mondelinge en schriftelijke overlevering door Jacobus de Voragine, 1230-12981, dominicaan en aartsbisschop van Genua. De Legenda aurea is de belangrijkste bron voor de artistieke uitbeelding van heiligengeschiedenissen.

Legende van het Heilige Kruis, de in de 13e eeuw in de Legenda aurea opgetekende sage volgens welke de Heilige Helena, ca. 255-ca. 330, de moeder van Constantijn de Grote, 306-337, op haar pelgrimstocht naar Jeruzalem op Golgotha de drie kruisen uitgraaft. Om uit te vinden welk kruis dat van de Zoon van God is, laat ze de kruisen na elkaar op het lichaam van een dode leggen, die dan onder het kruis van Christus tot leven wordt gewekt. De keizerin brengt een deel van het kruis naar Constantinopel. De in Jeruzalem achterblijvende restanten worden in 614 door de Perzische koning Chosroes II, 590≠628, geroofd en uiteindelijk in 629 door keizer Heraclius, 575-641, heroverd. In de schilderkunst worden beide legenden meestal samen in een cyclus weergegeven. Het thema vindt pas vanaf de 12e eeuw grotere verbreiding.

Levensbron, Lat. 'fons vitae': ook paradijs- of genade bron, in de christelijke iconografie het symbool voor de verkwikking van de ziel in het paradijs door de doop. Op pinksterschilderijen is de stromende levensbron ook het symbool van de Heilige Geest. Deze wordt weergegeven als (architectonisch gebouwde) bron of als vat waaruit de dieren drinken.

Libatie, lat.: plengoffer. een cultushandeling waarbij de godheid vloeistoffen (wijn. bloed e.d.) krijgt.

Lichtbeuk, het torenvormige bovengedeelte van een koepel of gewelf; de opbouw bevat ramen die voor het benodigde licht zorgen.

Ligue, het in 1576 onder leiding van Hendrik de Guise gesloten verbond tot bescherming van het katholieke geloof tegen de hugenoten.

Lijdende Christus, weergave van de lijdende Christus die getekend wordt door de pijnigingen van het martelaarschap.

Lijden van Christus, Kerk-Lat. 'passio': lijden(sgeschiedenis) van Christus. Het omvat alle gebeurtenissen die direct of indirect in verband staan met de kruisiging, zoals de Judaskus, de gevangennamen, het verhoor, de doornenkroning en het dragen van het kruis.

Lijdenswerktuigen, Lat. 'arma Christi', wapens van Christus: symbolen van het lijden van Christus. Het zijn werktuigen die verband houden met de lijdensgeschiedenis van Christus, zoals kruis, doornenkroon, lans, staf met azijnspons, martelzuilen, gesel, roede, ketenen, drie nagels, hamer, ladder, tang en drie dobbelstenen. Oorspronkelijk worden ze opgevat als koninklijke of triomf tekens van de Zoon Gods. Ze verschijnen in taferelen over Christus' terugkeer.

Lijst, lijstwerk, van de muur afstaande, horizontaal verlopende versiering. Lijstwerk wordt gebruikt voor de verlevendiging en indeling van afzonderlijke geveldelen, bijvoorbeeld een voet- of sokkellijst, dak- en raamlijsten.

Limitanei, lat.: grenstroepen in het Byzantijnse Rijk. die in kampementen en versterkingen langs de grenzen waren gelegerd.

Lineair-B,  Myceens syllabenschrift dat de archaÔsche Griekse taal weergeeft.

Lichtbeuk, verdieping, als bovenbeuk de vensterzone in het middenschip van de christelijke basiliek

Liseen, een iets uitspringende verticale strook aan een muur, zonder kapiteel of voetstuk, ter geleding van een wand.

Lithografie, naar Gr. 'lithos', steen en 'graphein', (be)schrijven: steendruk, vlakdrukprocťdť dat berust op het, verschijnsel dat water en vet elkaar afstoten. Voor deze techniek wordt een stuk kalksteen (leisteen uit Solnhof) bevochtigd met vette tekeninkt. De daarna opgebrachte druk verf geeft op het papier alleen die gedeelten weer die geen water bevatten.

Litholatrie, Gr.: aanbidding van stenen.

Liturgie, Gr. 'litourgia', openbare dienst, openbaar werk: de eredienst die in de rooms-katholieke en oosterse kerktraditie volgens vaste voorschriften wordt voltrokken.
 Maaswerk, opengewerkte stenen platen die als versiering in het spitsboogvlak van een gotisch venster zijn aangebracht. Het wordt later ook gebruikt bij puntgevels, wanden en andere vlakken.

Liwan, Arab. van Perz.iwan: een aan de kant van de tuin of binnenplaats open. met een halfkoepel of tongewelf overdekte hal, het belangrijkste element in de islamitische architectuur.

loculus, lat.: arcosolium, een nis in onderaardse gangen en catacomben waarin de dode werd bijgezet.

Lodewijkstijlen, samenvattende benaming voor de stijlontwikkelingsfasen, vooral in de toegepaste kunsten, tijdens de regeringen van Lodewijk XIV (1643-1715), Lodewijk XV (1715-1774) en Lodewijk XVI (1774-1792). De stijlen worden, ook buiten Frankrijk, vaak met de Franse namen aangegeven, resp. Louis Quatorze, Louis Quinze, Louis Seize. De stijl Louis Quatorze staat in het teken van een vaak wat pompeuze barok (met een typerende tegenstelling tussen de classicistische exterieurs der bouwwerken en een barok gedecoreerd en ingericht interieur), de stijl Louis Quinze, lichtvoetiger, met golvende vormen, speelser motieven en helder coloriet, manifesteert zich in feite pas in de loop van diens regering en wordt ook wel rococo genoemd, de stijl Louis XVI tendeert weer naar strakkere vormen, vaak op de klassieke oudheid geÔnspireerd.

Loge, naar het interieur toe geopend emporium, vooral in de theaterbouw

Loggia, open, door zuilen of pilaren gedragen hooghal. Staar vrij of maakt deel uit van een groter gebouw. In de Renaissance dienden de loggia's als representatieve ruimten voor overheid of voorname families, of als markthal.

Logos,  bron van ideeŽn, universele rede bij de Griekse filosofen.

Louis-Philippe, naam voor een stijl in de toegepaste kunst tijdens de regering van de 'burgerkoning'.  Louis-Philippe (1830-1848), in zekere zin een Franse variant van het Duitse biedermeier, waarin elementen van het empire worden aangepast aan de meubelen en interieurs van een verburgerlijkte maatschappij.

Louis Quatorze, Lodewijk XIV, zie Lodewijkstijlen.

Louis Quinze, LodewijkXV, zie Lodewijkstijlen.

Louis Seize, Lodewijk XVI, zie Lodewijkstijlen.

Lucasgilde, een economisch verband van handwerkslieden (hier schilders) dat in de Middeleeuwen is ontstaan; hun schutspatroon is de evangelist Lucas, die volgens de legende een portret van Maria heeft geschilderd.

Luchtboog, speciaal in de gotische bouwkunde een hooggeplaatste stenen schoor, die de verbinding vormt tussen steunbeer en hoge, gewelfdragende muren van een bouwwerk.

Luchtperspectief, Middel-Lat. 'perspectiva' ('ars'), doorheenkijkende (kunst):  een ruimte ontsluitend, op visuele kleurervaring berustend vormgevingsprincipe waarbij bij toenemende afstand alle kleuren steeds meer overgaan in blauwgroene tinten en in de richting van de horizon steeds helderder en kleurlozer verschijnen. Tevens worden de zichtbare dingen steeds onscherper. Als vormgevingsmiddel is de luchtperspectief een bijzondere vorm van de kleurenperspectief.

Lunet
, Fr. maan, in de bouwkunst een segment van een cirkel boven deuren en ramen, vaak versierd

Lustslot, vanaf de Renaissance paleis in bekoorlijke omgeving dat dient voor ontspannend tijdverdrijf   

** Uw accommodatie  vindt u wereld wijd naar uw wens via: Booking
** U vindt bij Booking meer dan alleen hotels o.a.:
 Appartementen - Resorts  - Villa's  - Hostels  - Accommodaties met onsen - Bed & Breakfasts  - Pensions  - Motels  - Ryokans  -  Vakantieboerderijen  - Vakantieparken  - Campings  -  Botels  - Herbergen  -  Aparthotels  -  Vakantiehuizen  -  Lodges  - Accommodaties bij particulieren  -  Landhuizen  -  Luxe tenten  - Capsulehotels  -  Lovehotels  - Riads  - Luxe Chalets