I en J     Naar alfab. overzicht. Naar uw accommodatie!

    
Iconoclasme
, Beeldenstorm, door een edict van Keizer Leo 111 verordende vernietiging van alle beelden waarop Christus, Maria of heiligen in menselijke gedaante zijn afgebeeld. De aanhangers, de iconoclasten, vochten tegen afgoderij, die volgens hen door afbeeldingen werd bevorderd. De strijd werd in 787 bijgelegd door keizerin Irene ten gunst van de beeldenvereerders. De term heeft ook betrekking op de Beeldenstorm die in de 16e eeuw door protestantse extremisten werd uitgevoerd in kerken.

Iconografie, Gr. beeldbeschrijving, van oorsprong de wetenschap die de afbeeldingen uit de Oudheid bestudeert. In de kunstwetenschap betekent de term het onderzoek naar inhoud en symboliek van beeldende voorwerpen, vooral voorwerpen met christelijke onderwerpen. Van wezenlijk belang daarbij is het onderzoek van de literaire (theologische, filosofische) bronnen die invloed hadden op de gekozen motieven en werkwijze.

Iconologie, naar Gr. 'eikon', beeld en 'logos', woord, gesprek": het begrip 'iconologisch' wordt in 1912 door kunsthistoricus Aby Warburg, 1866-1929, ingevoerd en staat voor een onderzoeksmethode die zich richt op de reconstructie van sociaal-culturele samenhangen. De systematische uitwerking van de iconologie als methode waarmee beeldende kunstwerken kunnen worden geÔnterpreteerd, vindt plaats vanaf ca. 1930 door Erwin Panofsky.

Iconostase, wand van beelden die in kerken van de Byzantijnse ritus de altaarruimte scheidt van het schip van de kerk

Icoon, Gr. afbeelding, gelijkenis; heilig, draagbaar klein paneel uit de oostelijke Kerk met afbeeldingen van vooral Christus, de Maagd met Kind en heiligen. De afbeeldingen zijn volgens vaste patronen hiŽrarchisch opgebouwd en hebben weinig te maken met individuele interpretatie. Naast hun functie als kerkelijke stukken werden ze ook gebruikt voor particuliere aanbidding.

Ideaal landschap, zie Landschapsschilderkunst.

Idumaiers: inwoners van Idumai,een aan het begin van de vierde eeuw v.C. door de Perzen gestichte provincie ten westen van de Dode Zee.

Ignudi, enk.v. ignudo, It. mannelijke naakten. De bekendste zijn die op Michelangelo's plafond van de Sixtijnse Kapel.

Illuminatie, naar Lat. 'illuminare', belichten, verlichten, versieren: de picturale versiering van handschriften (handgeschreven boeken) en vroege drukwerken door de illuminator (boekschilder).

Illusionisme, Lat. illusie, ironie, spotternij, misleiding; Fr. illusion, drogbeeld;  met artistieke en perspectivische middelen opgeroepen schijnbaar drie dimensionale voorstelling op een tweedimensionaal vlak.

Imago pietatis, Lat. 'imago', beeld en 'pietas', vroomheid, erbarming, liefde: beeld van medelijden, een religieuze afbeelding bedoeld om sterke gevoelens van medelijden, tederheid of liefde op te roepen; in het bijzonder een afbeelding van Christus op zijn graf, waarbij de wonden van kruisiging duidelijk zichtbaar zijn.

Imam: voorganger tijdens het islamitische vrijdagsgebed. Bij sjiieten tevens benaming van de religieuze voorman

Imitatio, Lat., nabootsing

Immaculata, Lat., de onbevlekte: leer van de onbevlekte ontvangenis van Maria, die in de 15e eeuw wordt aangehangen door de franciscanenmonniken en later het dogma van de katholieke kerk wordt.

Immaculata conceptie, Lat., onbevlekte ontvangenis.

Impasto, It., de techniek waarbij verf heel dik wordt aangebracht; dik aangebrachte verf.

Impost, 1. de bovenste uitstekende plaat van een zuil of pijler waarop de boog of het gewelf rust; 2. dwarsbalk, middendorpel van een raam.

Impresa, mv. impresse It., een embleem of devies dat zowel een afbeelding als een motto bevat.

Impressionisme, Fr. 'impression', indruk; Lat. 'impressio', indruk van de verschijningen op de ziel: aanduiding voor een kunstrichting die tussen 1860 en 1870 in Frankrijk ontstaat. Het gaat de vertegenwoordigers ervan vooral om de subjectieve en spontane opvatting van vluchtige verschijnselen en stemmingen. Ze zijn niet zo zeer geÔnteresseerd in de weergave van de materialiteit van de dingen als wel in hun kleurrijke oplossing, opgeroepen door zon, licht en lucht.

Incrustatie, Lat. incrustare, met schors bedekken; bekleden van muur- en vloeroppervlakken met kleurige, gepolijste, platte stukken steen, meestal marmer of porfier, die tot een decoratief patroon worden gerangschikt. Incrustaties zijn bekend uit de Oudheid en de Byzantijnse tijd. In ItaliŽ vormen ze een belangrijk element in de architectuur van de vroege Middeleeuwen tot de Barok.

Incunabel of wiegendruk, de naam die men is gaan geven aan de eerste met losse letters gedrukte boeken, en wel aan de boekwerken die vůůr ca. 1500 verschenen zijn.

Inkarnaat, Fr. 'incarnat', vleeskleurig, It. 'incarnato'; naar Lat. 'carnis', 'caro', vlees: de kleurtint waarmee de menselijke huid wordt weergegeven, meestal een mengsel van wit en rood.

Inquisitie, Lat. 'inquisitio', onderzoek: de kerkelijke vervolging van ketters in de Middeleeuwen. Paus Gregorius IX, 1227-1241, bouwt de Inquisitie in 1231-1232 uit tot een pauselijke institutie, 'Sanctum Officium', en benoemt het liefst dominicaner- of franciscanenmonniken als inquisiteurs. In toenemende mate worden de strafbare delicten uitgebreid met hekserij, tovenarij of waarzeggerij. In 1859 wordt de Inquisitie definitief afgeschaft.

Insignia, Lat.: attributen of symbolen waarmee de macht en waardigheid van iets of iemand wor≠den weergegeven.

Intarsia of IntarsiŽn, Lat. intarsiare;  inleggen, een vorm van meubeldecoraties waarbij figuren worden gecreŽerd door stukjes gekleurd hout en soms ivoor,  schildpad, metaal en parelmoer in te leggen, meestal toegepast in wandpanelen, kabinetsdeuren enz.

Intercolumnium, afstand tussen twee zuilen, gemeten van as tot as.

Interieur, Fr., inwendig, binnenin: de geschilderde voorstelling van een interieur.

Internationale Gotiek, It. 'gotico', barbaars, niet-antiek), ook internationale of hoofse stijl en in de Duitstalige cultuurgebieden zachte of weke stijl; een aanduiding voor een uniforme kunststijl in de schilderkunst en beeldhouwkunst van West≠Europa tussen 1380 en 1430. Deze periode, die gebaseerd is op gotische vormentaal, wordt gekenmerkt door een zachte, elegante en ritmische lijnvoering en slankere proporties. Karakteristiek is de gedifferentieerde weergave van kostbare stoffen en hun talrijke plooien. Nieuw is ook de diepere handelingsruimte, zodat grotere landschappen of interieurs worden getoond als illustratief bijwerk.

Intrados, binnenwelfvlak.

Invatting, in de kunst de beschildering of vergulding achteraf van een beeldwerk.

Inventio, Lat. invenzione (It.), 'uitvinding', conceptie van een voorstellingsinhoud

Investituur, Lat. investire, bekleden; volgens rooms-katholiek kerkrecht de laatste stap in de benoeming van een bezadigd kerkelijk ambtenaar, bijvoorbeeld een bisschop of abt, door de paus.  

Investituurstrijd, de van 1075 tot 1122 durende strijd tussen de paus en de Duitse koning die zich toespitste op het recht bisschoppen en abten, die vanaf de 9de eeuw door wereldlijke heersers werden benoemd, te installeren met ring en staf. Het conflict begon met het verbod op de lekeninvestituur door Gregorius VII. Hendrik IV, die zich in zijn koninklijke rechten aangetast voelde, reageerde met het afzetten van de paus en werd vervolgens door Gregorius Vil in de ban gedaan. De Investituurstrijd eindigde in 1122 met het zogenaamde Concordaat van Worms tussen Hendrik V en Calixtus II. De koning zag ervan af de bisschoppen persoonlijk te benoemen, maar had het recht aanwezig te zijn bij de canonieke keuze van een bisschop. De Investituurstrijd strekte zich ook uit tot Engeland en Frankrijk, maar daar greep het conflict niet zo diep in als in Duitsland.

Ionische zuil, tot de verfijnde Ionische zuilorde (Grieks architectonisch systeem) behorend verticaal bouwelement dat bestaat uit een rijk geprofileerd basement, een slanke, gecanneleerde schacht en een kapitaal verfraaid met een eierlijst en voluten (rolvormige versiering) en afgedekt door een abacus (dekplaat). Tijdens de Renaissance en het Classicisme werden tussen de voluten vaak guirlandes, bijvoorbeeld van acanthus bladeren, aangebracht.

Ionisch gebint: het gebint in de antieke architectuur is het geheel van balken, fries en kroonlijst van een gebouw. Bij de Ionische bouworde zijn de losse elementen rijk versierd met gevlochten en plantaardige motieven.

Isisknoop: de Egyptische godin Isis wordt gewoonlijk uitgebeeld in een met een knoop voor de borst vastgemaakt gewaad Een dergelijk gewaad met deze Isisknoop werd ook door haar priesteressen gedragen.

IsmaÔliten of zeveners: een radicale sjiitische sekte. De leer wordt gekenmerkt door het strenge onderscheid tussen 'uiterlijke' en 'innerlijke'. Het uiterlijk is de algemeen erkende betekenis van de geloofsleer, terwijl het innerlijk de werkelijke, onwankelbare waarheid is die daarin verborgen ligt en die door middel van mystieke technieken zichtbaar gemaakt kan worden.

Isocefalie, naar Gr. 'isos', gelijk en 'kephale', hoofd: compositiewijze waarbij de hoofden van de weergegeven personen op ťťn hoogte verschijnen.

Isonomia,  politiek stelsel gebaseerd op de gelijkheid van iedereen voor de wet. Kalfstanden: sierelement gevormd door een rij vooruitstekende kubusvormige tanden met tussenruimte op een kroonlijst.

ItoereeŽrs: bewoners van het gebied tussen het Libanongebergte en het Anti-Libanongebergte tot bij Arka. Zij stichtten daar de tetrarchie van Chalkis, die door Pompeius in 63 v.C. eerst tot een Romeinse vazalstaat werd gemaakt, en in de keizertijd werd opgenomen in de provincie Syria.

Izebel of Jezabel: dochter van koning Ittobaal of Etbašl van Tyros en Sidon. Zij huwde in de negende eeuw v.c. met Ahab of Achab, koning van IsraŽl, en geldt als zinnebeeld van heidendom en afgoderij.

J
Jacobieten: aanhangers van de Syrische, monofysitische staatskerk.

JezuÔetenorde, Lat. Societas Jesu, genootschap/sociŽteit van Jezus;  in 1534-1539 door de Spanjaard Ignatius van Loyola (1491-1556) ter bestrijding van de ketterij gestichte katholieke orde, die zich inzet voor een vernieuwing van het kerkelijke gezag en probeert de reformatorische beweging een halt toe te roepen. Door hun grote activiteit in de missie, de opvoeding en het onderwijs en op het gebied van letterkunde en wetenschap zijn de jezuÔeten een factor van betekenis geweest in de Europese cultuur.

Johannieterorde, verschillende orden van gemeenschappelijke afkomst, zoals de Malteser, johannieter- en hospitaliseerorde. Deze orde is de vroegste geestelijke ridderorde, die in ca. 1060 is voortgekomen uit een verpleegbroederschap.

Judea: in de Klassieke Oudheid de naam van het zuidelijk deel van Palestina. Na de ineenstorting van het rijk van Juda werd Judea een zelfstandige Perzische provincie en het gebied waarin uit Babylonische ballingschap terugkerende joden werden opgevangen. Daarna stond de streek onder verschillende heersers, en vanaf 6 n.C. werd het met Samaria een Romeinse provincie onder een procurator, waaronder Pontius Pilatus van 26 tot 36. Vanaf de Joodse Opstand (66 n.C.) werd de naam Judea gebruikt voor heel Palestina.

Jugendstil, ook, in Frankrijk, Art Nouveau genoemd, een stijlvernieuwing in Europa van ca. 1890-1910, vooral in de decoratieve kunsten, met als ken merken o.a. asymmetrische composities, op planten, dieren en organische vormen geÔnspireerde siermotieven en beweeglijke contouren.  

juk, gewelfd ruimtesegment      

** Uw accommodatie  vindt u wereld wijd naar uw wens via: Booking
** U vindt bij Booking meer dan alleen hotels o.a.:
 Appartementen - Resorts  - Villa's  - Hostels  - Accommodaties met onsen - Bed & Breakfasts  - Pensions  - Motels  - Ryokans  - Vakantieboerderijen  - Vakantieparken  - Campings  -  Botels  - Herbergen  -  Aparthotels  -  Vakantiehuizen  -  Lodges  - Accommodaties bij particulieren  -  Landhuizen  -  Luxe tenten  - Capsulehotels  -  Lovehotels  - Riads  - Luxe Chalets