AVIGNON, js de hoofdstad van het departement Vaucluse, aan de Rhône. Naar stedenlijst Frankrijk. Naar regiokaart Frankrijk. Naar uw accommodatie!

Geschiedenis:
de stad, die reeds bij de oude Galliërs bestond (als Avenio), werd in 48 v.C. door de Romeinen veroverd. Na de val van het Romeinse Rijk behoorde zij achtereenvolgens tot het gebied van de graven van Toulouse, van Provence en van Anjou. In 1309 werd ze residentie der pausen. Clemens V was de eerste paus die er, als gevolg van de hevige strijd in Italië, zijn intrek nam. Gregorius XI (zie Gregorius [pausen]) keerde ten slotte (1377) naar Rome terug, doch tegenpausen bleven tot 1403 te Avignon gevestigd. De stad bleef pauselijk bezit, totdat zij in 1791 bij Frankrijk werd gevoegd. De koningsgezinde bevolking had veel te lijden van de Terreur tijdens de revolutie. In 1815 volgde als reactie een heftige ‘Witte Terreur’ Naar overzicht regio Provence

Pas in de 20e eeuw
 g
roeide de stad uit tot bestuurscentrum van het departement Vaucluse.

Hiermee werd de stad weer een belangrijk handelscentrum. jaarlijks wordt er hier in de zomer een internationaal theaterfestival georganiseerd in het pauselijk paleis en op andere historische plaatsen in de stad en de omgeving. Het festival werd in 1947 georganiseerd door Jean Vilar, die aanvankelijk alleen van plan was hier drie premières op te voeren. Het festival trekt tegenwoordig bezoekers uit de hele wereld. Wie niet zo veel tijd heeft, kan zich beperken tot het beroemde ensemble in het pauselijk paleis, vooral ook omdat het stedenbouwkundige en toeristische middelpunt, de Rue de la République, via het Place de l'Horloge direct naar het paleis voert. Iets buiten het centrum af zijn er talrijke winkels en straten met indrukwekkende monumenten, zoals in de Rue des Teinturiers, de Rue du Vieux-Sextier, de Rue du Roi-René en de Place du Change. Avignon Uitzicht op de Rocher des Doms aan de overkant van de Rhône

Belangrijke musea   
Het Musée Calvet
(o.m. vroege Italiaanse schilderkunst; werken van de zgn. School van Avignon, 14de en 15de eeuw; Franse schilderkunst van de 16de tot de 20ste eeuw; smeedwerk uit de 15de en de 16de eeuw) en het
Musée lapidaire
(Gallische sculpturen, Romaanse kapitelen, grafmonumenten). Delen van de beide collecties zijn sinds 1967 te zien in het voormalige aartsbisschoppelijk paleis, het zgn.
Petit Palais,
waar ook is ondergebracht een deel van de collectie van de markies van Campana, die tussen 1840 en 1858 directeur was van de bank van lening van het Vaticaan en in die tijd een immense verzameling schilderijen (vooral vroege Italiaanse renaissance) bijeenbracht, die tot dan toe over tal van musea in Frankrijk waren verspreid.
Het Musée Théodore Aubanel
herbergt herinneringen aan de schrijver, documenten en boeken van de 13de eeuw tot heden en schilderijen;
het Musée Requien
een belangrijke natuurhistorische bibliotheek en een kruidenverzameling.

Pauselijk paleis, westfaçade
Het pauselijk paleis     Zie:
Afbeeldingen van het pauselijk paleis avignon    
De residentie die de pausen in de 14e eeuw in de Zuid-Franse stad bouwden, behoorde in die tijd tot een van de grootste burchten. Nu is het een labyrint met veel lege ruimten, waarvan de functie vaak niet meteen duidelijk wordt. Paus Johannes XXII (1316-1334), bisschop van Avignon, vestigde zijn regeringszetel in Avignon. Hij gebruikte het oude, zuidelijk van de Notre-Dame-des-Doms gelegen bisschoppelijk paleis als zijn residentie. Pas onder Benedictus XII (1334- 1342) werd er op de huidige plaats begonnen met de bouw van de nieuwe, imposante pauselijke vesting van het noordelijk gelegen Palais Vieux. Dit trapeziumvormige complex werd rond een binnenhof aangelegd en bestond uit vier vleugels. In de zuidoosthoek grensde een andere, vrijstaande vleugel en de engelentoren sloot het complex af. Clemens VI (1342-1352) breidde het complex uit. Hij liet aan de vrijstaande vleugel van Benedictus twee grote vleugels bouwen, zodat er een tweede hof ontstond aan de zuidkant van het paleis, de Grande Cour.

Later gaf Urbanus V (1362-1370)

opdracht om aan de oostkant grote tuinen aan te leggen. De tuinen werden verwoest en zijn nooit meer hersteld.
Na de terugkeer van de pausen naar Rome in 1377 werd de residentie gebruikt door de tegenpausen van het Grote Schisma; vanaf de 15e eeuw verbleven hier pauselijke gezanten. Tijdens de Franse Revolutie werd het interieur geplunderd, maar de Bastille du Midi bleef verder onbeschadigd. In de 19e eeuw werd het complex als gevangenis en archief gebruikt. Hierdoor raakten de gebouwen zwaar beschadigd. Pas in 1906 werd begonnen met de restauratie.
 
De financiering van het paleis

is terug te vinden in talloze documenten, waarin ook de betrokken ambachtslieden genoemd worden - en dat waren er veel. Voor het oude paleis werd Pierre Poisson uit Mirepoix bij Carcassonne aangetrokken. De andere uitbreidingen vonden plaats onder leiding van Clemens Jean de Louvres, die vermoedelijk uit Noord-Frankrijk kwam. Hieruit is het vermoeden ontstaan dat de Zuid-Franse tradities gescheiden werden van de Noord-Franse tradities. Inderdaad zijn er veel Noord-Franse invloeden in het paleis zichtbaar, maar uit de namen van de bouwmeesters kunnen weinig conclusies worden getrokken over de functie en de geschiedkundige betekenis van het bouwwerk.

Het paleis vertoonde met zijn enorme muren en toren

aan de ene kant overeenkomsten met een bastion, want als wereldlijk heerser had de paus ook passende militaire bescherming nodig. Maar de omvangrijke vesting werd tegelijk een middel voor de paus om zich naar de buitenwereld te manifesteren. De pauselijke vesting in Villandraut in het zuidwesten van Frankrijk, het stadspaleis van Johannes XXII in Cahors en het aartsbisschoppelijk paleis in Narbonne zijn hier ook duidelijke voorbeelden van. Net als veel andere residenties van kerkvorsten vertoont het paleis van Benedictus geen regelmatige bouw, zoals dit vaak bij de burchten van de Franse koning wel het geval is (Louvres, Vincennes en Carcassonne). Het uiterlijke karakter van de residentie in Avignon veranderde vooral door de aanbouw die onder Clemens VI werd uitgevoerd. Dit is goed zichtbaar in de gevel aan het grote plein, die op het westen uitkijkt (afb. blz. 54): de blinde bogen met werpsleuven in het onderste gedeelte zijn gecombineerd met vorstelijke motieven. De halverwege afgekante torentjes met spitse helmen accentueren de hoofdingang. Dergelijke torentjes aan de hoofdingang komen in deze periode' in Frankrijk ook voor bij de kastelen van wereldlijke machthebbers. De bouwkundige veranderingen die onder Clemens VI plaatsvonden, brachten ook meer eenheid in het paleis. Het complex bevindt zich nu rond twee grote binnenhoven.

De architectuur van het pauselijk paleis

is in haar geheel fantasieloos en getuigt op slechts enkele plaatsen van wat meer verfijning. Ofschoon de kolossale ruimten technische meesterstukjes van gewelfde kunst zijn, zoals de 16 m grote kapel van Clemens VI in de zuidvleugel, blijven de afzonderlijke vormen van de muren en het maatwerk van de profielen meestal grof en rond. Dit is heel verrassend omdat aan het eind van de 13e eeuw de scherpe, hoekige pilaarvormen en het rijke maaswerk juist in Zuid-Frankrijk populair werden. Het pauselijk paleis is primair een functioneel bouwwerk, waarin snel een ruimte gecreëerd kon worden voor de pauselijke ceremonieën die regelmatig plaatsvonden. Dat was eigenlijk de belangrijkste vernieuwing die dit ontwerp in de bouwkunst introduceerde.

Toen de pausen aan het eind van de 14e eeuw weer terugkeerden naar Italië gebruikten ze Avignon als voorbeeld

voor de bouw van een nieuwe residentie, zelfs voor de uitbreiding van het Vaticaan. In het oude paleis van Benedictus XII bevinden zich rondom de binnenhof met open loggia's de belangrijkste openbare ruimten: de conclaafvleugel in het zuiden, de woonvertrekken van het pauselijk gevolg in het westen en de pauselijke kapel in de noordvleugel. Op het hoogste punt staat de trouillas toren. Hier werden in het verleden de voorraden opgeslagen. Er was een kolenkelder en de wapenkamer bevond zich hier. Van hieruit werd ook de grote keuken bevoorraad, die bij de belangrijkste vertrekken van het paleis in de oostelijke vleugel hoorde, inclusief de grote consistoriekamer met de grote eetzaal daarboven. In de consistoriekamer vergaderde de curie en in de eetzaal vonden de grote ontvangsten plaats.

Maar waar waren de privévertrekken van de paus ondergebracht?

Ze bevonden zich in een naar het zuiden gerichte aanbouw, die grensde aan de grote eetzaal. Er waren twee kleine vergaderkamers, de paramentkarner en de kleine eetzaal. In het zuiden in de engelentoren bevonden zich de echte privévertrekken. Hier bevond zich het slaapvertrek van de paus en helemaal achterin lag de privéwerkkamer, zijn studium.

De pauselijke toren was weliswaar een zelfstandig gebouw,

maar het werd door de verdiepingen van de speciale schatkamer en bibliotheek verticaal met de rest verbonden. Vanuit deze aan de buitenkant van het hoofdgebouw gelegen privévertrekken vertakten zich de steeds groter wordende vertrekken die uiteindelijk culmineerden in de grote eetzaal. Deze enorme ruimte was een vernieuwing en getuigt van een sterk gedifferentieerd, hoofs ceremonieel aan het pauselijk hof. Nieuw in de Franse bouw van kastelen waren ook de loggia's rond de binnenhof. Er loopt een platte, fraai bewerkte, losse trap naar de binnenhof.

Onder Clemens VI werd er meer rekening gehouden met de nieuwe ceremoniële behoeften:

hij breidde de pauselijke privévertrekken uit met een kolossale audiëntiehal, waar de geestelijke rechtbank rondom een grote ronde tafel (rota) kon vergaderen. Tevens liet hij in de zuidvleugel een nieuwe pauselijke kapel bouwen. Het nieuwe vertrek bestond uit een prachtig beschilderde werkkamer, de beroemde Chambre du Cerf (hertenkamer). Vanuit de grote kapel op de bovenverdieping liep een overloop naar de binnenhof, waar zich het grootste en luxueust uitgevoerde raam bevindt, het aflaatraam. In de benedictieloggia, het voorvertrek naar de grote kapel, werd de paus gekroond. Vanuit deze plek kondigde hij de aflaat af en sprak hij zijn zegen uit over de bijeengekomen mensen in de hof. Vanuit de loggia loopt een brede ceremonietrap naar de hof. De kolossale kapelruimte behoort tot een van de volmaaktste bouwwerken in Zuid-Frankrijk. De brede zaal bestaat uit één schip en heeft verhoudingsgewijs kleine ramen. De stuwkrachten vernietigden al snel het naar de loggia voerende portaal, dat in 1359 moest worden vernieuwd. Ooit stonden hier prachtige beeldhouwwerken met figuren uit het Laatste Oordeel, maar zij werden zwaar beschadigd.



Het pauselijk paleis

beschikte over een rijk interieur, waarvan maar een paar fragmenten bewaard zijn gebleven. De fresco's van Matteo Giovannetti behoren beslist tot de belangrijkste. De kunstenaar werd waarschijnlijk al onder Benedictus XII vanuit Viterbo naar Avignon gehaald; tussen 1336 en 1368 gaf hij als pauselijk hofschilder leiding aan de schilderwerkzaamheden. Het feit dat een Italiaanse schilder, weliswaar uit de school van Siëna, voor deze omvangrijke klus werd aangesteld, is kenmerkend voor de nieuwe internationale beweging in de kunst. Helaas werden de enorme fresco's van Matteo en zijn medewerkers in de consistoriekamer en in de grote eetzaal in de Middeleeuwen verwoest. Alleen de schilderingen in de ernaast gelegen Johannes- en Martialiskapel, en de schilderingen in de pauselijke vertrekken zijn bewaard gebleven.
De beschilderingen in de grote audiëntie werd niet voltooid:

op twee gewelven staan afbeeldingen van profeten en van de Sibille van Erythreia. Bovendien is er tussen de ramen in de oostwand een schets bewaard gebleven van een kruisiging; op de noordwand van de eerste travee staan enkele afbeeldingen van het Laatste Oordeel. In de twee genoemde kapellen staan op de muren de levens geschilderd van de twee heiligen Johannes en Martialis. Matteo heeft de onregelmatige wandvlakken steeds van een geschilderde omlijsting voorzien. Deze omlijsting suggereert dat daarachter een in perspectief aangebracht raam zou kunnen opengaan; over de plek doen veel anekdotes de ronde. In de Martialiskapel zijn gotische bouwwerken afgebeeld, die in opdracht van de heiligen gebouwd werden. Zij worden steeds afgebeeld in een landschap met bomen: in de fantasiegebouwen zijn 'duidelijk invloeden van de Zuid-Franse gotische architectuur zichtbaar.

Nog beroemder zijn de fresco's in de hertenkamer, die waarschijnlijk met de hulp van Franse schilders werden gemaakt.

De schilderingen verbeelden de hoofse genoegens. Er zijn valken- en hertenjachten en er wordt vis uit een kweekvijver gevangen. Alle gebeurtenissen vinden plaats in een sprookjesachtig bos dat uit verschillende soorten bomen bestaat. Het is net of de toeschouwer zelf aan de taferelen deelneemt. Een vergelijkbaar illusionisme doet zich voor in de beschildering in het slaapvertrek: boven een geschilderde toog waarover draperieën zijn gespannen, zijn prachtige ranken en bladeren, en talrijke vogels afgebeeld. In de raamnissen zijn geschilderde vogelkooien te zien. De meeste vogelkooien zijn leeg, alsof ze wachten op de terugkeer van hun bewoners die rondvliegen in de paleistuinen.

De Notre-Dame-des-Doms      Zie:
Afbeeldingen van catedral de notre dame des doms avignon
De bisschopskerk van Avignon ligt op het hoogste punt van de stad naast het pauselijk paleis en lijkt op een bijgebouw van het paleis. Dat komt doordat de pausen aanvankelijk op deze plek waren ingekwartierd en van hieruit met de bouw van hun residentie begonnen. Toch is de kathedraal het enige overgebleven Romaanse gebouw in de stad. De kathedraal stamt uit de 10e en l le eeuw en bestond waarschijnlijk uit een naar het noorden toe trapsgewijs oplopende groep bouwwerken. De parochiekerk, de St-Etienne, is in het pauselijk paleis opgegaan en het baptisterium verdween in het kerkgebouw zelf.

De kathedraal werd in de 12e eeuw in drie etappes vernieuwd:

aan het begin van de 12e eeuw werd er een langschip aangebouwd, dat rond 1130-1140 een koepel kreeg. In de tweede helft van de 12e eeuw kreeg de kerk een voorhal. De westelijke toren werd in 1405 bij de belegering van het pauselijk paleis verwoest, maar kort daarop weer opgebouwd. Tussen de 14e en 16e eeuw kwamen er zijkapellen aan. Louis Frangois de Royers de La Valfrenière vernieuwde aan het eind van de 17e eeuw de apsis. In 1859 werd de toren voltooid met een enorm Mariabeeld.

In het portaal met ronde bogen begint de voorhal, die door een driehoeksgevel overspannen wordt.

De prachtige voorhal is geïnspireerd op de architectuur uit de Romeinse Oudheid. Daardoor dachten veel mensen dat dit werk uit die periode stamde. Veel details van de bogen komen exact overeen met de Romeinse triomfboog van Orange. Ook de proporties van de hoekzuilen boven de piëdestals, de vorm van de Korintische kapitalen en de indeling van het gebint lijken zo uit de'Oudheid te komen. Tussen 1340 en 1344 beschilderde Simone Martini de voorhal met fresco's. Tegenwoordig is er alleen een voortekening te zien. De fresco's zijn uit veiligheidsoverwegingen verwijderd en kunnen tegenwoordig in de consitoriekamer van het paleis bezichtigd worden.

Het interieur werd door barokke galerijen ingrijpend veranderd.

In de 12e eeuw bestond de kerk uit één schip en vijf traveeën. Naar het midden toe liep er een koortravee waaraan een apsis grensde. Kenmerkend zijn de steile belijning en het door gordelbogen verstevigde spitstongewelf. Rijkversierde zuilen lopen door tot de impost van de blinde bogen en verfraaien de muren. De koepel bestaat uit een technisch uitgekiende constructie (afb. linksboven): om de vierkante voet op de rechthoekige travee te kunnen plaatsen, heeft de bouwmeester aan de zijkant telkens vier naar boven gekeerde, trapsgewijs aangelegde bogen gemetseld. In de bogen lopen diagonaal vier trompen met trechtervormige gewelven, zodat de achthoek ontstaat.

Het hoogaltaar uit de 12e eeuw heeft aan de voorkant pilasters in Korintische stijl.

Een bewijs van de internationale smaak van de pausen van Avignon is het grafmonument van Johannes XXII in de laatste zuidelijke kapel. Een grote, in filigraan uitgevoerde en van een baldakijn voorziene constructie omsluit de rijk gebeeldhouwde sarcofaag. Ondanks de onhandige restauratie vertoont dit grafmonument wat betreft het type en de details (kielbogen) een direct verband met Engelse grafmonumenten uit diezelfde periode. Dat geldt ook voor het grafmonument van Benedictus XII, dat in de noordkapel staat en in de 19e eeuw uit verschillende losse delen werd samengesteld.
Aan de noordkant van de kathedraal bevindt zich de Rocher des Doms. Vanuit het bijbehorende park is er een prachtig uitzicht over de stad en de Rhône.

De stadskerk St-Agricol     
Werd tussen 1321 en 1326 gebouwd met aanzienlijke financiële ondersteuning van Johannes XXII. Tegen het einde van de 15e eeuw werd het gebouw met een travee verlengd en opnieuw gewelfd. Opmerkelijk is het westfront met een kolossale kielboog boven het portaal. Tussen het Hótel de Ville en de kerk zijn overblijfselen van de Romeinse stad opgegraven. Bij de opgravingen zijn drie evenwijdige naast el- kaar lopende muren tevoorschijn gekomen die dateren uit het Augustijnse tijdperk. Zij behoorden tot de onderbouw van een zuilenhal die uit twee trappen bestond en rondom het forumplein liep.
Van de vele overige kerken dienen genoemd de Église des Célestins (1396–1425) met een gotische kloostergang,
de St-Pierre (ca. 1358–1525), een fraai voorbeeld van Zuid-Franse laatgotiek, de goed geconserveerde St-Didier (14de eeuw) met 15de-eeuws retabel en 14de-eeuwse muurschilderingen en de St-Symphorien met 15de-eeuwse façade.
Van het voormalige stadhuis bestaat alleen nog het belfort ( ‘Tour de l’Horloge’, 1354 – 15de eeuw), thans naast een 19de-eeuws stadhuis.

Het Petit Palais     
Aan een groot plein ligt het massieve pauselijk paleis met aan de noordkant nog een elegant paleis, het Petit Palais. In 1317 liet kardinaal Bérenger de Frédol hier zijn residentie bouwen; in 1323 kwam het complex in het bezit van kardinaal Arnaud de Via, de neef van Johannes XXII. Hij liet de residentie ingrijpend veranderen. Na diens dood werd het gebouw het nieuwe bisschoppelijk paleis (het oude was opgegaan in het pauselijk paleis). De hoofdgebouwen zijn rond twee binnenhoven gebouwd en werden in 1364- 1365 voltooid. Tijdens een gevecht met de tegenpaus Benedictus XIII werd het paleis zwaar beschadigd.

Het gebouw werd gerestaureerd en op sommige plaatsen kwam er een verdieping op.

Bisschop Giuliano della Rovere (1474-1503), de latere paus Julius 11 (1503-1513), liet een nieuwe zuidfaçade bouwen, die tegenwoordig nog steeds de mooie voorkant van het paleis siert. Halverwege de 18e eeuw werden aan de oostkant van de zuidvleugel twee gebouwen toegevoegd. De kantelen en de hoektorens werden gebouwd volgens de stijl van middeleeuwse paleizen. Op de grote ramen na, geeft de regelmatige indeling van de vensters en de gelijke hoogte van de verdiepingen aan, dat de façade vooral evenwicht moest uitstralen ter afronding van het paleis.

Vanaf 1976

is er een van de opmerkelijkste musea van Frankrijk in het paleis ondergebracht. Het museum beschikt over twee bijzondere collecties: een collectie kunststukken uit Avignon uit de Middeleeuwen, voornamelijk eigendom van het Musée Calvet, en een collectie Italiaanse schilderstukken uit de 13e tot de vroege 16e eeuw. Bijna alle schilderijen zijn afkomstig uit de verzameling van de Vaticaanse belastingambtenaar markies Giampietro Campana di Cavelli. De markies verzamelde de stukken tot 1857. Door een malafide financieel beleid werd hij gedwongen zijn collectie af te staan aan Napoleon III. De werken werden vervolgens over 67 Franse musea verdeeld. Pas na veel pogingen kon het grootste deel van de vroeg Italiaanse collectie (o.a. Carpaccio, Ghirlandaio, Botticelli, Gaddi en Di Bicci) weer worden verenigd met de belangrijke werken uit de middeleeuwse Provençaalse schilderkunst.

Pont St-Bénézet met St-Nicolas
Pont St-Bénézet        
Naar men beweert, is de heilige Bénézet (verkleinwoord van Benedictus) als jong herder in 1177 door een ingeving van God en onder het hoongeroep van de inwoners van Avignon begonnen met de bouw van de brug, die door de rei Sur Le pont d'Avignon het symbool van de stad werd. In werkelijkheid dateren de fundamenten van enkele brugpijlers al uit de Oudheid. Aan het eind van de 12e eeuw werd de houten brug bij de belegering van de stad in 1226 zwaar beschadigd en weer gerestaureerd. In de 13e eeuw probeerden de inwoners van de stad de oversteekplaats over de Rhóne in steen uit te voeren. In die periode liet koning Filips de Schone aan de overkant een toren bouwen, die naar hem vernoemd werd. Diverse restauraties volgden. Na grote beschadigingen rond 1660 raakte de brug in verval, tot de laatste vier bogen samen met de St-Nicolas-kapel in de 19e eeuw als monument werden opgeknapt. De ongeveer 900 m lange brug werd voornamelijk door voetgangers en paarden gebruikt en bestond uit 22 bogen. De brug liep over een zijtak van de Rhóne naar het eiland Barthelasse, waar vroeger de volksfeesten plaatsvonden, zoals die in de rei bezongen worden. De vier oostelijke bogen dateren van 1345 en waren oorspronkelijk rond. Daarom lag het niveau van de straat vroeger hoger. De kleine Nicolaaskapel dateert van de 12e eeuw, maar werd in de 13e eeuw in tweeën verdeeld, toen het niveau van de brug verhoogd werd. 

Hótel des Monnaies

Tegenover de ingang van het pauselijk paleis staat het statige Hótel des Monnaies, dat vermoedelijk in 1619 door een architect uit Bologna in opdracht van kardinaal Borghese voor de vertegenwoordigers van de pauselijk gezant in Rome werd gebouwd. De gevel bestaat uit drie verdiepingen. De onderbouw is opgetrokken uit ruwe stenen. De twee bovenliggende etages zijn voorzien van enorme reliëfs waarop slingers, adelaars en draken staan afgebeeld: de symbolen van het familiewapen van Borghese.

Bron: Het schitterende boek Provence, Kunst . Architectuur . Landschap - Uitgave van Könemann ISBN 3-8290-2713-3

Welcome to Avignon
,

regio Provence! Center of Christianity in the XIV. C., its monuments are part of UNESCO World Heritage. Because of the outstanding richness of its patrimony, its theater festival, its intense cultural life Avignon has been named European city of culture for the year 2000.Discover with us the art of living in Provence ! 
  
Office de Tourisme: 41, Cours Jean Jaurès  -  B.P. 8  -  84004   AVIGNON Cedex 1  -  Tel: 33 (0) 4 32 74 32 74   -  Fax: 33 (0) 4 90 82 95 03  Internet: http://www.ot-avignon.fr   |  http://www.provenceweb.fr/e/vaucluse/avignon/avignon.htm
E-mail: information@ot-avignon.fr  

 

** Uw accommodatie
in de regio Auvergne kunt U goed boeken via Region.Auvergne.  Er zijn 182  hotels online boekbaar. Laagste prijsgarantie! Makkelijk reserveren. Geen kosten. U betaalt in het hotel! Let ook op de beoordelingen door gasten die de hotels bezochten! U kunt de ligging van de hotels via Google Earth bekijken!

** Uw accommodatie in Frankrijk kunt U goed boeken via Hotels/Appartementen/Frankrijk. Er zijn meer dan 20.000 accommodaties online boekbaar. Laagste prijsgarantie, maximale keuze, tevreden gasten, onpartijdige hotelbeoordelingen, uw taal wordt altijd gesproken!

** Booking is meer dan alleen hotels: zie eens ”Alle accommodatietypes”! 
** U vindt er o.a.:
   Appartementen - Resorts  - Villa's  - Hostels  - Accommodaties met onsen - Bed & Breakfasts  - Pensions  - Motels  - Ryokans  -  Vakantieboerderijen  - Vakantieparken  - Campings  -  Botels  - Herbergen  -  Aparthotels  -  Vakantiehuizen  -  Lodges  - Accommodaties bij particulieren  -  Landhuizen  -  Luxe tenten  - Capsulehotels  -  Lovehotels  - Riads  - Luxe Chalets