FLORA GRIEKENLAND, naar overzicht Mediterrane Flora en Fauna

†† †† ††
††
Met die van Spanje is de Griekse flora het soortenrijkst van Europa.
De vegetatie hier moet zich aanpassen aan droge zomers, sterke straling van de zon, zachte en vochtige winters. Op zich zijn deze factoren niet gunstig voor veel planten en daarom moeten ze zich sterk aanpassen. Aanpassingen zijn: altijdgroene, leerachtige  bladeren die elk gunstig moment kunnen benutten en die de water afgifte kunnen beperken. De diep liggen huidmondjes, waslagen, haren en verdikte wanden verhinderen onnodig waterverlies. Erica en rozemarijn hebben omgerolde randen   en daardoor beperken ze vochtverlies. Brem heeft verschrompelde bladeren maar de takken bezitten bladgroen en daarmee kunnen ze fotosynthetiseren. Bij toenemende droogte laten sommige planten hun bladeren vallen. Anderen ontwijken helemaal droogteperioden door zaden te vormen. Bol- en knolgewassen brengen de moeilijkste periode door met ondergrondse organen. In de herfst maar vooral in het voorjaar bloeien de planten.  

Hardloofzone  
Is beperkt tot het laagland en tot een hoogt van 1000 m. De olijfboom is hier een dominerende boom in de vegetatie. Waar de boom zeldzaam wordt ligt de verbreidingsgrens voor veel andere planten. Bij het verdwijnen van de bossen is de taak daarvan enigszins overgenomen door de olijfboom. Vertegenwoordigers van het altijdgroene hardloofgewas zijn steeneik en kermeseik. In het droge zuidoosten zijn typische begeleiders johannesbroodboom, wilde olijf en boomwolfsmelk. Bij de kusten zien we de aleppoden, Calabrische den en de parasolden. Deze laatste vangt in de nacht met zijn geopende parasol de afkoelende lucht op, om de naalden komen dan de dauwdruppels.

Maquis
Is struikgewas van 1.5-5 m hoog, bedekt vooral in westelijk Griekenland de bergen. Het zijn resten van vroegere bossen. De planten leveren hout, hars, looistoffen en vezels. In de hoge maquis komen steeneik en kermeseik voor. Verder pistache soorten, mastiek- en terpentijnboom, judasboom, vuilboom, steenlinde en boomheide. Veel voorkomende soorten in de lage maquis zijn: erica, cistus, brem, brandkruid en de gele cistusparasiet, een wortelparasiet.
Door beweiding wijkt de maquis voor de garrigue,
die bestaat uit schrale maquisstruiken, tijm, lavendel, rozemarijn, bol en knolgewassen. Doornige, bolvormige bosjes, in het Grieks phrygana, bestaan uit pimpernel, brem en wolfsmelk.

Loofboszone  
Wordt gekenmerkt door winterkale loofbomen als donzige eik, hopbeuk, pluimes en oosterse haagbeuk.

Eikenboszone  
In deze zone zijn de winterskoud en er ligt gedurende enkele maanden sneeuw. Eiken en op schrale gronden dennen zijn hier kenmerkend.

Bergzone  
Ligt hier boven, we treffen hier Griekse zilverdennen en krimdennen.

 Wereld wijd
 zijn dat er 590.000+ hotels, appartementen, villa's beschikbaar: http://www.booking.com/index.nl.