B    Naar alfab. overzicht. Naar uw accommodatie!

    
Baal
(Hebr. heer): godheid uit het Fenicisch pantheon. Meestal wordt hij afgebeeld als god van de bliksem, net als de Griekse Zeus en de Romeinse Jupiter.

Baalat Gebal (Hebr.-Fenicisch, Vrouwe van de Stad (Byblos): fonetische transcriptie van de Egyptische titel Nbt Kbn. een verwijzing uit het eerste millennium v.C naar de Fenicische god in Astarte van Byblos. De Grieken stelden haar gelijk aan Aphrodite.
 
Babyloniërs: bevolking van het laagland aan de benedenloop van Eufraat en Tigris, de basis van de grote rijken van het Midden-Oosten. Rond 1800 v.c. werd het Oud-Babylonische Rijk gesticht door Hammoerabi, met de hoofdstad

Babylon, dat echter al gauw na zijn dood in 1750 v.c. uiteen viel. Na een periode van verval en buitenlandse heerschappij stichtte Nabopolassar rond 612 v.c. het Nieuw-Babylonische Rijk. Babylon bloeide weer op en werd de mooiste stad van de Oudheid. In 529 v.c. werd het Nieuw-Babylonische Rijk door de Perzen vernietigd. Babylon bleef echter tot de heerschappij van Alexander de Grote een belangrijke rol spelen.

Bacchanaal, naar Lat. 'Bacchus', Romeinse god van de wijn: feest ter ere van deze god.

Bacchus, in de Romeinse mythologie de god van de wijn en de vruchtbaarheid. Bacchanalen waren vaak orgiastisch.

Bacino di San Marco, It., het (haven)bekken van San Marco: bocht voor het stadscentrum waar­aan het plein met het dogen paleis ligt en waar­in het Canal Grande uitmondt.

Baldakijn, Ital. Baldacchino; stoffen overhuiving boven een troon of bed; de op stokken rustende draaghemel bij Processies; in de bouwkunst een sierverhemelte van hout of steen boven een troon, bisschopszetel, altaar, katafalk, kansel of standbeeld. De naam gaat terug op de kostbare met gouddraad bestikte zijden stof uit Bagdad (Ital. Baldacco) waarvan het eerste sierverhemelte in Italië word gemaakt.

Balkhoofd,  steun in de vorm van een platte kraagsteen die onder een kroonlijst wordt geplaatst. In de Dorische bouworde vertoonde hij een ondervlak of soffiet dat met druppels in reliëf werd versierd.

Balkon, Ital. Balcone; in de gevel van een gebouw op een bovenverdieping uitspringend, niet overdekt platform, dat door een borstwering of balustrade wordt afgesloten. Ook binnen in een gebouw kunnen balkons zijn aangebracht, zoals in een theater. Behalve dat men er op kan staan, wordt het balkon ook gebruikt voor de geleding van de gevel.

Baluster, gedrongen stijl van een balustrade met een geprofileerde schacht

Balustrade, Ital. Balaustrata;  een uit balusters (spijlen) en een daarop rustende handlijst bestaande leuning, die vooral in de Renaissance en de Barok word gebruikt als afzetting van een trap, balkon, terras of dak.

Bamboccianti , It., naar 'bamboccio', dik kind, domoor, lummel: aanduiding voor een groep Nederlandse schilders in Italië die daar in de 17e eeuw bekend worden met schilderijen van boerse, realistische volkstaferelen. Ze zijn genoemd naar de spotnaam voor de oprichter, Pieter van Laer, voor 1599-1642.

Banderol, It. banderuola, kleine vlag, een lange vlag of rol (meestal gespleten) met een opschrift. In de renaissancekunst meestal gedragen door engelen.

Banketje, Ned., tussenrnaaltijd, ook ontbijt: Nederlandse aanduiding voor de schildering van het ontbijt, een in de 17e eeuw in Nederland ontwikkeld stilleven. Meestal schildert de kunstenaar een gedekte ontbijttafel met een kleine keuze aan spijzen en vaatwerk.

Baptisterium, Gr. baptisterion: bassin, eigenlijk een diep bassin in oude badhuizen; ook doopkerk. Van de 4e tot de 14e eeuw en ook nog wel in de 15e werden baptisteriums in Italië als zelfstandige kerkgebouwen rond een doopvont gebouwd, naast een grote kerk. Ze dienden voor de doop en zijn meestal aan Johannes de Doper gewijd. Meestal zijn het centralebouwwerken op een vierkante, veelhoekige of ronde plattegrond. In de Middeleeuwen werd het gebruik van de complete onderdompeling bij de doop afgeschaft. Voortaan kon men volstaan met een kleiner doopbekken in de hoofdkerk.

Barbacane,in de middeleeuwse vestingbouw een, meestal halfrond, stenen verdedigingswerk vóór een poort of brug van een stad of kasteel.

Barbaren,  voor de oude Grieken: vreemde volkeren. Oorspronkelijk had het woord geen ongunstige betekenis.

Barok,  Port. barucca, onregelmatig gevormde parel; stijlperiode in de Europese kunst tussen Maniërisme en Rococo (omstreeks 1590 - omstreeks 1725), die zich in verschillende stromingen manifesteert. Zo omvat de barokke schilderkunst behalve het classicisme van de Caracci's ook het realistische werk van Caravaggio. Het begrip “barok” betekende oorspronkelijk “niet met de goede smaak overeenstemmend” en werd in het 18de- eeuwse Frankrijk gebruikt voor kunst die tegen de heersende classicistische smaak inging.
Algemene kenmerken van de Barok zijn: spanningsvolle beweging, het opheffen van de grenzen tussen architectuur, beeldhouwkunst en schilderkunst, het creëren van illusionistische effecten en een nadruk op het representatieve en belerende element.
De Barok ontwikkelde zich in Italië en kwam voort uit bepaalde stijlvormen van de hoge Renaissance. Zo markeerde de bouw van de kerk Il Gesu (1568-1584) het begin van de barokke kerkarchitectuur. De barokke kunst was nauw verbonden met de contrareformatorische inspanningen van de katholieke Kerk en gold als een belangrijk instrument voor de verbreiding van het ware geloof. Naast allerlei religieuze en mythologische thema's zijn in de Barok ook allegorieën, genrestukken en landschappen sterk vertegenwoordigd.

Basement, Gr. basis, schrede, gang, grondslag, later, de betreden bodem, van bainein, gaan; in de bouwkunst het uitspringende, meestal geprofileerde voetstuk van een zuil of een pijler, dat de druk van de zuilschacht over een groter oppervlak verdeelt en de overgang naar de plint (voetplaat) voorbereidt. In de beeldhouwkunst is het basement het blok waarop een beeld of een reliëf rust.


Plattegrond van de barokke S. Andrea della Valle, RomeBasilica, Gr. basilike stoa: koningshal, in Athene het ambstgebouw van de archont Basileus, in het oude Rome was het een langgerekt gebouw waar markten en rechtszaken werden gehouden.
Het christendom neemt de basilica of basiliek over als onderkomen voor de gemeente, dat wil zeggen als kerk.
De basisvorm bestaat uit een rechthoekige zuilenhal, oftewel het middenschip, dat wordt geflankeerd door 2-4 smallere en lagere zijschepen. Het licht komt door de ramen in de zijschepen en de hoge ramen in het middenschip. Het middenschip loopt, meestal in het oosten, uit in een apsis
. Het basiliekschema wordt later gevarieerd en uitgebreid. Toegevoegd worden bijvoorbeeld een dwarsschip, een narthex, een grafkelder en een koor. Het van oorsprong sobere uiterlijk krijgt door de toevoeging van een toren, inlegwerk en de deels complexe versiering van portalen steeds meer architectonische betekenis.
Het interieur van Romaanse basilieken wordt vooral met behulp van mozaïeken en muurschilderingen vormgegeven, terwijl in de Gotiek, wanneer de architectuur symbolisch wordt opgevat als 'illusionistische afbeelding van de hemelse stad", de sculpturale vormgeving belangrijker wordt. De Italiaanse basilieken ten tijde van de Renaissance gaan terug op een eenvoudige, vlakke bouwstructuur en geven daarmee ook een nieuwe impuls aan de muurschilderkunst.

Basileos (Gr., Lat.basileus): Byzantijnse keizer.

Basileum (Gr.): attribuut dat de drager als heerser kenmerkt, zoals bijvoorbeeld de kroon van Isis.

Basis, geprofileerde voet van een zuil of een pijler die de overgang vorrnt van de schacht naar de voetplaat (plint)

Bas-reliëf, vlak reliëf , zie zuil van Antonius Pius

Bastide, naam voor een stelselmatig aangelegde versterkte stad, zoals die in de tweede helft van de 13de eeuw in Zuid-Frankrijk werd gebouwd.

Bastion
,  vooruitspringend deel van een vestingmuur.

Bedelorden, ook mendicanten genoemd, Lat.mendicare: bbedelen, orden die zich in leven houden door werk en bedelarij en zich aan absolute ascese hebben overgegeven. Ze ontstonden in de 13e eeuw als reactie op de verwereldlijking van de kerken, Franciscus van Assisi. De bedelorden combineerden het kloosterleven met geestelijke en psychische activiteiten die ze in het wereldse leven uitvoerden, zoals zielzorg, bestrijding van de ketterij, onderwijs aan de universiteiten en missiewerk.

Beeldenstorm, de tijdens de Reformatie, 1517­1648, gevoerde strijd tegen de religieuze schilderijen in kerken en de verering die ze ten deel viel. Tegenover Karlstadt, ca. 1480-1540, Ulrich Zwingli, 1481-1531, en Johannes Calvijn, 1509­1564, die de beeldenverering radicaal verwerpen, probeert Martin Luther, 1483-1546, een gematigde positie in te nemen.

Beeldnis, uitsparing in een muur waarin een beeld of beeldengroep kan worden geplaatst, al dan niet voorzien van een architectonische of gebeeldhouwde omlijsting. De nis kan verschillende vormen hebben en wordt zowel binnen als buiten aangetroffen.

Bekleding, ook aankleding, het om esthetische redenen bedekken van het oppervlak van een bouwwerk met niet-dragende materialen; de bedoeling hiervan was het verhogen van de bestendigheid of het verbeteren van akoestische of thermische omstandigheden.

Bekroning, bovenste sierafsluiting van een bouwwerk.

Belfroot, ook: belfort, stadhuistoren met klokkenstoel of uurwerk. Hoofdtoren van een burcht, toevluchts- of verdedigingsbouwwerk

Belt walk, een rondom het park lopende weg waarvandaan men het park continu van buitenaf kan bekijken

Bema (Gr.): een door middel van een of meer traptreden verhoogde altaarruimte voor de apsis in de vroegchristelijke en Byzantijnse kerken.

Benedictijnen, de oudste kloosterorde van de westerse Kerk. De benedictijnen, die leven volgens de Regel van Benedictus van Nursia, vormen geen orde in de zin van een aaneengesloten organisatie met centraal bestuur. Pas in 1893 verenigde paus Leo XIII alle congregaties van benedictijnen tot één confederatie onder de leiding van een abt-primaat, die te Rome resideert. Daar bezit de orde ook een universiteit, collegio S. Anselmo.
In Nederland werd de abdij van Oosterhout in 1907 gesticht, in 1935 de abdij te Egmond, in 1945 Slangenburg te Doetinchem en in 1951 St.-Benedictusberg te Mamelis bij Vaals. Sinds 1969 vormen de Nederlandse abdijen een zelfstandige congregatie.
In België behoren de abdijen van Dendermonde, 1841, Affligem 1870, Steenbrugge bij Brugge, 1879 en Keizersberg bij Leuven, 1899 tot de Congregatie van Subiaco. Hiernaast maken de Belgische abdijen van Maredsous, Anhée, 1872 en Sint-Andries in Brugge, 1899 en de priorijen van Wavreumont, Stavelot, 1952 Ottignies, 1970 en Quévy deel uit van de Congregatie van O.L.-Vrouw-Boodschap. Sinds de Tweede Wereldoorlog werden in de ontwikkelingslanden veel nieuwe kloosters gesticht. Het devies van de orde luidt: Ora et labora, Bid en werk.

Beschildering, het met verf of goud bekleden van een houten beeld. Het hout werd eerst bewerkt met gips of krijt om een zo glad mogelijk oppervlak te krijgen. Tot de 18e eeuw werd tempera gebruikt, daarna ook olieverf.

Beslagwerk, ornamentvorm

Betekenisperspectief, middeleeuws 'perspectiva' ('ars': doorheenkijkende (kunst), een schilderstijl die tijdens de Middeleeuwen wijdverbreid is en waarin de personen en voorwerpen niet worden weergegeven naar hun reële verschijning, maar overeenkomstig hun ideële rang en betekenis. Zo worden bijvoorbeeld heiligen, goden of helden groter weergegeven dan de overige personen, zoals de opdrachtgevers van een schilderij.

Betyl: een heilige steen die als zetel van een godheid vereerd werd en/of met de godheid werd geïdentificeerd.

Beuk, zie Schip.

Biforium,  Lat., een dubbel raam dat in de Middeleeuwen werd ontwikkeld; boven het raam zat een koepel en het raam zelf werd in tweeën gedeeld door een zuil.

Binnenwelving, wangen van een muuropening.

Bisschop, Gr. opiskopos, toezichthouder, geestelijke hoogwaardigheidsbekleder. Bij de vroegste christenen was hij de leider van een gemeenschap, later als opvolger van de apostelen het hoofd van een bisdom, een diocees of een parochie. Hij bezit de volmacht van leraars-, priester- en herdersambt. De tekenen van zijn waardigheid zijn de mijter (bisschoppelijk hoofddeksel), de bisschopsstaf en de bisschopsring.

Bisschopsstaf, een staf met een omgebogen uiteinde of kruis die wordt gedragen door een bisschop of aartsbisschop als symbool van dienst.

Blinde façade, om redenen van vormgeving voor een bouwlichaam geplaatste façade die los staat van de structurele opbouw daarvan

Bister
, een geelbruin pigment gemaakt van roet. Het is oplosbaar in water en werd van de 14e tot de 19e eeuw gebruikt als vernislaag op tekeningen.

Blindnis, architectonisch element dat als versiering of als onderverdeling in of tegen een muurdeel wordt gevoegd.

Boekschilderkunst, ook miniatuurschilderij, Lat. 'miniatura'; naar 'miniatus', met menie geverfd: de kunst om handschriften en boeken te voorzien van beeldende voorstellingen of ornamenten. De schilderingen zijn óf bestanddeel van de tekst óf beslaan een afzonderlijke bladzijde. De boekschilderkunst beleeft haar hoogtepunt in de Byzantijnse en middeleeuwse kunst van Europa.

Boeyhiden of Boejiden: sjiitische dynastie die van 932 tot 1055 in Iran en Irak heerste. De
Boewayhiden waren oorspronkelijk legeraanvoerders, en hun regeerperiode werd dan ook gekenmerkt door het sterk militaire bestuur, maar ook door een relatieve stabiliteit en rust voor de soennieten in het rijk.

Boeriden: dynastie van de Seldsjoeken in Damascus, die van 1102 tot 1154 aan de macht was. Hun ondergang wordt in verband gebracht met de nauwe relaties, die zij met de christelijke Franken onderhielden.

Bohème, Fr. 'bohème', kunstenaarswereld; naar 'Bohème', Bohemer, zigeuner: nietburgerlijke wereld, het losse, vrije leven van studenten en kunstenaars.

Boiserie, houten betimmering

Boog, gewelfde constructie ter overspanning van een open ruimte of muuropening, die het bovenliggende gewicht ondervangt en verdeelt over pijlers of zuilen. Het hoogste punt van de boog is de kruin. Daarin wordt als laatste steen de sluitsteen gezet. Deze is vaak wigvormig en wordt door kleur- of vormdecoratie benadrukt. De porring (ook wel rijzing of kromming) van een boog is de loodrechte afstand tussen de kruin en de lijn die de aanzetten van de boog verbindt. In de vorm van imposten vormen deze aanzetten een apart element tussen de boog en de zuil, pijler of muur. De binnenkant van een hoog noemt men het binnenwelfvlak. De afstand tussen de steunpunten wordt de spanwijdte of spanning van de boog genoemd.

Boogvulling
, 1 een driehoekig muurvlak tussen twee bogen en de corniche of het lijstwerk erboven, of tussen de curve van een boog en het rechthoekige lijstwerk eromheen, bijvoorbeeld aan de bovenkant van een boogvormige passage; 2 een driehoekig gebied tussen de ribben in een gewelf.

Borstwering, oorspronkelijk een dichte, lage muur tot borsthoogte met een verdedigingsfunctie, maar later een constructie die voor vallen moest behoeden en dan meer open, als een leuning of balustrade, of zelfs ter versiering, bijvoorbeeld langs een dakrand.

Bossage, Du. bozen: slaan, in de beeldhouwkunst is het de ruwe vorm van een beeld in steen of hout. In de architectuur wordt hiermee een steen met een ruw gehakte, oneffen voorkant bedoeld, zie rustica.

Bosschage, 'lustbosie', heg- of struikengroep in het open gedeelte van de tuin.

Bouleuterion, zaal voor bijeenkomsten waar de raad, boulè,  bijeenkwam. Een ruimte voor politieke vergaderingen.

Bovenbeuk, van vensters voorziene bovenste wand van de middenbeuk van een basiliek

Bovenkerk, het verhoogd liggende deel van een zogenaamde dubbele kerk.

Bozzetto It., een kleinschalig voorbereidend model van een sculptuur of schilderij.

Breuksteenmetselwerk, uit onregelmatige, onbewerkte stenen opgebouwde muur.

Breve, Lar. 'brevis', kort), kort pauselijk decreet.

Broderie, 'borduurwerk', omboording; in de Franse tuin een met kleurige stenen ingelegd sierperk.

Broederschap, een katholieke orde voor gemeenschappelijk gebed die in de vroege Middeleeuwen is ontstaan; aanvankelijk bestaat de orde alleen uit monniken en geestelijken, later ook uit leken. De leden spannen zich in om naastenliefde en vroomheid te bevorderen.

Bronkapel, bronhuis of waterhuis, bestemd voor de lichamelijke hygiëne van de monniken, aan de kruisgang, tegenover het refectorium.

Bronstijd
,  periode die zich kenmerkt door het gebruik van brons, die in het bekken van de Middellandse Zee rond het 3e en 2e millennium v.Chr viel.

Bucintoro, de praalgalei van de Venetiaanse dogen, die door 200 roeiers wordt voortbewogen. Hierin vaart de doge naar het hemelvaartsfeest op de open zee, waar hij de ring van het symbolische huwelijk tussen Venetië en de zee in het water gooit.

Buitentrap, open trap aan de façade van een gebouw

Bul, Lat. bulla, zegel; oorspronkelijk een bepaald soort metalen zegel, later een pauselijke oorkonde. Tot in de tweede helft van de 19de eeuw waren deze oorkonden van een loden zegen voorzien.

Burcht (in de landschapstuin), romantisch aan de Middeleeuwen herinnerend bouwwerk, vanaf de late 18e eeuw in de landschapstuin toegepast, hetzij als zuiver decoratief bouwwerk, hetzij als woning

Buste, It. busto:- borstbeeld, plastische weergave van een mens tot aan de borst of schouders. Type werd ontwikkeld in de Hellenistische tijd en kwam vooral gedurende de Italiaanse Renaissance in de 15e eeuw weer tot ontwikkeling.

Byzantijnse kunst, de kunst, de uit de late Oudheid voortgekomen en van het orthodoxe christendom doortrokken kunst die van ongeveer 330 n.C. tot de val van Constantinopel in 1453 werd gemaakt binnen de invloedssfeer van het Byzantijnse Rijk, met Constantinopel, voordien Byzantium, nu Istanbul,  als centrum. De kenmerkende plechtige starheid en bovenzinnelijke verhevenheid van de afgebeelde figuren zijn het gevolg van het feit dat de kunstenaars zich strikt aan vaste artistieke en religieuze regels en voorbeelden hielden. Toch valt er geleidelijk, vooral in de late Byzantijnse tijd, een vrijere opvatting van de natuur waar te nemen. In de Middeleeuwen is de Byzantijnse kunst van grote invloed geweest op het werk van tal van West-Europese kunstenaars.   

** Uw accommodatie  vindt u wereld wijd naar uw wens via: Booking
** U vindt bij Booking meer dan alleen hotels o.a.:
 Appartementen - Resorts  - Villa's  - Hostels  - Accommodaties met onsen - Bed & Breakfasts  - Pensions  - Motels  - Ryokans  -  Vakantieboerderijen  - Vakantieparken  - Campings  -  Botels  - Herbergen  -  Aparthotels  -  Vakantiehuizen  -  Lodges  - Accommodaties bij particulieren  -  Landhuizen  -  Luxe tenten  - Capsulehotels  -  Lovehotels  - Riads  - Luxe Chalets